| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Luchtvaartwet (LVW)
BESCHIKKING
MEDEGEBRUIK MILITAIR LUCHTVAARTTERREIN EINDHOVEN
DOOR BURGERLUCHTVAART
Tekst zoals deze geldt op
11 april 2008
Vervallen
m.i.v. 24 december 2008
|
|
|
De Staatssecretaris
van Defensie en de Minister van Verkeer en Waterstaat;
Gelezen het verzoek van de Stichting Vliegveld
Welschap om het bij beschikking nr CWL 86/025, 86040545, van 23 december
1986/7 januari 1987 toegestane medegebruik van het militaire
luchtvaartterrein Eindhoven na ommekomst van de daarin bepaalde periode,
namelijk 7 januari 1990, wederom toe te staan gedurende een volgende
periode van drie jaar;
Overwegende dat het defensiebelang zich niet
tegen inwilliging van het verzoek verzet;
Dat uit de tussentijdse evaluatie in de regio
van het gebruik van eerdergenoemde beschikking blijkt dat tegen
verlenging geen overwegende bezwaren bestaan;
Dat de op grond van artikel 28 van de
Luchtvaartweg ingestelde Commissie Overleg en Voorlichting
Milieuhygiëne Vliegbasis Eindhoven eveneens instemt;
Dat aan de toestemming tot dit medegebruik
tenminste de in de beschikking nr. CWL 86/025, 86040545, opgenomen
voorwaarden dienen te worden verbonden;
Dat daarenboven nadere voorwaarden dienen te
worden gesteld teneinde zeker te stellen dat geen overmatige slijtage
van het banenstelsel zal optreden;
Dat de beperkingen welke voor dit medegebruik
voortvloeien uit de beschikbare brandweerfaciliteiten eveneens
uitdrukkelijk dienen te worden vermeld;
Gelet op artikel 34, tweede lid, van de
Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47);
Besluiten:
Artikel 1
In aanvulling op de beschikking d.d. 25 oktober 1982/4 november 1982
nr CWW 82/012, Stcrt 1982, nr. 237, wordt aan gezagvoerders van
burgerluchtvaartuigen van hierna te noemen typen met een lengte van
maximaal 61 meter en een maximale rompbreedte van 7 meter die gebruik
maken van de tussenkomst, de diensten en de faciliteiten van de
Stichting Vliegveld Welschap voor een nader te noemen jaarlijks aantal
vliegbewegingen tot wederopzegging en uiterlijk tot het tijdstip gelegen
drie jaar na de inwerkingtreding van deze beschikking ontheffing
verleend van artikel 34, eerste lid, onder a van de Luchtvaartwet met
betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein
Eindhoven zoals dat is aangewezen bij beschikking van de
Staatssecretaris van Defensie van 5 mei 1978, nr 388.812/4K (Stcrt 1978,
122) gehandhaafd en aangevuld bij Koninklijk besluit van 6 september
1979, nr 45 (Stcrt 1979, 179) onder toepassing van de volgende
bepalingen.
Artikel 2
De in het vorige artikel verleende ontheffing geldt voor maximaal 264
vliegbewegingen (132 starts en 132 landingen) jaarlijks en is als volgt
onderverdeeld:
a. B 737–300: max. 60 vliegbewegingen jaarlijks;
b. B 727–200: max. 60 vliegbewegingen jaarlijks;
c. A 310–200: max. 24 vliegbewegingen jaarlijks;
d. DC9–30, 9–32 en 9–34 in totaal: max. 120 vliegbewegingen
jaarlijks.
Artikel 3
Onverminderd de overige criteria kan tot de in het voorafgaande
artikel vermelde maxima in vliegbewegingen, voor de aldaar genoemde
vliegtuigtypen een vliegtuigtype met gelijkwaardige of minder
geluidsproductie in de plaats worden gesteld, mits de chef van de
Luchtmachtstaf toestemming heeft verleend tot gebruik van het
vervangende vliegtuigtype op het banenstelsel van het luchtvaartterrein
en met inachtneming van de daarbij door hem gestelde voorwaarden.
Artikel 4
Van deze beschikking mag slechts, voor zover het niet het
burgerareaal betreft, gebruik worden gemaakt:
a. indien de vereiste privaatrechtelijke vergunning is verkregen
en met inachtneming van de daarbij gestelde voorwaarden;
b. onder inachtneming van het gestelde in de beschikking van de
Minister van Defensie van 8 mei 1967, nr 202.620/11K, zoals
sedertdien gewijzigd, houdende Algemene en Bijzondere voorwaarden
betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door
derden;
c. indien met de Staat een nadere regeling is getroffen met
betrekking tot de kosten van een nader toezicht op de gesteldheid
van het banenstelsel, alsmede de kosten voor intensiever onderhoud
en herstel;
d. mits de voor het militair luchtvaartterrein Eindhoven
vastgestelde of nader vast te stellen grenswaarden voor de maximaal
toegelaten geluidsbelasting niet worden overschreden.
e. met inachtneming van de beperkingen die voortvloeien uit de
aanwezige brandweerfaciliteiten.
Artikel 5
Deze beschikking treedt in werking op 7 januari 1990.
Deze beschikking zal worden gepubliceerd in
de
Nederlandse Staatscourant. Afschrift van deze beschikking zal
worden gezonden aan de minister van Financiën en van Justitie, aan de
procureur-generaal bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, alsmede aan
de chef van de Luchtmachtstaf.
's-Gravenhage, 22 december 1989.
De Staatssecretaris van Defensie,
B.J.M. Baron van Voorst tot Voorst.
De Minister van Verkeer en Waterstaay,
n amens
deze,
de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst,
R.L.M. Schreurs, loco.
|
|
|