| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Loodsenwet
LOODSENREGISTERBESLUIT
Tekst zoals deze geldt op
23 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van 18 augustus 1988, houdende bepalingen
inzake het register van registerloodsen
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 29
april 1988, nr. S/J 30.742/88, Directoraat-Generaal Scheepvaart en
Maritieme Zaken;
Gelet op de artikelen 21, tweede lid, 22, derde
lid, en 24, eerste lid, onderdeel e en f, en vierde lid,
van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353);
De Raad van State gehoord (advies van 14 juni
1988, nr. W09.88.0221);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Verkeer en Waterstaat van 9 augustus 1988, nr. S/J 31.339/88,
Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. loodsreis: het varen op een schip op een loodsplichtige
scheepvaartweg, waarbij de registerloods loodsdienst verricht in de
zin van artikel 2, eerste lid, van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353);
b. peilreis: het varen op een schip op een scheepvaartweg, anders
dan voor een loodsreis, met het doel de specifiek benodigde kennis
voor een registerloods van een scheepvaartweg op peil te brengen of
te houden.
c. reis: een loodsreis dan wel een peilreis;
Hoofdstuk II. Ervarings- en geschiktheidseisen
§ 1. Feitelijke beroepsuitoefening
Artikel 2
1. Op het samenstel van de loodsplichtige scheepvaartwegen waarvoor
een registerloods bevoegd is, moet hij in een periode van
vierentwintig aaneengesloten maanden ten minste zeventig reizen maken.
2. Op andere dan de in artikel 10, eerste lid, van de
Scheepvaartverkeerswet bedoelde scheepvaartwegen, de Westerschelde,
haar mondingen of het Kanaal van Gent naar Terneuzen, waarvoor een
registerloods bevoegd is, moet hij in een periode van vierentwintig
aaneengesloten maanden ten minste vier reizen maken.
3. Als bewijs van een reis geldt:
a. een door degene, die belast is met het gezag over het schip,
ondertekend loodscertificaat als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
van het Voorschriftenbesluit registerloodsen (Stb. 1988, 395); of
b. een verklaring van het bestuur van de regionale
loodsencorporatie, dat de registerloods een peilreis heeft
gemaakt, onder vermelding van de betreffende scheepvaartweg en de
datum van de peilreis.
Artikel 3
1. Indien de registerloods niet kan voldoen aan de in artikel 2,
eerste of tweede lid, gestelde eisen, kan Onze Minister de ontheffing,
bedoeld in artikel 24, vierde lid, van de Loodsenwet, verlenen, indien
dit het gevolg is van:
a. het uitoefenen van de functie van voorzitter van de
corporatie, of van een regionale loodsencorporatie, dan wel van
bestuurslid van een regionale loodsencorporatie;
b. het met instemming van de algemene raad volgen van een
opleiding of studie; of
c. een bijzondere omstandigheid.
2. Een ontheffing wordt verleend voor bepaalde tijd, en kan voor
bepaalde tijd worden verlengd, indien van één van de oorzaken
genoemd in het eerste lid, nog sprake is.
Artikel 4
Onze Minister zendt een afschrift van de ontheffing of de verlenging
ervan aan de algemene raad.
§ 2. Lichamelijke en geestelijke geschiktheid
Artikel 5
De registerloods is in het bezit van:
a. een geldige geneeskundige verklaring zeevaart als bedoeld in
artikel 104, eerste lid, van het Besluit zeevaartbemanning
handelsvaart en zeilvaart, en,
b. een geldige verklaring dat hij voldoet aan de medische eisen
betreffende het gezichtsorgaan en het gehoor als bedoeld in artikel
104, tweede lid, van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en
zeilvaart.
Artikel 5a
De medisch adviseur scheepvaart van de inspecteur-generaal van de
Inspectie Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van de eis dat
de registerloods in het bezit is van een geldige verklaring dat hij
voldoet aan de medische eisen betreffende het gezichtsorgaan als bedoeld
in artikel 104, tweede lid, van het Besluit zeevaartbemanning
handelsvaart en zeilvaart, indien bijzondere omstandigheden hiertoe
noodzaken en een veilige dienstverlening door de registerloods
gewaarborgd is. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
worden verbonden.
Artikel 6
Ten aanzien van de verlening van de verklaringen, bedoeld in artikel
5, de daarop betrekking hebbende medische eisen, de verlening van
ontheffing van die eisen en de weigering de verklaringen te verlenen is
het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk 6 van het Besluit
zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 7
De registerloods zendt de verklaringen, bedoeld in artikel 5, alsmede
een verklaring van blijvende ongeschiktheid voor de zeevaart in de zin
van artikel 108, tweede lid, onder b, van het Besluit zeevaartbemanning
handelsvaart en zeilvaart, onverwijld en aangetekend aan de algemene
raad.
Hoofdstuk III. Het register
§ 1. Inschrijving
Artikel 8
1. De aanvrage tot inschrijving in het register wordt ingediend bij
de algemene raad.
2. Bij de aanvrage, bedoeld in het eerste lid, worden overgelegd:
a. een gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de
basisadministratie persoonsgegevens of uit een gelijkwaardig
buitenlands register;
b. de bewijsstukken, waaruit blijkt dat de aanvrager met goed
gevolg de examens, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de
Loodsenwet, heeft afgelegd en waaruit tevens blijkt tot welke
regionale loodsencorporatie betrokkene behoort;
c. de verklaringen, bedoeld in artikel 5, onder a en b;
d. twee goedgelijkende pasfoto's van de aanvrager, aan de
achterkant voorzien van diens naam, voorletters en geboortedatum.
3. De stukken, genoemd in het tweede lid, onderdelen b en c, worden
na inschrijving aan de betrokken registerloods teruggezonden.
Artikel 9
1. Na ontvangst van de bescheiden, genoemd in artikel 8, tweede
lid, schrijft de algemene raad de aanvrager als registerloods in het
register in met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die
van de werkdag dat deze bescheiden zijn ontvangen.
2. Bij de inschrijving vermeldt de algemene raad de geschiktheid,
dan wel de tijdelijke of voorlopige ongeschiktheid voor de zeevaart,
welke blijkt uit de geneeskundige verklaring van betrokkene. Daarbij
wordt de datum van afgifte van de verklaring vermeld.
§ 2. Wijziging
Artikel 10
De registerloods meldt een wijziging van zijn naam, voornamen of
adres aan de algemene raad.
Artikel 11
De algemene raad brengt ambtshalve een wijziging aan in het register,
voor zover het de gegevens van de loodsplichtige scheepvaartwegen of de
categorieën van schepen betreft, waarvoor de registerloods bevoegd is:
a. indien het een wijziging betreft die als gevolg van
tijdsverloop voortvloeit uit de verordening op grond van artikel 4,
eerste lid, van de Loodsenwet; en
b. indien het een wijziging betreft die voortvloeit uit de
voorschriften, verbonden aan de ontheffing, bedoeld in artikel 24,
vierde lid, van de Loodsenwet.
Artikel 12
1. De algemene raad tekent in het register na ontvangst de inhoud
aan van:
a. de verklaringen, bedoeld in artikel 5, onder a en b, en een
ontheffing als bedoeld in artikel 5a;
b. een verklaring van het bestuur van de regionale
loodsencorporatie, waartoe de registerloods behoort, waaruit een
wijziging van de bevoegdheid van de registerloods blijkt, die
voortvloeit uit de verordening op grond van artikel 4, eerste lid,
van de Loodsenwet, anders dan bedoeld in artikel 11, onderdeel a ;
c. een verklaring van de registerloods van wijziging van
persoonsgegevens als bedoeld in artikel 10;
d. een verklaring van de besturen van de betreffende regionale
loodsencorporaties, waaruit blijkt dat de registerloods tot een
andere regionale loodsencorporatie is gaan behoren;
e. een beperking van de bevoegdheid, bedoeld in de artikelen
28, eerste lid, onderdelen c of d, of 48, van de Loodsenwet, die
voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden;
f. de verklaring van de regionale loodsencorporatie, waartoe de
registerloods behoort, en de daarbij gevoegde afschriften van
loodscertificaten, waaruit blijkt dat de betreffende registerloods
niet aan de in artikel 2, tweede lid, gestelde eis heeft voldaan,
met dien verstande dat de betrokken registerloods zijn bevoegdheid
voor de in dat lid bedoelde scheepvaartwegen verliest.
2. Het eerste lid, onderdeel f, blijft buiten toepassing ten
aanzien van de registerloods, voor wie een ontheffing geldt krachtens
artikel 24, vierde lid, van de Loodsenwet.
§ 3. Doorhaling
Artikel 13
1. De algemene raad haalt de inschrijving van een registerloods
ambtshalve door:
a. indien de verklaringen, bedoeld in artikel 5, door
tijdsverloop zijn vervallen en niet binnen vier weken na de datum
van het verval nieuwe verklaringen door de algemene raad zijn
ontvangen;
b. na ontvangst van een verklaring van blijvende ongeschiktheid
voor de zeevaart in de zin van artikel 108, tweede lid, onder b,
van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart;
c. na ontvangst van de verklaring van de regionale
loodsencorporatie, waartoe de registerloods behoort, met
bijgevoegde afschriften van loodscertificaten, waaruit blijkt dat
de registerloods niet heeft voldaan aan het vereiste van artikel
2, eerste lid;
d. indien de registerloods de voorschriften of beperkingen
verbonden aan een ontheffing als bedoeld in artikel 5a niet
naleeft.
2. Het eerste lid, onderdeel c, blijft buiten toepassing ten
aanzien van de registerloods, voor wie een ontheffing geldt krachtens
artikel 24, vierde lid, van de Loodsenwet.
§ 4. Overige vermeldingen
Artikel 14
1. De algemene raad vermeldt in het register de datum van:
a. afgifte van een ontvangen verklaring als bedoeld in artikel
5, onder a en b;
b. inschrijvingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van dit
besluit, en in artikel 25, van de Loodsenwet;
c. een wijziging als bedoeld in artikel 11, en artikel 12,
eerste lid, onderdelen b, c en f, waarbij als datum geldt de dag
dat ten aanzien van betrokkene feitelijk een wijziging in het
register wordt aangebracht;
d. een wijziging als bedoeld in artikel 12, eerste lid,
onderdeel e, waarbij als datum geldt de dag waarop de ten
grondslag liggende rechterlijke uitspraak of maatregel voor
tenuitvoerlegging vatbaar is geworden;
e. inschrijving van de betrokken registerloods in een andere
regionale loodsencorporatie, in het geval, bedoeld in artikel 12,
onderdeel d;
f. een doorhaling als bedoeld in artikel 24, eerste lid, met
uitzondering van onderdeel g, van de Loodsenwet;
g. Een doorhaling als bedoeld in artikel 24, eerste lid,
onderdeel g, van de Loodsenwet, waarbij als datum geldt de dag
waarop de algemene raad uitvoering geeft aan de schorsing van de
bevoegdheid op grond van een rechterlijke uitspraak of maatregel
welke voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden.
h. een ontheffing als bedoeld in artikel 24, vierde lid, van de
Loodsenwet, waarbij als datum geldt de dag waarop de ontheffing
definitief is geworden, tenzij in de ontheffing een andere
aanvangsdatum wordt bepaald, in welk geval deze laatste datum
geldt;
i. een verlenging van een ontheffing als bedoeld in artikel 3,
tweede lid, waarbij als datum geldt de dag waarop de verlenging
definitief is geworden, tenzij in de verlenging een andere
aanvangsdatum wordt bepaald, in welk geval deze laatste datum
geldt; en
j. de beëindiging van een ontheffing als bedoeld in artikel
24, vierde lid, van de Loodsenwet, of een verlenging daarvan als
bedoeld in artikel 3, tweede lid, waarbij als datum geldt de dag
waarop in de ontheffing of de verlenging daarvan de
beëindigingsdatum ervan is bepaald.
2. De algemene raad maakt in het register aantekening van iedere
maatregel en van ieder rechterlijk vonnis als bedoeld in de artikelen
28, eerste lid, onderdelen c en d, en 48, van de Loodsenwet.
§ 5. Bekendmakingen
Artikel 15
1. De algemene raad verstrekt de verklaring, bedoeld in artikel 22,
tweede lid, van de Loodsenwet, onverwijld na de inschrijving of na
beëindiging van de schorsing aan de betrokken registerloods.
2. De algemene raad zendt een afschrift van de verklaring aan de
regionale loodsencorporatie, waartoe de registerloods behoort.
3. De algemene raad doet van wijzigingen in het register, bedoeld
in de artikelen 11 en 12, eerste lid, mededeling aan het bestuur van
de regionale loodsencorporatie, waartoe de registerloods behoort.
4. De registerloods is verplicht, nadat zijn inschrijving is
doorgehaald de verklaring onverwijld bij de algemene raad in te
leveren.
Artikel 16 [Vervallen per 01-10-1995]
Artikel 17
1. De gegevens, bedoeld in 21, derde lid, van de Loodsenwet, en in
artikel 14, tweede lid, van dit besluit worden aan eenieder die daarom
verzoekt verstrekt tegen het krachtens artikel 21, derde lid, van de
Loodsenwet vastgestelde tarief, ter dekking van de daarmee verband
houdende kosten.
2. De vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, zijn verschuldigd
aan de algemene raad.
Hoofdstuk IV. Overgangsbepalingen
Artikel 18
De registerloods, die op grond van artikel 63, eerste lid, van de
Loodsenwet, in het register is ingeschreven, dient binnen een jaar na
inschrijving te voldoen aan artikel 5.
Artikel 19
De algemene raad zendt de registerloods, die krachtens artikel 63,
eerste lid, van de Loodsenwet, in het register is ingeschreven, de
verklaring, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Loodsenwet, binnen
een maand na de inschrijving toe.
Hoofdstuk V. Overige bepalingen
Artikel 20
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 1988.
Artikel 21
Dit besluit kan worden aangehaald als: Loodsenregisterbesluit.
Lasten en bevelen dat dit besluit met
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad
van State.
's-Gravenhage, 18 augustus 1988
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
N. Smit-Kroes
Uitgegeven de dertigste augustus 1988
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
|
|
|