|
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
mede namens de Minister van Landbouw, Cultuur
en Visserij;
Gelet op de artikelen 2, vierde lid, 3, tweede
lid, 4, vierde lid, 6, tweede lid, onderdeel c, en vierde lid, 7,
derde lid, 8, 9, tweede lid, 10 en 14, tweede lid, onderdeel d,
van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000 (Stb. 2000,
250);
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
• besluit:
Uitvoeringsbesluit Les- en
cursusgeldwet 2000,
• cursist:
degene die een opleiding volgt als
bedoeld in artikel 15, eerste lid, van het besluit,
• cursusgeldperiode:
periode die gelijk is aan de duur van
de opleiding met een maximum van een cursusjaar,
• cursusgeldplichtige:
cursist of indien deze minderjarig
is, de wettelijke vertegenwoordiger,
• lesgeld:
krachtens artikel 5, tweede lid, van
de wet voor het desbetreffende schooljaar vastgestelde bedrag,
• lesgeldplichtige:
degene die krachtens de wet lesgeld
is verschuldigd,
• Minister: Minister van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap, en, voor wat betreft het landbouwonderwijs,
de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
• schooljaar:
tijdvak van 1 augustus tot en met 31
juli daaropvolgend.
Artikel 2. Onderwijskaart
1. De onderwijskaart, bedoeld in
artikel 2 van het besluit, bestaat uit 3, wat de gegevens betreft,
gelijkluidende delen. Na inschrijving van de leerling is een deel
bestemd voor de Minister, een deel voor de lesgeldplichtige en een
deel voor de dagschool waaraan de leerling is ingeschreven.
2. De ingevulde onderwijskaart bevat
naast de in artikel 2, vierde lid, van het besluit genoemde gegevens:
a. geboortedatum en geslacht van de
leerling en, indien deze minderjarig is, van de wettelijke
vertegenwoordiger,
b. datum waarop de leerling is
ingeschreven,
c. schooljaar waarop de
inschrijving betrekking heeft,
d. verklaring bedoeld in art 2,
eerste lid, van het besluit,
e. door de lesgeldplichtige op
grond van artikel 4 van het besluit gekozen wijze van betaling,
f. ondertekening door de
lesgeldplichtige.
3. De Minister draagt zorg voor tijdige
verstrekking van onderwijskaarten aan de lesgeldplichtigen en aan de
dagscholen.
Artikel 3. Bewijs van uitschrijving
1. Het bewijs van uitschrijving,
bedoeld in artikel 3 van het besluit, bestaat uit 3, wat de gegevens
betreft, gelijkluidende delen. Na inschrijving van de leerling is een
deel bestemd voor de Minister, een deel voor de lesgeldplichtige en
een deel voor de dagschool waaraan de leerling was ingeschreven.
2. Het ingevulde bewijs van
uitschrijving bevat de in artikel 3, tweede lid, van het besluit
genoemde gegevens.
3. Bewijzen van uitschrijving worden
door de Minister aan de dagscholen verstrekt.
Artikel 4. Termijnbetaling lesgeld bij
inschrijving na 30 september
1.Indien de lesgeldplichtige een
opdracht tot automatische incasso voor betaling van het lesgeld in een
of meer termijnen heeft verstrekt en de leerling na 30 september van
het schooljaar wordt ingeschreven, wordt de eerste termijn
afgeschreven in de maand volgend op de maand van inschrijving.
2.Een vervolgtermijn is opeisbaar drie
maanden na het moment waarop de voorafgaande betalingstermijn is
vervallen, met dien verstande dat de laatste betalingstermijn niet
later wordt afgeschreven dan in de maand september volgend op het
schooljaar waarop die termijn betrekking heeft.
Artikel 5. Bijzondere vorm van
dagonderwijs
1.Als een bijzondere vorm van
dagonderwijs, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel c, van het
besluit, wordt aangemerkt het door een gedetineerde leerling in het
kader van een justitieel behandelplan volgen van onderwijs dat wordt
verzorgd door een reguliere onderwijsinstelling.
2.Bij een aanvraag tot vrijstelling van
lesgeld in geval van een inschrijving als bedoeld in het eerste lid,
wordt een verklaring van de justitiële inrichting overgelegd waaruit
blijkt dat de leerling daar is geďnterneerd en in het kader van een
justitieel behandelplan onderwijs volgt.
Artikel 6. Bijzondere
familieomstandigheden
Onder bijzondere familieomstandigheden,
bedoeld in de artikelen 7, tweede lid, onderdeel d, en 14, tweede lid,
onderdeel d, van het besluit worden verstaan:
a. overlijden van of ernstige ziekte
bij de partner van de leerling,
b. overlijden van of ernstige ziekte
bij een familielid tot en met de tweede graad van de leerling, en
c. echtscheiding van de ouders van de
leerling.
Artikel 7. Over te leggen bewijsmiddelen
bij aanvraag tot restitutie lesgeld
1. Een aanvraag om teruggave van het
lesgeld als bedoeld in artikel 7, derde lid, van het besluit wordt
gedaan aan de Minister.
2. Bij een aanvraag om terugbetaling op
grond van artikel 7, tweede lid, wordt overgelegd in geval van:
a. onderdeel a, van het besluit:
bewijsstuk waaruit blijkt dat de opleiding met goed gevolg is
afgerond,
b. onderdeel b, van het besluit:
afschrift van het bewijs van inschrijving aan een cursus,
c. onderdeel c, van het besluit:
afschrift van of uittreksel uit de akte van overlijden van de
leerling, of verklaring van een daartoe bevoegd arts, niet zijnde
de behandelend arts van de leerling waaruit blijkt dat de leerling
in het desbetreffende schooljaar redelijkerwijs geen onderwijs
meer kan volgen,
d. onderdeel d, van het besluit
juncto artikel 6, onderdeel a: afschrift van of uittreksel uit de
akte van overlijden van de partner van de leerling, of verklaring
van een daartoe bevoegd arts, niet zijnde de behandelend arts van
de partner van de leerling,
e. onderdeel d, van het besluit
juncto artikel 6, onderdeel b: afschrift van of uittreksel uit de
akte van overlijden van het familielid van de leerling, of
verklaring van een daartoe bevoegd arts, niet zijnde de
behandelend arts van het familielid van de leerling,
f. onderdeel d, van het besluit
juncto artikel 6, onderdeel c: afschrift van of uittreksel uit de
echtscheidingsakte.
Artikel 8 [Vervallen per 29-12-2011]
Artikel 9. Inschrijvingsformulier cursus
1.Het inschrijvingsformulier, bedoeld
in artikel 9, tweede lid, van het besluit, bestaat uit 2, wat de
gegevens betreft, gelijkluidende delen. Na inschrijving van de cursist
is een deel bestemd voor het bevoegd gezag en een deel voor de
cursusgeldplichtige.
2.Het ingevulde inschrijvingsformulier
bevat naast de in artikel 9, tweede lid, van het besluit genoemde
gegevens in ieder geval:
a. geboortedatum en geslacht van de
cursist en, indien deze minderjarig is, van de wettelijke
vertegenwoordiger,
b. datum waarop de cursist is
ingeschreven,
c. cursusgeldperiode waarvoor de
inschrijving geldt,
d. categorie van opleidingen als
bedoeld in artikel 15, eerste lid, van het besluit waarvoor de cursist
is ingeschreven, en
e. ondertekening door de
cursusgeldplichtige.
Artikel 10. Bewijs van uitschrijving
cursus
1.Het bewijs van uitschrijving, genoemd
in artikel 10 van het besluit, bestaat uit 2, wat de gegevens betreft,
gelijkluidende delen. Na uitschrijving van de cursist is een deel
bestemd voor het bevoegd gezag en een deel voor de cursusgeldplichtige.
2.Het ingevulde bewijs van
uitschrijving bevat in ieder geval:
a. naam van de cursusgeldplichtige,
b. naam van de cursist
c. datum waarop de inschrijving is
beëindigd,
d. naam van de onderwijsinstelling.
Artikel 11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met
ingang van 1 augustus 2000.
Artikel 12. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als:
Regeling Les- en cursusgeldwet.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschappen,
drs. K.Y.I.J. Adelmund.
|