| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Kieswet (KW)
KIESBESLUIT
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 19 oktober 1989, houdende vaststelling van
nieuwe voorschriften ter uitvoering van de Kieswet
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 29
augustus 1989, nr. CW89/1/U9, Stafafdeling Constitutionele Zaken en
Wetgeving;
Gelet op de Kieswet;
Gezien het advies van de Kiesraad van 5 april
1989, nr. 4129; De Raad van State gehoord (advies van 10 oktober 1989,
nr. W04.89.0517);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 16 oktober 1989, nr.
CW89/1/U13 Stafafdeling Constitutionele Zaken en Wetgeving;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Afdeling I. Algemene bepalingen
Hoofdstuk A. De Kiesraad
Artikel A 1 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel A 2 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel A 3 [Vervallen per 01-01-1998]
Afdeling II. De verkiezing van de leden van de tweede kamer der
Staten-Generaal, van provinciale staten en van de gemeenteraden
Hoofdstuk D. De registratie van de kiesgerechtigdheid
Artikel D 1
Burgemeester en wethouders ontlenen aan de gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens de gegevens die nodig zijn voor de
vaststelling van de kiesgerechtigdheid van de personen die als
ingezetene hierin zijn ingeschreven.
Artikel D 1a
1. Ten aanzien van personen die werkelijke woonplaats in de
gemeente hebben, niet zijnde personen als bedoeld in artikel D 1, en
die als kiesgerechtigd in de gemeentelijke administratie worden
opgenomen, registreren burgemeester en wethouders de volgende
gegevens:
a. de geslachtsnaam;
b. de voornamen of voorletters;
c. de geboortedatum
d. het adres;
e. de nationaliteit.
2. Burgemeester en wethouders schrappen de registratie van de
kiesgerechtigdheid van de in het eerste lid bedoelde personen indien aan
hen omstandigheden bekend worden op grond waarvan de desbetreffende
persoon niet als kiezer behoort te zijn geregistreerd.
Artikel D 2
1. De formulieren voor het verzoek tot registratie van de
kiesgerechtigdheid, in te dienen overeenkomstig artikel D3, derde,
vierde of zesde lid, van de Kieswet, zijn verkrijgbaar bij het orgaan
waarbij het verzoek moet worden ingediend, en ter secretarie van elke
gemeente.
2. De formulieren voor het verzoek tot registratie van de
kiesgerechtigdheid, in te dienen overeenkomstig artikel D 3, vijfde lid,
van de Kieswet, zijn verkrijgbaar bij het ministerie waaronder de
werkzaamheden van de betrokken functionaris ressorteren.
3. De formulieren, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn
verkrijgbaar gedurende de termijn waarbinnen het desbetreffende verzoek
kan worden ingediend.
Artikel D 3
1. Het orgaan waarbij overeenkomstig artikel D 3, derde, vierde
of vijfde lid, van de Kieswet een verzoek tot registratie van de
Kiesgerechtigdheid is ingediend, gaat na of aan dat orgaan met
betrekking tot de verzoeker gegevens bekend zijn en, zo dit het geval
is, of deze overeenstemmen met de in het verzoek vermelde gegevens.
Het orgaan zendt het verzoekschrift vervolgens onder mededeling van
zijn bevindingen door aan burgemeester en wethouders van
's-Gravenhage. Het orgaan houdt van deze verzending aantekening.
2. Burgemeester en wethouders
van 's-Gravenhage gaan na of er met betrekking tot de verzoeker die zich
vóór 1 oktober 1994, dan wel op of na 1 oktober 1994 buiten Nederland
heeft gevestigd, gegevens bekend zijn in het persoonskaartenarchief of
het schakelregister, bedoeld in artikel 139 van de Wet gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens, onderscheidenlijk in de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente waarin
de kiezer is ingeschreven, en, zo dit het geval is, of deze overeenstemmen
met de in het verzoek tot registratie vermelde gegevens.
Artikel D 4
1. Bij inwilliging van het verzoek stellen burgemeester en
wethouders van 's-Gravenhage op het verzoekschrift daaromtrent een
aantekening en registreren zij de verzoeker als kiezer.
2. Indien een verzoek niet kan worden ingewilligd, vermelden
burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage de reden hiervan op het
verzoekschrift, waarna dit onverwijld aan de verzoeker wordt
teruggezonden.
Artikel D 5
Indien aan het orgaan waarbij overeenkomstig artikel D 3, derde,
vierde of vijfde lid, van de Kieswet een verzoek tot registratie van de
kiesgerechtigdheid kan worden ingediend, omstandigheden bekend worden,
op grond waarvan een persoon die ingevolge artikel D 3, eerste lid, van
de Kieswet als kiezer is geregistreerd, niet als kiezer behoort te zijn
geregistreerd, wordt daarvan terstond mededeling gedaan aan burgemeester
en wethouders van 's-Gravenhage.
Artikel D 6
Het in artikel D 3a, eerste lid, van de Kieswet bedoelde bestand
bevat met betrekking tot elke persoon die hierin is opgenomen de naam,
de voorletters, het woonadres, de geboortedatum en, indien van
toepassing, het correspondentie-adres, zoals verstrekt door de
verzoeker, alsmede de datum van opname in het bestand en, indien van
toepassing, de datum van het laatste registratieverzoek.
Hoofdstuk E. Kieskringen en stembureaus
Artikel E 1
Het stembureau bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven
leden.
Artikel E 2
1. Voor het houden van een zitting van het hoofdstembureau is
de aanwezigheid van ten minste drie leden vereist.
2. De leden die verhinderd zijn de zitting bij te wonen, geven
hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter. Deze zorgt voor de
oproeping van plaatsvervangende leden.
3. Bij verhindering van de voorzitter en de plaatsvervangend
voorzitter treedt het oudste lid naar benoeming als voorzitter op dan
wel, indien verscheidene leden even oud naar benoeming zijn, het oudste
lid.
4. Het hoofdstembureau neemt zijn beslissingen bij meerderheid
van stemmen.
Hoofdstuk G. De registratie van de aanduiding van een politieke
groepering
Artikel G 1
1. De waarborgsommen,
bedoeld in het tweede lid van de artikelen G 1, G 2 en G 3, alsmede de
waarborgsom, bedoeld in het derde lid van artikel Q 6 juncto het tweede
lid van artikel G 1 van de Kieswet, dienen te worden overgemaakt op de
daartoe bestemde rekening van onderscheidenlijk Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de gemeente waar het centraal
stembureau voor de verkiezingen van de leden van provinciale staten is
gevestigd, of de gemeente, bij een financiële onderneming die ingevolge
de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag
uitoefenen, onder vermelding van de woorden "waarborgsom
registratie".
2. De voorzitter van het centraal stembureau deelt het orgaan
waaraan de waarborgsommen zijn betaald, zo spoedig mogelijk na de
openbaarmaking van de kandidatenlijsten mee welke waarborgsommen
ingevolge het tweede lid van artikel G 1, G 2 of G 3, dan wel ingevolge
het derde lid van artikel Q 6 juncto het tweede lid van artikel G 1 van
de Kieswet moeten worden terugbetaald. Dit orgaan gaat vervolgens zo
spoedig mogelijk over tot terugbetaling van die waarborgsommen. Over de
terug te betalen waarborgsommen wordt geen rente vergoed.
Hoofdstuk H. De inlevering van de kandidatenlijsten
Artikel H 1
De formulieren voor de kandidatenlijsten, bedoeld in artikel H 1,
tweede lid, van de Kieswet, en voor de verklaringen, bedoeld in de
artikelen H 3, vijfde lid, H 4, zevende lid, en H9, vierde lid, van de
Kieswet, zijn gedurende drie weken vóór en op de dag van de
kandidaatstelling verkrijgbaar ter secretarie van elke gemeente.
Artikel H 2
1. Een kandidaat wordt op de
kandidatenlijst vermeld met naam, voorletters, geboortedatum en
woonplaats. Achter de voorletters kan tussen haakjes de roepnaam van de
kandidaat worden vermeld. Tevens kan het adres van de kandidaat worden
vermeld.
2. Nadere aanduidingen van de naam, mits op de gebruikelijke
wijze afgekort, mogen aan de naam worden toegevoegd.
3. Een persoon die gehuwd is of gehuwd is geweest, dan wel wiens
partnerschap geregistreerd is of geregistreerd is geweest, wordt op de
lijst vermeld hetzij met de eigen geslachtsnaam, hetzij, voor zover hij
daartoe op grond van artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek dan
wel artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES bevoegd is, met
de geslachtsnaam van de echtgenoot of geregistreerde partner, dan wel
met de eigen geslachtsnaam door middel van een liggend streepje gevolgd
door of voorafgegaan door de geslachtsnaam van de echtgenoot of
geregistreerde partner.
4. Achter de voorletters of,
indien vermeld, de roepnaam, mag ter aanduiding van het geslacht van de
kandidaat de toevoeging «(m)» of «(v)» worden geplaatst.
5. Indien het betreft de
verkiezing van de leden van provinciale staten van Fryslân of van de
raden van gemeenten in de provincie Fryslân, mogen aanduidingen op de
kandidatenlijst in de Friese taal worden vermeld.
Artikel H 3
1. De waarborgsommen,
bedoeld in de artikelen H 12, H 13 en H 14 van de Kieswet, dienen
uiterlijk op de veertiende dag voor de kandidaatstelling te zijn
ontvangen op de daartoe bestemde rekening van onderscheidenlijk Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de gemeente waar
het centraal stembureau voor de verkiezingen van de leden van
provinciale staten is gevestigd of de gemeente, bij een een financiële
onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland
het bedrijf van bank mag uitoefenen, onder
vermelding van de woorden "waarborgsom kandidaatstelling".
2. De voorzitter van het centraal stembureau deelt het orgaan
waaraan de waarborgsommen zijn betaald, zo spoedig mogelijk na de
openbaarmaking van de uitslag van de verkiezing mee welke waarborgsommen
ingevolge het vierde of vijfde lid van artikel H 12, H 13 of H 14 van de
Kieswet moeten worden terugbetaald. Dit orgaan gaat vervolgens zo
spoedig mogelijk over tot terugbetaling van die waarborgsommen. Over de
terug te geven waarborgsommen wordt geen rente vergoed.
Hoofdstuk I. Het onderzoek, de verbinding, de nummering en de
openbaarmaking van de kandidatenlijsten
Artikel I 1
1. De processen-verbaal van de in de artikelen I 1 en I 4 van
de Kieswet bedoelde zittingen worden tot en met de dag waarop de
kandidatenlijsten openbaar worden gemaakt, ter inzage gelegd ter
secretarie van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd.
2. Het proces-verbaal van de in artikel I 12 van de Kieswet
bedoelde zitting wordt tot en met de dag waarop de kandidatenlijsten
openbaar worden gemaakt, ter inzage gelegd op het ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien het de verkiezing van
de leden van de Tweede Kamer betreft, en ter secretarie van de gemeente
waar het centraal stembureau is gevestigd, indien het de verkiezing van
de leden van provinciale staten of de gemeenteraad betreft.
Artikel I 2
1. Het tijdstip en de plaats
van de zitting van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel I 4 van de
Kieswet, worden tijdig door de voorzitter ter openbare kennis gebracht.
Indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer,
geschiedt de kennisgeving in één of meer dag- of nieuwsbladen die
verspreid worden in de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd.
Indien het betreft de verkiezing van de leden van provinciale staten of
de gemeenteraad, geschiedt de kennisgeving op de in de provincie,
onderscheidenlijk de gemeente, gebruikelijke wijze.
2. Het tijdstip en de plaats van de zitting van het centraal
stembureau, bedoeld in artikel I 12 van de Kieswet, worden tijdig door
de voorzitter ter openbare kennis gebracht. Indien het betreft de
verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, geschiedt de kennisgeving
in de Nederlandse Staatscourant. Indien het betreft de verkiezing
van de leden van provinciale staten of de gemeenteraad, geschiedt de
kennisgeving op de in de provincie, onderscheidenlijk de gemeente,
gebruikelijke wijze.
Hoofdstuk J. De stemming
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel J 1
1. De burgemeester bezorgt de
kandidatenlijsten, de adressen en de openingstijden van de stemlokalen
en de adressen en de zittingstijden van de mobiele stembureaus uiterlijk
op de vierde dag voor de stemming aan het adres van de kiezers. Hierbij
vermeldt hij tevens welke stemlokalen voldoen aan artikel J 4, tweede
lid, van de Kieswet.
2. Op de lijsten, zoals deze ter kennis van de kiezers worden
gebracht, worden vermeld de nummers van de lijsten en, in voorkomend
geval, de aanduidingen van de politieke groeperingen en de nummers van
de lijsten waarmee die lijsten tot een lijstencombinatie zijn verbonden
en worden de kandidaten kolomsgewijs vermeld zoals ze op de
kandidatenlijst voorkomen, met weglating van het adres en de
geboortedatum. De lijsten worden gedrukt in de volgorde van de
toegekende nummers. De kandidaten worden per lijst doorlopend genummerd.
Artikel J 2
1. Het register, bedoeld in artikel J 7a, eerste lid, eerste
volzin, van de Kieswet, bevat de volgende gegevens:
a. gemeentecode en volgnummer van de stempas;
b. naam, voorletters, geslacht en geboortedatum van de
kiesgerechtigde;
c. naam of kenmerk van de ambtenaar die de gegevens heeft opgenomen
in het register;
d. aanduiding van een van de volgende redenen van opneming in het
register:
1. vervangen door kiezerspas;
2. vervangen door volmachtbewijs;
3. vervangende stempas verstrekt krachtens artikel J 8 van de
Kieswet;
4. vervangen door briefstembewijs;
5. ongeldig verklaard wegens ontbreken kiesgerechtigdheid of
overlijden van de tenaamgestelde;
6. ongeldig verklaard wegens vastgestelde ontvreemding of andere
reden van onrechtmatig in omloop zijn.
2. Het uittreksel van ongeldige stempassen, bedoeld in artikel J
7a, eerste lid, tweede volzin, van de Kieswet, bevat de gegevens,
bedoeld in het eerste lid, onder a, b en d.
Artikel J 3
De stembus moet aan de volgende vereisten voldoen:
a. De bus kan worden afgesloten met een deksel dat voorzien is
van een slot.
b. Het deksel is in het midden voorzien van een sleuf waardoor de
stembiljetten in de bus kunnen worden gestoken.
c. De sleuf kan op zodanige wijze worden afgesloten dat deze
daarna slechts kan worden geopend, nadat het deksel is losgemaakt.
Artikel J 4
In elk stemlokaal bevindt zich een zodanig aantal stemhokjes dat een
goede voortgang van de stemming is gewaarborgd.
Artikel J 5
1. Het stemhokje bestaat uit een achterwand en twee zijwanden
die elk ten minste een meter breed en twee meter hoog zijn. Wordt het
stemhokje met de achterzijde tegen een ondoorzichtig deel van een wand
van het stemlokaal geplaatst, dan kan de achterwand vervallen.
2. In elk stemhokje bevindt zich een lessenaar met rood
schrijfmateriaal.
Artikel J 6
In elk stemlokaal is een voor het publiek bestemde ruimte. De tafel
van het stembureau en de stemhokjes bevinden zich in de niet voor het
publiek bestemde ruimte.
Artikel J 7
Het onbruikbaar maken van teruggegeven stembiljetten geschiedt door
het aanbrengen van het woord "onbruikbaar" op de beide zijden
van het stembiljet.
Artikel J 8
Nadat de laatste tot de stemming toegelaten kiezer heeft gestemd,
wordt de sleuf van de stembus afgesloten.
§ 2. Het combineren van stemmingen
Artikel J 9
Indien met toepassing van artikel J 6 van de Kieswet tegelijk met de
stemming in het stemlokaal een of meer andere stemmingen plaatsvinden,
gelden de artikelen J 10 tot en met J 12.
Artikel J 10
1. Voor zover de stemgerechtigden voor de stemming ingevolge de
Kieswet en de andere stemming, onderscheidenlijk stemmingen, dezelfde
zijn, kan de burgemeester besluiten dat tevens voor een of meer andere
stemmingen gelden:
a. de stempas, bedoeld in artikel J 7 van de Kieswet;
b. het uittreksel, bedoeld in artikel J 7a, eerste lid, van de
Kieswet;
c. het verzoekschrift, bedoeld in artikel K 6 van de Kieswet;
d. het verzoekschrift, bedoeld in artikel L 8 van de Kieswet;
e. het volmachtbewijs, bedoeld in artikel L 14 van de Kieswet;
2. Indien de burgemeester een besluit als bedoeld in het eerste
lid neemt, gelden de volgende bepalingen:
a. De tekst van de bescheiden, bedoeld in het eerste lid, wordt
aangepast, voor zover dit met het oog op de combinatie van de
stemmingen noodzakelijk is.
b. De verzegelde pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet,
kunnen zo nodig voor de beoordeling van de geldigheid van de andere
stemming, onderscheidenlijk stemmingen, of van de juistheid van de
vaststelling van de uitslag van de andere stemming, onderscheidenlijk
stemmingen, worden geopend. Na gebruik worden de pakken opnieuw
verzegeld.
c. De kiezers zijn bevoegd bij de handelingen, bedoeld onder b,
aanwezig te zijn.
Artikel J 11
De leden van het stembureau kunnen ook werkzaamheden voor de andere
stemming, onderscheidenlijk stemmingen, verrichten, mits deze
werkzaamheden de voortgang van de stemming ingevolge de Kieswet niet
belemmeren.
Artikel J 12
1. In het stemlokaal worden, voor zover nodig, stembussen
bijgeplaatst.
2. De stembiljetten voor de andere stemming, onderscheidenlijk
stemmingen, hebben een zodanige kleur dat zij voldoende kunnen worden
onderscheiden van de stembiljetten voor de stemming ingevolge de
Kieswet.
3. Indien in een stemlokaal stembussen zijn bijgeplaatst, worden
de stembussen onmiddellijk na elkaar geopend.
4. Na het openen van de stembus of stembussen worden de
stembiljetten voor de stemming ingevolge de Kieswet gescheiden van de
stembiljetten voor de andere stemming, onderscheidenlijk stemmingen.
Artikel J 12a [Vervallen per 06-02-2008]
§ 3 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 13 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 14 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 14a [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 14b [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 15 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 15a [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 16 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 17 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 18 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 19 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 20 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 20a [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 21 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 21a [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 22 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 23 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 23a [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 23b [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 23c [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 23d [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 23e [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 24 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel J 25 [Vervallen per 06-02-2008]
§ 4. De schorsing van de zitting
van het stembureau
Artikel J 26
1. Schorsing van de zitting van het
stembureau wordt bekendgemaakt door aan de deur van het stemlokaal een
kennisgeving te bevestigen dat de zitting is geschorst. Zo spoedig
mogelijk wordt op dezelfde wijze bekendgemaakt waar en wanneer de
zitting wordt hervat.
2. Van de schorsing van de zitting van het stembureau doet de
burgemeester, tenzij het de verkiezing betreft van de leden van de
gemeenteraad, onverwijld mededeling aan de voorzitter van het
hoofdstembureau.
Artikel J 27
1. Indien de stemming is geschorst, wordt de sleuf van de
stembus onmiddellijk in tegenwoordigheid van de in het stemlokaal
aanwezige kiezers afgesloten.
2. Vervolgens wordt de stembus verzegeld en wordt de sleutel
waarmee de stembus is afgesloten, in een te verzegelen enveloppe gedaan.
3. Daarna worden in afzonderlijke, te verzegelen, pakken gedaan:
a. de niet gebruikte stembiljetten;
b. de teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten;
c. de ingeleverde stempassen;
d. het uittreksel, bedoeld in artikel J 7a, eerste lid van de
Kieswet, dan wel de verzoekschriften, bedoeld in artikel M 4, vierde
lid, van de Kieswet;
e. de ingeleverde kiezerspassen, volmachtbewijzen en
briefstembewijzen;
f. de ingevolge artikel M 11 van de Kieswet terzijde gelegde
retourenveloppen;
g. de nog niet geopende retourenveloppen.
Artikel J 28
Indien de stemopneming is geschorst voordat de stembus zou worden
geopend, is artikel J 27, tweede lid en derde lid, aanhef en onder a tot
en met f, van overeenkomstige toepassing.
Artikel J 29
Indien de stemopneming is geschorst nadat de stembus is geopend,
worden alle stembiljetten die zich in de stembus bevonden, daarin
teruggedaan, waarna de stembus wordt gesloten en verzegeld. De sleutel
waarmee de stembus is afgesloten, wordt in een te verzegelen enveloppe
gedaan.
Artikel J 30
Van de geschorste zitting wordt proces-verbaal opgemaakt. Bij
ministeriële regeling wordt voor het proces-verbaal een model
vastgesteld.
Artikel J 31
Onmiddellijk na de ondertekening van het proces-verbaal wordt dit met
de stembus, de verzegelde pakken en de verzegelde enveloppe door de
voorzitter bij de burgemeester in bewaring gegeven.
Artikel J 32
De burgemeester stelt tijdig voor de aanvang van de hervatte zitting
de hem ingevolge artikel J 31 overgegeven stembus, verzegelde pakken en
verzegelde enveloppe ter beschikking van het stembureau.
Artikel J 33
1. In geval van een schorsing als bedoeld in artikel J 27 opent
het stembureau tijdig voor de aanvang van de hervatte stemming de
verzegelde pakken en de verzegelde enveloppe en stelt het het aantal
biljetten opnieuw vast. Voor deze stemming wordt een andere stembus
gebezigd.
2. De hervatte stemming duurt tot eenentwintig uur.
3. Daarna vindt het bepaalde in artikel J 30 van de Kieswet
overeenkomstige toepassing.
Artikel J 34
In geval van een schorsing als bedoeld in artikel J 28 opent het
stembureau na de aanvang van de hervatte zitting de verzegelde pakken en
verzegelde enveloppe en begint het opnieuw met de stemopneming.
Artikel J 35
In geval van een schorsing als bedoeld in artikel J 29 opent het
stembureau na de aanvang van de hervatte zitting de verzegelde enveloppe
en de stembus en zet het de stemopneming voort.
§ 5. Waarnemers bij de verkiezingen
Artikel J 36
1. Indien, ter uitvoering van een verdrag
of een internationale afspraak, waarnemers bij een verkiezing dienen te
worden toegelaten of Onze Minister van Buitenlandse Zaken tot zodanige
toelating heeft besloten, brengt Onze Minister van Buitenlandse Zaken
deze verkiezing tijdig onder de aandacht van de bij het verdrag of de
internationale afspraak betrokken staten dan wel internationale
organisaties, onder vermelding van de mogelijkheid om personen bij de
verkiezing als waarnemer op te laten treden.
2. Een aankondiging als bedoeld in het eerste lid bevat ten
minste de volgende informatie:
a. de termijn, bedoeld in artikel J 37, eerste lid, voor het
aanmelden van personen, en de verdere procedure die gevolgd moet
worden om personen in aanmerking te laten komen als waarnemer;
b. de bij de aanmelding te vermelden gegevens, genoemd in artikel J
37, tweede lid;
c. de verplichting, bedoeld in artikel J 37, derde lid, tot
overlegging van een afschrift van een geldig paspoort.
Artikel J 37
1. Een aanmelding van een andere staat of een internationale
organisatie om personen als waarnemer bij de verkiezingen in Nederland
op te laten treden, dient ten minste zes weken voor de desbetreffende
verkiezingen ontvangen te zijn door Onze Minister van Buitenlandse
Zaken.
2. De aanmelding bevat ten aanzien van iedere voorgedragen
persoon ten minste de naam, de voorletters, het adres, de leeftijd,
alsmede een nadere omschrijving van zijn functie.
3. Bij de aanmelding wordt ten aanzien van iedere voorgedragen
persoon een afschrift van een geldig paspoort overgelegd.
Artikel J 38
1. Onze Minister van Buitenlandse Zaken bepaalt na overleg met
de desbetreffende staat of internationale organisatie welke
voorgedragen persoon als waarnemer wordt toegelaten en deelt dit zo
spoedig mogelijk aan de desbetreffende staat of organisatie mee.
2. Onze Minister van Buitenlandse Zaken kan voorwaarden verbinden
aan de toelating.
Artikel J 39
Tijdens de uitoefening van zijn functie neemt de waarnemer strikte
neutraliteit in acht, geeft geen blijk van zijn politieke gezindheid,
mengt zich niet in de verkiezingsprocedure en houdt zich aan de
Nederlandse wet- en regelgeving.
Artikel J 40
Onze Minister van Buitenlandse Zaken verstrekt de waarnemer een
speciaal legitimatiebewijs van internationale waarnemer. Tijdens de
uitoefening van zijn functie draagt de waarnemer dit bewijs voor een
ieder zichtbaar op zijn kleding.
Artikel J 41
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld
omtrent de aanmeldingsprocedure voor waarneming, het maximum aantal
waarnemers en de duur van de waarneming en omtrent de rechten en
verplichtingen van waarnemers.
HOOFDSTUK K [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel K 1 [Vervallen per 06-02-2008]
Hoofdstuk M. Het stemmen per brief
Artikel M 1
De stukken, bedoeld in artikel M 6, eerste lid, van de Kieswet,
worden aan de kiezer gezonden per luchtpost, tenzij het adres waarheen
zij gezonden moeten worden, in België is gelegen.
Artikel M 2
Indien burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage gebruik hebben
gemaakt van hun bevoegdheid, bedoeld in artikel M 9, tweede lid, van de
Kieswet, gelden ten aanzien van de extra zittingen van de
briefstembureaus voorafgaande aan de dag van de stemming de artikelen M
3 tot en met M 7.
Artikel M 3
Ten minste twee weken vóór de eerste zitting brengen burgemeester
en wethouders van 's-Gravenhage ter openbare kennis in de Staatscourant
op welke dag of dagen en gedurende welke tijden de briefstembureaus
extra zitting houden, alsmede op welke plaats.
Artikel M 4
1. Aan het eind van elke zitting wordt de
sleuf van de stembus onmiddellijk in tegenwoordigheid van de in het
stemlokaal aanwezige kiezers afgesloten, waarna de stembus verzegeld
wordt en de sleutel waarmee de stembus is afgesloten, in een te
verzegelen enveloppe wordt gedaan.
2. Vervolgens stelt het stembureau vast:
a. het aantal door het briefstembureau op de zitting verwerkte
retourenveloppen;
b. het aantal ingevolge artikel M 11 van de Kieswet terzijde
gelegde retourenveloppen.
3. De aantallen, bedoeld in het tweede lid, worden door de
voorzitter aan de aanwezige kiezers bekend gemaakt.
4. Daarna worden in afzonderlijke, te verzegelen, pakken gedaan:
a. de verzoekschriften, bedoeld in artikel M 4, vierde lid, van de
Kieswet, waarvan de handtekening is vergeleken met die op het
briefstembewijs, tezamen met een gewaarmerkte verklaring van het
stembureau betreffende het aantal gestelde parafen;
b. de ingeleverde briefstembewijzen;
c. de ingevolge artikel M 11 van de Kieswet terzijde gelegde
retourenveloppen;
Artikel M 5
1. Van elke zitting wordt proces-verbaal opgemaakt.
2. Artikel N 10, eerste lid, laatste volzin, tweede en derde lid,
van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel M 6
1. Onmiddellijk na de ondertekening van het proces-verbaal,
wordt dit tezamen met de stembus, de verzegelde pakken, de verzegelde
enveloppe en de verzoekschriften waarvan de handtekening nog niet
vergeleken is, door de voorzitter van het stembureau of een door hem
aan te wijzen ander lid bij de burgemeester van 's-Gravenhage of een
door deze aan te wijzen ambtenaar in bewaring gegeven.
2. De burgemeester van 's-Gravenhage of een door deze aan te
wijzen ambtenaar stelt tijdig voor de aanvang van elke volgende extra
zitting de aan hem ingevolge het eerste lid overgedragen
verzoekschriften waarvan de handtekening nog niet vergeleken is, ter
beschikking aan de voorzitter van het briefstembureau.
3. Voor elke extra zitting wordt een andere stembus gebruikt.
Artikel M 7
1. De burgemeester van 's-Gravenhage of een door deze aan te
wijzen ambtenaar stelt tijdig voor de aanvang van de stemopneming
bedoeld in artikel N 16a, eerste lid, van de Kieswet de aan hem
ingevolge artikel M 6, eerste lid, overgedragen stembussen, verzegelde
enveloppen en verzoekschriften waarvan de handtekening nog niet
vergeleken is, ter beschikking aan de voorzitter van het
briefstembureau.
2. Tijdig voor de aanvang van de stemopneming opent het
stembureau de verzegelde enveloppen, waarna het vervolgens de stembussen
opent.
Hoofdstuk N. De stemopneming door het stembureau
§ 1 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel N 1 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel N 2 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel N 3 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel N 4 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel N 5 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel N 6 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel N 7 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel N 8 [Vervallen per 06-02-2008]
§ 2. Regeling van de schorsing en
hervatting van de stemopneming.
Artikel N 9
Indien met toepassing van artikel N 16a van de Kieswet de
briefstembureaus te 's-Gravenhage op de dag van stemming aanvangen met
de stemopneming, gelden ten aanzien van de schorsing en hervatting
hiervan de artikelen N 10 tot en met N 13.
Artikel N 10
1. Nadat de stemmen zijn opgenomen en aan artikel N 9, tweede
lid, van de Kieswet toepassing is gegeven, schorst de voorzitter van
het briefstembureau de stemopneming. Van de geschorste stemopneming
wordt proces-verbaal opgemaakt.
2. Artikel N 10, eerste lid, laatste volzin, tweede en derde lid
van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel N 11
Onmiddellijk na de ondertekening van het proces-verbaal, wordt dit
tezamen met de verzegelde pakken met stembiljetten door de voorzitter
van het stembureau of een door hem aan te wijzen ander lid bij de
burgemeester of een door deze aan te wijzen ambtenaar in bewaring
gegeven.
Artikel N 12
Zodra de handelingen, bedoeld in de artikelen M 10 en M 11 van de
Kieswet, ten aanzien van alle tijdig binnengekomen retourenveloppen zijn
beëindigd, stelt de burgemeester de hem ingevolge artikel M 6
overhandigde verzegelde pakken en processen-verbaal van de extra
zittingen en het hem ingevolge artikel N 11 overhandigde proces-verbaal
van de stemopneming en de verzegelde pakken met stembiljetten ter
beschikking van het stembureau.
Artikel N 13
1. Bij de hervatting van de stemopneming
overeenkomstig hoofdstuk N van de Kieswet vindt de vaststelling, bedoeld
in artikel N 15 van de Kieswet, mede plaats aan de hand van de
processen-verbaal van de extra zittingen van de briefstembureaus en
vindt de vaststelling, bedoeld in artikel N 6 van de Kieswet, mede
plaats aan de hand van het proces-verbaal van de stemopneming, bedoeld
in artikel N 16a, eerste lid, van de Kieswet.
2. Van de hervatting van de stemopneming wordt proces-verbaal
opgemaakt.
3. Bij ministeriële regeling
wordt voor het proces-verbaal van de hervatting van de stemopneming een
model vastgesteld.
Hoofdstuk P. De vaststelling van de verkiezingsuitslag door het
centraal stembureau
Artikel P 1
De bekendmaking, bedoeld in artikel P 20, tweede lid, van de Kieswet,
geschiedt, indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede
Kamer, in de Nederlandse Staatscourant en, indien het betreft de
verkiezing van de leden van provinciale staten of de gemeenteraad, op de
in de provincie, onderscheidenlijk de gemeente, gebruikelijke wijze.
Artikel P 2
Indien het centraal stembureau ingevolge het bepaalde in artikel P
21, tweede lid, van de Kieswet verzegelde pakken heeft geopend, worden
deze pakken na gebruik wederom verzegeld.
Afdeling III. De verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal
Hoofdstuk R. De inlevering van de kandidatenlijsten
Artikel R 1
De formulieren voor de kandidatenlijsten, bedoeld in artikel R 1,
derde lid, van de Kieswet, en voor de verklaringen, bedoeld in de
artikelen R 2, eerste lid, R 7, vierde lid, en R 8, vierde lid, van de
Kieswet, zijn gedurende drie weken vóór en op de dag van de
kandidaatstelling verkrijgbaar bij het centraal stembureau.
Artikel R 2
1. Een kandidaat wordt op de
kandidatenlijst vermeld met naam, voorletters, geboortedatum en
woonplaats. Achter de voorletters kan tussen haakjes de roepnaam van de
kandidaat worden vermeld. Tevens kan het adres van de kandidaat worden
vermeld.
2. Nadere aanduidingen van de naam, mits op de gebruikelijke
wijze afgekort, mogen aan de naam worden toegevoegd.
3. Een persoon die gehuwd is of gehuwd is geweest, dan wel wiens
partnerschap geregistreerd is of geregistreerd is geweest, wordt op de
lijst vermeld hetzij met de eigen geslachtsnaam, hetzij, voor zover hij
daartoe op grond van artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek dan
wel artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES bevoegd is, met
de geslachtsnaam van de echtgenoot of geregistreerde partner, dan wel
met de eigen geslachtsnaam door middel van een liggend streepje gevolgd
door of voorafgegaan door de geslachtsnaam van de echtgenoot of
geregistreerde partner.
Achter de voorletters of, indien vermeld,
de roepnaam, mag ter aanduiding van het geslacht van de kandidaat de
toevoeging «(m)» of «(v)» worden geplaatst.
Afdeling IV. De verkiezing van de leden van het Europese Parlement
Hoofdstuk Y. De verkiezing van de leden van het Europese Parlement
Artikel Y 1
Ten aanzien van de verkiezing van de leden van het Europese Parlement
zijn, voor zover deze afdeling niet anders bepaalt, de bij afdeling II
van dit besluit gestelde bepalingen inzake de verkiezing van de leden
van de Tweede Kamer van overeenkomstige toepassing.
Artikel Y 1a
De formulieren voor het verzoek, bedoeld in artikel Y 32, eerste lid,
van de Kieswet, zijn ten minste 6 weken voor de dag en op de dag van
kandidaatstelling verkrijgbaar ter secretarie van elke gemeente.
Artikel Y 2
De formulieren voor de kandidatenlijsten en de verklaringen, bedoeld
in artikel H 1, zijn gedurende drie weken vóór en op de dag van de
kandidaatstelling mede verkrijgbaar bij het centraal stembureau voor de
verkiezing van de leden van het Europese Parlement.
Artikel Y 3
1. De formulieren voor de
schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel Y 13, eerste lid, van de
Kieswet, zijn gedurende drie weken vóór en op de dag van de
kandidaatstelling verkrijgbaar bij het centraal stembureau voor de
verkiezing van de leden van het Europese Parlement.
2. Indien de kandidaat zich buiten het
Europese deel van Nederland bevindt, is de verklaring niet aan enig
formulier gebonden en kan zij ook elektronisch geschieden.
Artikel Y 4
Het tijdstip en de plaats van de zitting, bedoeld in artikel I 4 van
de Kieswet, worden tijdig door de voorzitter van het centraal stembureau
voor de verkiezing van de leden van het Europese Parlement in de Nederlandse
Staatscourant bekendgemaakt.
Artikel Y 5
De formulieren voor de verklaring, bedoeld in artikel Y 19, eerste
lid, van de Kieswet, zijn gedurende drie weken vóór en op de dag van
de kandidaatstelling mede verkrijgbaar bij het centraal stembureau voor
de verkiezing van de leden van het Europese Parlement.
Artikel Y 6 [Vervallen per 06-02-2008]
Artikel Y 7
Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze
en het tijdstip waarop de mededeling, bedoeld in artikel Y 32, achtste
lid, van de Kieswet, dient te geschieden.
Afdeling IVa. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der
Staten-Generaal, van de eilandsraden, van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal en van het Europees Parlement in Bonaire, Sint Eustatius
en Saba
Hoofdstuk Ya. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der
Staten-Generaal, van de eilandsraden, van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal en van het Europees Parlement in Bonaire, Sint Eustatius
en Saba
Artikel Ya 1
De waarborgsom, bedoeld in artikel Ya 15 juncto het tweede lid van
artikel G 3 van de Kieswet, dient te worden overgemaakt op de daartoe
bestemde rekening van het openbaar lichaam, bij een financiële
onderneming die ingevolge de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES
in de openbare lichamen het bedrijf van kredietinstelling mag
uitoefenen, onder vermelding van de woorden «waarborgsom
registratie».
Artikel Ya 2
Indien het betreft de verkiezing van de leden van de eilandsraden,
mogen aanduidingen op de kandidatenlijst in het Engels of in het
Papiaments worden vermeld.
Artikel Ya 3
De waarborgsom, bedoeld in artikel Ya 17 juncto artikel H 14 van de
Kieswet, dient uiterlijk op de veertiende dag voor de kandidaatstelling
te zijn ontvangen op de daartoe bestemde rekening van het openbaar
lichaam, bij een financiële onderneming die ingevolge de Wet toezicht
bank- en kredietwezen 1994 BES in de openbare lichamen het bedrijf van
kredietinstelling mag uitoefenen, onder vermelding van de woorden
«waarborgsom kandidaatstelling».
Artikel Ya 4
1. Afschriften van de processen-verbaal
van de in de artikelen I 1 en I 4 van de Kieswet bedoelde zittingen,
bedoeld in artikel I 1, eerste lid, worden, indien het betreft de
verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, tevens ter inzage gelegd op
het bestuurskantoor in Sint Eustatius en Saba. De voorzitter van het
hoofdstembureau van kieskring 20 (Bonaire) draagt er zorg voor dat de
processen-verbaal daartoe langs elektronische weg ter kennis worden
gebracht van de gezaghebbers van Sint Eustatius en Saba.
2. Een afschrift van het proces-verbaal van de in artikel I 12
van de Kieswet bedoelde zitting, bedoeld in artikel I 1, tweede lid,
wordt, indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede
Kamer, tevens ter inzage gelegd op het bestuurskantoor in Bonaire, Sint
Eustatius en Saba. De voorzitter van het centraal stembureau draagt er
zorg voor dat het proces-verbaal daartoe langs elektronische weg ter
kennis wordt gebracht van de gezaghebbers van Bonaire, Sint Eustatius en
Saba.
3. Afschriften van de processen-verbaal van de in de artikelen I
1, I 4 en I 12 van de Kieswet bedoelde zittingen, bedoeld in artikel I 1
in samenhang met artikel Y 1, worden, indien het betreft de verkiezing
van de leden van het Europees Parlement, tevens ter inzage gelegd op het
bestuurskantoor in Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De voorzitter van
het centraal stembureau draagt er zorg voor dat de processen-verbaal
daartoe langs elektronische weg ter kennis worden gebracht van de
gezaghebbers van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel Ya 5
Indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer,
geschiedt de kennisgeving als bedoeld in artikel I 2, eerste lid, tevens
in één of meer dag- of nieuwsbladen die verspreid worden in Sint
Eustatius en Saba.
Artikel Ya 6
Artikel Y 1a is niet van toepassing.
Afdeling V. Slot- en overgangsbepalingen
Hoofdstuk Z. Slot- en overgangsbepalingen
Artikel Z 1
Het Kiesbesluit (Stb. 1951, 441) wordt ingetrokken.
Artikel Z 2
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel Z 3
Dit besluit kan worden aangehaald als Kiesbesluit.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
's-Gravenhage, 19 oktober 1989
BEATRIX
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
D.IJ.W. de Graaff-Nauta
Uitgegeven de zesentwintigste oktober 1989
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
|
|
|