| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op het financieel toezicht
(Wft)
UITVOERINGSREGELING
WFT
Tekst zoals deze geldt op
30 maart 2008
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
REGELING tot vaststelling van regels ter uitvoering
van de Wet op het financieel toezicht, de Invoerings- en aanpassingswet
Wet op het financieel toezicht en tot wijziging van enige andere
regelingen (Uitvoeringsregeling Wft)
De Minister
van Financiën;
Gelet op Richtlijn nr. 87/102/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 22 december 1986 betreffende de
harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der
lidstaten inzake het consumentenkrediet (PbEG 1987 L 42), Richtlijn
nr. 2002/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Unie van 9 december 2002 betreffende verzekeringsbemiddeling (PbEG
L 9), de artikelen 1:1, 1:32, 1:105, tweede lid, 3:150, tweede en derde
lid, 4:75, derde lid, 4:76, derde lid, 4:79, eerste lid, en 5:26, vierde
lid, van de Wet op het financieel toezicht, artikel 31, tweede lid, van
de Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht en
artikel 6c van de Wet toezicht effectenverkeer 1995;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. consumptief krediet: krediet als bedoeld in artikel 1, onderdeel
e, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft;
b. doorlopend krediet: krediet als bedoeld in artikel 1, onderdeel
h, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft;
c. economische looptijd: periode waarna een hypothecair krediet
overeenkomstig de bij het aangaan van de overeenkomst inzake krediet
vastgestelde hoogte van de termijnbedragen en lengte en aantal van de
betalingstermijnen geheel afgelost zal zijn;
d. exploitatiesaldo: verschil tussen de aan het eind van een jaar
gerealiseerde baten en lasten van de toezichthouder;
e. hypothecair krediet: krediet als bedoeld in artikel 1, onderdeel
n, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft;
f. kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn:
kredietvergoeding die over een betalingstermijn op grond van een
overeenkomst inzake krediet in rekening wordt gebracht, uitgedrukt in
een percentage van het uitstaand saldo aan het begin van die
betalingstermijn;
g. wet: Wet op het financieel toezicht.
2. In deze regeling wordt met betrekking tot overeenkomsten
inzake doorlopend krediet verstaan onder:
a. kredietsom: kredietlimiet;
b. looptijd: theoretische looptijd.
Hoofdstuk 2. Effectief
kredietvergoedingspercentage
Bepalingen ter uitvoering van artikel 1:1 van de wet
§ 2.1. Algemene bepalingen
Artikel 2
1. Bij de in de paragrafen 2.2 en 2.3
geregelde berekeningen wordt ervan uitgegaan dat:
a. de overeenkomst inzake krediet overeenkomstig de bij het aangaan
daarvan vastgestelde hoogte van de termijnbedragen en lengte en aantal
van de betalingstermijnen wordt afgewikkeld; en
b. de kredietvergoeding gedurende de looptijd van de overeenkomst
gelijk blijft, tenzij bij het aangaan van de overeenkomst is
vastgesteld wanneer de kredietvergoeding zal wijzigen en wat de hoogte
van de kredietvergoeding door die wijziging zal worden.
2. Bij de in paragraaf 2.2 geregelde berekeningen wordt er,
voorzover het overeenkomsten inzake doorlopend krediet betreft, van
uitgegaan dat:
a. het uitstaand saldo op het tijdstip waarop door de aanbieder de
geldsom ter beschikking wordt gesteld of met het verschaffen van het
genot van de zaak of het verlenen van de dienst een aanvang wordt
gemaakt, gelijk is aan de kredietlimiet; en
b. het uitstaand saldo niet toeneemt anders dan uit hoofde van het
in rekening brengen van de kredietvergoeding.
Artikel 3
Het effectief kredietvergoedingspercentage wordt afgerond op één
decimaal. Indien de tweede decimaal vijf of meer bedraagt, vindt
afronding naar boven plaats. In de overige gevallen vindt afronding naar
beneden plaats.
§ 2.2. Berekening effectief kredietvergoedingspercentage voor
consumptief krediet
Artikel 4
1. Voor overeenkomsten inzake consumptief krediet waarbij de
betalingstermijn en het termijnbedrag gedurende de looptijd gelijk
blijven, wordt het effectief kredietvergoedingspercentage berekend als
volgt:

waarbij de waarde van im wordt berekend met
de volgende formule:

In deze formules is:
p: het effectief kredietvergoedingspercentage op jaarbasis;
im: het honderdste deel van het kredietvergoedingspercentage per
betalingstermijn;
m: het aantal betalingstermijnen per jaar;
K: de kredietsom;
T: het termijnbedrag; en
n: de looptijd, uitgedrukt in het aantal betalingstermijnen.
2. Voor overeenkomsten inzake consumptief krediet, niet zijnde
doorlopend krediet, wordt bij de berekening van het effectief
kredietvergoedingspercentage het eerste lid toegepast. Bij die
berekening wordt ervan uitgegaan dat de eerste betalingstermijn, of
het eerste of het laatste termijnbedrag, gelijk zijn aan de overige
betalingstermijnen, onderscheidenlijk termijnbedragen, indien:
a. de eerste betalingstermijn afwijkt van de overige
betalingstermijnen, voor zover deze afwijking tot gevolg heeft dat
het eerste of het laatste termijnbedrag afwijkt van de overige
termijnbedragen, terwijl de overige betalingstermijnen en
termijnbedragen gedurende de looptijd gelijk blijven; of
b. slechts het eerste of het laatste termijnbedrag afwijkt van de
overige termijnbedragen, indien deze afwijking een gevolg is van
afrondingen.
Artikel 5
Voor overeenkomsten inzake consumptief krediet waarbij gedurende de
looptijd de betalingstermijn wel, doch het termijnbedrag niet gelijk
blijft, en waarop artikel 4, tweede lid, niet van toepassing is, wordt
het effectief kredietvergoedingspercentage berekend als volgt:

waarbij de waarde van im wordt berekend met de volgende
formule:

In deze formules is:
p: het effectief kredietvergoedingspercentage;
im: het honderdste deel van het kredietvergoedingspercentage per
betalingstermijn;
m: het aantal betalingstermijnen per jaar;
K: de kredietsom;
t: het volgnummer van de onderscheidenlijke termijnbedragen en van de
onderscheidenlijke betalingstermijnen;
n: de looptijd, uitgedrukt in het aantal betalingstermijnen; en
Tt: het termijnbedrag met volgnummer t.
Artikel 6
Voor overeenkomsten inzake consumptief krediet waarbij de
betalingstermijn gedurende de looptijd niet gelijk blijft en waarop
artikel 4, tweede lid, niet van toepassing is, wordt het effectief
kredietvergoedingspercentage berekend als volgt:

waarbij de waarde van i wordt berekend met de volgende
formule:

In deze formules is:
p: het effectief kredietvergoedingspercentage;
i: het honderdste deel van het effectief kredietvergoedingspercentage;
K: de kredietsom;
k: het volgnummer van een termijnbedrag;
n: het totale aantal termijnbedragen;
Tk: het termijnbedrag met volgnummer k; en
tk: het tijdvak dat ligt tussen het tijdstip waarop de kredietsom ter
beschikking wordt gesteld en het tijdstip waarop het termijnbedrag met
volgnummer k moet worden voldaan, uitgedrukt in jaren.
Artikel 7
In afwijking van de artikelen 4 tot en met 6 wordt bij overeenkomsten
inzake consumptief krediet waarbij de kredietsom in bij het aangaan van
de overeenkomst vastgestelde tranches ter beschikking wordt gesteld op
bij het aangaan van de overeenkomst overeengekomen tijdstippen het
effectief kredietvergoedingspercentage berekend als volgt:

waarbij de waarde van i wordt berekend met de volgende
formule:

In deze formules is:
p: het effectief kredietvergoedingspercentage;
i: het honderdste deel van het effectief kredietvergoedingspercentage;
S1: het bedrag van de eerste tranche van de kredietsom;
u: het volgnummer van een tranche;
v: het totale aantal tranches;
Su: het bedrag van de tranche met volgnummer u;
Xu: het tijdvak dat ligt tussen het tijdstip waarop de overeenkomst
inzake krediet is aangegaan en het tijdstip waarop de tranche met
volgnummer u ter beschikking wordt gesteld, uitgedrukt in jaren;
k: het volgnummer van een termijnbedrag;
n: het totale aantal termijnbedragen;
Tk: het termijnbedrag met volgnummer k; en
tk: het tijdvak dat ligt tussen het tijdstip waarop de kredietsom ter
beschikking wordt gesteld en het tijdstip waarop het termijnbedrag met
volgnummer k moet worden voldaan, uitgedrukt in jaren.
§ 2.3. Berekening effectief kredietvergoedingspercentage voor
hypothecair krediet
Artikel 8
1. Voor overeenkomsten inzake hypothecair krediet wordt het
effectief kredietvergoedingspercentage berekend als volgt:

waarbij de waarde van im wordt berekend met de volgende
formule:

In deze formules is:
p: het effectief kredietvergoedingspercentage;
im: het honderdste deel van het kredietvergoedingspercentage per
betalingstermijn;
m: het aantal betalingstermijnen per jaar;
K: de kredietsom;
A: de kosten die de aanbieder van hypothecair krediet bij het
afsluiten van de
overeenkomst inzake hypothecair krediet in rekening brengt;
t: het volgnummer van de onderscheidenlijke termijnbedragen en van
de onderscheidenlijke betalingstermijnen;
n: de economische looptijd, berekend over maximaal 30 jaren,
uitgedrukt in het aantal betalingstermijnen;
Tt: het termijnbedrag met volgnummer t; en
Rn: de (eventuele) (restant-)schuld aan het eind van de economische
looptijd of, indien de looptijd langer is dan 30 jaren, na 30 jaren.
2. Indien de termijnbedragen aan het begin van elke
betalingstermijn worden betaald, wordt K in de formule in het eerste
lid (K – T(1)), en wordt n in de formule in het eerst lid (n – 1).
Hoofdstuk 3. Inrichting begroting
toezichthouder
Bepaling ter uitvoering van artikel 1:32 van de wet
Artikel 9
De posten waarin de begroting, bedoeld in artikel 1:30 van de wet,
wordt ingedeeld, worden ingedeeld naar toezichttaak, waarbij een
onderscheid wordt gemaakt tussen directe en indirecte
toezichtactiviteiten, en naar kostensoort en zijn voorzien van een
toelichting. Het onderdeel dat betrekking heeft op de door de
rijksoverheid te verstrekken bijdrage wordt ingedeeld naar toezichttaak
en is voorzien van een toelichting.
Hoofdstuk 4. Lichte ontheffingen
Bepaling ter uitvoering van artikel 1:105, tweede lid, tweede volzin,
van de wet
Artikel 10
1. De toezichthouder verbindt aan een
ontheffing als bedoeld in artikel 2:5, derde lid, 2:7 derde lid, 2:12,
zesde lid, 2:13, derde lid, 2:17, derde lid, 2:21, derde lid, 2:22,
derde lid, 2:31, vijfde lid, 2:32, derde lid, 2:37, derde lid, 2:41,
derde lid, 2:42, derde lid, 2:49, derde lid, 2:51, derde lid, 2:58,
derde lid, 2:63, derde lid, 2:67, vijfde lid, 2:68, vierde lid, 2:78,
derde lid, 2:83, derde lid, 2:89, derde lid, 2:94, derde lid, of 2:99,
vierde lid, van de wet uitsluitend voorschriften die noodzakelijk zijn
met het oog op het bereiken van de beoogde doeleinden van de artikelen
waarnaar in het eerste lid van de hiervoor genoemde artikelen wordt
verwezen.
2. De toezichthouder verbindt aan een ontheffing als bedoeld in
artikel 3:2, derde lid, 3:7, vierde lid, 3:10, vierde lid, 3:15, derde
lid, 3:17, vierde lid, 3:19, derde lid, 3:47, vierde lid, 3:53, zesde
lid, 3:57, zesde lid, 3:63, vierde lid, 3:67, vijfde lid, 3:70, tweede
lid, 3:71, derde lid, 3:72, achtste lid, 3:106, derde lid, 4:9, vierde
lid, 4:11, vijfde lid, 4:14, vierde lid, 4:15, vierde lid, 4:20, zesde
lid, 4:22, tweede lid, 4:23, vierde lid, 4:25, tweede lid, 4:44, derde
lid, 4:49, vijfde lid, 4:51, vijfde lid, 4:52, vierde lid, 4:72, zesde
lid, 4:73, zesde lid, 4:75, vijfde lid, 4:76, vijfde lid, 4:75, vijfde
lid, 4:85, zesde lid, 4:88, vijfde lid, 4:93, derde lid, 4:99, derde
lid, 5:68, derde lid, van de wet uitsluitend voorschriften die
noodzakelijk zijn met het oog op de doeleinden die het desbetreffende
artikel beoogt te bereiken.
3. De Nederlandsche Bank verbindt aan een ontheffing als bedoeld
in artikel 3:60, eerste lid, van de wet uitsluitend voorschriften die
noodzakelijk zijn met het oog op de doelstelling van dat artikel.
4. De Autoriteit Financiële Markten verbindt aan een ontheffing
als bedoeld in artikel 2:65, derde lid, uitsluitend voorschriften die
noodzakelijk zijn met het oog op de doeleinden die het Deel Marktoegang
financiële ondernemingen en het Deel Gedragstoezicht financiële
ondernemingen beogen te beschermen.
5. De Nederlandsche Bank verbindt aan een ontheffing als bedoeld
in artikel 3:156, achtste lid, van de wet uitsluitend voorschriften die
noodzakelijk zijn met het oog op de solvabiliteitsmarge van de
desbetreffende levensverzekeraars.
6. De Nederlandsche Bank verbindt aan een ontheffing als bedoeld
in artikel 3:278; eerste of tweede lid, van de wet uitsluitend
voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op de bescherming van de
belangen van de crediteuren.
7. De Autoriteit Financiële Markten verbindt aan een ontheffing
als bedoeld in artikel 4:70, achtste lid, of 4:71, zesde lid, van de wet
uitsluitend voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op de goede
uitvoering van het bepaalde in deze artikelen.
8. De Autoriteit Financiële Markten verbindt aan een ontheffing
als bedoeld in artikel 4:83, tweede lid, van de wet uitsluitend
voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op de bescherming van de
belangen van de cliënten.
9. De Autoriteit Financiële Markten verbindt aan een ontheffing
als bedoeld in artikel 5:18, derde lid, van de wet uitsluitend
voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op de goede uitvoering
van hoofdstuk 5.1 van de wet of de prospectusverordening.
10. De Autoriteit Financiële Markten verbindt aan een ontheffing
als bedoeld in artikel 5:71, zevende lid, van de wet uitsluitend
voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op de doeleinden die
artikel 5:71 of 5:72 beogen te bereiken.
11. De aan de ontheffing te verbinden voorschriften hebben geen
onredelijke belasting van de aanvrager tot gevolg.
Hoofdstuk 5. Vertrouwenscommissie
opvangregeling leven
Bepalingen ter uitvoering van artikel 3:150, tweede en derde lid, van de
wet
Artikel 11
1. De leden van de vertrouwenscommissie,
bedoeld in artikel 3:150, eerste lid, van de wet, worden voor ten
hoogste vijf jaren op gezamenlijke voordracht van de Nederlandsche Bank
en de vertegenwoordigende organisaties van levensverzekeraars benoemd.
De Nederlandsche Bank en de vertegenwoordigende organisaties dragen voor
iedere vacature in de vertrouwenscommissie ten minste twee kandidaten
voor. Herbenoeming van een lid is eenmaal mogelijk.
2. De Minister van Financiën benoemt op gezamenlijke voordracht
van de Nederlandsche Bank en de vertegenwoordigende organisaties van
levensverzekeraars een van de leden als voorzitter.
3. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over een
gezamenlijke voordracht doet de directie van de Nederlandsche Bank
hiervan mededeling aan de Minister van Financiën. Deze neemt in dat
geval zonder voordracht een besluit omtrent benoeming of aanwijzing.
Artikel 12
1. De Minister van Financiën besluit binnen drie maanden na
ingang van de schorsing, bedoeld in artikel 3:150, tweede lid, van de
wet, tot opheffing of verlenging van de schorsing of tot ontslag.
2. De schorsing wordt slechts eenmaal verlengd, voor ten hoogste
drie maanden.
3. De schorsing vervalt indien:
a. na ingang van de schorsing niet binnen drie maanden is besloten
tot opheffing of verlenging van de schorsing of tot ontslag; of
b. na een besluit tot verlenging niet binnen drie maanden is
besloten tot opheffing van de schorsing of tot ontslag.
Artikel 13
1. De Minister van Financiën ontslaat een lid van de
vertrouwenscommissie:
a. ambtshalve; of
b. op verzoek van het betreffende lid.
2. De Minister van Financiën ontslaat een lid van de
vertrouwenscommissie in ieder geval ambtshalve indien het betreffende
lid in staat van faillissement wordt verklaard, onder curatele of onder
bewind wordt gesteld of op andere wijze de vrije beschikking over zijn
vermogen verliest.
Artikel 14
1. De vertrouwenscommissie kan haar taken in gezamenlijk
overleg verdelen.
2. De vertrouwenscommissie vergadert op verzoek van de
Nederlandsche Bank of indien zij dit noodzakelijk acht voor de
uitoefening van haar taken.
3. De vertrouwenscommissie beslist bij meerderheid van stemmen in
een vergadering waarin ten minste de helft van het aantal in functie
zijnde leden en de voorzitter aanwezig is. De vertrouwenscommissie
beslist alleen buiten een vergadering, indien een voorstel tot het
besluit aan alle in functie zijnde leden is voorgelegd en geen van de
leden zich tegen de besluitvorming heeft verzet.
4. De vertrouwenscommissie beslist onverwijld en in elk geval
binnen een maand op een verzoek om advies of bijstand van de
Nederlandsche Bank als bedoeld in artikel 3:150, eerste lid, onderdelen
a tot en met c, van de wet.
5. Indien de vertrouwenscommissie niet binnen een maand beslist
nadat de Nederlandsche Bank hierom heeft verzocht, kan de Nederlandsche
Bank haar besluitvorming voortzetten zonder advies of bijstand van de
vertrouwenscommissie.
Hoofdstuk 6. Dekking
beroepsaansprakelijkheidsverzekering en vergelijkbare voorziening
Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:75, derde lid, en 4:76, derde
lid, van de wet
Artikel 15
De dekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering of de daarmee
vergelijkbare voorziening, bedoeld in de artikelen 4:75, eerste lid, en
4:76, eerste lid, van de wet bedraagt ten minste € 1.000.000 per
schadegeval en ten minste € 1.500.000 per jaar voor alle
schadegevallen gezamenlijk.
Hoofdstuk 7. Model volmacht en ondervolmacht
Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:79, derde lid, van de wet
Artikel 16
Het model van de volmacht, bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van
de wet, wordt vastgesteld conform bijlage A.
Artikel 17
Het model van de ondervolmacht, bedoeld in artikel 4:79, eerste lid,
van de wet, wordt vastgesteld conform bijlage B.
Artikel 18
1. Een volmacht of ondervolmacht, opgemaakt voor 1 januari
2006 overeenkomstig het voorafgaand aan die datum voorgeschreven model
ingevolge de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf, wordt geacht te zijn
opgemaakt overeenkomstig het model, bedoeld in artikel 16
onderscheidenlijk 17.
2. Een volmacht of ondervolmacht, opgemaakt tussen 1 januari
2006 en 1 januari 2007 overeenkomstig het voorafgaand aan
laatstgenoemde datum voorgeschreven model ingevolge het Besluit
financiële dienstverlening, wordt geacht te zijn opgemaakt
overeenkomstig het model, bedoeld in artikel 16 onderscheidenlijk 17.
Hoofdstuk 8. Houder van een gereglementeerde
markt
Bepaling ter uitvoering van artikel 5:26, vierde lid, van de wet
Artikel 19
1. De houder van een gereglementeerde
markt als bedoeld in artikel 5:26, vierde lid, van de wet die het
voornemen heeft om in Nederland een markt in financiële instrumenten te
houden, stelt de Minister van Financiën van dit voornemen in kennis.
Deze inkennisstelling geschiedt, voorzover van toepassing, onder opgave
van de volgende gegevens:
a. de naam en het adres van de statutaire zetel van de houder van
de gereglementeerde markt, alsmede het adres van haar hoofdkantoor
indien dat afwijkt van het adres van de statutaire zetel;
b. een programma van werkzaamheden waarin de voorgenomen
werkzaamheden en de organisatiestructuur van de gereglementeerde markt
zijn vermeld; en
c. de voor de gereglementeerde markt te hanteren regels.
2. De houder van een gereglementeerde markt op wie de in artikel
5:26, vierde lid, van de wet bedoelde vrijstelling van toepassing is,
stelt de Minister van Financiën binnen vijf werkdagen in kennis van
wijzigingen in de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 9. Uitbreiding termijn
vergunningverlening
Artikel 20
De termijn van twaalf maanden, bedoeld in de eerste volzin van
artikel 31, tweede lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Wet op het
financieel toezicht, wordt met zes maanden verlengd.
Hoofdstuk 10. Wijziging Tijdelijke
vrijstellingsregeling openbare biedingen
Artikel 21
[Wijzigt de Tijdelijke vrijstellingsregeling overnamebiedingen.]
Hoofdstuk 11. Wijziging Regeling aanwijzing
bevoegde autoriteiten Wet toezicht effectenverkeer 1995
Artikel 22
[Wijzigt de Regeling aanwijzing bevoegde autoriteiten Wet toezicht
effectenverkeer 1995.]
Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Artikel 23
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2007.
Artikel 24
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Wft.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
De Minister van Financiën,
G. Zalm.
Bijlage A, behorend bij artikel 16
Volmacht
als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de Wet op het financieel
toezicht.
De ondergetekende … verklaart hierbij volmacht te verlenen
aan ….
Paragraaf I
Bevoegdheden
Om in Nederland, in naam van de ondergetekende – binnen de perken
van haar/zijn statuten – verzekeringen te accepteren van risico’s,
zowel binnen als buiten Nederland, en in het algemeen al datgene te
verrichten wat de uitoefening van het verzekeringsbedrijf in Nederland
als vertegenwoordiger van een in Nederland of in het buitenland
gevestigde verzekeraar meebrengt en in dat verband alle rechten van de
ondergetekende uit te oefenen en alle verplichtingen na te komen, omvat
deze volmacht onder meer:
– het zelfstandig ondertekenen van polissen en van alle overige
stukken die betrekking hebben op in deze volmacht genoemde
handelingen;
– het ontvangen en verrekenen van – alsmede het kwijting
geven voor – premies en alle overige gelden wegens aanspraken van
de ondergetekende, voortspruitende uit – of verband houdende met
– gesloten verzekeringen;
– het meewerken tot wijziging, verlenging of opheffing van
gesloten verzekeringen;
– het toezeggen of geven van vermindering, restitutie of
kwijtschelding van premies en van gelden die betrekking hebben op
alle overige aanspraken van de ondergetekende;
– het van of namens verzekerden in ontvangst nemen van
mededelingen;
– het meewerken tot vaststelling van schaden en de omvang
daarvan, het regelen, erkennen en betalen van schaden, alsmede het
in der minne (door middel van dading of anderszins) treffen van
schikkingen in verband met schaden en alle andere aanspraken tegen
de ondergetekende;
– het in rechte betwisten van alle aanspraken tegen de
ondergetekende;
– het aanhangig maken van rechtsvorderingen ter uitoefening van
enig aan de ondergetekende als verzekeraar toekomend recht, het
nemen van alle maatregelen die de gevolmachtigde voor een goede
procesvoering nodig acht, het meewerken bij – of toestemmen in –
het voeren van processen waarbij het belang van de ondergetekende
betrokken is;
– het onderwerpen van alle geschillen aan de beslissing van
scheidsmannen alsmede het verlenen van zijn/haar medewerking in het
scheidsrechterlijk geding; waarbij alle desbetreffende handelingen
en verbintenissen van de genoemde gevolmachtigde voor de
ondergetekende zullen gelden, geheel als waren zij door hem verricht
of aangegaan.
Waar in deze volmacht wordt gesproken van verzekeringen, verzekerden
of verzekeraar wordt daaronder ook verstaan herverzekeringen,
herverzekerden of herverzekeraar.
Paragraaf II
Ondervolmacht
Deze volmacht houdt, behoudens via een ondervolmacht opgemaakt
overeenkomstig bijlage B bij de Uitvoeringsregeling Wft, niet in de
bevoegdheid van de gevolmachtigde om aan derden ondervolmacht te
verlenen.
Paragraaf III
Toepasselijk recht
Op deze volmacht is Nederlands recht van toepassing.
Bijlage B, behorend bij artikel 17
Ondervolmacht
als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de Wet op het financieel
toezicht.
De gevolmachtigde …
daartoe bij deze gemachtigd door verzekeraar …
verklaart hierbij ondervolmacht te verlenen aan ….
Paragraaf I
Bevoegdheden
Om in Nederland, in naam van de bovenvermelde verzekeraar – binnen
de perken van diens statuten – verzekeringen te accepteren van
risico s, zowel binnen als buiten Nederland, en in het algemeen al
datgene te verrichten wat de uitoefening van het verzekeringsbedrijf in
Nederland als vertegenwoordiger van een in Nederland of in het
buitenland gevestigde verzekeraar meebrengt en met betrekking daartoe
alle rechten van de bovenvermelde verzekeraar uit te oefenen en alle
verplichtingen na te komen, omvat deze ondervolmacht onder meer:
– het zelfstandig ondertekenen van polissen en van alle overige
stukken die betrekking hebben op in deze volmacht genoemde
handelingen;
– het ontvangen en verrekenen van – alsmede het kwijting
geven voor – premies en alle overige gelden wegens aanspraken
van de bovenvermelde verzekeraar, voortspruitende uit – of
verband houdende met – gesloten verzekeringen;
– het meewerken tot wijziging, verlenging of opheffing van
gesloten verzekeringen;
– het toezeggen of geven van vermindering, restitutie of
kwijtschelding van premie en van gelden die betrekking hebben op
alle overige aanspraken van de bovenvermelde verzekeraar;
– het van of namens verzekerden in ontvangst nemen van
mededelingen;
– het meewerken tot vaststelling van schaden en de omvang
daarvan, het regelen, erkennen en betalen van schaden, alsmede het
in der minne (door middel van dading of anderszins) treffen van
schikkingen in verband met schaden en alle andere aanspraken tegen
de bovenvermelde verzekeraar;
– het in rechte betwisten van alle aanspraken tegen de
bovenvermelde verzekeraar;
– het aanhangig maken van rechtsvorderingen ter uitoefening van
enig aan de bovenvermelde verzekeraar als verzekeraar toekomend
recht, het nemen van alle maatregelen die de gevolmachtigde voor een
goede procesvoering nodig acht, het meewerken bij – of
toestemmen in – het voeren van processen waarbij
– het belang van de bovenvermelde verzekeraar betrokken is;
– het onderwerpen van alle geschillen aan de beslissing van
scheidsmannen alsmede het verlenen van zijn/haar medewerking in het
scheidsrechterlijk geding;
waarbij alle desbetreffende handelingen en verbintenissen van de
genoemde ondergevolmachtigde voor de bovenvermelde verzekeraar zullen
gelden, geheel als waren zij door haar verricht of aangegaan.
Waar in deze ondervolmacht wordt gesproken van verzekeringen,
verzekerden of verzekeraar worden daaronder ook verstaan
herverzekeringen, herverzekerden of herverzekeraar.
Paragraaf II
Verlenen van ondervolmacht door de ondergevolmachtigde
Deze ondervolmacht houdt, behoudens via een ondervolmacht opgemaakt
overeenkomstig bijlage B bij de Uitvoeringsregeling Wft, niet in de
bevoegdheid van de ondergevolmachtigde om aan derden ondervolmacht te
verlenen.
Paragraaf III
Einde ondervolmacht
Deze ondervolmacht kan zowel door de verzekeraar als door de
gevolmachtigde te allen tijde worden ingetrokken.
Het ophouden van kracht te zijn van de volmacht van de gevolmachtigde
tast de kracht van de ondervolmacht niet aan.
Paragraaf IV
Toepasselijk recht
Op deze ondervolmacht is Nederlands recht van toepassing.
|
|
|