| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Les- en cursusgeldwet
(LCW)
UITVOERINGSBESLUIT
LES- EN CURSUSGELDWET 2000
Tekst zoals deze geldt op
27 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 7 juni 2000, houdende intrekking van het
Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet en vervanging door het
Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000 (Uitvoeringsbesluit
Les- en cursusgeldwet 2000)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
van 5 april 2000, nr. WJZ/2000/11620 (1711), directie Wetgeving en
Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op de artikelen 4, derde en vierde lid,
5, vierde lid, en 6, vierde en vijfde lid, van de Les- en cursusgeldwet;
De Raad van State gehoord (advies van 4 mei
2000, nr. W05.00.0145/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 26 mei, nr. 2000/21484 (1711),
directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze
Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
cursist: degene die een opleiding volgt als bedoeld in artikel 15,
eerste lid,
cursusgeld: krachtens artikel 15 vastgesteld bedrag,
cursusgeldplichtige: cursist of indien deze minderjarig is, de
wettelijke vertegenwoordiger,
lesgeld: krachtens artikel 5, tweede lid, van de wet voor het
desbetreffende schooljaar vastgestelde bedrag,
lesgeldplichtige: degene die krachtens de wet lesgeld is
verschuldigd,
onderwijsovereenkomst: onderwijsovereenkomst, bedoeld in artikel
8.1.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
schooljaar: tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend,
teldatum: bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet
educatie en beroepsonderwijs of de Experimentenwet onderwijs aangewezen
tijdstip in het schooljaar waarop ten behoeve van de bekostiging uit 's
Rijks kas het aantal leerlingen van een dagschool wordt vastgesteld,
wet: Les- en cursusgeldwet.
Hoofdstuk 2. Lesgeld
Artikel 2. Procedure inschrijving bij een dagschool
1. Het bevoegd gezag schrijft een leerling in voor een opleiding na
ondertekening van een onderwijsovereenkomst. In de
onderwijsovereenkomst verklaart de leerling zich bekend met de
verplichting tot het betalen van lesgeld op grond van de wet.
2. De lesgeldplicht gaat in op de eerste dag van het desbetreffende
schooljaar of, indien de leerling in de loop van het schooljaar wordt
ingeschreven, op de datum van inschrijving.
3. Inschrijving geschiedt door of namens het bevoegd gezag. Na
medeondertekening door of namens het bevoegd gezag geldt de
onderwijsovereenkomst als bewijs van inschrijving.
Artikel 3. Beëindiging inschrijving
Het bevoegd gezag beëindigt de inschrijving van de leerling op zijn
aanvraag of zodra de leerling de opleiding met goed gevolg heeft
afgesloten.
Artikel 4. Voldoening lesgeld
1. Het lesgeld wordt door de lesgeldplichtige aan het Ministerie
van OCW voldaan. De lesgeldplichtige heeft de keuze tussen:
a. betaling ineens door gebruikmaking van een aan hem
toegezonden acceptgirokaart binnen een maand na dagtekening van
deze acceptgirokaart, en
b. betaling ineens of in termijnen door een opdracht tot
automatische incasso aan Onze minister.
2. Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso
voor betaling in één termijn heeft verstrekt en de leerling voor 1
oktober van het schooljaar wordt ingeschreven, wordt het verschuldigde
bedrag afgeschreven in de maand oktober van het schooljaar.
3. Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso
voor betaling in meer dan één termijn heeft verstrekt en de leerling
voor 1 oktober van het schooljaar wordt ingeschreven, wordt van het
totaal verschuldigde bedrag afgeschreven in de maand:
a. oktober van het schooljaar: 25%,
b. november van het schooljaar: 25%,
c. januari van het schooljaar: 12,5%,
d. februari van het schooljaar: 12,5%,
e. maart van het schooljaar: 12,5%, en
f. april van het schooljaar: 12,5%.
4. Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso
voor betaling in een of meer termijnen heeft verstrekt en de leerling
na 30 september van het schooljaar wordt ingeschreven, wordt het
verschuldigde bedrag afgeschreven op bij ministeriële regeling te
bepalen tijdstippen.
Artikel 5. Vermindering lesgeld
Voor een leerling die na 31 oktober van een schooljaar wordt
ingeschreven aan een dagschool, wordt het lesgeld verminderd met
eentwaalfde deel voor iedere verstreken hele maand in dat schooljaar.
Artikel 6. Geen lesgeld verschuldigd
1.Geen lesgeld is verschuldigd indien de inschrijving van de
leerling voor 1 oktober van dat schooljaar wordt beëindigd.
2.Vrijgesteld van het betalen van lesgeld is de lesgeldplichtige
indien het betreft een leerling die:
a. eerder in het desbetreffende schooljaar was ingeschreven aan
een dagschool, voor welke inschrijving geen vrijstelling of
teruggave van lesgeld heeft plaatsgehad,
b. is ingeschreven aan een dagschool, verbonden aan een
justitiële jeugdinrichting, of
c. is ingeschreven voor een bij ministeriële regeling aan te
wijzen bijzondere vorm van dagonderwijs.
3.Voor een schooljaar is de leerling aan lesgeld nooit meer
verschuldigd dan het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de
wet.
4.Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke bewijsstukken de
lesgeldplichtige overlegt om voor vrijstelling in aanmerking te komen.
Artikel 7. Terugbetaling lesgeld
1.Indien de inschrijving voor 1 mei van het schooljaar wordt
beëindigd vanwege een in het tweede lid genoemde reden, wordt het
lesgeld voor dat schooljaar op aanvraag van de lesgeldplichtige
terugbetaald met eentwaalfde deel voor iedere resterende hele maand in
dat schooljaar.
2.Teruggave van lesgeld is uitsluitend mogelijk indien de
inschrijving is beëindigd in verband met:
a. het met goed gevolg hebben afgerond van de opleiding,
b. de inschrijving voor een cursus als bedoeld in artikel 15,
eerste lid, mits die inschrijving plaatsvindt in het
desbetreffende schooljaar,
c. overlijden of ernstige ziekte van de leerling, of
d. bij ministeriële regeling te bepalen bijzondere
familieomstandigheden.
3.Een aanvraag om teruggave van lesgeld wordt voor het einde van
het desbetreffende schooljaar gedaan op een bij ministeriële regeling
te bepalen wijze.
4.Geen teruggave van lesgeld vindt plaats indien op grond van de
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten of de Wet
studiefinanciering 2000 een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is
toegekend of als voorschot is verstrekt, en de tegemoetkoming of het
voorschot is verrekend met de verplichting tot het betalen van
lesgeld.
Artikel 8. Informatieverplichtingen dagscholen
De dagscholen verstrekken Onze minister gegevens omtrent de
inschrijving op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
Artikel 8a [Vervallen per 01-08-2006]
Hoofdstuk 3. Cursusgeld
Artikel 9. Procedure inschrijving bij een cursus
1.Een aanvraag tot inschrijving van een cursist bij een cursus kan
uitsluitend worden gedaan door degene die op grond van de inschrijving
cursusgeldplichtig zal zijn.
2.De aanvraag wordt gedaan door inlevering bij de cursus van een
door de cursusgeldplichtige ingevuld en ondertekend
inschrijvingsformulier. Het inschrijvingsformulier wordt door of
namens het bevoegd gezag verstrekt en bevat bij ministeriële regeling
te bepalen gegevens. Het formulier bevat in ieder geval de naam en het
adres van de cursist en, indien deze minderjarig is, van de wettelijke
vertegenwoordiger.
3.Inschrijving geschiedt door of namens het bevoegd gezag. Na
medeondertekening door of namens het bevoegd gezag geldt het
inschrijvingsformulier als bewijs van inschrijving.
4.Inschrijving geschiedt niet dan nadat:
a. het cursusgeld is voldaan, tenzij artikel 13 van toepassing
is, of
b. een betalingsregeling als bedoeld in artikel 11 is
getroffen.
Artikel 10. Beëindiging inschrijving
Het bevoegd gezag beëindigt de inschrijving van de cursist op
aanvraag van de cursusgeldplichtige. Het bevoegd gezag verstrekt een
bewijs van uitschrijving aan de cursusgeldplichtige. Het bewijs van
uitschrijving bevat bij ministeriële regeling te bepalen gegevens.
Artikel 11. Voldoening cursusgeld
1.Het cursusgeld is door de cursusgeldplichtige verschuldigd aan de
instelling die het onderwijs aan de cursus verzorgt.
2.Het cursusgeld is, ongeacht het aantal inschrijvingen door een
cursist, eenmaal verschuldigd per cursusjaar per instelling en wordt
voldaan door:
a. betaling van het cursusgeld aan het bevoegd gezag bij de
inschrijving,
b. het bij de inschrijving treffen van een regeling inzake de
betaling van het cursusgeld tussen het bevoegd gezag en de
cursusgeldplichtige alsmede de naleving door de
cursusgeldplichtige, of
c. schriftelijke vaststelling bij de inschrijving door of
namens het bevoegd gezag dat op de cursusgeldplichtige artikel 13
van toepassing is.
3.De laatste termijn van het cursusgeld wordt in ieder geval
betaald binnen 4 maanden na aanvang van de cursus, en uiterlijk voor
het einde van de cursus.
4.Indien een cursist in een cursusjaar bij dezelfde instelling voor
meerdere cursussen staat ingeschreven, is het cursusgeld van de cursus
met het hoogste cursusgeldtarief verschuldigd.
5.De cursusgeldplichtige verstrekt aan het bevoegd gezag
bewijsstukken voor de aanspraak op terugbetaling van cursusgeld als
bedoeld in artikel 14.
Artikel 12. Vermindering cursusgeld
Voor een cursist die in de loop van het cursusjaar wordt
ingeschreven, wordt het cursusgeld verminderd met eentwaalfde deel voor
iedere in dat cursusjaar reeds verstreken maand.
Artikel 13. Geen cursusgeld verschuldigd
1.Geen cursusgeld is verschuldigd indien de cursist bij aanvang van
het cursusjaar waarin de cursus plaatsvindt de leeftijd van 18 jaren
nog niet heeft bereikt, tenzij het betreft de inschrijving bij een
deeltijdopleiding als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel c.
2.Geen cursusgeld is verschuldigd indien de cursist bij de
instelling die de cursus verzorgt, tevens is ingeschreven voor een
opleiding waarvoor lesgeld is verschuldigd.
Artikel 14. Terugbetaling cursusgeld
1. Indien de inschrijving wordt beëindigd wegens een in het tweede
of derde lid genoemde reden, wordt het cursusgeld voor het
desbetreffende cursusjaar op aanvraag van de cursusgeldplichtige
geheel of gedeeltelijk terugbetaald met eentwaalfde deel voor iedere
in dat cursusjaar resterende hele maand waarin de cursist niet langer
zal zijn ingeschreven.
2. Teruggave van cursusgeld is uitsluitend mogelijk indien de
inschrijving is beëindigd:
a. voor de eerste dag waarop de lessen in het cursusjaar
aanvangen,
b. in verband met de inschrijving bij een dagschool, mits die
inschrijving plaatsvindt in het desbetreffende cursusjaar,
c. wegens overlijden of ernstige ziekte van de cursist, ter
beoordeling van het bevoegd gezag, of
d. wegens bij ministeriële regeling te bepalen bijzondere
familieomstandigheden.
3. In afwijking van het tweede lid kan teruggave van cursusgeld
plaatsvinden op grond van door het bevoegd gezag opgestelde bepalingen
als bedoeld in artikel 8.1.3, derde lid, onder e, van de Wet educatie
en beroepsonderwijs.
4. Een aanvraag om teruggave van cursusgeld wordt voor het einde
van dat cursusjaar gedaan bij het bevoegd gezag.
5. Indien de inschrijving wordt beëindigd wegens het met goed
gevolg hebben afgerond van de opleiding, wordt het cursusgeld voor het
desbetreffende cursusjaar op aanvraag van de cursusgeldplichtige
terugbetaald met een tiende deel voor iedere in het cursusjaar
resterende maand waarin de cursist niet langer zal zijn ingeschreven.
De laatste twee maanden van het cursusjaar tellen daarbij niet mee.
Artikel 15. Cursusgeldtarieven
1. Het cursusgeldtarief voor de volgende categorieën cursussen
bedraagt naar de maatstaf van 1 augustus 2006:
a. opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de
assistent-opleiding en de basisberoepsopleiding: € 213 per
cursusjaar,
b. opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de
vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding:
€ 517 per cursusjaar,
c. opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs,
gericht op het behalen van een diploma als bedoeld in de artikelen
7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs, of
onderdelen van dat diploma: € 0,67 voor elke 45 minuten
onderwijs, berekend op basis van het normatieve aantal minuten
onderwijs per jaar van de opleiding waarvoor inschrijving heeft
plaatsgevonden,
d. opleidingen Nederlands als tweede taal als bedoeld in
artikel 7.3.1, eerste lid, onder c, van de Wet educatie en
beroepsonderwijs, voor zover het betreft Nederlands als tweede
taal I: € 287 per cursusjaar, en
e. opleidingen Nederlands als tweede taal als bedoeld in
artikel 7.3.1, eerste lid, onder c, van de Wet educatie en
beroepsonderwijs, voor zover het betreft Nederlands als tweede
taal II: € 517 per cursusjaar.
2. De cursusgeldtarieven worden jaarlijks bij ministeriële
regeling vastgesteld aan de hand van de consumentenprijsindex. De
tarieven, met uitzondering van het in het eerste lid, onder c,
bedoelde tarief, worden afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.
De ministeriële regeling wordt uiterlijk 31 maart voorafgaande aan
het cursusjaar waarop de herziening van het cursusgeldtarief
betrekking heeft, bekend gemaakt.
3. Bij ministeriële regeling wordt bepaald wat onder de
consumentenprijsindex wordt verstaan.
Artikel 16. Afwijking cursusgeldtarieven
Indien de aard van het onderwijs, de cursusduur, het aantal lessen of
de doelgroep van de cursus daartoe aanleiding geeft, kunnen bij
ministeriële regeling de in artikel 15 genoemde cursusgeldtarieven
worden verlaagd.
Hoofdstuk 4. Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 17. Afwijking van artikel 15
[Wijzigt deze wet]
Artikel 18. Intrekking Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet
1. Het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet wordt ingetrokken.
2. In afwijking van het eerste lid blijven de hoofdstukken van het
Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet van kracht tot het tijdstip
van inwerkingtreding van de overeenkomstige hoofdstukken van het
Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000.
Artikel 19. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden
vastgesteld waarop de verschillende hoofdstukken of onderdelen daarvan
in werking treden.
Artikel 20. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Les- en
cursusgeldwet 2000.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 7 juni 2000
BEATRIX
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
L.M.L.H.A. Hermans
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij,
G.H. Faber
Uitgegeven de twintigste juni 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|
|