a. voor zover de provincie organisatorische of procedurele
voorzieningen heeft getroffen om gemeenten te begeleiden, welke
voorzieningen dat zijn;
b. de inhoudelijke criteria die de provincie hanteert bij de
besluitvorming omtrent goedkeuring van stap 3-besluiten, en de wijze
waarop die besluitvorming procedureel vorm is gegeven;
c. het functioneren en de effecten van de melding, bedoeld in
artikel 11 van de wet;
d. het aantal besluiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de
wet dat in behandeling is genomen en een korte aanduiding van de
strekking ervan;
e. de wijze waarop de koppeling tussen het besluit, bedoeld in de
artikelen 2 en 3 van de wet, en het bestemmingsplan inhoudelijk vorm
heeft gekregen;
f. het aantal besluiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de
wet waaraan de goedkeuring is verleend of onthouden;
g. het aantal beroepen dat is ingesteld tegen de besluiten
omtrent goedkeuring van besluiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3
van de wet en de resultaten daarvan;
h. de bijdrage van de wet aan de uitvoering van beleid voor het
zuinig en doelmatig ruimtebruik en de leefomgevingskwaliteit in
stedelijk en landelijk gebied;
i. de invloed van nieuwe ontwikkelingen op relevante
beleidsterreinen op de toepassing van de wet.