| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Loodsenwet
BESLUIT
MARKTTOEZICHT REGISTERLOODSEN
Tekst zoals deze geldt op
21 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 20 december 2007, houdende bepalingen in
verband met de invoering van markttoezicht op het aanbod van
dienstverlening door registerloodsen en een herziening van de
loodsgeldtariefstructuur (Besluit markttoezicht registerloodsen)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van
1 oktober 2007, nr. HDJZ/SCH/2007-1217, Hoofddirectie Juridische
Zaken;
Gelet op de artikelen 21, tweede lid, 27d,
eerste en tweede lid, en 27l, eerste en derde lid, van de Loodsenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 25
oktober 2007, nr. W09.07.0356/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Verkeer en Waterstaat van 19 december 2007, nr. HDJZ/SCH/2007-1654,
Hoofddirectie Juridische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1.1
In dit besluit wordt verstaan onder:
Bevoegde autoriteit: de voor een scheepvaartweg of gedeelte daarvan
krachtens artikel 1, onder a, van het Loodsplichtbesluit 1995 aangewezen
autoriteit;
binnenhaven: een haven die niet in de bijlage bij dit besluit als
zeehaven is aangewezen;
call: een combinatie van een loodsreis van zee naar een
zeehavengebied en een loodsreis naar zee vanuit hetzelfde zeehavengebied
via dezelfde vaarroute;
frequentiekorting: een korting op de loodsgeldtarieven als bedoeld in
artikel 4.15;
cluster van zusterschepen: twee of meer zusterschepen die door
dezelfde natuurlijke of rechtspersoon worden geëxploiteerd;
consortium: twee of meer zusterschepen die onderdeel vormen van een
samenwerkingsverband waarin schepen regelmatig volgens een vast
lijndienstschema, dat op een voor de sector gebruikelijke wijze bekend
is gemaakt, eenzelfde daarbij vooraf vastgestelde Nederlandse haven
aanlopen;
loodsreis: reis met een zeeschip ten behoeve waarvan een
registerloods zijn functie, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid,
van de wet, uitoefent;
organisatie: de krachtens artikel 15a, tweede lid, van de
Scheepvaartverkeerswet aangewezen organisatie;
uiterton: een punt als zodanig in de bijlage van dit besluit
aangewezen;
wet: Loodsenwet;
zeehaven: de haven en de daartoe behorende scheepvaartwegen die als
zodanig in de bijlage bij dit besluit zijn aangewezen;
zeehavengebied: de havens of ligplaatsen, gelegen in of aan:
1°. de scheepvaartwegen, genoemd in onderdeel I.1,
2°. de scheepvaartwegen, genoemd in onderdeel I.2, exclusief de
Vlierede,
3°. de scheepvaartwegen, genoemd in onderdeel I.3, exclusief de
rede van Texel,
4°. de scheepvaartwegen, genoemd in onderdeel II,
5°. de scheepvaartwegen, genoemd in onderdeel III, of
6°. de scheepvaartwegen, genoemd in onderdeel IV, onder 4, 5, 6
en 7 van de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet;
zeemijl: de mijl van 1852 m;
zeewaarts: aan de open zeezijde;
zusterschepen: schepen die ten opzichte van elkaar voldoen aan de
volgende eisen:
1°. gelijkheid van type, volgens Lloyd's Register of Ships;
2°. een verschil wat betreft de lengte over alles, de maximale
diepgang op de zomerlastlijn, alsmede de maximale breedte van,
respectievelijk, niet meer dan 10%, 15% en 20%;
3°. een overeenkomstige uitrusting en inrichting van de brug en
de navigatie-instrumenten, en,
4°. overeenkomende manoeuvreer-eigenschappen, in het bijzonder
ten aanzien van de boeg- en hekschroeven, het motorvermogen, het
roertype, de draairichting en het type van de schroef.
Hoofdstuk 2. Kostentoerekeningssysteem
§ 1. Inrichting kostentoerekeningssysteem
Artikel 2.1
Het kostentoerekeningssysteem, bedoeld in artikel 27b van de wet,
wordt ingericht overeenkomstig deze paragraaf.
Artikel 2.2
Kosten die geheel aan een afzonderlijke dienst of taak, bedoeld in
artikel 27a van de wet, kunnen worden toegerekend, worden slechts aan de
desbetreffende dienst of taak toegerekend.
Artikel 2.3
Kosten die gedeeltelijk aan een dienst of taak, bedoeld in artikel
27a van de wet, en gedeeltelijk aan een of meer andere diensten of taken
kunnen worden toegerekend, worden slechts in overeenstemming met het
daadwerkelijk gebruik of verbruik toegerekend aan de desbetreffende
dienst of taak, bedoeld in artikel 27a van de wet.
Artikel 2.4
Kosten die niet kunnen worden toegerekend aan een dienst of taak,
bedoeld in artikel 27a van de wet, worden niet in het
kostentoerekeningssysteem opgenomen.
Artikel 2.5
Indien de inkomsten uit andere diensten of taken dan die, bedoeld in
artikel 27a van de wet, minder bedragen dan 1% van de totale inkomsten
uit alle tarieven vastgesteld krachtens artikel 27f, eerste en tweede
lid, van de wet, en de kosten van die andere diensten of taken de
inkomsten niet overtreffen, kunnen, in afwijking van de artikelen 2.3 en
2.4, de kosten gemoeid met deze diensten of taken worden toegerekend aan
diensten of taken, bedoeld in artikel 27a van de wet. In dat geval
worden de opbrengsten van die andere diensten of taken ook aan de
desbetreffende diensten of taken, bedoeld in artikel 27a van de wet
toegerekend.
Artikel 2.6
Kosten gemoeid met de verplichtingen, bedoeld in artikel 26, tweede
lid, onder a, van de wet, met de evenredigheid, bedoeld in artikel 26,
tweede lid, onder b, van de wet, en met de waarborg, bedoeld in artikel
26, tweede lid, onder c, van de wet, worden toegerekend aan de
loodsgeldtarieven.
Artikel 2.7
De volgende kosten worden niet toegerekend:
a. de kosten van goodwill;
b. verbeurde boetes en dwangsommen.
Artikel 2.8
Het kostentoerekeningssysteem bevat:
a. een beschrijving van de gebruikte methoden van berekening en
toerekening van de kosten;
b. een vermelding van de rechtspersoon, het samenwerkingsverband
of het organisatieonderdeel waaraan de desbetreffende kostenpost
toevalt;
c. zowel een gelijktijdige als een volgtijdelijke toerekening van
opbrengsten en kosten.
Artikel 2.9
1. Kosten worden berekend en toegerekend op grond van algemeen
aanvaarde bedrijfseconomische principes.
2. Bij de toerekening van kosten wordt onderscheid gemaakt tussen
de kosten van duurzame en niet-duurzame productiemiddelen.
3. De toerekening van de kosten van duurzame productiemiddelen is
gebaseerd op afschrijvingsmethoden en -termijnen die volgens algemeen
aanvaarde bedrijfseconomische principes zijn bepaald.
4. Kosten van materiële vaste activa worden berekend op basis van
de historische kostprijs. Toerekening vindt plaats vanaf het moment
dat deze activa in gebruik worden genomen.
5. De toerekening van niet-duurzame productiemiddelen is gebaseerd
op de werkelijke kosten.
6. De berekening van vermogenskosten is gebaseerd op een methode,
met inbegrip van de daarvan deel uitmakende parameters, die voldoet
aan algemeen aanvaarde bedrijfseconomische principes. De raad van
bestuur stelt deze methode en parameters bij besluit vast.
Artikel 2.10
1. De toerekening van de kosten, gemoeid met het loodsen van
zeeschepen vindt eerst plaats naar rato van het aantal loodsreizen
verricht in elk krachtens artikel 27d, eerste lid, van de wet
aangewezen zeehavengebied en vervolgens met inachtneming van de in
hoofdstuk 4 vastgestelde maatstaven.
2. Bij de toerekening van de kosten gemoeid met het loodsen van
zeeschepen wordt inzicht gegeven in de kosten voor de onderscheiden
krachtens artikel VII van de Wet markttoezicht registerloodsen vast te
stellen klassen van schepen.
§ 2. Procedurele bepalingen
Artikel 2.11
1. De algemene raad zendt een door de ledenvergadering
overeenkomstig artikel 27b, eerste lid, van de wet vastgesteld
kostentoerekeningssysteem ten minste een jaar voorafgaand aan het
tijdstip waarop het van kracht zijnde kostentoerekeningssysteem zijn
geldigheid verliest aan de raad van bestuur.
2. Indien de raad van bestuur toepassing geeft aan artikel 27b,
zesde lid, van de wet, stelt hij daarbij de termijn vast waarbinnen de
ledenvergadering het toerekeningssysteem wijzigt. De algemene raad
zendt het door de ledenvergadering vastgestelde
kostentoerekeningssysteem binnen een week na de datum van vaststelling
aan de raad van bestuur.
Hoofdstuk 3. Index uurtarief arbeidsvergoeding
Artikel 3.1
De indexering, bedoeld in artikel 27d, tweede lid, van de wet is het
door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer
CAO-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen, telkens toe te
passen over de periode van 12 maanden, eindigend op de laatste dag van
de maand februari van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar
waarvoor een tariefvoorstel als bedoeld in artikel 27c van de wet wordt
gedaan.
Hoofdstuk 4. Loodsgeldtarieven, andere tarieven en
leveringsvoorwaarden
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 4.1
Een kostengeoriënteerd tarief en een kostengeoriënteerde vergoeding
voldoen aan de eis dat de geraamde opbrengst uit het betrokken tarief,
onderscheidenlijk de betrokken vergoeding, in een kalenderjaar niet meer
bedraagt dan de som van:
a. de met toepassing van het geldende kostentoerekeningssysteem,
bedoeld in artikel 27b, eerste lid, van de wet, aan de
desbetreffende dienst of taak toegerekende geraamde kosten;
b. de daaraan toegerekende vermogenskostenvergoeding, en,
c. de daarbij te verrichten verrekening als bedoeld in artikel
27c, zesde lid, onder i, van de wet.
Artikel 4.2
Een tarief of vergoeding is redelijk in verhouding tot de geleverde
dienst.
§ 2. Algemene maatstaven voor de loodsgeldtarieven
Artikel 4.3
De loodsgeldtarieven worden onderscheiden in een zeeloodsgeldtarief,
verder aan te duiden als Z-tarief, een binnenloodsgeldtarief, verder aan
te duiden als B-tarief, en loodsvergoedingen.
Artikel 4.4
1. Voor de bepaling van het Z-tarief en het B-tarief geldt als
grondslag de diepgang van zeeschepen in decimeters. De halve decimeter
en daar beneden wordt niet gerekend, wat daar boven gaat wordt als
gehele decimeter gerekend.
2. Voor de bepaling van het B-tarief geldt mede als grondslag de
tijdens de loodsreis door het desbetreffende zeeschip afgelegde
afstand in zeemijlen.
3. Voor de bepaling van het Z- en B-tarief geldt mede als grondslag
de frequentie waarmee een schip dan wel twee of meer zusterschepen die
geëxploiteerd worden door eenzelfde natuurlijke of rechtspersoon of
consortium een zeehaven of zeehavengebied aandoen.
4. Voor de bepaling van de loodsgeldtarieven kunnen ter uitvoering
van het Koninkrijk bindende verdragen, besluiten van volkenrechtelijke
organisaties, of andere internationale afspraken uitsluitend of mede
andere dan in het eerste tot en met derde lid genoemde grondslagen
worden gehanteerd.
Artikel 4.5
Het Z-tarief wordt geheven:
a. voor loodsreizen van uit zee komende of naar zee gaande
schepen, welke bestemd zijn voor of komen van een zeehaven, van een
positie zeewaarts van de uiterton tot in die zeehaven of omgekeerd;
b. voor loodsreizen van uit zee komende of naar zee gaande
schepen, welke bestemd zijn voor of komen van een binnenhaven, voor
het gedeelte van een positie zeewaarts van de uiterton tot op de
scheepvaartweg voor de voorbij te varen zeehaven, of omgekeerd;
c. voor loodsreizen van uit zee komende of naar zee gaande
schepen die de meridiaan 4° 47' 00" E passeren op het gedeelte
van die meridiaan dat in het noorden wordt begrensd door de
zuidzijde van Texel en in het zuiden wordt begrensd door het
vasteland van Noord-Holland, zeewaarts van die meridiaan;
d. voor loodsreizen van uit zee komende of naar zee gaande
schepen die de uiterton IJmuiden, genoemd in de bijlage, passeren,
zeewaarts van die uiterton.
Artikel 4.6
Het B-tarief wordt geheven:
a. voor loodsreizen tussen zee- en binnenhavens, dan wel tussen
binnenhavens onderling, of in binnenhavens, en wordt berekend naar
de afgelegde afstand tussen of in die havens;
b. voor loodsreizen naar, tussen en in binnenhavens die in
Noord-Holland zijn gelegen, voor de scheepvaartwegen die niet
zeewaarts van het gedeelte van de meridiaan 4° 47' 00" E dat
in het noorden wordt begrensd door de zuidzijde van Texel en in het
zuiden wordt begrensd door het vasteland van Noord-Holland zijn
gelegen, alsmede voor de scheepvaartwegen die niet zeewaarts van de
uiterton IJmuiden, genoemd in de bijlage, zijn gelegen.
Artikel 4.7
Indien gedurende de loodsreis voor of in een zeegat, op de rede dan
wel op de binnenwateren wordt geankerd en de reis daarna weer wordt
voortgezet, wordt deze loodsreis voor de berekening van het
verschuldigde loodsgeld daardoor niet aangemerkt als te zijn geëindigd
of onderbroken, mits gedurende het voor anker liggen geen lading wordt
ingenomen of gelost of passagiers aan boord worden genomen of
ontscheept.
Artikel 4.8
De loodsreizen van zeeschepen van of naar een zeehaven, dan wel van
of naar een binnenhaven, vangen aan of eindigen op de ligplaats in die
haven.
Artikel 4.9
1. Indien de diepgang van een zeeschip gedurende de loodsreis
wijziging ondervindt, wordt het loodsgeld volgens het Z- of B-tarief
voor het gehele zee- of binnentraject berekend naar de grootste
diepgang.
2. Toename van de diepgang als gevolg van onvoorziene schade of
ongeval gedurende de loodsreis, wordt voor de berekening van het
loodsgeld niet in aanmerking genomen.
Artikel 4.10
1. Indien de kapitein van een zeeschip gelijktijdig gebruik maakt
van de diensten van meer dan een loods, omdat hij daartoe krachtens
een wettelijk voorschrift verplicht is, is eenmaal loodsgeld volgens
het Z- of B-tarief verschuldigd, alsmede, voor zover er
loodsvergoedingen verschuldigd zijn, evenzoveel vergoedingen als er
loodsen aan boord zijn.
2. Indien een kapitein van een zeeschip gelijktijdig gebruik maakt
van de diensten van meer dan een loods, zonder dat hij daartoe
krachtens een wettelijk voorschrift verplicht is, is evenveel maal
loodsgeld verschuldigd als er loodsen aan boord zijn, alsmede, voor
zover er loodsvergoedingen verschuldigd zijn, evenzoveel vergoedingen
als er loodsen aan boord zijn.
Artikel 4.11
Indien kapiteins van andere dan zeeschepen van de diensten van een
loods gebruik maken, is hiervoor loodsgeld volgens de voor zeeschepen
geldende tarieven verschuldigd.
§ 3. Bijzondere maatstaven voor de loodsgeldtarieven
Artikel 4.12
1. De raad van bestuur stelt bij besluit een verhogings- of
verlagingsfactor vast voor het in rekening te brengen tarief in
verband met bijzondere loodsreizen.
2. Een verhogings- of verlagingsfactor kan betrekking hebben op het
in rekening te brengen Z-tarief, het in rekening te brengen B-tarief
of de in rekening te brengen loodsvergoedingen.
3. Bij het besluit, bedoeld in het eerste lid, worden tevens
rekenregels vastgesteld voor de gevallen waarin een loodsreis om meer
dan één reden als bijzondere loodsreis moet worden aangemerkt,
alsmede een afrondingsregel.
Artikel 4.13
Als bijzondere loodsreis worden de volgende loodsreizen aangemerkt:
a. een reis waarbij een loods zeewaarts van de uiterton wordt
overgenomen en weer ontscheept zonder de uiterton voorbij te varen;
b. het voorloodsen van een schip, al dan niet door voorvaren, als
gevolg van weersomstandigheden;
c. het loodsen op afstand vanaf de wal onder omstandigheden als
bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van het
Voorschriftenbesluit registerloodsen;
d. het terugkeren van een schip tijdens een loodsreis, zonder dat
de loodsreis eindigt op de wijze, bedoeld in artikel 4.8;
e. het loodsen van een naar het oordeel van de bevoegde
autoriteit niet behoorlijk bestuurbaar schip;
f. het loodsen van een schip waarbij het bevaren van een
scheepvaartweg als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, of 11,
eerste lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet of, voor
zover een schip een haven, anker- of ligplaats in Nederland als
bestemming of vertrekpunt heeft, de Westerschelde, haar mondingen of
het Kanaal van Gent naar Terneuzen, naar het oordeel van de bevoegde
autoriteit ernstig wordt bemoeilijkt als gevolg van ijsgang;
g. het loodsen van een schip dat in een zeegat of op de
binnenwateren als gevolg van weersomstandigheden een veilige
ligplaats moet innemen;
h. het loodsen van gesleepte schepen, anders dan bij het
gebruikmaken van sleepboothulp bij het in- of uitvaren van een
haven, dok of rede, of als gevolg van tijdens de reis ontstane
bijzondere omstandigheden;
i. het loodsen van schepen tijdens proefvaarten;
j. het loodsen van schepen bij verhaalreizen;
k. het loodsen van schepen bij haal- of meeneemreizen.
§ 4. Aanwijzing zeehavengebieden
Artikel 4.14
1. De raad van bestuur stelt afzonderlijke Z- en B-tarieven vast
voor de zeehavengebieden, genoemd in artikel 1.1, onder 1°. tot en
met 6°.
2. Aan deze zeehavengebieden worden ten behoeve van de tarifering
achtereenvolgens de volgende benamingen toegekend:
1°. Delfzijl-Eemshaven;
2°. Harlingen-Terschelling;
3°. Den Helder;
4°. Amsterdam-IJmuiden;
5°. Rotterdam-Rijnmond en Scheveningen;
6°. Scheldemonden.
§ 5. Frequentiekorting loodsgeldtarieven
Artikel 4.15
1. De organisatie verleent op het toepasselijke Z- en B-tarief
volgens een bij besluit van de raad van bestuur vastgesteld schema in
de volgende gevallen een korting:
a. indien een individueel schip binnen een kalenderjaar de in
het schema aangegeven frequentie in calls haalt;
b. indien een cluster van zusterschepen of een consortium de in
het schema aangegeven frequentie in calls binnen een kalenderjaar
haalt.
2. Een schip kan tegelijkertijd slechts deel uitmaken van één
cluster van zusterschepen of consortium.
Artikel 4.16
1. Degene die het loodsgeld verschuldigd is, dient een aanvraag om
in aanmerking te komen voor een frequentiekorting in bij de
organisatie.
2. Indien de frequentiekorting in de loop van een kalenderjaar
wordt aangevraagd en in het daaropvolgende kalenderjaar tevens de
aangegeven frequentie in calls zal worden behaald, wordt, ter
vaststelling van de frequentiekorting in het kalenderjaar waarin de
aanvraag plaatsvindt, de frequentie in calls die in dat kalenderjaar
wordt behaald, herleid tot de frequentie in calls op jaarbasis.
Artikel 4.17
1. De frequentiekorting wordt verleend met ingang van de dag waarop
is aangetoond dat aan de daarvoor geldende eisen wordt voldaan.
2. De organisatie kan, indien naar haar oordeel in voldoende mate
is aangetoond dat de aangegeven frequentie in calls wordt behaald, de
frequentiekorting op voorschotbasis per reis op het te factureren
loodsgeldtarief in mindering brengen. Na afloop van elk
kalenderkwartaal vindt op basis van nacalculatie een voorlopige
afrekening van de toepasselijke frequentiekorting plaats. De
definitieve afrekening vindt plaats binnen drie maanden na afloop van
het desbetreffende kalenderjaar.
§ 6. Loodsvergoedingen
Artikel 4.18
De loodsvergoedingen strekken ter dekking van de kosten die
samenhangen met de bestelling van een loods, ter vergoeding van de door
de loods ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet rechtstreeks aan
het loodsen bestede tijd en ter vergoeding van de reis- en
verblijfkosten van de loods.
Artikel 4.19
1. De raad van bestuur stelt bij besluit het tarief vast van de
loodsvergoedingen in verband met:
a. het bestellen van een loods buiten kantooruren;
b. het afbestellen van een bestelde loods of het niet
gebruikmaken van de diensten van een bestelde loods door het
schip;
c. oponthoud tijdens de loodsreis door een aan het schip toe te
rekenen omstandigheid die niet van nautische of meteorologische
aard is;
d. het na beëindiging van een inkomende loodsreis aan boord
houden van de loods voor verdere dienstverrichting;
e. het na beëindiging van een uitgaande loodsreis aan boord
houden van de loods voor verdere dienstverrichting;
f. het aan boord nemen van een loods op een voor de
desbetreffende regio ongebruikelijke plaats;
g. het na aanvang van een uitgaande loodsreis laten terugkeren
van het schip door hetzelfde zeegat;
h. het opnemen van de loods in een observatie-inrichting of
ziekenhuis aan de wal na het dienstdoen op een besmet schip;
i. het voor of na beëindiging van de loodsreis aan boord
komen, respectievelijk blijven, zonder dat loodsdienst wordt
verricht.
2. Een tarief kan bestaan uit een forfaitair bedrag of een
uurtarief.
Artikel 4.20
1. De raad van bestuur stelt bij besluit het tarief vast van de
loodsvergoedingen in verband met:
a. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen een regio als
bedoeld in artikel 10 van de wet;
b. reis- en verblijfkosten buiten een regio als bedoeld in
artikel 10 van de wet;
c. gemiste maaltijden aan boord van het te beloodsen schip.
2. Een tarief kan bestaan uit een forfaitair bedrag of een
uurtarief. Het tarief, bedoeld in het eerste lid, onder a, kan per
regio, bedoeld in artikel 10 van de wet, verschillend worden
vastgesteld.
§ 7. Procedurele bepalingen
Artikel 4.21
1. Een voorstel van de algemene raad met betrekking tot de
loodsgeldtarieven wordt door de algemene raad uiterlijk 15 juli van
het jaar voorafgaand aan het jaar waarop die tarieven betrekking
hebben aan de raad van bestuur gezonden. De raad van bestuur kan op
verzoek van de algemene raad een latere datum vaststellen.
2. De raad van bestuur neemt binnen twintig weken na de datum van
ontvangst van een voorstel als bedoeld in het eerste lid een
beslissing op dat voorstel.
3. Een voorstel als bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van
een verklaring van een onafhankelijke accountant als bedoeld in
artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarin
deze verklaart dat het voorstel is opgesteld in overeenstemming met
het van kracht zijnde kostentoerekeningssysteem, bedoeld in artikel
27b van de wet, en dat de bijbehorende ramingen correct zijn
opgesteld.
Artikel 4.22
1. Een voorstel van de algemene raad met betrekking tot andere
tarieven dan de loodsgeldtarieven wordt door de algemene raad ten
minste zeventien weken voorafgaand aan de beoogde datum van
inwerkingtreding aan de raad van bestuur gezonden.
2. Een voorstel als bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van
een verklaring van een onafhankelijke accountant als bedoeld in
artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarin
deze verklaart dat het voorstel is opgesteld in overeenstemming met
het van kracht zijnde kostentoerekeningssysteem, bedoeld in artikel
27b van de wet.
Artikel 4.23
1. De raad van bestuur stelt in een uitnodiging als bedoeld in
artikel 27h, derde lid, van de wet een termijn vast waarbinnen een
voorstel als bedoeld in dat lid wordt gedaan.
2. De raad van bestuur neemt binnen twintig weken na de datum van
ontvangst van een voorstel als bedoeld in artikel 27h, derde lid, van
de wet een beslissing op dat voorstel.
Hoofdstuk 5. Verantwoording
Artikel 5.1
De financiële verantwoording en de verantwoording over het
gerealiseerde kwaliteitsniveau, bedoeld in artikel 27j van de wet, zijn
zodanig ingericht dat zij geschikt zijn voor nacalculatorisch gebruik.
Artikel 5.2
De financiële verantwoording, bedoeld in artikel 27j, eerste lid,
van de wet, wordt opgesteld in overeenstemming met het
kostentoerekeningssysteem, bedoeld in artikel 27b van de wet.
Hoofdstuk 6. Wijziging en intrekking van andere besluiten
Artikel 6.1
[Wijzigt het Loodsenregisterbesluit]
Artikel 6.2
Het Loodsgeldbesluit 1995 wordt ingetrokken.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 7.1
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.
Artikel 7.2
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit markttoezicht
registerloodsen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 20 december 2007
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
C.M.P.S. Eurlings
Uitgegeven de zevenentwintigste december 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Bijlage als bedoeld in de
artikelen 1.1, 4.5 en 4.6 van het Besluit markttoezicht registerloodsen
Als zeehaven worden aangewezen:
a. de haven van Delfzijl;
b. de haven van Lauwersoog;
c. de haven van West Terschelling;
d. de haven van Scheveningen;
e. de haven van Hoek van Holland;
f. de haven van Stellendam;
g. de Roompothaven;
h. de haven van Vlissingen;
i. de haven van Breskens.
De volgende scheepvaartwegen behoren tot
de bovengenoemde zeehavens:
a. tot de haven van Delfzijl:
de Eemshaven en de scheepvaartweg,
begrensd in het noorden door de parallel 53° 30' 00" N, in het
westen door de meridiaan 6° 50' 00" E, en in het zuiden de
lijn over het licht van de oostelijke havendam van de toegang tot de
haven van Delfzijl en het sectorlicht van het radarstation Knock,
alsmede de buitendijks gelegen buitenhaven te Delfzijl en de
scheepvaartweg vanaf de zeesluizen in het Eemskanaal tot in de
Oosterhornhaven;
b. tot haven van Lauwersoog:
de buitenhaven van Lauwersoog;
c. tot de haven van West
Terschelling:
de scheepvaartweg van de lijn over de
lichttoren De Brandaris op Terschelling en de lichttoren Vuurduin op
Vlieland, tot een halve zeemijl aan de open zeezijde van die lijn;
d. tot de haven van Scheveningen:
de scheepvaartweg binnen de pieren en
de daarachter gelegen havens;
e. tot de haven van Hoek van Holland:
de scheepvaartweg van de toegangen
naar het havengebied van de Nieuwe Waterweg en Europoort, aan de
westzijde begrensd door een lijn loodrecht op de noordelijke
strekdam, getrokken door het meest westelijke punt van die strekdam,
aan de oostzijde in de Nieuwe Waterweg begrensd door een lijn
loodrecht op de strekking van het vaarwater, getrokken door een punt
één zeemijl stroomopwaarts het oostelijk hoofd van de ingang van
de Berghaven en in het Calandkanaal door de meridiaan 04° 05'
55" E, aan de zuidzijde in het Beerkanaal begrensd door de
parallel 51° 58' 17" N;
f. tot de haven van Stellendam;
de buitenhaven van Stellendam tot de
sluizen;
g. tot de Roompothaven:
de scheepvaartweg vanaf de
stormvloedkering in de Oosterschelde tot aan de Zeelandbrug;
h. tot de haven van Vlissingen:
de rede van Vlissingen begrensd door
de kustlijn van Walcheren en de tonnenlijn benoorden de Hoge Platen
tussen de meridianen 3° 33' 00" E en 3° 38' 00" E,
voorts de buitenhavens, de binnenhavens, het Verbindingskanaal en
het Verbreed Kanaal tot aan de keersluis van het Kanaal door
Walcheren;
i. tot de haven van Breskens:
de rede van Breskens, loodrecht op de
strekking van het vaarwater langs de Hoofdplaat tot een vierde
zeemijl bezijden het midden van de haveningang, de scheepvaartweg
tussen de pieren en voorts de haven.
Als uitertonnen worden de volgende
coördinaten aangewezen:
|
Vlierede |
53° 18' 42" N |
5° 10' 00" E |
|
Randzelgat |
53° 32' 51,0 N |
6° 42' 00,0 E |
|
Molengat |
53° 01' 10" N |
4° 40' 12" E |
|
Westgat |
52° 55' 21" N |
4° 35' 04" E |
|
Schulpengat |
52° 54' 00" N |
4° 38' 42" E |
|
IJmuiden |
52° 28' 02" N |
4° 32' 01" E |
|
Scheveningen |
52° 06' 16" N |
4° 15' 21" E |
|
Hoek van Holland |
51° 59' 28" N |
4° 02' 46" E |
|
Slijkgat |
51° 51' 12" N |
3° 53' 15" E |
|
Brouwershaven |
51° 44' 41" N |
3° 36' 04" E |
|
Roompot |
51° 36' 00" N |
3° 30' 00" E |
|
Oostgat |
51° 35' 30" N |
3° 23' 00" E |
|
Deurloo |
51° 30' 12" N |
3° 16' 30" E |
|
Scheur |
51° 24' 00" N |
3° 06' 00" E |
|
Wielingen |
51° 22' 30" N |
3° 07' 00" E |
|
|
|