|
REGELING van de Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit van 15 december 2005, nr. TRCJZ/2005/3655,
houdende regels ter zake van vleeskeuring (Regeling vleeskeuring)
De Minister
van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op Verordening (EG) nr. 852/2004 van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april
2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEU L 139), Verordening (EG)
nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie
van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke
hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU
L 139), Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling
van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële
controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van
dierlijke oorsprong (PbEU L 139), Verordening (EG) nr. 882/2004
van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van
29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de
wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften
inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU L 165) en Verordening
(EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake
preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare
spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147);
Gelet op artikel 19 van de Landbouwwet;
Besluit:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. verordening (EG) nr. 999/2001: verordening (EG) nr. 999/2001
van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22
mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie,
bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme
encefalopathieën (PbEG L 147);
b. verordening (EG) nr. 178/2002: verordening (EG) nr. 178/2002
van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28
januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en
voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een
Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van
procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEU L 31);
c. verordening (EG) nr. 852/2004: verordening (EG) nr. 852/2004
van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29
april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEU L 139);
d. verordening (EG) nr. 853/2004: verordening (EG) nr. 853/2004
van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29
april 2004 houdende vaststelling van specifieke
hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU
L 139);
e. verordening (EG) nr. 854/2004: verordening (EG) nr. 854/2004
van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29
april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor
de organisatie van de officiële controles van voor menselijke
consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PbEU L 139);
f. verordening (EG) nr. 882/2004: verordening (EG) nr. 882/2004
van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29
april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de
wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften
inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU L 165);
g. verordening (EG) nr. 2075/2005: verordening (EG) nr. 2075/2005
van de Commissie van 5 december 2005 tot vaststelling van specifieke
voorschriften voor de officiële controles op Trichinella in vlees (PbEU
L 338);
h. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
i. hygiënecode: een nationale gids voor goede praktijken inzake
hygiëne en de toepassing van HACCP-beginselen als bedoeld in
artikel 7 van verordening (EG) 852/2004;
j. communautaire uitvoeringsmaatregel: verordening, richtlijn of
beschikking als bedoeld in artikel 249 van het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap, vastgesteld krachtens
verordening (EG) nr. 852/2004, verordening (EG) nr. 853/2004,
verordening (EG) nr. 854/2004, verordening (EG) nr. 999/2001 of
verordening (EG) nr. 882/2004.
Artikel 2
Deze regeling is van toepassing op exploitanten van
levensmiddelenbedrijven als bedoeld in sectie I tot en met IV van
bijlage III bij verordening (EG) nr. 853/2004, en op de levering van
vlees, bedoeld artikel 1, derde lid, onderdelen d en e, van die
verordening en de productie van dat geleverde vlees.
§ 2. Uitvoering verordeningen
Artikel 3
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3 en 4,
tweede en derde lid, 5, eerste lid, tweede lid, laatste alinea, en
vierde lid, 6, tweede lid, laatste alinea, en derde lid, van
verordening (EG) nr. 852/2004, en krachtens artikel 4, vierde lid, 5,
vijfde lid, 6, derde lid, onderdeel c, dan wel 13, eerste en tweede
lid, van die verordening vastgestelde communautaire
uitvoeringsmaatregelen.
2. Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3 en 4,
eerste tot en met vierde lid, 5, en 7, eerste lid, van verordening
(EG) nr. 853/2004, en krachtens de artikelen 3, tweede lid, 9 dan wel
10, eerste en tweede lid, van die verordening vastgestelde
communautaire uitvoeringsmaatregelen.
3. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 8, derde lid,
en onderdelen 4.1, 7, 8.1 en 11.3 van bijlage V van verordening (EG)
nr. 999/2001.
4. Het is verboden vers vlees dat op grond van artikel 5, derde
lid, onderdeel e, van verordening (EG) nr. 854/2004 ongeschikt is
verklaard voor menselijke consumptie, in de handel te brengen.
5. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 14, 17,
eerste lid, 18 en 19 van verordening (EG) nr. 178/2002.
6. Het is verboden in strijd te handelen met de krachtens de
artikelen 18 en 19 van verordening (EG) nr. 854/2004 vastgestelde
communautaire uitvoeringsmaatregelen.
Artikel 4
1. De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in:
a. verordening (EG) nr. 852/2004, en krachtens de artikelen 4,
vierde lid, 5, vijfde lid, 6, derde lid, onderdeel c, en 13,
eerste en tweede lid, van die verordening vastgestelde
communautaire uitvoeringsmaatregelen;
b. verordening (EG) nr. 853/2004, en krachtens de artikelen 3,
tweede lid, 9 en 10, eerste en tweede lid, van die verordening
vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen;
c. verordening (EG) nr. 854/2004, en krachtens de artikelen 16
en 18, onderdelen 1 tot en met 12, van die verordening
vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen;
d. verordening (EG) nr. 882/2004, en krachtens die verordening
vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen;
e. onderdelen 4.3, 8.1 en 9 van bijlage V bij verordening (EG)
nr. 999/2001;
f. de artikelen 14, achtste lid, 18, tweede en derde lid, en 19
van verordening (EG) nr. 178/2002.
2. De minister is bevoegd de besluiten te nemen waartoe verordening
(EG) nr. 854/2004 de officiële dierenarts opdraagt.
3. In afwijking van het eerste lid is ingeval een taak wordt
opgedragen die niet bestaat in het nemen van een besluit, de bevoegde
autoriteit de Voedsel en Waren Autoriteit.
4. De officiële dierenarts is een dierenarts, verbonden aan de
Voedsel en Waren Autoriteit.
5. Het is toegestaan dat personeel van een slachthuis bijstand
verleent bij de officiële controles, bedoeld in artikel 5, zesde lid,
onderdeel a, van verordening (EG) nr. 854/2004.
Artikel 5
Een communautaire uitvoeringsmaatregel, of een wijziging daarvan,
treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de
dag waarop daaraan uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven, of bij
gebreke daarvan, de dag waarop de maatregel is vastgesteld.
Artikel 6
Een aanvraag tot het verlenen van een erkenning als bedoeld in
artikel 4 van verordening (EG) nr. 853/2004 en onderdelen 4.3, 8.1 en 9
van bijlage V bij verordening (EG) nr. 999/2001 wordt ingediend bij de
Voedsel en Waren Autoriteit.
Artikel 7
1.De minister erkent uitsnijderijen als bedoeld in onderdelen 4.3
en 9 van bijlage V bij verordening (EG) nr. 999/2001.
2.Een aanvraag tot het verlenen van een erkenning als bedoeld in
het eerste lid wordt ingediend bij de Voedsel en Waren Autoriteit.
Artikel 8
1.De minister keurt een hygiënecode goed.
2.Een aanvraag om een hygiënecode goed te keuren wordt ingediend
bij de Voedsel en Waren Autoriteit.
3.De minister trekt de goedkeuring van een hygiënecode in indien
niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 8 van
verordening (EG) nr. 852/2004.
Artikel 9
De in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van verordening (EG) nr.
853/2004, bedoelde rechtstreekse levering, evenals de productie van het
vlees, geschiedt op zindelijke wijze en zodanig dat:
1°. geen verontreiniging plaats kan hebben met zodanige
hoeveelheden van stoffen dat zij uit het oogpunt van gezondheid van
de mens schadelijk kunnen zijn, of met organismen of virussen die
onder redelijkerwijs te verwachten omstandigheden schadelijk kunnen
zijn of worden, en
2°. onder 1° bedoelde organismen zich niet zodanig kunnen
vermeerderen of zodanige toxinen kunnen vormen dat zij uit het
oogpunt van de gezondheid van de mens schadelijk kunnen zijn of
worden.
Artikel 9a
1.Bij het rechtstreeks leveren, bedoeld in artikel 1, derde lid,
onderdeel e, van verordening (EG) nr. 853/2004 van grof vrij wild
wordt voldaan aan bijlage III, sectie IV, hoofdstuk II, onderdelen 1,
2, 4 en 5, van verordening (EG) nr. 853/2004.
2.Bij het rechtstreeks leveren, bedoeld in artikel 1, derde lid,
onderdeel e, van verordening (EG) nr. 853/2004 van klein vrij wild
wordt voldaan aan bijlage III, sectie IV, hoofdstuk III, onderdelen 1,
2 en 4, van verordening (EG) nr. 853/2004.
3.Het onderzoek, bedoeld in bijlage III, sectie IV, hoofdstuk II,
onderdeel 2, en bijlage III, sectie IV, hoofdstuk III, onderdeel 1,
van verordening (EG) nr. 853/2004, wordt uitgevoerd door een
gekwalificeerd persoon als bedoeld in bijlage III, sectie IV,
hoofdstuk I, van verordening (EG) nr. 853/2004.
Artikel 9b
1.Indien het de rechtstreekse levering van wilde zwijnen betreft,
neemt de gekwalificeerde persoon tijdens het onderzoek, bedoeld in
artikel 9a, derde lid, een monster als bedoeld in artikel 2, derde
lid, derde alinea, van verordening (EG) nr. 2075/2005.
2.De monstername en het onderzoek van het monster geschieden
overeenkomstig bijlage I, hoofdstuk I, onderdeel 1, onderdeel 2, onder
c, tweede alinea en onderdeel 3, onder I en II, en bijlage III, aanhef
en onderdeel a, d en f, van verordening (EG) nr. 2075/2005.
3.De gekwalificeerde persoon brengt een administratieve koppeling
aan tussen de karkassen van de wilde zwijnen en het monster.
4.De karkassen van wilde zwijnen en delen daarvan mogen slechts in
de handel worden gebracht indien de uitslag van het onderzoek, bedoeld
in het tweede lid, negatief is gebleken. De karkassen van wilde
zwijnen of delen daarvan worden bij levering vergezeld van een kopie
van de uitslag, dan wel een gelijkwaardig elektronisch bewijs waaruit
de uitslag van het onderzoek blijkt.
5.Indien de uitslag van het onderzoek, bedoeld in het tweede lid,
positief is gebleken, zijn het karkas van het wilde zwijn en delen
daarvan ongeschikt voor consumptie.
6.De uitslag van het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, wordt
tenminste drie jaar bewaard door de aanbieder van het monster.
§ 3. Herkeuring
Artikel 10
1.De exploitant van een levensmiddelenbedrijf kan, ingeval hij zich
met een beslissing met betrekking tot het vlees, afkomstig van als
landbouwhuisdier gehouden hoefdieren, als bedoeld in artikel 5, derde
lid, onderdeel e, van verordening (EG) nr. 854/2004 niet kan
verenigen, herkeuring vorderen op kosten van ongelijk.
2.Bij de herkeuring wordt de beslissing met betrekking tot het
vlees, afkomstig van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren, bedoeld
in artikel 5, derde lid, onderdeel e, van verordening (EG) nr.
854/2004, heroverwogen.
3.Herkeuring wordt verricht door een andere officiële dierenarts
dan diegene die de oorspronkelijke keuring heeft uitgevoerd.
4.De minister neemt de beslissing op de aanvraag tot herkeuring.
Artikel 11
1.Een aanvraag tot herkeuring wordt ingediend bij de Voedsel en
Waren Autoriteit.
2.Herkeuring vindt eerst plaats nadat de daarvoor geldende
retributies zijn voldaan.
3.Herkeuring wordt zo spoedig mogelijk aangevraagd en uiterlijk
binnen 12 uur na het beëindigen van de dag waarop de beslissing met
betrekking tot het vlees, afkomstig van als landbouwhuisdier gehouden
hoefdieren, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel e, van
verordening (EG) nr. 854/2004, werd genomen. Ingeval op deze dag een
zondag, of een of meer erkende feestdagen volgt, dan wordt de aanvraag
tot herkeuring binnen 12 uur na het beëindigen daarvan ingediend.
4.In afwijking van het tweede lid wordt herkeuring van organen of
delen van organen onmiddellijk na de beslissing met betrekking tot het
vlees, afkomstig van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren, bedoeld
in artikel 5, derde lid, onderdeel e, van verordening (EG) nr.
854/2004, aangevraagd.
§ 3a. Proefproject pluimveevleeskeuring
Artikel 11a
1. De minister kan in het kader van een proefproject als bedoeld in
artikel 17, vierde lid, onderdeel a, subonderdeel iii, van Verordening
(EG) nr. 854/2004 slachthuizen waarin pluimvee of lagomorfen worden
geslacht aanwijzen, waarvoor geldt dat bij de officiële controles
voor de keuring van vlees de in bijlage 1 opgenomen regels kunnen
worden toegepast.
2. Een verzoek om te worden aangewezen wordt ingediend bij de
Voedsel en Waren Autoriteit.
3. De minister houdt bij de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid,
rekening met de bijdrage die het slachthuis naar het oordeel van de
minister kan leveren aan het welslagen van het proefproject.
Artikel 11b
Deze paragraaf en bijlage 1 vervallen met ingang van 15 juni 2012.
§ 4. Slot
Artikel 12
Erkenningen die ter uitvoering van bijlage XI bij verordening (EG)
nr. 999/2001 zijn verleend, op grond van artikel 5 van de Regeling
uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985 worden geacht te zijn
verleend op grond van deze regeling.
Artikel 13
[Wijzigt de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van
besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s]
Artikel 14
[Wijzigt de Regeling diervoeders]
Artikel 15
1.De volgende regelingen worden ingetrokken:
a. de Regeling uitvoering verordeningen inzake
voedselveiligheid LNV;
b. de Regeling keuring en handelsverkeer vleesproducten 1993;
c. de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985;
d. de Regeling uitvoer vlees uit interventievoorraden;
e. de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees
1993;
f. de Regeling gezondheidsverklaring personen werkzaam in de
vleessector.
2.Dit artikel berust mede op de artikelen 68, 69, 70 en 71 van de
Veewet.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vleeskeuring.
Artikel 17
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 15 december 2005.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C.P. Veerman.
Bijlage 1. Proefproject
pluimveevleeskeuring
Bijlage behorend bij paragraaf 3a van de
Regeling Vleeskeuring
1. Voor de toepassing van deze bijlage
wordt verstaan onder:
slachthuis: een door de minister
aangewezen slachthuis als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van
de regeling.
2. Ante-mortem keuringen in deelnemende
slachthuizen.
Overeenkomstig punt 2, onder a), van
hoofdstuk II van sectie III van bijlage I bij verordening (EG) nr.
854/2004 hoeft de officiële dierenarts niet aanwezig te zijn tijdens
de ante-mortem keuring in het slachthuis indien aan elk van de
volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. de officiële dierenarts
controleert de gegevens over de voedselketen als bedoeld in
Hoofdstuk II, onderdeel A, van bijlage I bij verordening (EG) nr.
854/2004;
b. een officiële assistent
verricht de ante-mortem keuring en de controle op dierenwelzijn
als bedoeld in hoofdstuk II, onderdeel B en onderdeel C, van
bijlage I bij verordening (EG) nr. 854/2004 en
c. de officiële dierenarts
vergewist zich er regelmatig van dat de officiële assistent de
ante-mortem keuringen en de controle op dierenwelzijn op
deugdelijke wijze uitvoert.
3. Post-mortem keuringen in deelnemende
slachthuizen.
Overeenkomstig punt 2, onder b), van
hoofdstuk II van sectie III van bijlage I bij verordening (EG) nr.
854/2004 hoeft de officiële dierenarts niet onderscheidenlijk hoeft
de officiële assistent niet voortdurend aanwezig te zijn tijdens de
post-mortem keuring in het slachthuis indien aan elk van de volgende
voorwaarden wordt voldaan:
a. het personeel van slachthuis,
bedoeld in hoofdstuk III van sectie III van bijlage I bij
verordening (EG) nr. 854/2004, voert de post-mortem keuring uit en
verwijdert vlees met afwijkingen en schakelt onverwijld de
officiële dierenarts of officiële assistent in bij constatering
van ernstige afwijkingen, overeenkomstig de door de dierenarts of
assistent gestelde instructies;
b. het personeel van het
slachthuis, bedoeld in hoofdstuk III van sectie III van bijlage I
bij verordening (EG) nr. 854/2004, documenteert de procedures en
bevindingen met betrekking tot de post-mortem keuring zodanig dat
de officiële assistent eruit kan opmaken dat aan de normen wordt
voldaan;
c. de officiële assistent voert de
in bijlage I, sectie IV, hoofdstuk V, punt B, onderdeel 1, van
verordening (EG) nr. 854/2004 genoemde onderzoeken persoonlijk
uit,
d. de officiële assistent
controleert of het vlees voldoet aan de Europese
hygiënevoorschriften voordat het de slachterij verlaat;
e. de officiële dierenarts
vergewist zich er regelmatig van dat de officiële assistent zijn
werkzaamheden op deugdelijke wijze uitvoert en
f. de officiële assistent schakelt
de officiële dierenarts in als ernstige onvolkomenheden worden
geconstateerd.
|