BESLUIT van 16 juli 2005, houdende regels op het
gebied van pensioen ter uitvoering van een aantal onderwerpen uit de Wet
aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie
levensloopregeling (Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal
Akkoord 2004)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30
mei 2005, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/PB/05/35584;
Gelet op de artikelen 2, achtste lid, 17,
zevende lid, en 28 van de Pensioen- en spaarfondsenwet;
De Raad van State gehoord (advies van
27 juni 2005, nr. W12.05.0204/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 juli 2005, Directie
Arbeidsverhoudingen, nr. AV/PB/05/49354;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
– deelnemingsjaren: perioden als bedoeld in artikel 10ab van
het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965;
– pensioenuitvoerder: bestuur van een pensioenfonds,
beroepspensioenfonds of verzekeraar;
– waardeoverdracht: afkoop van pensioen of aanspraken op
pensioen, onder aanwending van de afkoopsom voor het verwerven van
pensioen of aanspraken op pensioen bij een andere
pensioenuitvoerder.
§ 2. Nadere regels 40-deelnemingsjarenpensioen
Artikel 2. Informatie over deelnemingsjaren
1. Een pensioenuitvoerder verstrekt binnen drie maanden na
ontvangst van een daartoe strekkend verzoek van een deelnemer of
gewezen deelnemer een opgave van de geadministreerde deelnemingsjaren
en alle schriftelijke bescheiden die de perioden, voorafgaand aan een
voor 1 januari 2005 gedane waardeoverdracht naar de
pensioenuitvoerder, kunnen staven die als deelnemingsjaren kunnen
worden aangemerkt.
2. De opgave van de geadministreerde deelnemingsjaren bevat
tevens:
a. een zo nauwkeurig mogelijke opgave van de perioden waarin de
geadministreerde deelnemingsjaren zijn opgebouwd; en
b. een zo nauwkeurig mogelijke opgave van de deeltijdfactor per
geadministreerd deelnemingsjaar.
3. De pensioenuitvoerder kan een vergoeding vragen voor de aan de
verstrekking van de opgave verbonden kosten.
Artikel 3. Deelnemingsjaren en waardeoverdracht
1. In geval van waardeoverdracht verstrekt de overdragende
pensioenuitvoerder aan de overnemende pensioenuitvoerder bij de
opgave, bedoeld in artikel 18 van het Besluit uitvoering Pensioenwet
en Wet verplichte beroepspensioenregeling, een opgave van de
geadministreerde deelnemingsjaren als bedoeld in artikel 2. Tevens
verstrekt de pensioenuitvoerder alle schriftelijke bescheiden die de
als deelnemingsjaren aan te merken perioden, voorafgaand aan een voor
1 januari 2005 gedane waardeoverdracht naar de overdragende
pensioenuitvoerder, kunnen staven.
2. De overnemende pensioenuitvoerder administreert de
deelnemingsjaren, opgegeven door de overdragende pensioenuitvoerder en
de gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, en de met de in het
eerste lid bedoelde bescheiden gestaafde deelnemingsjaren, of bewaart
deze bescheiden.
§ 3. Uitstel financiering van over het verleden in te kopen
pensioenruimte
Artikel 4. Uitstel financiering van over het verleden in te kopen
pensioenruimte
1. Aanspraken die worden toegezegd op de wijze, bedoeld in dit
artikel, en die zullen worden verkregen door middel van inkoop over
perioden in het verleden waarin minder pensioenaanspraken zijn
opgebouwd dan op basis van hoofdstuk IIB van de Wet op de
loonbelasting 1964 is toegestaan, hoeven niet evenredig in de tijd te
worden opgebouwd en gefinancierd.
2. De opbouw en financiering vinden plaats binnen een termijn van
vijftien jaren na de datum waarop de werkgever de toezegging, bedoeld in
het eerste lid, is gedaan of, indien de in de pensioenregeling
vastgestelde ingangsdatum van het pensioen voor het verstrijken van de
termijn van vijftien jaren ligt, voor die ingangsdatum.
3. Aanspraken als bedoeld in het eerste lid kunnen worden
toegezegd gedurende twee jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van
dit besluit.
4. De pensioenuitvoerder informeert de deelnemer of gewezen
deelnemer over de aanspraken, bedoeld in het eerste lid. De in het
vijfde lid vervatte tekst wordt door de pensioenuitvoerder opgenomen in:
a. de eerste schriftelijke informatieverstrekking aan de deelnemer
of gewezen deelnemer dat er aanspraken over verstreken dienstjaren met
uitgestelde financiering worden toegezegd;
b. de jaarlijkse opgaven, bedoeld in artikel 5;
c. de schriftelijke informatie over de in dit artikel bedoelde
toezegging die op verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer wordt
verstrekt.
5. Het pensioen dat voor u zal worden ingekocht omdat u in het
verleden gedurende uw dienstbetrekking(en) een of meer perioden hebt
gehad waarin minder pensioen is opgebouwd dan op grond van de fiscale
regelgeving mogelijk is, wordt pas opgebouwd op het moment dat en voor
zover de toegezegde aanspraken zijn gefinancierd. Wanneer uw deelname
aan de pensioenregeling eindigt voordat deze aanspraken (volledig) zijn
gefinancierd, heeft u alleen recht op het op dat moment gefinancierde en
opgebouwde deel van deze pensioenaanspraken. Indien bij beëindiging van
de deelname aan de pensioenregeling nog geen toegezegd pensioen over
verstreken dienstjaren voor u is ingekocht en opgebouwd, heeft u dus ook
geen recht op dit deel van uw toezegging. Als aan u is toegezegd dat
pensioenaanspraken over verstreken dienstjaren worden ingekocht, dan
moeten deze uiterlijk binnen vijftien jaren nadat de toezegging is
gedaan, zijn gefinancierd. Wanneer u binnen die vijftien jaar met
pensioen zou gaan, moeten de in te kopen pensioenaanspraken al eerder
zijn gefinancierd, namelijk uiterlijk op het moment van uw pensionering.
Een eenmaal gedane toezegging tot inkoop van aanspraken over het
verleden kan in beginsel niet worden ingetrokken of gewijzigd.
6. Bij aanspraken op grond van een beroepspensioenregeling is het
tweede lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5. Jaarlijkse opgave van door financiering ontstane
pensioenaanspraken
Bij toepassing van artikel 4 verstrekt een pensioenuitvoerder
gedurende de periode dat de toegezegde aanspraken nog niet of niet
volledig zijn gefinancierd jaarlijks aan de betrokken deelnemer
informatie over de in totaal toegezegde aanspraken en de reeds
gefinancierde pensioenaanspraken.
§ 4. Opgave en berekening premievrije waarde prepensioenaanspraken
Artikel 6. Opgave op basis van premievrije waarde
prepensioenaanspraken
1. De pensioenuitvoerder heeft de opgave, bedoeld in artikel
17, zesde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, binnen een jaar na
het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit verstrekt.
2. De opgave bevat:
a. indien de pensioenregeling deze mogelijkheid biedt, de
aanspraken op extra ouderdomspensioen voor de situatie waarin de
premievrije waarde wordt omgezet in ouderdomspensioenaanspraken;
b. de afkoopsom voor de situatie waarin de premievrije waarde wordt
aangewend ten behoeve van een levensloopregeling als bedoeld in
artikel 19g, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, van de
deelnemer of gewezen deelnemer; en
c. de aanspraken op een of meerdere pensioenuitkeringen voorafgaand
aan de datum waarop de deelnemer of gewezen deelnemer de leeftijd van
65 jaren bereikt.
Artikel 7. Rekenregels premievrije waarde
1. Pensioenuitvoerders berekenen:
a. de pensioenaanspraken, bedoeld in artikel 6, tweede lid,
onderdeel a, overeenkomstig artikel 76 en 83 van de Pensioenwet en
artikel 91 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;
b. de afkoopsom, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b, op
basis van de actuariële grondslagen; en
c. de aanspraken, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel c,
overeenkomstig artikel 55 van de Pensioenwet en artikel 66 van de Wet
verplichte beroepspensioenregeling.
2. [Vervallen]
3. Wanneer de in de pensioenregeling van de betrokken deelnemer
of gewezen deelnemer vastgestelde ingangsdatum van het pensioen lager is
dan 65 jaren, vinden de berekeningen, bedoeld in het eerste lid,
onderdelen b en c, plaats na eerst de premievrije waarde van de totale
evenredige aanspraken in de pensioenregeling te hebben verminderd met de
evenredige aanspraken in de pensioenregeling voor zover die na het
bereiken van de leeftijd van 65 jaren worden uitgekeerd.
4. In dit artikel wordt onder de actuariële grondslagen
verstaan:
a. de grondslagen die een pensioenfonds of beroepspensioenfonds
volgens zijn actuariële en bedrijfstechnische nota hanteert voor de
waardering van zijn pensioenverplichtingen; onderscheidenlijk
b. de actuariële methoden die een verzekeraar hanteert voor de
vaststelling van de technische voorzieningen.
Artikel 8. Binnen twee maanden verzoek tot afkoop ten behoeve van
levensloopregeling
Indien de deelnemer of gewezen deelnemer in de gelegenheid wordt
gesteld zijn aanspraken, opgebouwd ten behoeve van een pensioenuitkering
voorafgaand aan de datum waarop de deelnemer of gewezen deelnemer de
leeftijd van 65 jaren bereikt, aan te wenden ten behoeve van een voor de
deelnemer of gewezen deelnemer bestemde levensloopregeling als bedoeld
in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964 en de deelnemer of
gewezen deelnemer daarvan gebruik wil maken, dient de deelnemer of
gewezen deelnemer binnen twee maanden na ontvangst van de opgave,
bedoeld in artikel 6, een daartoe strekkend verzoek bij de
pensioenuitvoerder in.
Artikel 9. Afkoop ten behoeve van levensloopregeling binnen een maand
De overdragende pensioenuitvoerder betaalt de afkoopsom binnen een
maand na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek, bedoeld in
artikel 8, aan de uitvoerder van de levensloopregeling, bedoeld in
artikel 19g, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
§ 5. Inwerkingtreding en citeertitel
Artikel 10. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 11. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit
pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004.
Lasten en bevelen dat dit
besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad
zal worden geplaatst.
Tavarnelle, 16 juli 2005
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
Uitgegeven de achtentwintigste juli 2005
De Minister van Justitie a.i.,
M.C.F. Verdonk