St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Loodsenwet

 

VOORSCHRIFTENBESLUIT  REGISTERLOODSEN

Tekst zoals deze geldt op 26 juli 2013
Volgende actualisering: januari 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 18 augustus 1988, houdende voorschriften voor registerloodsen

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 29 april 1988, nr. S/J 30.741/88, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;
     Gelet op de artikelen 2, derde lid, en 47, eerste lid, van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353);
     De Raad van State gehoord (advies van 14 juni 1988, nr. W09.88.0217);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 9 augustus 1988, nr. S/J 31.340/88, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. bevoegde autoriteit: de voor een scheepvaartweg of gedeelte daarvan door Onze Minister als zodanig aangewezen functionaris;

b. organisatie: de krachtens artikel 15a, tweede lid, of, indien het de inning van het loodsgeld en de loodsvergoedingen krachtens het Scheldereglement betreft, artikel 15b, eerste lid, Scheepvaartverkeerswet aangewezen organisatie;

c. loodsen op afstand: de functie-uitoefening, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353).

Hoofdstuk II. Algemene voorschriften met betrekking tot het loodsen

Artikel 2

De registerloods heeft bij de uitoefening van zijn functie de door Onze Minister voorgeschreven middelen voor communicatie en navigatie bij zich en volgt de door Onze Minister gegeven voorschriften voor het gebruik van communicatie- en navigatiemiddelen op.

Artikel 3

De registerloods geeft een voor het schip, ten behoeve waarvan hij zijn functie uitoefent, bestemde verkeersaanwijzing die hem bereikt, onverwijld door aan degene, die is belast met het gezag over het schip of aan de verkeersdeelnemer.

Artikel 4

De registerloods doet, zo nodig via de marifoon, onverwijld melding aan de bevoegde autoriteit of aan een opsporingsambtenaar, van:

a. tekortkomingen of bijzonderheden ten aanzien van het schip dat hij loodst, die de veiligheid van het schip, de opvarenden of de omgeving naar zijn oordeel kunnen schaden;

b. overtreding door anderen van de wettelijke voorschriften gegeven ter bescherming van de belangen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet (Stb. 1988, 352);

c. een scheepsramp als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Schepenwet (Stb. 1909, 219);

d. bijzonderheden met betrekking tot een scheepvaartweg of verkeerstekens en overige navigatiehulpmiddelen; en

e. het verlies van ankers, trossen of kettingen, dan wel van lading die hinder kan veroorzaken, alsmede van de positie daarvan.

Artikel 5

De registerloods heeft bij het verlenen van zijn diensten op een schip een geldige verklaring waaruit zijn loodsbevoegdheid blijkt volgens het model, vastgesteld krachtens artikel 22, tweede lid, van de Loodsenwet, bij zich en verleent op verzoek van degene, die is belast met het gezag over het schip of van de verkeersdeelnemer hiervan inzage.

Artikel 6

1. De registerloods loodst een schip op loodsplichtige scheepvaartwegen totdat de loodsreis is beŽindigd.

2. De loodsreis is binnen de loodsplichtige scheepvaartwegen beŽindigd wanneer:

a. het schip de plaats heeft bereikt waar de registerloods het naar toe moet loodsen;

b. het schip langer dan twee uren de reis onderbreekt, tenzij de bevoegde autoriteit mededeelt dat het aan boord blijven van de registerloods noodzakelijk is; of

c. de registerloods door een andere registerloods is afgelost met inachtneming van artikel 7.

3. Indien de verkeersdeelnemer de adviezen van de registerloods niet opvolgt en de veiligheid van het schip, de bemanning of omgeving daardoor naar het oordeel van de registerloods gevaar loopt, wijst hij de verkeersdeelnemer, zo mogelijk in het bijzijn van een ander lid van de scheepsbemanning, op dat gevaar en blijft hij zijn functie zo goed mogelijk uitoefenen.

4. De registerloods mag zijn diensten als loods weigeren, indien tekortkomingen of bijzonderheden ten aanzien van het te loodsen schip naar zijn redelijk oordeel ernstig gevaar opleveren voor de veiligheid van het schip, de opvarenden of de omgeving. Hij doet hiervan melding op de wijze, zoals bepaald in artikel 4, en pleegt overleg met de kapitein en zo mogelijk met de bevoegde autoriteit over de te nemen actie. Zodra het betreffende schip ondanks de weigering van de loods toch vertrekt of de reis voortzet, oefent de loods zijn functie zo goed mogelijk uit.

Artikel 7

1. De registerloods, die door een andere loods zal worden afgelost, handelt zodanig, dat de loodswisseling veilig kan geschieden en het schip zo min mogelijk vertraging ondervindt.

2. De loodsaflossing heeft plaatsgevonden, zodra de aflossende loods het loodsen van het betreffende schip op de brug van het schip of, bij het loodsen op afstand, op de daarvoor aangewezen plaats heeft overgenomen.

Artikel 8 [Vervallen per 27-05-2005]

Artikel 9

1. De registerloods biedt bij het verlenen van zijn diensten aan boord van het door hem te loodsen schip een loodscertificaat met de door Onze Minister vast te stellen inhoud ter invulling en ondertekening aan aan degene, die is belast met het gezag over het schip, controleert die invulling, vult het voor hem bestemde gedeelte in en doet dit zo spoedig mogelijk na de loodsreis, door hem ondertekend, toekomen aan de organisatie.

2. In geval van een vergeefse reis naar een schip, waarvoor de registerloods was besteld, is het eerste lid, indien mogelijk, van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk III. Aanvullende voorschriften met betrekking tot het loodsen op afstand

Artikel 10

1. De daartoe bevoegde registerloods mag slechts op loodsplichtige scheepvaartwegen loodsen op afstand, voor zover:

a. weersomstandigheden, omstandigheden met betrekking tot de aard of inrichting van het te loodsen schip of bijzondere omstandigheden als gevolg van oorzaken gelegen buiten de normale bedrijfsvoering met betrekking tot het loodsen, het een registerloods verhinderen binnen een door Onze Minister aangewezen gebied aan boord te komen of van boord te gaan van het te loodsen schip;

b. dit strekt tot adviezen, gericht op een veilige en doelmatige wijze van het beloodsen van schepen;

c. de veiligheid van een schip op een loodsplichtige scheepvaartweg zodanig direct in gevaar is, dat het loodsen op afstand in het belang van een veilige beloodsing noodzakelijk is; of

d. de veiligheid van een schip op een loodsplichtige scheepvaartweg zodanig direct in gevaar is, dat het loodsen op afstand in afwachting van het binnen korte tijd aan boord komen van een loods noodzakelijk is.

2. De registerloods mag het loodsen op afstand slechts verrichten vanaf de door Onze Minister vast te stellen plaatsen.

3. Onze Minister stelt de door hem voor het loodsen op afstand vanaf de wal nodig geachte ruimte en apparatuur ten behoeve van dat loodsen om niet aan de registerloodsen ter beschikking.

Artikel 11

1. De met het loodsen van een schip belaste registerloods doet onverwijld melding aan de daartoe door het bestuur van een regionale loodsencorporatie aangewezen registerloods, indien zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, voordoet.

2. De krachtens het eerste lid aangewezen registerloods geeft een door hem ontvangen melding onverwijld door aan de bevoegde autoriteit, indien hij eveneens van oordeel is dat er sprake is van een dergelijke omstandigheid.

3. Het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, mag pas aanvangen nadat de krachtens het eerste lid aangewezen registerloods de met het loodsen op afstand belaste registerloods heeft bericht dat hij de melding, bedoeld in het tweede lid, heeft gedaan.

4. Het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, mag pas aanvangen, nadat de registerloods melding heeft gedaan aan de bevoegde autoriteit van de noodzaak daartoe.

5. Het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel d, mag pas aanvangen nadat de bevoegde autoriteit daartoe toestemming heeft gegeven.

Artikel 12

1. De registerloods vult van elke aaneengesloten periode waarin hij op afstand loodst vanaf de wal een loodsjournaal in met de door Onze Minister vast te stellen inhoud en ondertekent dit; hij biedt dit journaal vervolgens ter ondertekening aan aan de daartoe door Onze Minister aangewezen persoon en doet dit daarna zo spoedig mogelijk toekomen aan de organisatie.

2. De registerloods vult van elk schip dat hij vanaf een ander schip op afstand loodst een loodscertificaat als bedoeld in artikel 9 in, ondertekent dit en doet dit zo spoedig mogelijk na de loodsreis toekomen aan de organisatie.

3. Het eerste en tweede lid zijn slechts van toepassing op het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a.

Artikel 13

De registerloods volgt bij het geven van verkeersinformatie tijdens het loodsen op afstand vanaf de wal de door Onze Minister onderscheidenlijk de bevoegde autoriteit gegeven voorschriften op.

Hoofdstuk IV

Artikel 14 [Vervallen per 01-12-1998]

Artikel 15 [Vervallen per 01-12-1998]

Artikel 16 [Vervallen per 01-12-1998]

Hoofdstuk V. Straf- en overige bepalingen

Artikel 17

Overtreding door een registerloods van de bij of krachtens de artikelen 2 tot en met 13 gestelde voorschriften is een strafbaar feit.

Artikel 18

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 1988.

Artikel 19

Dit besluit kan worden aangehaald als: Voorschriftenbesluit registerloodsen.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

 

ís-Gravenhage, 18 augustus 1988

 

BEATRIX

 

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
N. Smit-Kroes

 

Uitgegeven de dertigste augustus 1988
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Loodsenwet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x