BESLUIT van 23 december 2004, houdende uitvoering van
artikel 6, eerste lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen (Besluit
kwaliteitseisen ziekenhuisbloedbanken)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van
29 oktober 2004, kenmerk GMT/MT 2517358;
Gelet op artikel 6 van Richtlijn 2002/98/EG van
het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 tot vaststelling
van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het inzamelen, testen,
bewerken, opslaan en distribueren van bloed en bloedbestanddelen van
menselijke oorsprong en tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG van de
Raad (PbEU L 33) en op artikel 6, eerste lid, van de
Kwaliteitswet zorginstellingen;
De Raad van State gehoord (advies van 18
november 2004, nummer W13.04.0525/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 december 2004, GMT/MT 2541282;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1. Dit besluit heeft betrekking op de uitvoering van de
artikelen 3 en 4 van de Kwaliteitswet zorginstellingen in
instellingen, behorende tot de categorie van ziekenhuizen.
2. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt
verstaan onder:
a. ziekenhuisbloedbank: een ziekenhuisafdeling die bloed en
bloedbestanddelen, alleen bestemd voor gebruik in ziekenhuizen, onder
meer voor transfusieactiviteiten in een ziekenhuis, opslaat en
distribueert, en daar compatibiliteitstests op mag uitvoeren;
b. bloed: volbloed dat bij een donor is afgenomen en behandeld is
met het oog op transfusie of verdere verwerking;
c. bloedbestanddeel: een therapeutisch bestanddeel van bloed, te
weten rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes, plasma, dat
door middel van verschillende methoden kan worden bereid;
d. ernstig ongewenst voorval: een ongewenst voorval in verband met
het inzamelen, testen, bewerken, opslaan en distribueren van bloed en
bloedbestanddelen dat voor een patiënt overlijden, levensgevaar,
invaliditeit of arbeidsongeschiktheid tot gevolg kan hebben, dan wel
leidt tot opname in een ziekenhuis of de duur van de ziekte verlengt;
e. ernstige ongewenste bijwerking: een onbedoelde reactie bij de
donor of de patiënt in verband met het inzamelen of de transfusie van
bloed of bloedbestanddelen, die dodelijk is, levensgevaar oplevert,
invaliditeit of arbeidsongeschiktheid veroorzaakt, dan wel leidt tot
opname in een ziekenhuis of de duur van de ziekte verlengt;
f. vrijgave van een bloedbestanddeel: een proces dat ertoe leidt
dat de quarantainestatus van een bloedbestanddeel wordt opgeheven door
middel van het gebruik van systemen en procedures waarmee gewaarborgd
wordt dat het eindproduct voldoet aan de specificaties voor vrijgave;
g. uitsluiting: permanente of tijdelijke opschorting van iemands
geschiktheid voor het doneren van bloed of bloedbestanddelen;
h. distributie: het leveren van bloed en bloedbestanddelen aan
andere ziekenhuisbloedbanken en producenten van uit bloed en plasma
verkregen producten. Het uitgeven van bloed of bloedbestanddelen voor
transfusie valt hier niet onder;
i. autologe transfusie: een transfusie waarbij de donor tevens de
ontvanger is en waarbij eerder afgegeven bloed en bloedbestanddelen
worden gebruikt.
3. Dit besluit is niet van toepassing op bloedstamcellen.
Artikel 2
Het personeel van een ziekenhuisbloedbank dat rechtstreeks betrokken
is bij het opslaan, testen en distribueren van bloed en
bloedbestanddelen van menselijke oorsprong, beschikt over de nodige
kwalificaties om die taken uit te voeren en krijgt tijdig een geschikte
opleiding en regelmatige bijscholing.
Artikel 3
De zorgaanbieder voert voor de ziekenhuisbloedbank een
kwaliteitszorgsysteem in en past dit toe op basis van de beginselen van
goede praktijken.
Artikel 4
De zorgaanbieder houdt voor de ziekenhuisbloedbank documentatie bij
over operationele procedures, richtsnoeren, handboeken en handleidingen,
alsmede rapportageformulieren.
Artikel 5
1. Teneinde bloed en bloedbestanddelen die worden opgeslagen,
getest of gedistribueerd, van de donor tot de ontvanger en omgekeerd
te kunnen traceren, past de zorgaanbieder in de ziekenhuisbloedbank
een systeem toe voor het identificeren van iedere bloeddonatie en
iedere afzonderlijke bloedeenheid en de bestanddelen daarvan. Het
systeem moet elke unieke donatie en elk uniek type bloedbestanddeel
ondubbelzinnig identificeren. Het systeem wordt tot stand gebracht
overeenkomstig de voorschriften, bedoeld in artikel 29, onder a, van
Richtlijn 2002/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27
januari 2003 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen
voor het inzamelen, testen, bewerken, opslaan en distribueren van
bloed en bloedbestanddelen van menselijke oorsprong en tot wijziging
van Richtlijn 2001/83/EG van de Raad (PbEU L 33).
2. Ten aanzien van bloed en bloedbestanddelen die uit derde
landen zijn ingevoerd, past de zorgaanbieder in de ziekenhuisbloedbank
een donoridentificatiesysteem toe dat een gelijke mate van
traceerbaarheid mogelijk maakt.
3. Het systeem dat de zorgaanbieder gebruikt voor het etiketteren
van bloed en bloedbestanddelen die in het kader van de
ziekenhuisbloedbank worden opgeslagen of gedistribueerd, voldoet aan het
in het eerste lid bedoelde identificatiesysteem en de in de bijlage bij
dit besluit opgenomen etiketteringsvoorschriften.
4. Gegevens die noodzakelijk zijn voor volledige traceerbaarheid
overeenkomstig dit artikel, worden ten minste 30 jaar bewaard.
Artikel 6
1. De zorgaanbieder meldt aan de met het toezicht op de
naleving van de Kwaliteitswet zorginstellingen belaste ambtenaar en
aan de Bloedvoorzieningsorganisatie, bedoeld in de Wet inzake
bloedvoorziening, ernstige ongewenste voorvallen in verband met het
opslaan, testen en distribueren van bloed en bloedbestanddelen die de
kwaliteit en de veiligheid ervan kunnen beïnvloeden, alsook ernstige
ongewenste bijwerkingen die tijdens of na een transfusie worden
geconstateerd en die kunnen worden toegeschreven aan de kwaliteit en
de veiligheid van het bloed en de bloedbestanddelen.
2. De zorgaanbieder beschikt over een nauwkeurige, snelle en
verifieerbare procedure om bloed en bloedbestanddelen die met een
melding als bedoeld in het eerste lid in verband worden gebracht, aan de
distributie te onttrekken.
Artikel 7
De zorgaanbieder voldoet bij de volgende handelingen aan de
voorschriften, bedoeld in het daarachter vermelde onderdeel van artikel
29 van de in artikel 5, eerste lid, genoemde richtlijn:
– opslag, vervoer en distributie van bloed en
bloedbestanddelen: onderdeel e;
– autologe transfusie: onderdeel g;
– melding van ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen:
onderdeel i.
Artikel 8
De zorgaanbieder zorgt ervoor dat de in het kader van dit besluit
verzamelde gegevens die door derden kunnen worden geraadpleegd, met
inbegrip van genetische informatie, geanonimiseerd zijn zodat de donor
niet meer te identificeren is. Daartoe:
– treft hij maatregelen met het oog op de gegevensbeveiliging
en schept garanties tegen ongeoorloofde toevoeging, schrapping of
wijziging in bestanden van donoren of uitsluitingen, alsmede tegen
overdracht van informatie;
– legt hij procedures vast om discrepanties tussen gegevens op
te heffen;
– voorkomt hij ongeoorloofde bekendmaking van dergelijke
informatie, waarbij de donaties echter wel traceerbaar moeten
blijven.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van 8 februari 2005.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kwaliteitseisen
ziekenhuisbloedbanken.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende bijlage en nota van toelichting in het Staatsblad
zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 23 december 2004
BEATRIX
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de zevenentwintigste januari 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner