| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Landbouwkwaliteitswet
(LKW)
LANDBOUWKWALITEITSBESLUIT
2007
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 19 september 2007, houdende regels inzake
de kwaliteit van landbouwproducten (Landbouwkwaliteitsbesluit 2007)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
van 1 juni 2007, Directie Juridische Zaken, nr. TRCJZ/2007/1788;
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de
Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1991 inzake de
biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op
landbouwproducten en levensmiddelen (PbEG L 198), Verordening
(EEG) nr. 1906/90 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni
1990 tot vaststelling van handelsnormen voor vlees van pluimvee (PbEG
L 173), Verordening (EEG) nr. 1538/91 van de Commissie van 5 juni 1991
houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1906/90 van de
Raad tot vaststelling van handelsnormen voor vlees van pluimvee (PbEG
L 143), Verordening (EG) nr. 1028/2006 van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 19 juni 2006 betreffende bepaalde handelsnormen
voor eieren (PbEU L 186), Verordening (EG) nr. 557/2007 van
de Commissie van 23 mei 2007 tot vaststelling van de bepalingen ter
uitvoering van Verordening (EG) nr. 1028/2006 van de Raad betreffende
bepaalde handelsnormen voor eieren (PbEU L 132), Verordening
(EEG) nr. 2200/96 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28
oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de
sector groenten en fruit (PbEG L 297), Verordening (EG) nr.
1666/1999 van de Commissie van 28 juli 1999 houdende
toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad
betreffende de minimumkenmerken voor het in de handel brengen van
bepaalde krenten- en rozijnenvariëteiten (PbEG L 197), Verordening
(EEG) nr. 404/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13
februari 1993 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de
sector bananen (PbEG L 47), Verordening (EG) nr. 2257/1994 van de
Commissie van 16 september 1994 tot vaststelling van kwaliteitsnormen
voor bananen (PbEG L 245), Verordening (EG) 2898/95 van de
Commissie van 15 december 1995 houdende voorschriften inzake de controle
op de naleving van de kwaliteitsnormen in de sector bananen (PbEG
L 304) , Verordening (EG) 1148/2001 van de Commissie van 12 juni 2001
betreffende de handelsnormcontroles voor verse groenten en fruit (PbEG
L 156), Verordening (EG) nr. 509/2006 van de Raad van de Europese Unie
van 20 maart 2006 inzake gegarandeerde traditionele specialiteiten voor
landbouwproducten en levensmiddelen (PbEU L 93), Verordening (EG)
nr. 510/2006 van de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2006 inzake
de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van
landbouwproducten en levensmiddelen (PbEU L 93), Verordening (EG)
nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie-
en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van
rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG)
nr. 820/97 van de Raad (PbEG L 204), Richtlijn nr. 1998/56/EG van
de Raad van de Europese Unie van 20 juli 1998 betreffende het in de
handel brengen van teeltmateriaal van siergewassen (PbEG L 226)
en Richtlijn nr. 1992/52/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen
van 18 juni 1992 inzake volledige zuigelingenvoeding en
opvolgzuigelingenvoeding die voor de uitvoer naar derde landen is
bestemd (PbEG L 179);
Gelet op de artikelen 2, 3, 4, 7 en 8 van de
Landbouwkwaliteitswet;
De Raad van State gehoord (advies van 3
augustus 2007, nr. W11.07.0161/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 14 september 2007, nr. TRCJZ/2007/2718;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1.In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. wet: Landbouwkwaliteitswet;
b. in de handel brengen: bedrijfsmatig ter beschikking of in
voorraad houden, uitstallen of te koop aanbieden, verkopen,
bezitten met het oog op de verkoop, alsmede tegen of zonder
vergoeding aan derden beschikbaar stellen, leveren of overdragen;
c. verordening (EG) 834/2007: verordening (EG) nr. 834/2007 van
de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de
etikettering van biologische producten en tot intrekking van
Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PbEU L 189);
d. verordening (EG) 2257/94: verordening (EG) nr. 2257/94 van
de Commissie van 16 september 1994 tot vaststelling van
kwaliteitsnormen voor bananen (PbEG L 245);
e. verordening (EG) 2898/95: verordening (EG) nr. 2898/95 van
de Commissie van 15 december 1995 houdende voorschriften inzake de
controle op de naleving van de kwaliteitsnormen in de sector
bananen (PbEG L 304);
f. verordening (EG) 1666/99: verordening (EG) nr. 1666/1999 van
de Commissie van 28 juli 1999 houdende toepassingsbepalingen van
Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad betreffende de
minimumkenmerken voor het in de handel brengen van bepaalde
krenten- en rozijnenvariëteiten (PbEG L 197);
g. verordening (EG) 1760/2000: verordening (EG) nr. 1760/2000
van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 17 juli 2000 tot vaststelling van een
identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de
etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking
van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad (PbEG L 204);
h. verordening (EG) 1580/2007: verordening (EG) nr. 1580/2007
van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van
bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr.
2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de
sector groenten en fruit (PbEU L 350);
i. verordening (EG) 509/2006: verordening (EG) nr. 509/2006 van
de Raad van 20 maart 2006 inzake gegarandeerde traditionele
specialiteiten voor landbouwproducten en levensmiddelen (PbEU L
93);
j. verordening (EG) 510/2006: verordening (EG) nr. 510/2006 van
de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische
aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en
levensmiddelen (PbEU L 93);
k. verordening (EG) 1234/2007: verordening (EG) nr. 1234/2007
van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke
ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een
aantal landbouwproducten (PbEU L 299);
l. verordening (EG) 543/2008: verordening (EG) nr. 543/2008 van
de Commissie van 16 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen voor
Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de
handelsnormen voor vlees van pluimvee (PbEU L 157);
m. verordening (EG) 566/2008: verordening (EG) nr. 566/2008 van
de Commissie van 18 juni 2008 tot vaststelling van de
uitvoeringsbesluiten voor Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de
Raad betreffende de afzet van vlees van runderen die niet ouder
zijn dan twaalf maanden (PbEU L 160);
n. verordening (EG) 589/2008: verordening (EG) nr. 589/2008 van
de Commissie van 23 juni 2008 tot vaststelling van bepalingen ter
uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat
betreft de handelsnormen voor eieren (PbEU L 163);
o. richtlijn 92/52/EEG: richtlijn nr. 1992/52/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 inzake volledige
zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding die voor de uitvoer
naar derde landen is bestemd (PbEG L 179);
p. richtlijn 98/56/EG: richtlijn nr. 1998/56/EG van de Raad van
de Europese Unie van 20 juli 1998 betreffende het in de handel
brengen van teeltmateriaal van siergewassen (PbEG L 226);
q. biologische productiemethode: voortbrenging van plantaardige
en dierlijke producten en houden van dieren overeenkomstig de bij
of krachtens verordening (EG) 834/2007 gestelde voorschriften;
r. teeltmateriaal van bloembollen: teeltmateriaal als bedoeld
in artikel 2, eerste lid, van richtlijn 98/56/EG, van bloembollen;
s. eieren: eieren als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onderdeel s, van verordening (EG) 1234/2007;
t. groenten en fruit: groenten en fruit als bedoeld in artikel
1, eerste lid, onderdeel i, van verordening (EG) 1234/2007;
u. bananen: bananen als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onderdeel k, van verordening (EG) 1234/2007;
v. krenten en rozijnen: krenten en rozijnen als bedoeld in de
bijlage, onder 1, van verordening (EG) 1666/99;
w. vlees van pluimvee: vlees van pluimvee als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel t, van verordening (EG) 1234/2007
x. rundvlees: rundvlees als bedoeld in artikel 12 van
verordening (EG) 1760/2000;
y. geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en
gegarandeerde traditionele specialiteiten: geografische
aanduidingen, oorsprongsbenamingen en gegarandeerde traditionele
specialiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van
verordening (EG) 510/2006 en in artikel 2, eerste lid, van
verordening (EG) 509/2006;
z. volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding:
volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding als
bedoeld in artikel 1 van richtlijn 92/52/EEG;
aa. derde landen: gebied dat geen deel uitmaakt van het
grondgebied van de Europese Unie of een gebied waarop de
Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte niet van
toepassing is;
bb. Stichting KCB: Stichting Kwaliteits-Controle-Bureau te ’s-Gravenhage;
cc. Stichting Skal: Stichting Skal te Zwolle;
dd. Stichting CPE: Stichting Controlebureau voor Pluimvee,
Eieren en Eiproducten te Barneveld;
ee. Stichting COKZ: Stichting Controleorgaan voor
Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel te Leusden;
ff. Stichting BKD: Stichting Bloembollenkeuringsdienst te Lisse.
2.Dit besluit is niet van toepassing op goederen die zijn
aangebracht en aangegeven of op regelmatige wijze zijn aangebracht
onder geleide van een document voor communautair douanevervoer en die
nog niet zijn vrijgegeven voor een van de douaneregelingen als bedoeld
in artikel 4, onder 16, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling
van het communautair douanewetboek (PbEG L 302).
Artikel 2
Bij het in de handel brengen of etiketteren van of reclame maken voor
producten wordt slechts verwezen naar de biologische productiemethode en
wordt het logo, bedoeld in artikel 25 van verordening (EG) 834/2007,
slechts gebruikt indien is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens
verordening (EG) 834/2007 en bij of krachtens dit besluit gestelde
regels.
Artikel 3
Eieren worden slechts in de handel gebracht indien voldaan is aan
artikel 116 en Bijlage XIV A, punten II, III en IV van verordening (EG)
1234/2007 en de artikelen 2, 4, 5 tot en met 23 en 29 van verordening
(EG) 589/2008.
Artikel 4
1.Groenten en fruit worden slechts in de handel gebracht indien
voldaan is artikel 113 bis en aan de krachtens artikel 113, eerste
lid, onderdeel b, van verordening (EG) 1234/2007 vastgestelde
voorschriften en de bij of krachtens dit besluit gestelde regels.
2.Bananen worden slechts in de handel gebracht indien voldaan is
aan de krachtens artikel 113, eerste lid onderdeel d en tweede lid,
van verordening (EG) 1234/2007 vastgestelde voorschriften en bij of
krachtens dit besluit gestelde regels.
3.Krenten en rozijnen worden slechts in de handel gebracht indien
voldaan is aan artikel 1 van verordening (EG) 1666/99 en bij of
krachtens dit besluit gestelde regels.
Artikel 5
Vlees van pluimvee wordt slechts in de handel gebracht indien voldaan
is aan artikel 116 en Bijlage XIV B, punten II, III en IV van
verordening (EG) 1234/2007 en de artikelen 3 tot en met 20 van
verordening (EG) 543/2008 en de bij of krachtens dit besluit gestelde
regels.
Artikel 6
De bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen,
alsmede de bescherming als gegarandeerde traditionele specialiteit van
landbouwproducten en levensmiddelen geschiedt overeenkomstig de
bepalingen van verordening (EG) 509/2006 en verordening (EG) 510/2006 en
bij of krachtens dit besluit gestelde regels.
Artikel 7
Handelaren en organisaties als bedoeld in artikel 12 van verordening
(EG) 1760/2000 die rundvlees etiketteren als bedoeld in artikel 11,
tweede onderdeel, voldoen aan titel II, deel II van deze verordening en
bij of krachtens dit besluit gestelde regels.
Artikel 7a
1.Marktdeelnemers als bedoeld in Bijlage XI bis punt IV, onderdeel
1 van verordening (EG) 1234/2007 voldoen aan artikel 113 ter en
Bijlage XI bis, punten II, III, IV, VI en VIII van verordening (EG)
1234/2007 en de artikelen 3, 4 en 5 van verordening (EG) 566/2008.
2.Marktdeelnemers die vlees van runderen die niet ouder zijn dan
twaalf maanden in niet-voorverpakte vorm in de detailhandel aanbieden
aan de eindverbruiker vermelden bij de aanduiding van het vlees de
slachtleeftijd van de dieren overeenkomstig Bijlage XI bis, punt IV,
eerste lid, onderdeel a, van verordening (EG) 1234/2007 en bezigen de
verkoopbenaming overeenkomstig Bijlage XI bis, punt III, tweede lid,
van verordening (EG) 1234/2007.
Artikel 8
Volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding worden
slechts uit Nederland uitgevoerd naar derde landen indien voldaan is aan
artikel 3 van richtlijn 92/52/EEG en bij of krachtens dit besluit
gestelde regels.
Artikel 9
Teeltmateriaal van bloembollen wordt slechts in de handel gebracht
indien voldaan is aan de artikelen 3 tot en met 9 van richtlijn 98/56/EG
en bij of krachtens dit besluit gestelde regels.
Artikel 10
1. Onze Minister kan nadere regels stellen voor zover dat voor een
goede uitvoering van de onderwerpen van de in de artikelen 2 tot en
met 7a genoemde Europese verordeningen en voor de in artikelen 8 en 9
genoemde Europese richtlijnen noodzakelijk is.
2. De regels bedoeld in het eerste lid kunnen betrekking hebben op:
a. de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de
Landbouwkwaliteitswet bedoelde onderwerpen;
b. de erkenning of certificering van onder die regeling
vallende betrokkenen;
c. de wijze van keuring van producten;
d. het uitreiken, aanbrengen, vervaardigen, voorhanden en in
voorraad hebben, alsmede het afleveren en gebruiken van
bewijsstukken en merken;
e. de nadere aanduiding van het begrip bloembollen, bedoeld in
artikel 1, onder r.
3. Onze Minister kan vrijstelling en, op aanvraag, ontheffing
verlenen van het bepaalde bij of krachtens dit besluit voor zover het
belang van een goede uitvoering van de in het eerste lid bedoelde
Europese verordeningen en richtlijnen zich daartegen niet verzet.
4. De wijze van keuring van producten, bedoeld in het tweede lid,
onder c, heeft onder meer betrekking op de voorwaarden waaronder
betrokkenen door de controle-instellingen of door een controlerende
instantie erkend kunnen worden voor het verrichten van de bij
ministeriële regeling aan te duiden keuringsactiviteiten.
Artikel 11
De Stichting BKD is de instantie, bedoeld in de artikelen 12 en 13
van richtlijn 98/56/EG en belast met:
a. het toezicht op de naleving van bij of krachtens dit besluit
gestelde regels ten aanzien van teeltmateriaal van bloembollen;
b. de keuring van teeltmateriaal van bloembollen;
c. de uitvoering van de registratie, bedoeld in artikel 6 van
richtlijn 98/56/EG;
d. overige uitvoeringshandelingen die noodzakelijk zijn voor een
goede uitvoering van de in de aanhef bedoelde richtlijn.
Artikel 12
De Stichting COKZ is belast met:
a. het toezicht op de naleving van bij of krachtens dit besluit
gestelde regels ten aanzien vanvolledige zuigelingenvoeding en
opvolgzuigelingenvoeding die voor de uitvoer naar derdelanden zijn
bestemd;
b. overige uitvoeringshandelingen die noodzakelijk zijn voor een
goede uitvoering van richtlijn 92/52/EEG.
Artikel 13
De Stichting CPE is de instantie, bedoeld in artikel 15, tweede lid,
van verordening (EG) 543/2008 en artikel 24, eerste lid, van verordening
(EG) 589/2008 en belast met:
a. het toezicht op de naleving van bij of krachtens dit besluit
gestelde regels ten aanzien van eieren en ten aanzien van vlees van
pluimvee;
b. de uitvoering van de erkenning en het verstrekken van de code,
bedoeld in artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) 589/2008;
c. de uitvoering van de registratie van slachterijen die op grond
van artikel 11, eerste lid, van verordening (EG) 543/2008 het
houderijsysteem bij de etikettering van de producten vermelden als
bedoeld in artikel 12, eerste lid, van verordening (EG) 543/2008;
d. overige uitvoeringshandelingen die noodzakelijk zijn voor een
goede uitvoering van de in de aanhef bedoelde verordeningen.
Artikel 14
De Stichting KCB is de controle-instantie, bedoeld in artikel 8,
eerste lid, onderdeel b, van verordening (EG) 1580/2007, en belast met:
a. het toezicht op de naleving van bij of krachtens dit besluit
gestelde regels ten aanzien van groenten en fruit, bananen en
krenten en rozijnen;
b. het uitreiken van bewijsstukken, bedoeld in artikel 12 bis,
eerste lid, van verordening (EG) 1580/2007, indien is voldaan aan
artikel 113 bis, en de handelsnormen, gesteld krachtens artikel 113,
eerste lid, onderdeel b, van verordening (EG) 1234/2007;
c. de uitvoering van de registratie, bedoeld in artikel 7, tweede
lid, van verordening (EG) 2898/95;
d. overige uitvoeringshandelingen die noodzakelijk zijn voor een
goede uitvoering van de onder b en c bedoelde verordeningen.
Artikel 15
De Stichting Skal is de instantie, bedoeld in artikel 27, vierde lid,
onder a, van verordening (EG) 834/2007 en belast met:
a. het toezicht op de naleving van bij of krachtens dit besluit
gestelde regels ten aanzien de biologische productiemethoden en van
productiemethoden die bij ministeriële regeling daaraan
gelijkgesteld zijn;
b. uitvoering van de registratie, bedoeld in artikel 28 van
verordening (EG) 834/2007;
c. overige uitvoeringshandelingen die noodzakelijk zijn voor een
goede uitvoering van de in de aanhef bedoelde verordening.
Artikel 16
1. De instantie, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van verordening
(EG) 509/2006 en artikel 10, eerste lid, van verordening (EG)
510/2006, is:
a. de Stichting COKZ, voor zover het producten betreft die
reeds op grond vanartikel 12 onder haar bevoegdheid vallen, dan
wel die bij ministeriële regeling zijn aangewezen;
b. de Stichting CPE, voor zover het producten betreft die reeds
op grond vanartikel 13 onder haar bevoegdheid vallen, dan wel die
bij ministeriële regeling zijn aangewezen;
c. de Stichting KCB, voor zover het producten betreft die reeds
op grond vanartikel 14 onder haar bevoegdheid vallen, dan wel die
bij ministeriële regeling zijn aangewezen, of
d. Onze Minister, voor zover het producten betreft die naar hun
aard of ingevolge de voorschriften van de Raad, van het Europees
Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Europese Commissie niet
onder de bevoegdheid van de controle-instellingen, bedoeld in het
eerste lid, onderdelen a tot en met c, vallen.
2. De instantie, bedoeld in het eerste lid, is belast met:
a. het toezicht op de naleving van bij of krachtens dit besluit
gestelde regels ten aanzien van producten met een beschermde
geografische aanduiding of oorsprongsbenaming dan wel
gegarandeerde traditionele specialiteiten;
b. de keuring van producten met een beschermde geografische
aanduiding of oorsprongsbenaming, bedoeld in artikel 11 van
verordening (EG) 510/2006 dan wel gegarandeerde traditionele
specialiteiten, bedoeld in artikel 15 van verordening (EG)
509/2006 ten einde te waarborgen dat deze producten aan de eisen
van de desbetreffende productdossiers voldoen.
Artikel 17
Onze Minister is belast met:
a. de erkenning van de productspecificaties en de onafhankelijke
dienst, bedoeld in artikel 16 van verordening (EG) 1760/2000;
b. de controles, bedoeld in Bijlage XI bis, punt VII, van
verordening (EG) 1234/2007;
c. controles, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van verordening
(EG) 834/2007.
Artikel 18
Bij ministeriële regeling kan ter uitvoering van dit besluit
medewerking worden gevorderd van:
a. het bestuur van het Hoofdproductschap Akkerbouwproducten;
b. het bestuur van het Productschap voor Pluimvee en Eieren;
c. het bestuur van het Productschap voor Vee en Vlees;
d. het bestuur van het Productschap Tuinbouw; en
e. het bestuur van het Productschap Zuivel.
Artikel 19
1.De volgende besluiten worden ingetrokken:
a. Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode;
b. Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen en snijbloemen;
c. Landbouwkwaliteitsbesluit eieren;
d. Landbouwkwaliteitsbesluit etikettering rundvlees;
e. Landbouwkwaliteitsbesluit geografische aanduidingen en
oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen;
f. Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit;
g. Landbouwkwaliteitsbesluit onbewerkt hout;
h. Landbouwkwaliteitsbesluit pluimveevlees;
i. Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding.
2.Het Landbouwkwaliteitsbesluit zuivelproducten wordt ingetrokken
op een bij ministeriële regeling vast te stellen tijdstip.
Artikel 20
Dit besluit wordt aangehaald als: Landbouwkwaliteitsbesluit 2007.
Artikel 21
[Wijzigt het Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet]
Artikel 22
[Wijzigt het Besluit glastuinbouw, het Besluit verhandeling
teeltmateriaal, het Besluit aanwijzing Bloembollenkeuringsdienst en het
Lozingenbesluit open teelt en veehouderij]
Artikel 23
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen
daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 19 september 2007
BEATRIX
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
G. Verburg
Uitgegeven de zevenentwintigste september 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|