| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Luchtvaartwet (LVW)
BESLUIT
BURGERMEDEGEBRUIK MILITAIRE LUCHTVAARTTERREIN DE
KOOY
Tekst zoals deze geldt op
10 april 2008
Vervallen
m.i.v. 24 december 2008
|
|
|
De
Staatssecretaris van Defensie en de Staatssecretaris van Verkeer en
Waterstaat;
Gelezen het verzoek van Den Helder Airport C.V.
van 20 februari 2003, nr. CS 2003/B3644/CN, tot
burgermedegebruik van het militaire luchtvaartterrein De Kooy op basis
van een ontheffing ex artikel 33 van de Luchtvaartwet;
Gelet op artikel 33, tweede lid van de
Luchtvaartwet en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht;
Gezien het advies van 1 oktober 2003 van de, op
grond van artikel 28 van de Luchtvaartwet ingestelde Commissie Overleg
en Voorlichting Milieuhygiëne Marinevliegkamp De Kooy;
Besluiten:
Artikel 1
Aan Den Helder Airport C.V. (waaronder medebegrepen haar eventuele
rechtsopvolgster onder algemene titel) wordt als burgerexploitant, onder
wiens verantwoordelijkheid burgermedegebruik op het militaire
luchtvaartterrein De Kooy op commerciële basis plaatsvindt, ten behoeve
van de exploitatie van dit burgermedegebruik, ontheffing verleend van
het gestelde in artikel 33, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet
onder toepassing van de hierna volgende bepalingen.
Artikel 2
1. Het totale aantal burger
vliegtuigbewegingen per jaar zoals bedoeld in artikel 1 mag niet hoger
zijn dan 20.000 door luchtvaartuigen, met uitzondering van
vastevleugelvliegtuigen met schroefaandrijving die lichter zijn dan
6.000 kg, alsmede 5.000 door vaste vleugelvliegtuigen met
schroefaandrijving die lichter zijn dan 6.000 kg.
2. De geluidsbelasting veroorzaakt door burger
vliegtuigbewegingen, mag tezamen met de geplande maximale
geluidsbelasting door militaire vliegtuigbewegingen, de op basis van de
Luchtvaartwet vastgestelde geluidszone (KB van 18 augustus 1994,
nr. 94.006455) niet overschrijden.
3. Het in artikel 1 bedoelde burgermedegebruik is verboden tussen
21.00 uur en 07.00 uur.
4. Op verzoek van Den Helder Airport C.V. kan de commandant van
het marinevliegkamp De Kooy besluiten het militaire luchtvaartterrein De
Kooy gedurende de in het derde lid genoemde tijden voor het
burgermedegebruik incidenteel open te stellen.
5. Het in het derde lid gestelde verbod geldt niet voor het
burgermedegebruik dat volgens schema of vliegplan, tussen 20.00 uur en
21.00 uur had moeten arriveren, doch vanwege één van de hierna te
noemen omstandigheden bij aankomst is vertraagd, indien de landing niet
later dan een uur na afloop van de openingstijd, volgend uit lid 3,
plaatsvindt en de gezagvoerder toestemming heeft verkregen door of
namens de Staatssecretaris van Defensie:
a. onverwachte vertragende omstandigheden, die op het moment van
vertrek redelijkerwijs niet hadden kunnen worden voorzien;
b. verkeersleidingstechnische redenen;
6. Het in het derde lid gestelde verbod geldt niet voor het
burgermedegebruik dat volgens schema of vliegplan, tussen 20.00 uur en
21.00 uur had moeten starten, doch vanwege de één van de hierna te
noemen omstandigheden bij vertrek is vertraagd, indien het vertrek niet
later dan een uur na afloop van de openingstijd, volgend uit lid 3,
plaatsvindt en de gezagvoerder toestemming heeft verkregen door of
namens de Staatssecretaris van Defensie:
a. een technische storing van het luchtvaartuig dan wel de
luchtvaarttechnische gronduitrusting;
b. extreme meteorologische omstandigheden, die een vertraging van
de start volgens dat schema rechtvaardigen.
Artikel 3
Bij het in artikel 1 bedoelde burgermedegebruik van het militaire
luchtvaartterrein De Kooy is het verboden:
a. te starten en te landen met luchtvaartuigen, waarvoor geen
verklaring omtrent de geluidscertificering is afgegeven, gebaseerd
op de bepalingen, die gelijk zijn aan of zwaarder zijn dan de
minimummaatstaven, die op grond van het Verdrag van Chicago zijn
vastgesteld;
b. te starten en te landen met luchtvaartuigen met een hoofdstuk
2 geluidscertificering.
Artikel 4
Den Helder Airport C.V. ziet er op toe dat het in artikel 1 genoemde
burgermedegebruik voldoet aan de navolgende voorwaarden:
a. de vereiste vergunning tot vervoer is verleend;
b. gezagvoerders houden zich aan de door de Joint Aviation
Authorities gestelde Joint Aviation Requirements OPS (JAR-OPS);
c. gezagvoerders houden zich te allen tijde aan zowel de
obstakel- als weerminima, die zijn vermeld in:
1. JAR-OPS;
2. Militaire Aeronautical Information Publications (A.I.P.)
Nederland;
3. Burger A.I.P. Nederland;
d. gezagvoerders houden zich te allen tijde aan de door de
Minister vanVerkeer en Waterstaat (de verstrekker van het Air
Operator Certificate) gestelde minima, indien deze minima strenger
zijn dan de minima gesteld in de JAR-OPS of de minima gesteld in de
hiervoor genoemde A.I.P.’s.
Artikel 5
1. De standaardbrandweergereedstelling is
NATO CAT H 3. Bij deze brandweergereedstelling geldt de ontheffing als
bedoeld in artikel 1, uitsluitend voor vaste vleugelvliegtuigen met een
maximale lengte van 18 meter en een rompbreedte van maximaal 3 meter. Op
aanvraag kan de brandweergereedstelling worden opgeschaald tot NATO CAT
H 6, waarbij dan de ontheffing als bedoeld in artikel 1, geldt voor
vaste vleugelvliegtuigen met een maximale lengte van 39 meter en een
rompbreedte van maximaal 5 meter. Voor helikopters met een lengte tot 15
meter geldt een brandweergereedstelling van minimaal NATO CAT H 1, voor
helikopters met een lengte van 15 tot 24 meter geldt een
brandweergereedstelling van minimaal NATO CAT H 2. Voor helikopters met
een lengte van 24 meter of meer geldt een brandweergereedstelling van
NATO CAT H 3.
2. Gelet op de baansterkte geldt de ontheffing alleen voor
luchtvaartuigen met een Load Classification Number (LCN)-waarde van
maximaal 27.
Artikel 6
1. Den Helder Airport C.V. doet binnen
een maand na inwerkingtreding van dit besluit opgave aan de commandant
van het marinevliegkamp De Kooy van alle, voor het kalenderjaar 2003,
geplande burger vliegtuigbewegingen met de onder dit besluit vallende
burgerluchtvaartuigen. Voor de daarovolgende jaren dient uiterlijk in
november van het jaar daaraan voorafgaande opgave te worden gedaan.
2. De opgave, bedoeld in het eerste lid, behelst:
a. type luchtvaartuig;
b. lengteklasse en rompbreedteklasse van het luchtvaartuig;
c. maximale LCN-waarde;
d. onderverdeling in dagen van de week;
e. onderverdeling in tijdklasses binnen een etmaal van de start c.q.
landing;
f. geluidscertificering.
3. Den Helder Airport C.V. doet maandelijks opgave aan de
commandant van het marinevliegkamp De Kooy van alle daadwerkelijk
uitgevoerde burger vliegtuigbewegingen met de onder dit besluit vallende
burgerluchtvaartuigen.
4. De opgave, bedoeld in het derde lid, behelst:
a. type luchtvaartuig;
b. lengteklasse en rompbreedteklasse van het luchtvaartuig;
c. actuele LCN-waarde;
d. datum en tijdstip start c.q. landing;
e. vluchtnummer;
f. geluidscertificering.
Artikel 7
Het bepaalde in artikel 2 is niet van toepassing op luchtvaartuigen
die:
a. in nood verkeren;
b. ten behoeve van reddingsacties of hulpverlening zijn ingezet.
Artikel 8
Van dit besluit mag slechts gebruik worden gemaakt:
a. indien de daarbij vereiste privaatrechtelijke vergunning is
verkregen en met inachtneming van de daarbij gestelde voorwaarden;
b. met inachtneming van het gestelde in de beschikking van de
Minister van Defensie van 8 mei 1967, nr. 202.620/11k, zoals
sedertdien gewijzigd, houdende Algemene en Bijzondere voorwaarden
betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door
derden;
c. indien met de Staat een nadere overeenkomst is gesloten met
betrekking tot de gevolgen van de exploitatie van het commerciële
burgermedegebruik.
Artikel 9
Het gemeenschappelijk besluit van de Staatssecretaris van Defensie
van 26 februari 1996, nr. S. 37231 en van de Minister van Verkeer
en Waterstaat van 29 februari 1996 met nummer S. 37231 wordt
ingetrokken.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 14 november 2003.
De Staatssecretaris van Defensie,
C. van der Knaap.
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
M.H. Schultz van Haegen.
|
|
|