| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Landbouwwet
REGELING
SUPERHEFFING 2008
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
REGELING van de Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit van 21 maart 2008, nr. TRCJZ/2008/798, houdende
vaststelling van de Regeling superheffing 2008
De Minister
van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op de artikelen 66 en 78 van Verordening
(EG) nr. 1234/2007 van de Raad van de Europese Unie van 22 oktober 2007
houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en
specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (PbEU
L299);
Voorts gelet op de artikelen 13, 19, 23, 27, en
28 van de Landbouwwet;
Besluit:
Paragraaf 1. Definities
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. productschap: Productschap Zuivel;
b. verordening 1234/2007: verordening
(EG) nr. 1234/2007 van de Raad van de Europese Unie van 22 oktober
2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten
en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (PbEU
L299);
c. commissieverordening: verordening
(EG) Nr. 595/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 houdende
vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr.
1788/2003 van de Raad tot vaststelling van een heffing in de sector
melk en zuivelproducten (PbEU L94);
d. melk, andere zuivelproducten,
producent, bedrijf, koper, levering, rechtstreekse verkoop,
vermarkting, nationaal quotum, individueel quotum, beschikbaar
quotum: hetgeen daaromtrent is bepaald in artikel 65 van verordening
1234/2007;
e. heffingsperiode: tijdvak van 12
maanden dat begint op 1 april van ieder kalenderjaar en eindigt op
31 maart van het volgende jaar.
Paragraaf 2. De heffingsgrondslag
Artikel 2
1.De producent die in een
heffingsperiode zijn beschikbaar quotum overschrijdt, is de op grond
van artikel 78, eerste lid, tweede alinea, van Verordening 1234/2007
geldende heffing verschuldigd.
2.De grondslag voor de berekening van
de heffing als bedoeld in het eerste lid is in geval van leveringen de
totale hoeveelheid geleverde melk en in geval van rechtstreekse
verkoop de totale hoeveelheid gebruikte of overgedragen melk. De
hoeveelheid melk, of het equivalent daarvan, wordt bepaald met
inachtneming van het bepaalde in de commissieverordening.
Paragraaf 3. Het quotum
Artikel 3
1.Van een natuurlijke of rechtspersoon
die over individuele quota beschikt en die gedurende een
heffingsperiode geen melk of andere zuivelproducten vermarkt, worden
de quota uiterlijk met ingang van 1 april van het daaropvolgende
kalenderjaar aan de nationale reserve toegevoegd overeenkomstig het
bepaalde in artikel 72, eerste lid, van de verordening 1234/2007.
2.Overeenkomstig het bepaalde in
artikel 72, tweede lid, van Verordening 1234/2007, wordt van een
producent die minder dan 70 procent van zijn individueel quotum op de
markt brengt, met ingang van 1 april van het daaropvolgende
kalenderjaar het ongebruikte quotum geheel aan de nationale reserve
toegevoegd.
3.Onder ongebruikt quotum, bedoeld in
het tweede lid, wordt verstaan het verschil tussen het individueel
quotum van de producent en hetgeen hij op de markt heeft gebracht in
de desbetreffende heffingsperiode. Met een eventuele verkleining van
het quotum in de betrokken heffingsperiode als gevolg van definitieve
overdracht aan een andere producent, wordt bij de toepassing van het
bepaalde in het tweede lid rekening gehouden.
Artikel 4
1.De op grond van artikel 3, eerste
lid, aan de reserve toegevoegde quota kunnen opnieuw door het
productschap aan de natuurlijke of rechtspersoon worden toegewezen
overeenkomstig het bepaalde in artikel 72, eerste lid, tweede alinea,
van verordening 1234/2007.
2.Het op grond van artikel 3, tweede
lid, aan de nationale reserve toegevoegde quotum kan opnieuw door het
productschap aan de producent worden toegewezen op voorwaarde dat hij
uiterlijk voor het einde van de tweede heffingsperiode nadat de quota
aan de nationale reserve zijn toegevoegd, de vermarkting hervat van
ten minste 70 procent van zijn individueel quotum, bedoeld in artikel
3, tweede lid.
Artikel 5
Het quotum dat de producent beschikbaar
heeft op 1 april 2011, wordt met ingang van die datum verhoogd met 1
procent.
Paragraaf 4. De overdracht van quotum
Artikel 6
1.Overeenkomstig het bepaalde in
artikel 73, eerste lid, van verordening 1234/2007 kan een producent in
de betrokken heffingsperiode een deel van zijn individueel quotum dat
hij niet voornemens is zelf te gebruiken, tijdelijk overdragen aan een
andere producent.
2.Voor de tijdelijke overdracht als
bedoeld in het eerste lid gelden de volgende voorwaarden:
a. een producent draagt minimaal
10.000 kg tijdelijk over;
b. een producent kan niet in een
heffingsperiode zowel quota tijdelijk overdragen als overgedragen
krijgen.
3.De tijdelijke overdracht van een
quotum wordt gemeld aan het productschap voor een door het
productschap te bepalen datum en volgens door het productschap te
stellen regels.
4.Een aanspraak op een quotum ontstaat
eerst na de registratie door het productschap.
Artikel 7
1.De overdracht van een individueel
quotum, niet zijnde een geheel bedrijf, geschiedt in samenhang met de
overdracht van de voor de melkproductie gebruikte grond als bedoeld in
artikel 74, eerste lid, van verordening 1234/2007, als overeengekomen
door betrokken partijen en met inachtneming van de hierna volgende
bepalingen.
2.Het over te dragen quotum bedraagt
niet meer dan 20.000 kg per hectare grond.
3.Het over te dragen quotum omvat
minimaal 20.000 kg. Dit minimum behoeft niet in acht te worden genomen
indien het totale quotum van de overdrager minder dan 20.000 kg
bedraagt en deze hoeveelheid in zijn geheel wordt overgedragen. Voorts
behoeft dit minimum niet in acht te worden genomen bij het eindigen,
beëindigen en ontbinden van een pachtovereenkomst, die is goedgekeurd
door de grondkamer vóór 1 april 1993.
4.De ingevolge het eerste lid met een
quotum over te dragen grond was gedurende een periode van één jaar
voorafgaande aan de overdracht daadwerkelijk voor de melkproductie op
het betrokken bedrijf in gebruik. Voorts dient de met een quotum over
te dragen grond gedurende een periode van één jaar na de overdracht
daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in
gebruik te blijven. In geval van beëindiging van een
pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder a, c en
d, dient de terug over te dragen grond gedurende een periode van één
jaar voorafgaande aan de beëindiging van een pachtovereenkomst
daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in
gebruik te zijn geweest.
5.Het vorige lid is niet van toepassing
ingeval van overdracht krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht.
6.Een producent kan, nadat met
betrekking tot enige heffingsperiode een overdracht van een quotum op
zijn naam is geregistreerd, niet met betrekking tot dezelfde
heffingsperiode als vervreemder een overdracht laten registreren.
Artikel 8
1.In afwijking van het bepaalde in
artikel 7, eerste lid, kan een overdracht van een individueel quotum,
niet zijnde een geheel bedrijf, plaatsvinden zonder overdracht van de
voor de melkproductie gebruikte grond, als partijen dit overeenkomen
en de verkrijger daarbij verklaart dat door deze overdracht van quotum
ingevolge artikel 75, eerste lid, onder f, van verordening 1234/2007,
de structuur van de melkproductie op het niveau van het bedrijf
verbetert of dat deze overdracht bijdraagt tot extensivering van de
productie.
2.Een producent kan met toepassing van
het eerste lid in een heffingsperiode ten hoogste 10% van zijn
individueel quotum, waarover hij bij de aanvang van die
heffingsperiode beschikt, overgedragen krijgen, dan wel zoveel meer
dat het quotum na overdracht ten hoogste 20.000 kg per hectare voor de
melkproductie op het betrokken bedrijf gebruikte grond bedraagt.
3.Artikel 7, derde lid, is van
overeenkomstige toepassing.
4.Een producent die met toepassing van
het eerste lid in enige heffingsperiode een quotum heeft overgedragen
gekregen kan eerst met ingang van de derde daarop volgende
heffingsperiode een quotum overdragen op basis van het eerste lid of
van artikel 7, eerste lid.
5.Het productschap kan van het bepaalde
in het vierde lid ontheffing verlenen indien naar het oordeel van het
productschap sprake is van naar behoren gemotiveerde bijzondere
omstandigheden. Indien een aanvraag om een ontheffing wordt ingediend
na een door het productschap te bepalen datum, wordt de eventuele
aanspraak op een overgedragen quotum eerst erkend met ingang van de
daaropvolgende heffingsperiode.
Artikel 9
1.Bij de overdracht van een individueel
quotum als bedoeld in artikel 74, eerste lid, van verordening
1234/2007 in het kader van de overdracht van een bedrijf gaat het
individueel quotum in zijn geheel over, met inachtneming van de hierna
volgende bepalingen.
2.Een overdracht van een quotum vindt
plaats tot ten hoogste 20.000 kg per hectare overgedragen grond,
tenzij:
a. het gehele bedrijf wordt
verworven door degene die een echtgenoot, kind, afstammeling in de
tweede graad, echtgenoot van een kind, echtgenoot van een
kleinkind, of een pleegkind is van de vervreemder;
b. het gehele bedrijf wordt
verworven door een ander dan genoemd in onderdeel a, als ten
genoegen van het productschap is aangetoond dat het bedrijf in de
twee jaren voorafgaande aan de overdracht niet substantieel is
verkleind, althans voor zover het de melkveehouderij betreft en
als het bedrijf beoordeeld naar de feitelijke bedrijfsvoering als
een zelfstandige eenheid ongewijzigd wordt voortgezet. Ter zake
van de toepassing van dit onderdeel kunnen nadere regelen worden
gesteld door het productschap.
3.Onder pleegkind wordt verstaan degene
die duurzaam als een eigen kind is verzorgd en opgevoed.
Artikel 10
1.Indien naar het oordeel van het
productschap een overdracht van grond dan wel het aangaan of
beëindigen van een pachtovereenkomst kennelijk uitsluitend tot doel
heeft gehad het maximum gesteld in artikel 7, tweede lid, te ontgaan,
kan het productschap binnen een tijdvak van 3 jaren na overdracht van
het quotum, besluiten dat een aanspraak op deze hoeveelheid ter zake
van die overdracht geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend, te
rekenen vanaf het tijdstip van registratie, met dien verstande dat de
niet-erkenning maximaal 12 maanden terugwerkt.
2.Indien een aanspraak ingevolge het
eerste lid geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend:
a. kan erkenning van de aanspraak
op het quotum bij de vervreemder plaatsvinden indien de verkrijger
en de vervreemder overeenkomen dat de overdracht van het quotum
ongedaan wordt gemaakt met ingang van de datum waarop partijen van
deze overeenkomst op een daartoe voorgeschreven formulier bij het
productschap hebben kennisgegeven;
b. kan erkenning van de aanspraak
op het quotum bij de verkrijger plaatsvinden, indien alsnog
daadwerkelijk voor de melkproductie gebruikte grond aan hem wordt
overgedragen overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 met ingang
van de datum waarop de betrokken registratie overeenkomstig de
procedure van artikel 11 heeft plaatsgevonden.
3.De erkenning als bedoeld in het
tweede lid wordt gerelateerd aan de nog niet verstreken periode van de
betrokken heffingsperiode.
4.De verkrijger kan op diens verzoek
voor het niet erkende deel van het quotum aanspraak maken op een
vergoeding van € 0,29 per kilogram quotum. Voor zover deze
vergoeding toegekend wordt, is het in het tweede lid bepaalde niet van
toepassing. Een in de eerste volzin bedoeld verzoek wordt bij het
productschap ingediend. De Minister beslist op het verzoek.
5.Indien bij toepassing van artikel 9,
tweede lid, onderdeel b, naar het oordeel van het productschap in het
tijdvak van drie jaren volgend op de overdracht van het quotum, het
bedrijf niet of niet meer als een zelfstandige eenheid ongewijzigd
wordt voortgezet, kan het productschap besluiten dat een aanspraak op
deze hoeveelheid, die het maximum van 20.000 kg per overgedragen
hectare te boven gaat, geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend,
te rekenen vanaf het tijdstip van registratie, met dien verstande dat
de niet-erkenning maximaal 12 maanden terugwerkt.
Artikel 11
1. Degenen die een quotum op basis van
artikel 7, 8 of 9, eerste lid, hebben overgedragen respectievelijk
overgedragen gekregen, stellen gezamenlijk nadien het productschap in
kennis. Daarbij worden het door het productschap voorgeschreven
formulier en de voorgeschreven documenten met betrekking tot de
overdracht van het quotum, en in het geval dat overdracht plaatsvindt
op basis van artikel 7 of artikel 9, eerste lid, met betrekking tot de
overdracht van de bijbehorende grond gevoegd.
2. Er kan eerst een aanspraak op quotum
worden gemaakt na de registratie door het productschap.
3. Indien de overdracht bedoeld in het
eerste lid niet overeenkomstig de eisen van het eerste lid wordt
aangemeld of na een door het productschap te bepalen datum wordt
aangemeld, wordt de aanspraak op het overgedragen quotum eerst erkend
met ingang van de volgende heffingsperiode.
4. Onverminderd het bepaalde in artikel
9, tweede lid, onder a en b, wordt, indien het productschap de
overdracht van een quotum ter registratie krijgt aangeboden waarbij
meer dan 20.000 kg per hectare wordt overgedragen, ten name van de
verwerver de overdracht geregistreerd van 20.000 kg per hectare
overgedragen grond. Het meerdere wordt aan de nationale reserve
toegevoegd. Voor de niet ten name van de verwerver geregistreerde
hoeveelheid wordt een vergoeding toegekend overeenkomstig de
bepalingen van de daarvoor geldende regeling van de Stichting
Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw.
5. De vergoeding, bedoeld in het vierde
lid, wordt toegekend aan de vervreemder van de grond, tenzij de
betrokken partijen anders overeenkomen. In geval van ontbinding,
eindigen dan wel beëindiging van een pachtovereenkomst wordt de
vergoeding toegekend aan de verpachter en pachter gezamenlijk ieder
voor de helft, tenzij de betrokken partijen anders overeenkomen.
6. Indien in een heffingsperiode de
tijdelijke overdracht van een quotum overeenkomstig het bepaalde in
artikel 6 door het productschap wordt geregistreerd en nadien in
dezelfde periode ten aanzien van de betrokken hoeveelheid een
kennisgeving bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid bij het
productschap wordt aangemeld, wordt de aanspraak op de betrokken
hoeveelheid eerst erkend met ingang van de volgende heffingsperiode.
Artikel 12
1.In afwijking van het bepaalde in de
artikelen 7, 8 en 9 gaat door overdracht van een bedrijf of grond
krachtens erfrecht dan wel huwelijksvermogensrecht een quotum op de
rechthebbende over, met inachtneming van de hierna volgende
bepalingen.
2.Het productschap wijzigt op verzoek
van de rechthebbende of de rechthebbenden aan wie een bedrijf toekomt
de registratie van het betrokken quotum.
3.Het productschap wijzigt op verzoek
van de rechthebbende of de rechthebbenden aan wie gronden toekomen die
ten tijde van de overdracht deel uitmaakten van een bedrijf waaraan
een quotum was gerelateerd, de registratie van de betrokken
hoeveelheid als overeengekomen door de rechthebbenden, op basis van de
voor de melkproductie gebruikte oppervlakte.
4.Het productschap kan op verzoek de
voorgaande leden overeenkomstig toepassen indien sprake is van een
andere wijze van overdracht onder algemene titel dan is aangegeven in
het eerste lid, dan wel indien sprake is van een overdracht onder
bijzondere titel, anders dan in artikel 7, eerste lid, dan wel indien
sprake is van in-de-plaatsstelling of medepacht als bedoeld in de
artikelen 363, 364 en 366 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
5.Een verzoek wordt gedaan door
kennisgeving door de betrokken rechthebbende of de gezamenlijke
rechthebbenden aan het productschap. Artikel 11, eerste, tweede en
zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13
1.Een aanspraak op een quotum wordt
niet erkend indien dat quotum in samenhang met de overdracht van
grond, niet zijnde een geheel bedrijf, of een geheel bedrijf wordt
verworven door een ander publiekrechtelijk lichaam dan het Bureau
Beheer Landbouwgronden, of door een particuliere
natuurbeschermingsorganisatie, tenzij het productschap anders beslist
voor een daarbij vastgestelde hoeveelheid.
2.In geval van verwerving door een
ander publiekrechtelijk lichaam dan het Bureau Beheer Landbouwgronden
van grond, niet zijnde een geheel bedrijf, of een geheel bedrijf,
wordt een aanspraak op een quotum erkend indien zeker is gesteld dat
de overgedragen grond of het overgedragen bedrijf voor landbouwkundige
doeleinden in gebruik blijft en indien de grond of het bedrijf samen
met het quotum door het publiekrechtelijke lichaam binnen een termijn
van ten hoogste 6 maanden na de overdracht wordt overgedragen aan
één of meer producenten.
Artikel 14
1.In afwijking van het bepaalde in de
artikelen 7, 8 en 9 kan ingeval van verplaatsing van een geheel
bedrijf, het op het oude bedrijf beschikbaar quotum worden meegenomen
naar het nieuwe bedrijf.
2.Het ingevolge het eerste lid te
verplaatsen bedrijf dient gedurende een periode van één jaar
voorafgaand aan de verplaatsing daadwerkelijk in gebruik te zijn
geweest voor de melkproductie. Voorts dient het nieuwe bedrijf
gedurende een periode van één jaar na de verplaatsing daadwerkelijk
voor de melkproductie in gebruik te blijven.
3.Artikel 11, eerste, tweede en derde
lid is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 15
1.Onder overdracht wordt verstaan:
a. overdracht in eigendom;
b. een door de grondkamer
goedgekeurde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 311 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek betreffende los land hetwelk groter
is dan één hectare of een hoeve geldend voor de duur van meer
dan één jaar;
c. een schriftelijke
pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 311 van Boek 7 van het
Burgerlijk Wetboek betreffende los land hetwelk niet groter is dan
één hectare, geldend voor de duur van meer dan één jaar;
d. een door de grondkamer
geregistreerde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 396,
tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, geldend voor de
duur van meer dan één jaar doch voor ten hoogste twee jaar;
e. overdracht ingevolge vestiging,
overdracht of tenietgaan van het recht van erfpacht of het recht
van vruchtgebruik.
2.Aan het hieronder bepaalde is
hetzelfde gevolg verbonden als aan de pachtovereenkomst bedoeld in het
eerste lid, de onderdelen b, c en d;
a. een door de grondkamer
goedgekeurde beëindigingsovereenkomst van een pachtovereenkomst;
b. een schriftelijke
beëindigingsovereenkomst van een pachtovereenkomst als bedoeld in
het eerste lid, onderdelen c en d;
c. het eindigen van een
pachtovereenkomst als bedoeld in het eerste lid onderdelen c en d,
alsmede van een door de Grondkamers goedgekeurde pachtovereenkomst
als bedoeld in artikel 325, derde lid, van Boek 7 van het
Burgerlijk Wetboek, geldend voor de duur van meer dan één jaar,
zonder dat een verzoek als bedoeld in artikel 325, zesde lid, van
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is ingediend, of van een
pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 397, eerste en tweede
lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
d. een door de rechter uitgesproken
ontbinding van een pachtovereenkomst;
e. een toewijzing door de rechter
van een vordering tot beëindiging van een pachtovereenkomst;
f. het eindigen van een
pachtovereenkomst als gevolg van een opzegging als bedoeld in
artikel 367, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek,
waarna niet overeenkomstig artikel 369, eerste lid, van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek verzet is aangetekend.
3.Voor het tijdstip van overdracht van
het quotum is bepalend:
a. de inschrijving van de
desbetreffende akte in de in artikel 89 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek bedoelde openbare registers met dien verstande
dat in het geval van het tenietgaan van het recht van erfpacht of
van het recht van vruchtgebruik het tijdstip van het tenietgaan in
aanmerking wordt genomen;
b. de ingangsdatum van de
pachtovereenkomst dan wel de datum waarop de betrokken partijen de
pachtovereenkomst schriftelijk zijn aangegaan, voor zover deze na
de ingangsdatum ligt;
c. in geval van een overdracht op
basis van artikel 8, eerste lid: de datum waarop de betrokken
partijen het formulier, bedoeld in artikel 11, eerste lid, hebben
ondertekend.
Paragraaf 5. Verplichtingen voor de
producent en de koper
Artikel 16
1.De producent die melk of andere
zuivelproducten rechtstreeks heeft verkocht of overgedragen doet bij
het productschap tijdig aangifte overeenkomstig het bepaalde in
artikel 11, eerste en tweede lid, van de commissieverordening.
2.De producent met een beschikbaar
quotum voor rechtstreekse verkoop doet tevens in geval hij geen melk
of andere zuivelproducten heeft verkocht of overgedragen, aangifte,
als bedoeld in het eerste lid, bij het productschap.
3.Indien de producent de in het eerste
of tweede lid bedoelde aangifte niet voor 15 mei heeft gedaan of een
onjuiste aangifte heeft ingediend, legt het productschap aan de
producent de sanctie als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de
commissieverordening, op, behoudens in geval artikel 11, vijfde lid,
van de commissieverordening van toepassing is.
4.Indien op 1 juli geen aangifte is
ontvangen door het productschap, voegt het productschap,
overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, vierde lid, van de
commissieverordening het quotum voor rechtstreekse verkoop van de
producent aan de nationale reserve toe, behoudens in geval artikel 11,
vijfde lid, van de commissieverordening van toepassing is.
Artikel 17
1.De koper doet bij het productschap
tijdig aangifte overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, eerste en
tweede lid, van de commissieverordening.
2.Bij zijn aangifte voegt de koper een
verklaring omtrent de juistheid van de in de aangifte vermelde
gegevens van een registeraccountant, ingeschreven in het register
genoemd in artikel 55 van de Wet op de Registeraccountants, hetzij een
accountant-administratieconsulent, ingeschreven in het register
genoemd in artikel 36 van de Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten.
3.Indien geen aangifte is ontvangen op
15 mei respectievelijk op 1 juli, is de koper het bedrag, berekend
overeenkomstig artikel 8, derde lid, van de commissieverordening
verschuldigd, onderscheidenlijk wordt de erkenning van de koper
ingetrokken door het productschap overeenkomstig het bepaalde in
artikel 8, vierde lid, van de commissieverordening, behoudens in geval
artikel 8, vijfde lid, van de commissieverordening van toepassing is.
Artikel 18
1.Overeenkomstig het bepaalde in
artikel 81 van verordening 1234/2007 is de koper verantwoordelijk voor
de inning van de heffingen en de afdracht ervan aan het productschap.
2.Indien tijdens een heffingsperiode
blijkt dat een producent zijn beschikbaar quotum overschrijdt, kan de
koper op grond van het bepaalde in artikel 81, derde lid, van
verordening 1234/2007 per 100 kilogram melk ten hoogste het bedrag als
bedoeld in artikel 78, eerste lid, tweede alinea, van verordening
1234/2007 inhouden op de te betalen melkprijs.
3.De producent die aan een andere koper
gaat leveren of die aan meer dan een koper levert, doet daarvan opgaaf
aan het productschap voor een door het productschap vast te stellen
datum en volgens door het productschap vast te stellen regels.
Artikel 19
1.Een koper is verplicht een
administratie te voeren in overeenstemming met het bepaalde in artikel
23, tweede lid, en artikel 24, tweede, derde en vierde lid, van de
commissieverordening.
2.Een producent voert een administratie
in overeenstemming met het bepaalde in artikel 24, vijfde
respectievelijk zesde lid, van de commissieverordening.
Artikel 19a
1. De koper die gedurende de lopende
heffingsperiode melk geleverd krijgt door een producent die zijn bij
de desbetreffende koper beschikbare quotum met meer dan 100.000
kilogram heeft overschreden, stelt onder vermelding van de naam en het
adres van de desbetreffende producent het productschap hiervan in
kennis binnen 5 werkdagen na de eerste levering waarbij het quotum van
de desbetreffende producent met 100.000 kilogram is overschreden.
2. Het productschap kan de koper
verplichten dat ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde
producent de inhoudingen op de te betalen melkprijs, zoals bedoeld in
artikel 18, tweede lid, worden verricht.
3. Het productschap kan besluiten dat
de koper ter zekerstelling van de correcte inning van de superheffing
het bedrag ter hoogte van de inhoudingen die op grond van het tweede
lid zijn verricht, maandelijks afdraagt aan het productschap als
voorschot op de betalingen van de heffingen, bedoeld inartikel 23.
4. In afwijking van het derde lid kan
de koper in plaats van de maandelijkse afdracht, bedoeld in het derde
lid, te verrichten een bankgarantie stellen ter hoogte van op grond
van het derde lid verschuldigde bedrag. In voorkomend geval wordt de
bankgarantie maandelijks verhoogd.
Artikel 20
1.Het is een producent verboden melk te
leveren aan een niet-erkende koper.
2.Het is een producent verboden melk of
andere zuivelproducten van zijn bedrijf te vermarkten anders dan op
eigen naam.
3.Het is een koper verboden melk
geleverd te krijgen, tenzij hij door het productschap is erkend als
koper.
Artikel 21
1. Overeenkomstig het bepaalde in
artikel 23, eerste lid, van de commissieverordening, erkent het
productschap op verzoek een koper die actief is op Nederlands
grondgebied, die voldoet aan het bepaalde in de artikel 23, tweede
lid, van de commissieverordening en
a. die is ingeschreven in het
handelsregister in de zin van artikel 5 van de Handelsregisterwet
2007;
b. die zich ertoe verbindt het
vetgehalte van de melk te laten vaststellen en het vervoer van
melk door middel van daartoe gebruikelijke transportmiddelen te
laten verrichten, die de mogelijkheid bieden om de hoeveelheid, de
herkomst en de bestemming van de getransporteerde melk vast te
stellen;
c. waarvan de bestuurders in een
periode van vijf jaren, voorafgaand aan de erkenning van de koper,
geen bestuurder zijn geweest van een koper waarvan de erkenning is
ingetrokken, ten aanzien waarvan surseance van betaling is
verleend of die in staat van faillissement is verklaard;
d. waarvan de eigenaar of eigenaren
in een periode van vijf jaren, voorafgaand aan de erkenning van de
koper, geen eigenaar of mede-eigenaar zijn geweest van een koper
waarvan de erkenning is ingetrokken, ten aanzien waarvan surseance
van betaling is verleend of die in staat van faillissement is
verklaard.
2. Indien een verzoek tot erkenning als
koper wordt ingediend na een door het productschap vast te stellen
datum, kan erkenning eerst plaatsvinden met ingang van de volgende
heffingsperiode.
3. Het productschap trekt de erkenning
van de koper in, indien:
a. de koper niet meer voldoet aan
de eisen, gesteld in het eerste lid;
b. de koper in gebreke blijft met
de inning van door producenten verschuldigde heffingen als bedoeld
in artikel 81 van verordening 1234/2007;
c. de koper niet zijn administratie
overeenkomstig het bepaalde in artikel 24, tweede, derde of vierde
lid, van de commissieverordening voortdurend bijwerkt;
d. de koper niet op 1 juli zijn
aangifte heeft ingediend. Artikel 8, vierde lid, van de
commissieverordening is van toepassing;
e. de in artikel 23, derde lid, van
de commissieverordening bedoelde gevallen zich voordoen, behoudens
in geval artikel 23, vierde lid, van de commissieverordening van
toepassing is.
4. Het productschap kan bepalen dat de
intrekking van de erkenning, bedoeld in het derde lid, met betrekking
tot de producenten die aan de desbetreffende koper leveren op het
moment dat dit besluit wordt genomen, van kracht wordt met ingang van
de volgende heffingsperiode.
5. In afwijking van het derde lid kan
het productschap in het geval van een situatie zoals bedoeld in het
derde lid, onderdeel b, aan de erkenning van een koper de voorwaarde
verbinden dat de inhoudingen op de te betalen melkprijs, zoals bedoeld
in artikel 18, tweede lid, worden verricht. Indien het productschap
deze aanvullende voorwaarde stelt, is artikel 19a, derde en vierde
lid, van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 6. Vaststelling, oplegging en
inning van de heffing
Artikel 22
Het productschap herverdeelt
overeenkomstig het bepaalde in artikel 80, derde lid, onderdeel b,
respectievelijk artikel 83, eerste lid, van verordening 1234/2007 het
ongebruikte deel van het nationaal quotum voor leveringen
onderscheidenlijk rechtstreekse verkoop over de betrokken producenten
die op grond van artikel 2, eerste lid, een heffing verschuldigd zijn,
naar evenredigheid van het individueel quotum van elke producent.
Artikel 23
1. De producent, respectievelijk de
koper draagt de door hem verschuldigde heffingen overeenkomstig het
bepaalde in artikel 15, eerste lid, van de commissieverordening vóór
1 oktober af aan het productschap.
2. Bij afdracht na 1 oktober is de
producent respectievelijk de koper de rente als bedoeld in artikel 15,
tweede lid, van de commissieverordening verschuldigd aan het
productschap.
3. In het geval van een zekerstelling
als bedoeld in artikel 19a, derde lid, wordt het bedrag van de
zekerstelling, inclusief de berekende rente over de als zekerstelling
betaalde bedragen tot de datum bedoeld in artikel 15, eerste lid, van
de commissieverordening, en verminderd met de door de koper
verschuldigde heffing, terugbetaald aan de desbetreffende koper dan
wel verrekend met bestaande vorderingen die het productschap op de
desbetreffende koper heeft.
4. De rente bedoeld in het derde lid
wordt berekend tegen het rentetarief bedoeld in artikel 15, tweede
lid, van de commissieverordening.
Artikel 24
Voor de uitvoering van deze regeling en
met name voor de vaststelling en oplegging van de heffingen, bedoeld in
artikel 2, wordt geen rekening gehouden met rechtshandelingen waarvan op
grond van bepaalde feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat
zij geen wezenlijke verandering van feitelijke verhoudingen ten doel
hebben gehad, of dat die rechtshandelingen achterwege zouden zijn
gebleven indien daarmede niet de vaststelling of oplegging van de
heffing voor het vervolg geheel of ten dele onmogelijk zou worden
gemaakt.
Artikel 25
1.Het productschap stelt overeenkomstig
het bepaalde in artikel 12, eerste lid, van de commissieverordening de
melkequivalenties vast voor andere zuivelproducten dan room en boter.
2.Het productschap stelt ambtshalve
door de producent gebruikte hoeveelheid melk vast op basis van het
aantal door de producent gehouden koeien en de gemiddelde melkgift van
de kudde, in het in artikel 12, tweede lid, van de
commissieverordening bedoelde geval.
3.Het productschap beslist op verzoeken
tot omzetting van quotum als bedoeld in artikel 3 van de
commissieverordening. Een verzoek wordt ingediend bij het productschap
volgens door het productschap te stellen regels en voor een door het
productschap te bepalen datum.
4.Het productschap administreert de
beschikbare quota van iedere producent, alsmede iedere wijziging of
omzetting daarvan, inclusief het vetgehalte als bedoeld in artikel 70
van verordening 1234/2007 en informeert iedere producent omtrent de
status van zijn individuele respectievelijk beschikbare quota
overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 van de commissieverordening.
Paragraaf 7. Slotbepalingen
Artikel 26
1. Het productschap is de bevoegde
autoriteit, bedoeld in Deel II, Titel I, Hoofdstuk III, Sectie III,
van verordening 1234/2007 en de commissieverordening en is belast met
de vaststelling, berekening en invordering van verschuldigde
heffingen.
2. Het productschap regelt overigens,
met inachtneming van Deel II, Titel I, Hoofdstuk III, Sectie III, van
verordening 1234/2007 en de commissieverordening en, zo nodig de
aanwijzingen van de Minister, al hetgeen voor een goede uitvoering van
deze regeling is vereist.
Artikel 27
De Regeling superheffing wordt
ingetrokken.
Artikel 28
Deze regeling wordt aangehaald als:
Regeling superheffing 2008.
Artikel 29
Deze regeling treedt in werking met
ingang van 1 april 2008.
Deze regeling wordt met de toelichting in de
Staatscourant geplaatst.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
G. Verburg.
|
|
|