| a. |
de Minister:
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
|
| b. |
ambtenaren
belast met het toezicht: de ambtenaren, bedoeld in artikel
10 van de Spoorwegwet;
|
| c. |
Directie:
bestuurders van een spoorwegdienst als bedoeld in artikel
9 van de Spoorwegwet;
|
| d. |
personeel:
hoofdbeambten, beambten en bedienden van een
spoorwegdienst, als bedoeld in de Spoorwegwet;
|
| e. |
chef van de
trein: hij, die het bevel over een trein voert;
|
| f. |
machinist:
hij, die een krachtvoertuig bedient;
|
| g. |
overwegwachter:
hij, die een krachtvoertuig bedient;
|
| h. |
voertuig: elk
voertuig, al dan niet geleed, ingericht om op
spoorstaven te rijden;
|
| i. |
locomotief:
elk voertuig, voorzien van een eigen
voortbewegingsinrichting, hoofdzakelijk bestemd om
andere voertuigen op spoorstaven voort te bewegen en
niet zelf ingericht voor het vervoer van personen,
bagage, goederen, post of levende dieren, of een
combinatie van deze voertuigen welke van één punt uit
worden bediend;
|
| j. |
treinstel: elk
voertuig, voorzien van een eigen
voortbewegingsinrichting met een vermogen aan de
wielomtrek van meer dan 75 kW en ingericht voor het
vervoer van personen, bagage, goederen, post of levende
dieren;
|
| k. |
krachtvoertuig:
elke locomotief en elk treinstel;
|
| l. |
rijtuig: elk
voertuig zonder eigen voortbewegingsinrichting, bestemd
om door middel van een krachtvoertuig te worden
voortbewogen en geheel of gedeeltelijk ingericht voor
het vervoer van personen, bagage of post, alsmede elk
ander door de Directie als zodanig aangewezen voertuig;
|
| m. |
wagen: elk
voertuig zonder eigen voortbewegingsinrichting, bestemd
om door middel van een krachtvoertuig te worden
voortbewogen en ingericht voor het vervoer van goederen,
post of levende dieren, alsmede elk ander door de
Directie als zodanig aangewezen voertuig;
|
| n. |
rollend
materieel: elk krachtvoertuig, elk rijtuig en elke
wagen;
|
| o. |
bijzonder
voertuig: elk voertuig, geen rollend materieel zijnde,
dat op één of twee spoorstaven wordt of zal worden
voortbewogen, dan wel zichzelf voortbeweegt of zal
voortbewegen;
|
| p. |
trein: een
krachtvoertuig - indien met andere voertuigen verbonden,
daarmede een geheel vormende - dat zich van een station
naar een andere bestemming beweegt of bewegen gaat, of
zich van die andere bestemming naar een station beweegt
of bewegen gaat;
|
| q. |
rangeerdeel:
een krachtvoertuig, een rijtuig, een wagen of een aantal
van deze voertuigen, aaneengesloten, geen trein zijnde;
|
| r. |
station:
gedeelte van de spoorweg bestemd en ingericht om treinen
te doen stoppen, beginnen, eindigen, inhalen of kruisen
en voorzien van ten minste één wissel, dat door
treinen rechtstreeks in beide standen kan worden
bereden, en tevens bestemd en ingericht om reizigers te
laten in- en uitstappen en/of goederen aan te nemen en
af te leveren; de Directie kan een zodanig gedeelte van
de spoorweg, dat niet tevens is bestemd en ingericht om
reizigers te laten in- en uitstappen en/of goederen aan
te nemen en af te leveren, met een station
gelijkstellen;
|
| s. |
halte:
gedeelte van de spoorweg bestemd en ingericht om
reizigers te laten in- en uitstappen en/of goederen aan
te nemen en af te leveren, niet zijnde een station;
|
| t. |
hoofdspoor:
een spoor dat in gewone omstandigheden door treinen
wordt bereden, of een spoor, dat door de Directie als
zodanig wordt aangewezen;
|
| u. |
baanvak:
gedeelte van de spoorweg tussen twee met name te noemen
punten;
|
| v. |
grensdienstbaanvak:
baanvak tussen de Nederlandse grens en het uiterste
station, waar personeel van een buitenlandse
spoorwegdienst treinen aan personeel van een
binnenlandse spoorwegdienst mag overgeven en van dat
personeel mag overnemen;
|
| w. |
overweg:
gelijkvloerse kruising van een spoorweg en een weg;
|
| x. |
overpad:
overweg gelegen in een vrijliggend fietspad of voetpad;
|
| ij. |
nacht: de tijd
tussen een half uur na zonsondergang en een half uur
voor zonsopgang;
|
| z. |
goedgekeurde
hogesnelheidstrein: rollend materieel dat een subsysteem
vormt als bedoeld in hoofdstuk
IIIA van de Spoorwegwet en waarvoor machtiging
als bedoeld in artikel
7 van de Spoorwegwet is verleend of dat met
toestemming van de bevoegde autoriteiten van een andere
lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die
partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte, in gebruik is genomen;
|
| aa. |
hogesnelheidsinfrastructuur:
infrastructuur die een subsysteem vormt als bedoeld in hoofdstuk
IIIA van de Spoorwegwet;
|
| ab. |
RandstadRail:
de ingevolge artikel
1, eerste lid, van de Locaalspoor- en Tramwegwet
aangewezen locaalspoorweg Den Haag Centraal – Den Haag
Laan van NOI – Zoetermeer, met de zijtak Leidschendam
– Rotterdam;
|
| ac. |
plusregio:
regio als bedoeld in artikel
104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
|