|
Het bestuur van
de Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel
(bij afkorting: COKZ);
Gelet op artikel 10, eerste lid, onderdeel e,
van de Landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371), de artikelen 7 en
17 van de Landbouwkwaliteitsregeling kaas 2006, alsmede artikel 36 van
de Statuten van genoemde Stichting;
Heeft op 29
december 2005 vastgesteld het navolgende reglement:
Artikel 1. Definities
In dit reglement worden, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, de
definities van het Landbouwkwaliteitsbesluit zuivelproducten en van de
Landbouwkwaliteitsregeling kaas 2006 overgenomen.
Verder wordt verstaan onder:
besluit: Landbouwkwaliteitsbesluit zuivelproducten;
regeling: Landbouwkwaliteitsregeling kaas 2006;
kaas: kaas welke is aangeduid of bestemd is om te worden aangeduid
als Goudse kaas, Edammer kaas, respectievelijk Commissie kaas;
COKZ: Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de
Zuivel;
aangeslotene: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich
heeft aangesloten bij het COKZ in het kader van artikel 12 van het
besluit;
bereider: de eerste dan wel de opvolgende bereider als bedoeld in dit
reglement;
eerste bereider: producent van kaas als bedoeld in dit reglement;
opvolgende bereider: de bereider die kaas ter rijping opslaat of een
handeling verricht als bedoeld in artikel 2 van de regeling;
afleveren: het leveren van kaas aan natuurlijke personen of bedrijven
die geen bereidingshandelingen als bedoeld in artikel 2 van de regeling
uitvoeren;
opslag: het ter rijping in opslag hebben van kaas
directeur: directeur van het COKZ;
bestuur: bestuur van het COKZ.
Artikel 2. Verplichtingen aangeslotene,
algemeen
1. De bereider is verplicht het COKZ in
kennis te stellen van alle feiten en omstandigheden die voor de
aansluiting van belang kunnen zijn. Hij stelt het COKZ in ieder geval
schriftelijk in kennis van wijzigingen in de rechtsvorm, tenaamstelling,
plaats van vestiging en locaties waar de bereidingshandelingen worden
uitgeoefend.
2. De bereider is verplicht het met de toezicht belaste
personeel, onderscheidenlijk het COKZ:
a. al die gegevens te verstrekken, die naar het oordeel van het
bedoelde personeel, onderscheidenlijk het COKZ, nodig zijn voor de
vervulling van zijn taak;
b. inzage te (doen) geven van die boeken en bescheiden, die naar
het oordeel van het bedoelde personeel, onderscheidenlijk het COKZ,
nodig zijn voor de vervulling van zijn taak;
c. te allen tijde toegang te (doen) verlenen tot zijn
bedrijfsruimten en terreinen en tot de plaatsen en vervoermiddelen
waar c.q. waarin voorraden grondstof en de kaas die tot het bedrijf
van de bereider behoort, is opgeslagen c.q. wordt vervoerd;
d. toe te staan monsters te nemen van de kaas, ongeacht waar deze
kaas zich bevindt;
en voorts:
e. zich voor wat betreft het al dan niet voldoen van de hiervoor
genoemde kaas aan of bij krachtens dit reglement gestelde eisen te
richten naar het oordeel van het met toezicht belaste personeel,
onderscheidenlijk het COKZ;
f. wanneer geen sprake is van regelmatige bereiding dan wel bij
onderbreking van de bereiding, tijdig mededeling te doen van de
tijdstippen van aanvang en beëindiging van deze onderbreking;
g. zich in geval van ernstige afwijkingen van de eisen, gesteld bij
of krachtens dit reglement te gedragen naar de aanwijzingen van het
door of namens het COKZ met toezicht belaste personeel;
h. al de eisen welke het COKZ ter uitvoering en/of verzekering van
de bij of krachtens dit reglement heeft gesteld nauwgezet na te leven.
Artikel 3. Toezicht
1. Het toezicht vindt plaats bij de
bereider als bedoeld in artikel 1. Een nader onderzoek, elders dan bij
de bereider, kan deel uitmaken van het toezicht.
2. Het toezicht heeft betrekking op de eisen, gesteld bij of
krachtens het besluit en de regeling.
3. Het toezicht omvat met name
a. een toetsing of het bereidingsproces en de kaas voldoen aan het
bij of krachtens dit reglement bepaalde;
b. de toetsing van de administratieve bescheiden, voorzover deze
betrekking hebben op bereidingsproces en de onder a bedoelde kaas;
4. Toezicht op de naleving van het gestelde bij of krachtens dit
reglement vindt plaats door middel van inspectie, administratieve
controle, monsterneming en onderzoek.
5. Het bestuur van het COKZ stelt hiervoor de desbetreffende
methoden vast. Deze methoden zijn bij het COKZ op te vragen.
Artikel 4. Frequentie toezicht
1. Het bestuur bepaalt de frequentie
waarmee het toezicht wordt uitgevoerd. Daarbij geldt het principe van
toezicht op controle. De betreffende aangeslotenen ontvangen de voor hen
van toepassing zijnde uitwerking van de eisen en de basisfrequenties van
toezicht.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de
directeur van het COKZ de frequentie verlagen indien de bereider een
kwaliteitssysteem bezit dat – ten genoege van het COKZ – voldoende
garanties geeft dat aan de eisen bij of krachtens dit reglement wordt
voldaan.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is, wanneer er
sprake is van ernstige en/of veelvuldige afwijkingen van de gestelde
eisen, de directeur van het COKZ gerechtigd tot het laten uitvoeren van
extra toezicht.
4. In de in het tweede en derde lid bedoelde gevallen wordt de
gewijzigde frequentie van toezicht schriftelijk vastgelegd en
medegedeeld aan de bereider.
Artikel 5. Het resultaat van het toezicht
Het resultaat van het toezicht wordt binnen vier weken na het bezoek
schriftelijk medegedeeld aan de aangeslotene.
In geval van resultaten van onderzoek geldt hiervoor een termijn van
ten hoogste drie weken.
Artikel 6. De gevolgen van het toezicht
Indien bij het toezicht blijkt dat de kaas niet voldoet aan de
gestelde eisen kan het COKZ, naast het verhogen van de frequentie van
toezicht als bedoeld in artikel 4, derde lid, er toe overgaan de
overtreding aanhangig te maken bij het algemeen tuchtgerecht van het
COKZ.
De bereider wordt hierover schriftelijk geďnformeerd.
Artikel 7. Administratieve voorschriften
1. De volgende gegevens van het
bereidingsproces en van elke bereide partij kaas, dienen afzonderlijk
traceerbaar te zijn:
a. de datum van bereiding;
b. relevante gegevens van het bereidingsproces waaronder de
herkomst van niet-Nederlandse zuivelgrondstoffen en resultaten van
onderzoek;
c. het partijnummer;
d. het soort kaas;
e. de hoeveelheid bereide kaas;
f. de datum van aflevering;
g. de afgeleverde hoeveelheid bereide kaas;
h. de namen en de adressen van de afnemers, dan wel, in geval van
opslag elders, het opslagadres c.q. de opslagadressen van de
afgeleverde kaas.
2. Door of namens het bestuur kunnen aanwijzingen worden gegeven
omtrent de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde administratie moet
worden gevoerd.
Artikel 8. Het indienen van een klacht tegen
de wijze van toezicht
1. De aangeslotene kan een klacht
indienen tegen de gedragingen van degene die het toezicht uitvoert of
tegen de wijze waarop het toezicht is uitgevoerd.
2. De klacht moet met redenen omkleed schriftelijk worden
ingediend en moet door het COKZ zijn ontvangen, uiterlijk zes weken na
de datum waarop het toezicht heeft plaatsgevonden.
3. De directeur beslist op de klacht binnen acht weken na
ontvangst van de klacht. Hij kan de beslissing voor ten hoogste vier
weken verdagen; van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.
Artikel 9. Het maken van bezwaar tegen de
wijze van monsterneming
1. De aangeslotene kan bezwaar maken
tegen
– de wijze waarop een monster door of namens het COKZ wordt
genomen;
– de keuze van een monster uit de aanwezige voorraad.
2. Het in het eerste lid bedoelde bezwaar moet onmiddellijk bij
de monsterneming aan degene, die het toezicht uitvoert dan wel het
monster heeft genomen, kenbaar worden gemaakt. Deze beslist of het
genomen monster wordt gehandhaafd.
3. De aangeslotene, die zijn bezwaren handhaaft, moet deze met
redenen omkleed schriftelijk bevestigen, op zodanige wijze dat de
bezwaren zijn ontvangen door het COKZ uiterlijk op de vierde werkdag,
volgend op die waarop het monster is genomen.
4. De directeur beslist of de bezwaren gegrond zijn. Indien hij
de bezwaren gegrond acht, doet hij het uitgevoerde toezicht genomen
monster vervallen. In alle overige gevallen blijft het monster
gehandhaafd. De aangeslotene ontvangt hiervan schriftelijk bericht.
Artikel 10. Het maken van bezwaar tegen het
resultaat van het toezicht of een monsteruitslag
1. Tegen het resultaat van het toezicht
of een door of namens het COKZ vastgestelde monsteruitslag staat bezwaar
open bij het bestuur van het COKZ. Zodanig bezwaar heeft geen schorsende
werking.
2. Het bezwaar moet met redenen omkleed schriftelijk worden
ingediend en moet door het COKZ zijn ontvangen, uiterlijk op de vierde
werkdag volgend op die, waarop de aangeslotene het desbetreffende
resultaat c.q. de uitslag heeft ontvangen.
3. Het bestuur beslist op het bezwaar binnen acht weken na
ontvangst van het bezwaarschrift. Het bestuur kan de beslissing voor ten
hoogste vier weken verdagen; van de verdaging wordt schriftelijk
mededeling gedaan.
Artikel 11. Het maken van bezwaar tegen het
uitvoeren van extra toezicht
1. Tegen het besluit van de directeur om
extra toezicht uit te voeren staat bezwaar open bij het bestuur van het
COKZ. Zodanig bezwaar heeft geen schorsende werking.
2. Het bezwaar moet met redenen omkleed schriftelijk worden
ingediend bij het bestuur en moet zijn ontvangen binnen zes weken nadat
de aangeslotene het besluit van het COKZ m.b.t. de aangepaste frequentie
heeft ontvangen.
3. Het bestuur besluit over het bezwaar binnen acht weken na
ontvangst van het bezwaarschrift. Het bestuur kan de beslissing voor ten
hoogste vier weken verdagen; van de verdaging ontvangt de aangeslotene
schriftelijk bericht.
4. Het besluit van het bestuur is bindend. Van het besluit van
het bestuur ontvangt de aangeslotene schriftelijk bericht.
Artikel 12
Dit reglement kan worden aangehaald als ‘Toezichtreglement
Landbouwkwaliteitsregeling kaas 2006’ en treedt in werking met ingang
van 1 januari 2006.
Het bestuur van de Stichting Centraal Orgaan voor
Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel.
|