| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Luchtvaartwet (LVW)
REGELING
UITVOERING BEVEILIGING BURGERLUCHTVAART
Tekst zoals deze geldt op
25 juli 2010
Vervallen
m.i.v. 16 oktober 2010
|
|
|
REGELING van 3 januari 2003, houdende voorschriften
voor de uitvoering van controle van personen, bagage en van vracht op
luchtvaartterreinen (Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart)
De Minister
van Justitie;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de artikelen 37g, eerste lid,
37h, eerste lid, onderdeel c en d, en vijfde lid,
37hb, onderdeel b, 37j, tweede lid, onderdeel f,
37k, vierde lid, 37l, tweede lid, onderdeel b, en
vierde lid, 37n, derde lid, 37o, eerste lid, 37p,
tweede tot en met het zesde lid, van de Luchtvaartwet;
Besluit:
§ 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: de Luchtvaartwet;
b. erkende luchtvrachtagent: de natuurlijke persoon of
rechtspersoon, bedoeld in artikel 37p, eerste lid, van de wet;
c. vrachtvlucht: een vlucht, die uitsluitend vervoer van
vracht ten doel heeft;
d. verordening (EG) nr. 2320/2002: de verordening (EG) nr.
2320/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002
tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de
beveiliging van de burgerluchtvaart.
e. verordening (EG) nr. 622/2003: verordening (EG) nr. 622/2003
van de Europese Commissie van 4 april 2003 tot vaststelling van
maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke
basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart (Pb
EU L 89), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij verordening (EG)
nr. 831/2006 van de Europese Commissie van 2 juni 2006 (PbEU L
150);
f. gereguleerde postinstantie: de rechtspersoon op wie een
verplichting tot vervoer rust ingevolge de Postwet of een
overeenkomstige buitenlandse postinstelling.
g. vaste vervoerder: een vervoerder die regelmatig zelf over de
weg luchtvracht vervoert in opdracht van een bekende afzender, een
vaste afzender, een erkend luchtvrachtagent of een
luchtvaartmaatschappij;
h. opdrachtgever: een bekende afzender, een erkend
luchtvrachtagent of een luchtvaartmaatschappij, die gebruik maakt
van een vaste vervoerder;
i. vaste afzender: een afzender wiens zendingen met zekerheid
uitsluitend voor vervoer met vrachtvluchten zijn bestemd zoals
bedoeld in paragraaf 6.5. van verordening (EG) nr. 2320/2002.
Artikel 2
1. De luchtvaartmaatschappij stelt ter uitvoering van de
wettelijke voorschriften inzake de beveiliging van de burgerluchtvaart
een plan op, als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de verordening.
2. Het plan omvat de maatregelen en procedures die zijn
vastgesteld met het oog op de beveiliging van het luchtvaartuig, de
ruimbagage, de luchtvracht en andere goederen die aan boord gaan van een
luchtvaartuig.
3. Het plan behoeft de toestemming van de Minister van Justitie
in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat.
§ 2. Controle van personen en bagage
Artikel 3
1. Ruimbagage die van de passagier gescheiden is geraakt ten
gevolge van buiten de wil van de passagier gelegen omstandigheden is
vrijgesteld van controle als bedoeld in artikel 37g, eerste lid, van
de wet.
2. De luchtvaartmaatschappij onderzoekt de omstandigheden
overeenkomstig de regels die gelden krachtens artikel 5 van de Annex bij
de verordening.
Artikel 4
Een onderzoek als bedoeld in artikel 37h, eerste lid, onder c en d
van de wet, wordt verricht indien bij een verhoogde dreiging op grond
van een risicoanalyse de Minister van Justitie daartoe beslist.
Artikel 5
1. De Minister van Justitie kan, in overeenstemming met de
Minister van Verkeer en Waterstaat, bepalen dat ten aanzien van
vluchten passagiers en hun handbagage of ruimbagage worden vrijgesteld
van controle als bedoeld in artikel 37h, eerste lid en tweede lid van
de wet indien zij afkomstig zijn van een ander luchtvaartterrein en
aldaar reeds op vergelijkbare wijze zijn gecontroleerd.
2. De Minister van Justitie, in overeenstemming met de Minister
van Verkeer en Waterstaat, kan de vrijstelling met onmiddellijke ingang
schorsen, intrekken dan wel wijzigen indien er een gerechtvaardigd
vermoeden bestaat dat de gronden voor de vrijstelling zijn komen te
vervallen.
Artikel 6
1. Passagiers en hun handbagage of ruimbagage kunnen bij
vluchten op kleine luchthavens als bedoeld in artikel 4, derde lid,
van de verordening, door de Minister van Justitie, in overeenstemming
met de Minister van Verkeer en Waterstaat worden vrijgesteld van
controle als bedoeld artikel 37h, eerste en tweede lid, van de wet.
2. Artikel 5, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7
Voor bedreiging geschikte voorwerpen als bedoeld in artikel 37hb,
onder b, van de wet, kunnen slechts aan boord van een luchtvaartuig
worden gebracht indien deze voorwerpen:
a. zodanig zijn verpakt dat onmiddellijk gebruik onmogelijk is en
b. buiten het bereik van passagiers worden opgeborgen
§ 3. Controle van vracht
Artikel 8
1. Gevaarlijke goederen als bedoeld in artikel 37k, vierde lid,
van de wet, kunnen slechts aan boord van een luchtvaartuig worden
gebracht indien deze goederen zodanig zijn verpakt dat onmiddellijk
gebruik onmogelijk is.
2. Het eerste lid laat het bepaalde krachtens artikel 97, tweede
lid, Regeling Toezicht Luchtvaart onverlet.
Artikel 9
1. Vracht die uitsluitend voor vervoer met een vrachtvlucht is
bestemd, is vrijgesteld van controle indien toereikende waarborgen
aanwezig zijn voor de veiligheid en betrouwbaarheid van de aangeboden
vracht.
2. Van toereikende waarborgen als bedoeld in het eerste lid is in
ieder geval sprake indien de vaste afzender van de vracht:
a. voldoet aan de verplichtingen voor vaste afzenders, bedoeld in
hoofdstuk 6.5. van de bijlage bij verordening (EG) nr. 2320/2202 en
hoofdstuk 6.5. van verordening (EG) 622/2003;
b. de nationale beveiligingsinstructies naleeft, als vastgesteld in
het in bijlage 1 opgenomen model. Met deze instructies worden
gelijkgesteld de nationale beveiligingsinstructies die worden gesteld
in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet
zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een
daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland
bindt, en die een niveau van beveiliging waarborgen dat ten minste
gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale instructies wordt
nagestreefd.
Artikel 10
Van de verplichting tot controle, bedoeld in artikel 37k, eerste lid,
onder b, van de wet, is vrijgesteld de vracht, bedoeld in paragraaf
6.3., onderdeel 3, van de bijlage bij verordening (EG) nr. 2320/2002 en
paragraaf 6.3.5. en 6.3.6. van de bijlage bij verordening (EG) 622/2003
vastgestelde goederen.
Artikel 11
Vracht wordt op een zodanige wijze verpakt dat zonder verbreking geen
gevaarlijke goederen kunnen worden toegevoegd.
Artikel 11a
1. Van de verplichting tot controle, bedoeld in artikel 37k,
eerste lid, onder b, van de wet, is vrijgesteld vracht aangeboden door
een niet-geregistreerde als bedoeld in artikel 37l, tweede lid, onder
b, van de wet, indien:
a. de vracht is verzegeld en de verzegeling uniek herleidbaar is
tot de luchtvaartmaatschappij, erkend luchtvrachtagent, bekende
afzender of de vaste afzender, of
b. de vracht wordt vervoerd door een vaste vervoerder, die als
zodanig is aangemerkt door zijn opdrachtgever en aan hem schriftelijk
heeft verklaard dat:
i. hij de vracht beschermt tegen manipulatie door onbevoegden,
door de vracht te verplaatsen in een afsluitbare ruimte, tenzij de
vrachtzendingen elk afzonderlijk op een zodanige wijze zijn verpakt
dat zonder verbreking geen gevaarlijke voorwerpen kunnen worden
toegevoegd;
ii. het voertuig waarin de vracht wordt vervoerd niet onbeheerd
wordt achtergelaten. Aan deze voorwaarde wordt geacht te zijn
voldaan indien onbeheerd achterlaten van het voertuig onvermijdelijk
is en de bestuurder bij terugkomst de verpakking van de
vrachtzending en de integriteit van de sloten of verzegeling van het
voertuig heeft gecontroleerd;
iii. er geen ongeplande onderbrekingen zijn tussen het ophalen en
de aflevering van de vracht, tenzij dit onvermijdelijk is;
iv. bij de afhandeling van luchtvracht gebruik wordt gemaakt van
betrouwbaar personeel. Van betrouwbaar personeel is in ieder geval
sprake indien:
– de medewerkers die in aanraking komen met vracht beschikken
over een verklaring omtrent het gedrag;
– uit informatie ingewonnen bij de voormalige werkgever,
indien van toepassing, blijkt dat deze medewerkers van onbesproken
gedrag zijn.
Met deze eisen inzake de betrouwbaarheid worden gelijkgesteld
eisen inzake de betrouwbaarheid die worden gesteld in een andere
lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een
lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe
strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en
die een niveau van betrouwbaarheid waarborgen dat ten minste
gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt
nagestreefd.
v. personeel dat in aanraking komt met luchtvracht bekend is met
de beveiligingsmaatregelen in overeenstemming met de verklaring als
bedoeld in dit lid en de achtergrond daarvan;
vi. onregelmatigheden direct worden gemeld aan de opdrachtgever
en de ontvanger van de zending;
vii. in zijn bedrijf ten minste één persoon is aangewezen die
verantwoordelijk is voor de invoering en toepassing van alsmede het
toezicht op de vereiste beveiligingsmaatregelen in overeenstemming
met de verklaring als bedoeld in dit lid;
viii. onderuitbesteding van het vervoer slechts plaatsvindt aan
een door de opdrachtgever goedgekeurde vaste vervoerder;
ix. hij zich bereid verklaart de Koninklijke marechaussee in het
kader van de uitvoering van het toezicht als bedoeld in artikel 37t
van de wet toegang te verlenen tot het bedrijf en diens
vervoermiddelen.
2. De status van vaste vervoerder wordt ingetrokken indien de
opdrachtgever er niet langer van overtuigd is dat de vaste vervoerder in
staat is aan de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b,
te voldoen of indien er langer dan twee jaren geen activiteiten worden
verricht.
3. Zolang de vaste vervoerder activiteiten verricht wordt de
verklaring als bedoeld in het eerste lid bewaard door de opdrachtgever.
Artikel 12
1. De inschrijving, bedoeld in artikel 37p, derde lid, van de
wet, geschiedt langs elektronische weg met gebruikmaking van het
daartoe strekkende elektronische aanmeldingsformulier, genaamd ‘Toolkit’,
dat door de Koninklijke marechaussee wordt verstrekt. Dit model
behoeft de goedkeuring van de Minister van Justitie.
2. Het afleggen van de verklaring, bedoeld in artikel 37p, tweede
lid, van de wet, geschiedt door het invullen van het
aanmeldingsformulier als bedoeld in het eerste lid.
3. De inschrijving in het register, bedoeld in artikel 37p, van
de wet, geschiedt per vestiging en geldt voor de duur van vijf jaren.
4. In het belang van de veiligheid en betrouwbaarheid van de
vracht draagt de erkend luchtvrachtagent, bedoeld in artikel 37p, eerste
lid, van de wet, ervoor zorg dat:
a. per vestiging ten minste een veiligheidsadviseur wordt
aangewezen die verantwoordelijk is voor de invoering en toepassing van
alsmede het toezicht op de vereiste beveiligingsmaatregelen;
b. wordt voldaan aan de verplichtingen voor erkende agenten als
genoemd in hoofdstuk 6 van de bijlage bij verordening (EG) nr.
2320/2002 en hoofdstuk 6 van de bijlage bij verordening (EG) nr.
622/2003.
5. De erkend agent ziet erop toe dat de informatie die op grond
van hoofdstuk 6 van de bijlage bij verordening (EG) nr. 2320/2002 en de
bijlage bij verordening (EG) nr. 622/2003 bij alle zendingen die aan een
luchtvaartmaatschappij of een andere erkend agent moet worden vermeld,
gedurende minimaal dertig dagen worden bewaard.
Artikel 12a
1. Vracht, die vanuit een ander land over de weg wordt vervoerd
en in Nederland wordt aangeboden voor vervoer door de lucht, is
vrijgesteld van controle als bedoeld in artikel 37k, eerste lid, onder
b, van de wet, indien:
a. de aangeboden vracht voorzien is van een terzake opgemaakte
luchtvrachtbrief of een CMR-document;
b. de vracht afkomstig is van
i) een land binnen de Europese Unie, of
ii) een land buiten de Europese Unie, dat blijkens beschikking
van de Minister van Justitie aan passende eisen voldoet, en
iii) de aanbieder van de vracht in dat land bekend is als erkend
luchtvrachtagent onderscheidenlijk bekende afzender , en
c. de vracht beschermd is tegen manipulatie door derden totdat deze
is overgedragen aan de in Nederland erkend luchtvrachtagent
onderscheidenlijk de luchtvaartmaatschappij.
2. Aan de voorwaarde, gesteld in het eerste lid, onder c, wordt
voldaan indien:
a. de vrachtruimte van het voertuig is voorzien van sloten of
verzegeld onmiddellijk na lading van het vrachtruim tenzij de
vrachtzendingen elk afzonderlijk op een zodanige wijze zijn verpakt
dat zonder verbreking geen gevaarlijke voorwerpen kunnen worden
toegepast;
b. de afzender voorafgaand aan de levering de erkend
luchtvrachtagent onderscheidenlijk de luchtvaartmaatschappij over de
te leveren vracht informeert, ten bewijze waarvan de bestuurder van
het voertuig, waarin de vracht is vervoerd, bij aankomst een kopie van
die mededeling toont aan de erkend luchtvrachtagent onderscheidenlijk
de luchtvaartmaatschappij;
c. het voertuig, waarin de vracht wordt vervoerd, niet onbeheerd
wordt achtergelaten;
d. de afzender beschikt over een kopie van het legitimatiebewijs
van de bestuurder, die de vracht levert, waarvan de gegevens
voorafgaand aan de levering ter beschikking worden gesteld aan de
erkend luchtvrachtagent onderscheidenlijk de luchtvaartmaatschappij en
e. voorzover de afzender onderscheidenlijk de luchtvrachtagent,
bedoeld in het eerste lid, onder (iii) een vervoerder als
tussenpersoon heeft ingehuurd voor de levering van de vracht, zeker is
gesteld dat die vervoerder passende beveiligingsmaatregelen in zijn
bedrijf toepast.
3. Aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, onder c, wordt
geacht te zijn voldaan indien onbeheerd achterlaten onvermijdelijk is en
de bestuurder bij terugkomst de verpakking van de vrachtzending en de
integriteit van de sloten of verzegeling van het voertuig heeft
gecontroleerd en in geval van geconstateerde onregelmatigheden de erkend
luchtvrachtagent onderscheidenlijk de luchtvaartmaatschappij daarvan op
de hoogte heeft gesteld.
4. Aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, onder e, wordt
geacht te zijn voldaan indien:
a. door de vervoerder betrouwbaar personeel wordt ingezet voor de
verwerking, de opslag en het vervoer van de vracht;
b. het bedrijf van de vervoerder, waarop opslag of overslag van
luchtvracht plaatsvindt, niet toegankelijk is voor onbevoegden.
§ 4. Opleidingen
Artikel 13
1. Met de beveiliging van vracht zijn belast de volgende
categorieën medewerkers:
a. de veiligheidsadviseur vracht;
b. afhandelingspersoneel vracht;
c. screener vracht.
2. De luchtvaartmaatschappij draagt ervoor zorg dat zijn
medewerkers, bedoeld in het eerste lid, een opleiding hebben gevolgd bij
een opleidingsinstituut dat voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. het opleidinginstituut heeft zich aangemeld bij de Minister van
Justitie;
b. het opleidingsprogramma is goedgekeurd door de Minister van
Justitie;
c. de opleiders beschikken over een verklaring omtrent het gedrag;
d. het opleidingsinstituut heeft zich bereid verklaard de
Koninklijke marechaussee toe te laten tot het instituut.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de erkend
luchtvrachtagent.
Artikel 14
1. Met de beveiliging van post zijn belast:
a. het afhandelingspersoneel post;
b. de screener post.
2. De gereguleerde postinstantie draagt ervoor zorg dat zijn
medewerkers, bedoeld in het eerste lid, een opleiding hebben gevolgd bij
een opleidingsinstituut dat voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. het opleidinginstituut heeft zich aangemeld bij de Minister van
Justitie;
b. het opleidingsprogramma is goedgekeurd door de Minister van
Justitie;
c. de opleiders beschikken over een verklaring omtrent het gedrag;
d. het opleidingsinstituut heeft zich bereid verklaard de
Koninklijke marechaussee toe te laten tot het instituut.
§ 5. Slotbepalingen
Artikel 15
1. Met uitzondering van de paragrafen 2 en 4 treedt deze
regeling in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de
Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Paragraaf 2 treedt in werking op 1 april 2003.
3. Paragraaf 4 treedt in werking op 1 oktober 2003.
3. De artikelen 13, tweede en derde lid, en 14, tweede lid, zijn
niet van toepassing indien de medewerkers een opleiding hebben gevolgd
aan een opleidingsinstituut buiten Nederland dat blijkens beschikking
van de Minister van Justitie aan passende eisen voldoet.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering beveiliging
burgerluchtvaart.
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner.
Bijlage
I
[Illustraties verwijderd]
Bijlage 1
Nationale instructies voor vaste afzenders ten behoeve van de
beveiliging van locaties, medewerkers en het transport
Deze instructies zijn opgesteld ter informatie van en toepassing door
u en uw medewerkers die betrokken zijn bij de voorbereiding en controle
van luchtvrachtzendingen. Deze instructies zijn in overeenstemming met
verordening (EG) 2320/2002 van het Europees Parlement en van de Raad tot
vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van beveiliging
van de burgerluchtvaart.
Locaties
De toegang tot ruimtes waar luchtvrachtzendingen worden voorbereid,
verpakt en/of opgeslagen wordt gecontroleerd teneinde te waarborgen dat
onbevoegden geen toegang hebben tot de zendingen.
Bezoekers dienen te allen tijde te worden vergezeld in de ruimtes
waar luchtvrachtzendingen worden voorbereid, verpakt en/of opgeslagen.
Medewerkers
Alle medewerkers die worden aangesteld en toegang zullen hebben tot
luchtvracht dienen te worden gecontroleerd op hun integriteit. Deze
verificatie omvat ten minste een identiteitscontrole en een controle van
het curriculum vitae en/of verstrekte referenties.
Alle medewerkers die toegang hebben tot de luchtvracht dienen te
worden gewezen op hun verantwoordelijkheden op het gebied van de
veiligheid zoals omschreven in deze instructies.
Aangewezen verantwoordelijke
Er dient ten minste een persoon te worden aangewezen die
verantwoordelijk is voor de uitvoering van en controle aan de hand van
deze instructies (aangewezen verantwoordelijke).
Integriteit van de zendingen
Luchtvrachtzendingen mogen geen verboden artikelen bevatten, tenzij
deze naar behoren zijn aangegeven en onderworpen worden aan de
toepasselijke wet- en regelgeving (zie bijgevoegde lijst).
Luchtvrachtzendingen dienen te zijn beveiligd tegen manipulatie door
onbevoegden.
Luchtvrachtzendingen dienen adequaat te zijn verpakt en waar mogelijk
te zijn voorzien van een verzegelde sluiting (‘tamper-evident closure’).
Alvorens aan boord te worden geplaatst dienen luchtvrachtzendingen
volledig te worden beschreven op de bijgevoegde documenten, met inbegrip
van de correcte adressering.
Transport
Indien de expediteur verantwoordelijk is voor het transport van
luchtvrachtzendingen, dienen de zendingen te zijn beveiligd tegen
manipulatie door onbevoegden.
Onregelmatigheden
Geconstateerde onregelmatigheden ten opzichte van deze instructies of
bij verdenking daarvan dienen te worden gemeld aan de aangewezen
verantwoordelijke. De aangewezen verantwoordelijke neemt passende
maatregelen.
Verboden artikelen voor luchtvracht
De volgende artikelen worden aangemerkt als verboden voor
luchtvracht:
a. Explosieven, munitie, brandbare vloeistoffen, bijtende stoffen
Explosieve of licht ontvlambare componenten die zelfstandig of in
combinatie met andere voorwerpen een explosie of brand kunnen
veroorzaken. Hieronder worden verstaan explosieve materialen,
slagpijpjes, vuurwerk, benzine, andere brandbare vloeistoffen, munitie
e.d. of een combinatie daarvan.
Bijtende of giftige stoffen, met inbegrip van gassen, al dan niet
onder druk;
en
b. Middelen en voorwerpen die personen uitschakelen of weerloos maken
Alle soorten traangas, pepperspray en soortgelijke chemicaliën en
gassen, in een pistool, een patroon of een andere houder, en andere
personen uitschakelende middelen zoals elektrische wapenstokken,
elektronische middelen enz.
Tenzij zij naar behoren zijn aangegeven en onderworpen worden aan de
toepasselijke wet- en regelgeving.
|
|
|