| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Loodsenwet
VOORSCHRIFTENBESLUIT
REGISTERLOODSEN
Tekst zoals deze geldt op
29 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
BESLUIT van 18 augustus 1988, houdende voorschriften
voor registerloodsen
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 29 april
1988, nr. S/J 30.741/88, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme
Zaken;
Gelet op de artikelen 2, derde lid, en 47,
eerste lid, van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353);
De Raad van State gehoord (advies van 14 juni
1988, nr. W09.88.0217);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Verkeer en Waterstaat van 9 augustus 1988, nr. S/J 31.340/88,
Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. bevoegde autoriteit: de voor een scheepvaartweg of gedeelte
daarvan door Onze Minister als zodanig aangewezen functionaris;
b. organisatie: de krachtens artikel 15a, tweede lid, of,
indien het de inning van het loodsgeld en de loodsvergoedingen
krachtens het Scheldereglement betreft, artikel 15b, eerste
lid, Scheepvaartverkeerswet aangewezen organisatie;
c. loodsen op afstand: de functie-uitoefening, bedoeld in artikel
2, tweede lid, van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353).
Hoofdstuk II. Algemene voorschriften met betrekking tot het loodsen
Artikel 2
De registerloods heeft bij de uitoefening van zijn functie de door
Onze Minister voorgeschreven middelen voor communicatie en navigatie bij
zich en volgt de door Onze Minister gegeven voorschriften voor het
gebruik van communicatie- en navigatiemiddelen op.
Artikel 3
De registerloods geeft een voor het schip, ten behoeve waarvan hij
zijn functie uitoefent, bestemde verkeersaanwijzing die hem bereikt,
onverwijld door aan degene, die is belast met het gezag over het schip
of aan de verkeersdeelnemer.
Artikel 4
De registerloods doet, zo nodig via de marifoon, onverwijld melding
aan de bevoegde autoriteit of aan een opsporingsambtenaar, van:
a. tekortkomingen of bijzonderheden ten aanzien van het schip dat
hij loodst, die de veiligheid van het schip, de opvarenden of de
omgeving naar zijn oordeel kunnen schaden;
b. overtreding door anderen van de wettelijke voorschriften
gegeven ter bescherming van de belangen, bedoeld in artikel 3,
eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet (Stb. 1988, 352);
c. een scheepsramp als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de
Schepenwet (Stb. 1909, 219);
d. bijzonderheden met betrekking tot een scheepvaartweg of
verkeerstekens en overige navigatiehulpmiddelen; en
e. het verlies van ankers, trossen of kettingen, dan wel van
lading die hinder kan veroorzaken, alsmede van de positie daarvan.
Artikel 5
De registerloods heeft bij het verlenen van zijn diensten op een
schip een geldige verklaring waaruit zijn loodsbevoegdheid blijkt
volgens het model, vastgesteld krachtens artikel 22, tweede lid, van de
Loodsenwet, bij zich en verleent op verzoek van degene, die is belast
met het gezag over het schip of van de verkeersdeelnemer hiervan inzage.
Artikel 6
1. De registerloods loodst een schip op loodsplichtige
scheepvaartwegen totdat de loodsreis is beëindigd.
2. De loodsreis is binnen de loodsplichtige scheepvaartwegen
beëindigd wanneer:
a. het schip de plaats heeft bereikt waar de registerloods het naar
toe moet loodsen;
b. het schip langer dan twee uren de reis onderbreekt, tenzij de
bevoegde autoriteit mededeelt dat het aan boord blijven van de
registerloods noodzakelijk is; of
c. de registerloods door een andere registerloods is afgelost met
inachtneming van artikel 7.
3. Indien de verkeersdeelnemer de adviezen van de registerloods
niet opvolgt en de veiligheid van het schip, de bemanning of omgeving
daardoor naar het oordeel van de registerloods gevaar loopt, wijst hij
de verkeersdeelnemer, zo mogelijk in het bijzijn van een ander lid van
de scheepsbemanning, op dat gevaar en blijft hij zijn functie zo goed
mogelijk uitoefenen.
4. De registerloods mag zijn diensten als loods weigeren, indien
tekortkomingen of bijzonderheden ten aanzien van het te loodsen schip
naar zijn redelijk oordeel ernstig gevaar opleveren voor de veiligheid
van het schip, de opvarenden of de omgeving. Hij doet hiervan melding op
de wijze, zoals bepaald in artikel 4, en pleegt overleg met de kapitein
en zo mogelijk met de bevoegde autoriteit over de te nemen actie. Zodra
het betreffende schip ondanks de weigering van de loods toch vertrekt of
de reis voortzet, oefent de loods zijn functie zo goed mogelijk uit.
Artikel 7
1. De registerloods, die door een andere loods zal worden
afgelost, handelt zodanig, dat de loodswisseling veilig kan geschieden
en het schip zo min mogelijk vertraging ondervindt.
2. De loodsaflossing heeft plaatsgevonden, zodra de aflossende
loods het loodsen van het betreffende schip op de brug van het schip of,
bij het loodsen op afstand, op de daarvoor aangewezen plaats heeft
overgenomen.
Artikel 8 [Vervallen per 27-05-2005]
Artikel 9
1. De registerloods biedt bij het
verlenen van zijn diensten aan boord van het door hem te loodsen schip
een loodscertificaat met de door Onze Minister vast te stellen inhoud
ter invulling en ondertekening aan aan degene, die is belast met het
gezag over het schip, controleert die invulling, vult het voor hem
bestemde gedeelte in en doet dit zo spoedig mogelijk na de loodsreis,
door hem ondertekend, toekomen aan de organisatie.
2. In geval van een vergeefse reis naar een schip, waarvoor de
registerloods was besteld, is het eerste lid, indien mogelijk, van
overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk III. Aanvullende voorschriften met betrekking tot het
loodsen op afstand
Artikel 10
1. De daartoe bevoegde registerloods mag slechts op
loodsplichtige scheepvaartwegen loodsen op afstand, voor zover:
a. weersomstandigheden, omstandigheden met betrekking tot de aard
of inrichting van het te loodsen schip of bijzondere omstandigheden
als gevolg van oorzaken gelegen buiten de normale bedrijfsvoering met
betrekking tot het loodsen, het een registerloods verhinderen binnen
een door Onze Minister aangewezen gebied aan boord te komen of van
boord te gaan van het te loodsen schip;
b. dit strekt tot adviezen, gericht op een veilige en doelmatige
wijze van het beloodsen van schepen;
c. de veiligheid van een schip op een loodsplichtige scheepvaartweg
zodanig direct in gevaar is, dat het loodsen op afstand in het belang
van een veilige beloodsing noodzakelijk is; of
d. de veiligheid van een schip op een loodsplichtige scheepvaartweg
zodanig direct in gevaar is, dat het loodsen op afstand in afwachting
van het binnen korte tijd aan boord komen van een loods noodzakelijk
is.
2. De registerloods mag het loodsen op afstand slechts verrichten
vanaf de door Onze Minister vast te stellen plaatsen.
3. Onze Minister stelt de door hem voor het loodsen op afstand
vanaf de wal nodig geachte ruimte en apparatuur ten behoeve van dat
loodsen om niet aan de registerloodsen ter beschikking.
Artikel 11
1. De met het loodsen van een schip belaste registerloods doet
onverwijld melding aan de daartoe door het bestuur van een regionale
loodsencorporatie aangewezen registerloods, indien zich een
omstandigheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a,
voordoet.
2. De krachtens het eerste lid aangewezen registerloods geeft een
door hem ontvangen melding onverwijld door aan de bevoegde autoriteit,
indien hij eveneens van oordeel is dat er sprake is van een dergelijke
omstandigheid.
3. Het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 10, eerste lid,
onderdeel a, mag pas aanvangen nadat de krachtens het eerste lid
aangewezen registerloods de met het loodsen op afstand belaste
registerloods heeft bericht dat hij de melding, bedoeld in het tweede
lid, heeft gedaan.
4. Het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 10, eerste lid,
onderdeel c, mag pas aanvangen, nadat de registerloods melding
heeft gedaan aan de bevoegde autoriteit van de noodzaak daartoe.
5. Het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 10, eerste lid,
onderdeel d, mag pas aanvangen nadat de bevoegde autoriteit
daartoe toestemming heeft gegeven.
Artikel 12
1. De registerloods vult van elke aaneengesloten periode waarin
hij op afstand loodst vanaf de wal een loodsjournaal in met de door
Onze Minister vast te stellen inhoud en ondertekent dit; hij biedt dit
journaal vervolgens ter ondertekening aan aan de daartoe door Onze
Minister aangewezen persoon en doet dit daarna zo spoedig mogelijk
toekomen aan de organisatie.
2. De registerloods vult van elk schip dat hij vanaf een ander
schip op afstand loodst een loodscertificaat als bedoeld in artikel 9
in, ondertekent dit en doet dit zo spoedig mogelijk na de loodsreis
toekomen aan de organisatie.
3. Het eerste en tweede lid zijn slechts van toepassing op het
loodsen op afstand, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a.
Artikel 13
De registerloods volgt bij het geven van verkeersinformatie tijdens
het loodsen op afstand vanaf de wal de door Onze Minister
onderscheidenlijk de bevoegde autoriteit gegeven voorschriften op.
Hoofdstuk IV
Artikel 14 [Vervallen per 01-12-1998]
Artikel 15 [Vervallen per 01-12-1998]
Artikel 16 [Vervallen per 01-12-1998]
Hoofdstuk V. Straf- en overige bepalingen
Artikel 17
Overtreding door een registerloods van de bij of krachtens de
artikelen 2 tot en met 13 gestelde voorschriften is een strafbaar feit.
Artikel 18
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 1988.
Artikel 19
Dit besluit kan worden aangehaald als: Voorschriftenbesluit
registerloodsen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met
daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van
State.
’s-Gravenhage, 18 augustus 1988
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
N. Smit-Kroes
Uitgegeven de dertigste augustus 1988
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
|
|
|