|
BESLUIT van 22 januari 1959, houdende vaststelling van
een Regeling Toezicht Luchtvaart
WIJ JULIANA,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz., enz., enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 14 november
1958, nr. Jur/15760, Rijksluchtvaartdienst;
Gelet op de artikelen 4, tweede lid, onderdeel a,
5, tweede lid, 7, eerste lid, 8, tweede lid, onderdeel a, 9,
eerste lid, 62, derde lid, 76, eerste lid, onderdeel a, c
en f, en tweede lid, onderdeel b en c, en 80,
tweede lid, van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47);
De Raad van State gehoord (advies van 16
december 1958, nr. 36);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde
Minister van 16 januari 1959, nr. Jur/10290, Rijksluchtvaartdienst;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
1.De begripsbepalingen, gegeven in de Luchtvaartwet, zijn ook van
toepassing op deze regeling.
2.Voorts wordt in deze regeling verstaan onder:
a. baan: een al dan niet verhard gedeelte van het
landingsterrein, uitsluitend bestemd voor het opstijgen en/of het
landen van luchtvaartuigen;
b. [vervallen;]
c. blindvliegen, onderscheidenlijk wolkenvliegen: het besturen
van een vliegtuig, onderscheidenlijk een zweefvliegtuig,
uitsluitend met behulp van instrumenten, zonder visuele
oriëntatie buiten het vliegtuig, onderscheidenlijk het
zweefvliegtuig;
d. bij nacht: op enig tussen zonsondergang en zonsopgang
gelegen tijdstip;
e. [vervallen;]
f. drempel: het begin van het voor het landen bestemde gedeelte
van een verharde baan;
g. eerste bestuurder: een lid van het stuurhutpersoneel, dat de
leiding heeft bij de besturing van het luchtvaartuig;
h. geregeld luchtvervoer: een reeks van verkeersvluchten,
waaraan het publiek kan deelnemen en welke worden uitgevoerd ten
behoeve van het verkeer tussen twee of meer plaatsen, hetzij in
overeenstemming met een gepubliceerde dienstregeling, hetzij met
een zodanige regelmaat of frequentie, dat zij een duidelijk
herkenbare systematische reeks vormen;
i. IFR-vlucht: een vlucht, ten aanzien waarvan tevens de
instrumentvliegvoorschriften van toepassing zijn;
j. instrumentenbaan: een baan, welke is uitgerust met
elektronische hulpmiddelen ten dienste van het opstijgen of landen
van luchtvaartuigen;
k. instrumentweersomstandigheden: weersomstandigheden, die
uitgedrukt in termen van zicht, afstand tot wolken en wolkenbasis,
minder zijn dan de voorgeschreven minimum waarden voor
zichtweersomstandigheden;
l. kunstvlucht: een vlucht, waarbij met opzet bewegingen worden
uitgevoerd, welke een plotselinge verandering in de stand, een
abnormale stand of een abnormale verandering in de snelheid van
het luchtvaartuig medebrengen;
m. lid van het boordpersoneel: een lid van het
stuurhutpersoneel en ieder ander, die aan boord van een
luchtvaartuig ten behoeve van de inzittenden of de lading
werkzaamheden heeft te verrichten;
n. navigatieplan: het plan voor een veilige uitvoering van de
vlucht dat ontleend is aan overwegingen van vliegtuigprestaties,
operationele beperkingen en de verwachte omstandigheden,
betrekking hebbende op de te vliegen route en de aan te vliegen
luchtvaartterreinen;
o. oefenvlucht: een solovlucht voor het verkrijgen dan wel
behouden van vliegvaardigheid;
p. overlandvlucht: een vlucht, waarbij een vliegtuig dan wel
een zweefvliegtuig zich in rechte lijn gemeten verder dan 28 km,
onderscheidenlijk 5 km van de grens van het terrein waarvan werd
opgestegen, verwijdert;
q. platform: een gedeelte van een luchtvaartterrein dat bestemd
is voor het opstellen van luchtvaartuigen, met het doel passagiers
te laten in- of uitstappen, post of vracht te laden of te lossen,
brandstof in te nemen, te parkeren of onderhoudswerkzaamheden te
verrichten;
r. rondvlucht: een verkeersvlucht, welke aanvangt en eindigt op
hetzelfde terrein en welke een tijdsduur heeft van ten hoogste 60
minuten;
s. rijbaan: een al dan niet verhard gedeelte van het
landingsterrein, bestemd voor het zich op de grond voortbewegen
van luchtvaartuigen;
t. strook: een gedeelte van het landingsterrein, waarin een
baan is gelegen;
u. tweede bestuurder: een lid van het stuurhutpersoneel, dat
een luchtvaartuig bestuurt, anders dan als eerste bestuurder of
als leerling;
v. VFR-vlucht: een vlucht, ten aanzien waarvan tevens de
zichtvliegvoorschriften van toepassing zijn;
w. maximale startmassa: de massa die een luchtvaartuig mag
hebben wanneer het zich van het aardoppervlak verheft;
x. lid-staat: staat, lid van de Europese Gemeenschappen;
ij. verordening (EEG) 3922/91: verordening (EEG) van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 16 december 1991 inzake de
harmonisatie van technische en administratieve procedures op het
gebied van de burgerluchtvaart ( PbEG L 373);
z. JAA: Joint Aviation Authorities;
aa. JAR: Joint Aviation Requirements;
ab. JAR-145: regeling inzake erkenning van onderhoudsbedrijven,
opgesteld door de JAA.
3.Voor het bij deze regeling bepaalde zijn eveneens van toepassing
de begripsbepalingen voor luchtverkeersdienstverlening,
luchtverkeersdienst, verkeersleiding, verkeersleidingsdienst,
luchtvaartterreinverkeer, gecontroleerd luchtvaartterrein,
zichtweersomstandigheden, vlucht, vliegtijd, zonsondergang,
zonsopgang, landingsterrein en taxiën als omschreven in artikel 1 van
het Luchtverkeersreglement-1980 (Stb. 786).
Artikel 2. Toepassing
De bepalingen van deze regeling gelden niet ten aanzien van militaire
luchtvaartuigen, de leden van het boordpersoneel, passagiers en lading
van deze luchtvaartuigen alsmede ten aanzien van militaire
luchtvaartterreinen.
Hoofdstuk II
Artikel 3 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 4 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 5 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 6 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 7 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 8 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 8a [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 9 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 10 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 11 [Vervallen per 15-10-2001]
Hoofdstuk III. Luchtvaartpersoneel
Artikel 12 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 13 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 14 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 15 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 16 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 17 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 17a [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 18 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 19 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 20 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 21 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 21a [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 22 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 23 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 24 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 25 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 26 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 27 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 28 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 29 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 30 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 30a [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 31 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 32 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 33 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 34 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 35 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 36 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 37 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 38 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 39 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 40 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 41 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 42 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 43 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 44 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 45 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 46 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 47 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 48 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 49 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 50 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 51 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 52 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 53 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 54 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 55 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 56 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 57 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 58 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 59 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 60 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 61 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 62 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 63 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 64 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 65 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 66 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 67 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 68 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 69 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 70 [Vervallen per 01-10-1999]
Artikel 71 [Vervallen per 01-10-1999]
Hoofdstuk IV
Artikel 72 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 73 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 74 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 75 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 76 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 77 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 78 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 79 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 80 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 81 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 82 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 83 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 84 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 85 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 86 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 87 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 88 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 88a [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 89 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 90 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 91 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 92 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 93 [Vervallen per 15-10-2001]
Artikel 93a [Vervallen per 15-10-2001]
Hoofdstuk V [Vervallen per 19-07-2008]
Afdeling I [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 94 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 95 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 96. Orde en veiligheid; verantwoordelijkheid gezagvoerder
1.[Vervallen.]
2.[Vervallen.]
3.[Vervallen.]
4.Een passagier is verplicht de tijdens de vlucht door of namens de
gezagvoerder gegeven aanwijzingen op te volgen.
5.[Vervallen.]
6.[Vervallen.]
Artikel 97 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 98 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 99 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 100 [Vervallen per 01-09-1981]
Artikel 101 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 102 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 102a [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 102b [Vervallen per 19-07-2008]
Afdeling II [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 103 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 104 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 105 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 105a [Vervallen per 01-12-1998]
Artikel 106 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 107 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 108 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 109 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 109a [Vervallen per 01-12-1998]
Artikel 110 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 111 [Vervallen per 01-01-1988]
Artikel 112 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 113 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 114 [Vervallen per 19-07-2008]
Afdeling III [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 115 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 116 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 116a [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 116b [Vervallen per 19-07-2008]
Afdeling IV [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 117 [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 117a [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 117b [Vervallen per 01-10-2004]
Afdeling V [Vervallen per 19-07-2008]
Artikel 118 [Vervallen per 01-09-1981]
Hoofdstuk VI [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 119 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 120 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 121 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 122 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 123 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 124 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 125 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 126 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 127 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 128 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 129 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 130 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 131 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 132 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 132a [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 133 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 133a [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 134 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 135 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 136 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 137 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 138 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 139 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 140 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 141 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 142 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 143 [Vervallen per 20-01-2010]
Artikel 144 [Vervallen per 20-01-2010]
Hoofdstuk VII
Artikel 145 [Vervallen per 30-06-1999]
Artikel 146 [Vervallen per 30-06-1999]
Artikel 147 [Vervallen per 30-06-1999]
Artikel 148 [Vervallen per 30-06-1999]
Artikel 149 [Vervallen per 30-06-1999]
Artikel 150 [Vervallen per 30-06-1999]
Artikel 151 [Vervallen per 30-06-1999]
Artikel 152 [Vervallen per 30-06-1999]
Artikel 153 [Vervallen per 30-06-1999]
Hoofdstuk VIII. Verkeersbeveiliging
Artikel 154 [Vervallen per 01-09-1981]
Artikel 155 [Vervallen per 01-09-1981]
Artikel 156 [Vervallen per 01-09-1981]
Artikel 157 [Vervallen per 01-09-1981]
Hoofdstuk IX. Luchtvaartvertoningen en luchtvaartwedstrijden
Artikel 158. Aanvraag ontheffingen ex artikel 14, 31 en 33 van de
Luchtvaartwet en toestemming luchtvaartvertoningen en
luchtvaartwedstrijden
1.Voor het verkrijgen van toestemming tot het houden van een
luchtvaartvertoning of luchtvaartwedstrijd, als bedoeld in artikel 17
van de Luchtvaartwet, moet ten minste drie weken voor de dag van de
vertoning of van de wedstrijd een daartoe strekkend verzoekschrift
worden ingediend bij Onze Minister.
Hierbij moet zijn gevoegd:
a. een omschrijving van de vertoning of van de wedstrijd met
aanduiding van het (de) te gebruiken terrein(en) en van de te
volgen route, alsmede met vermelding in hoeverre kunstvluchten
zullen plaatshebben;
b. een verzoek om ontheffing van de verbodsbepaling van artikel
14, lid 1, van de Luchtvaartwet, indien een terrein, niet zijnde
luchtvaartterrein, zal worden gebruikt.
c. een schriftelijke verklaring of verklaringen, dat tegen de
te houden vertoning of wedstrijd geen bezwaar bestaat, welke in
het geval van een vertoning dient(en) te worden afgegeven door de
burgemeester(s) van de gemeente(n) waar deze zal worden gehouden
en, in geval van een wedstrijd, door de burgemeester(s) van de
gemeente(n) waar deze eindigt.
2.Door Onze Minister kunnen nadere regelen worden gegeven, waaraan
voldaan moet worden ter verkrijging en gebruik van een toestemming als
bedoeld in artikel 17 eerste lid van de Luchtvaartwet.
Artikel 158a. Aanvraag ontheffingen
1.Voor het aanvragen van een ontheffing van het in artikel 14,
eerste lid, van de Luchtvaartwet vervatte verbod, moet tenminste 21
dagen voor de eerste dag waarop het terrein zal worden gebruikt een
daartoe strekkend verzoekschrift worden ingediend bij Onze Minister.
2.Bij het verzoekschrift moeten worden overlegd:
1. een verzoek tot ontheffing;
2. fabrikaat en type van het te gebruiken luchtvaartuig;
3. datum/data waarop het terrein zal worden gebruikt;
4. de reden/redenen waarom dit terrein zal worden gebruikt;
5. de gemeente en de plaats waarin het betrokken terrein is
gelegen;
6. de afmetingen van het terrein;
7. een duidelijke kaart waaruit de geografische ligging en de
aard van de omgeving van het betrokken terrein duidelijk blijkt;
8. een verklaring van geen bezwaar afgegeven door de
burgemeester van de gemeente waarin het betrokken terrein is
gelegen;
9. een verklaring van geen bezwaar van de eigenaar danwel de
zakelijk gerechtigde van het betrokken terrein;
10. een schriftelijke verklaring van de aanvrager dat het
beoogde terrein aan de gestelde criteria voor een veilig gebruik
voldoet.
3.Indien de ontheffing voor drie dagen of minder wordt aangevraagd,
is het gestelde in het tweede lid van dit artikel van toepassing met
dien verstande dat de verklaringen als bedoeld onder 8 en 9 tijdens
het daadwerkelijke gebruik van het terrein ter inzage aanwezig moeten
zijn.
4.Voor het aanvragen van een ontheffing van het in artikel 14,
eerste lid, van de Luchtvaartwet vervatte verbod ten behoeve van het
opstijgen met een vrije bemande ballon geldt in afwijking van het
gestelde in het eerste lid, een termijn van 14 dagen.
5.De betaling van de krachtens artikel 159 vastgestelde vergoeding
dient op de in artikel 160 aangegeven wijze te geschieden tenminste 21
dagen voor de eerste datum waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd,
met uitzondering van een aanvraag als bedoeld in het vierde lid, ten
aanzien waarvan voor de betaling de termijn op 14 dagen is gesteld.
6.Voor het aanvragen van een ontheffing van het in artikel 31,
eerste lid onder a en b van de Luchtvaartwet vervatte verbod, moet
tenminste 21 dagen voor het begin van de periode waarvoor de aanvrage
geldt een daartoe strekkend verzoekschrift worden ingediend bij Onze
Minister. Het gestelde in het vijfde lid is van overeenkomstige
toepassing.
7.Voor het aanvragen van een ontheffing van het in artikel 33,
eerste lid onder a, b en c van de Luchtvaartwet vervatte verbod, moet
tenminste 21 dagen voor het begin van de periode waarvoor de aanvrage
geldt, een daartoe strekkend verzoekschrift worden ingediend bij Onze
Minister. Het gestelde in het vijfde lid is van overeenkomstige
toepassing.
8.Artikel 158, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk X. Vergoedingen
Artikel 159. Vaststelling
1.Onze Minister wijst de werkzaamheden en dienstverleningen,
verbonden aan de toepassing van de bepalingen van de Luchtvaartwet en
zijn uitvoeringsmaatregelen, aan, voor het verrichten waarvan een
vergoeding van de daarmee voor de overheid verband houdende kosten
verschuldigd is door belanghebbende en stelt de verschuldigde
vergoeding vast.
2.Voor een keuring onderscheidenlijk een herkeuring is een
vergoeding verschuldigd, welke wordt berekend naar een door de arts
als bedoeld in artikel 32, tweede lid, onderscheidenlijk de
herkeuringscommissie als bedoeld in artikel 33 vastgesteld tarief. Dit
tarief behoeft de instemming van Onze Minister. Indien uit de uitslag
van de herkeuring blijkt, dat de aanvrager terecht tegen de uitslag
van de keuring in beroep is gegaan, zal hem het voor de herkeuring
gestorte bedrag worden terugbetaald. Voor de keuring als bedoeld in
artikel 27, eerste lid is geen vergoeding verschuldigd. Voor een
geldigverklaring van een reeds met gunstige uitslag ondergane
militaire vliegmedische keuring of een keuring ondergaan als lid van
het stuurhutpersoneel van een burgerlijk vliegtuig in een Staat, welke
is aangesloten bij de Internationale Burgerluchtvaart Organisatie, is
een vergoeding verschuldigd, welke wordt berekend naar een door de
bovenbedoelde arts vastgesteld tarief. Dit tarief behoeft de
instemming van Onze Minister.
Artikel 160. Betalingen
1.De beslissing op een aanvraag voor de toepassing van een of meer
van de in het eerste lid van het vorige artikel bedoelde bepalingen
wordt in het algemeen niet genomen, indien niet is gebleken dat de
verschuldigde vergoeding is betaald.
2.Onze Minister stelt de wijze van betaling van de verschuldigde
vergoedingen vast.
3.Wanneer na de betaling van de verschuldigde vergoeding degene,
die een aanvraag als bedoeld in het eerste lid van dit artikel heeft
ingediend, verzoekt die aanvraag als niet ingediend te beschouwen, kan
hem op zijn verzoek een nader door Onze Minister in elk geval
afzonderlijk te bepalen bedrag worden terugbetaald.
4.Indien de verlenging van de termijn van geldigheid van een
ontheffing binnen twee weken voor de datum van afloop van geldigheid
is aangevraagd, is de vergoeding niet opnieuw verschuldigd.
Artikel 161 [Vervallen per 01-09-1974]
Artikel 162 [Vervallen per 01-09-1974]
Artikel 163 [Vervallen per 01-09-1974]
Artikel 164 [Vervallen per 01-09-1974]
Artikel 165 [Vervallen per 01-09-1974]
Hoofdstuk XI. Straf- en slotbepalingen
Artikel 166
Overtreding van artikel 96, vierde lid, is een strafbaar feit als
bedoeld in artikel 62, derde lid, van de Luchtvaartwet.
Artikel 167. Overgangsbepalingen
De vóór de inwerkingtreding van dit besluit door Onze Minister
afgegeven bewijzen van inschrijving, van luchtwaardigheid, van
geschiktheid, van gelijkstelling en van deugdelijkheid treden in de
plaats van de overeenkomstige in dit besluit vermelde bewijzen. Voor
bewijzen, waarvan het model afwijkt van de bedoelde overeenkomstige
bewijzen, geschiedt dit slechts voor de duur van ten hoogste zes
maanden. In deze periode worden de bewijzen van afwijkend model door
Onze Minister vervangen door overeenkomstige in dit besluit vermelde
bewijzen zonder dat daarbij enige kosten in rekening worden gebracht.
Artikel 168. Titel
Deze regeling kan worden aangehaald onder de titel "Regeling
Toezicht Luchtvaart" of "R.T.L.".
Artikel 169. Intrekking bestaande Regeling Toezicht Luchtvaart
Het Koninklijk besluit van 6 december 1928, Stb. 454 (Regeling
Toezicht Luchtvaart), wordt ingetrokken.
Artikel 170. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip, waarop de
Luchtvaartwet in werking treedt.
Onze
Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de uitvoering van
dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal
worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
's-Gravenhage, 22 januari 1959
JULIANA
De Minister van Verkeer en
Waterstaat,
J. van
Aartsen
Uitgegeven de vierentwintigste
maart 1959
De Minister van Justitie a.i.,
Struycken
|