BESLUIT van 19 maart 2007, houdende
uitvoeringsvoorschriften krachtens de Geneesmiddelenwet (Besluit
Geneesmiddelenwet)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van
10 juli 2006, kenmerk GMT/MVG 2697861;
Gelet op de artikelen 65, 66, eerste lid, en
75, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 14
september 2006, nr. W13.06.0290/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 maart 2007, kenmerk DWJZ/SWW-2754188;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Paragraaf 1. Begripsbepaling
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Geneesmiddelenwet;
b. register: het register, bedoeld in artikel 61, vijfde lid, van
de wet;
c. gevestigde apotheker: de apotheker die staat ingeschreven in
het register;
d. apotheekhoudende huisarts: de huisarts die ingevolge de wet
bevoegd is om geneesmiddelen ter hand te stellen;
e. voorschrijver: een beroepsbeoefenaar als bedoeld in artikel
36, veertiende lid, van de Wet op de beroepen in de individuele
gezondheidszorg;
f. apotheekhoudende: de gevestigde apotheker of de
apotheekhoudende huisarts.
Paragraaf 2. Voorschriften met betrekking tot de bereiding,
terhandstelling en etikettering van geneesmiddelen in de apotheek
Artikel 2
Geneesmiddelen die in een apotheek zijn bereid, niet zijnde
geneesmiddelen voor onderzoek, worden slechts ter hand gesteld indien
zij voldoen aan de voorschriften van de Europese Farmacopee of, bij
ontstentenis daarvan, aan een in een lidstaat officieel in gebruik
zijnde farmacopee, dan wel, bij ontstentenis daarvan, aan een in de
Verenigde Staten of Japan officieel in gebruik zijnde farmacopee. Voor
de samenstelling worden deugdelijke bestanddelen gebruikt.
Artikel 3
De hoeveelheid van een werkzaam bestanddeel van een in de apotheek
bereid geneesmiddel wijkt niet meer dan 10% af van de hoeveelheid van
dat bestanddeel dat op de verpakking is vermeld.
Artikel 4
De apotheekhoudende voert met betrekking tot de aan hem afgeleverde
geneesmiddelen een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit
duidelijk blijkt op welke datum welke geneesmiddelen door welke
leverancier aan hem zijn afgeleverd.
Artikel 5
1. De apotheekhoudende draagt ervoor zorg dat:
a. de bereiding van een op recept voorgeschreven geneesmiddel
nauwkeurig volgens het recept geschiedt;
b. terstond na de bereiding van een geneesmiddel op recept, op het
recept de paraaf wordt geplaatst van degene die het geneesmiddel heeft
bereid.
2. Indien een apotheekhoudende in een hem aangeboden recept een
vergissing vermoedt dan wel indien het recept onvolledig, verminkt of
ter zake van het voorgeschreven middel onleesbaar is, geeft hij daarvan
terstond kennis aan degene die het desbetreffende recept heeft
opgesteld. Hij gaat niet tot terhandstelling over voordat hij omtrent
hetgeen is voorgeschreven zekerheid heeft verkregen.
Artikel 6
1. De terhandstelling van een op recept voorgeschreven
geneesmiddel wordt slechts zoveel malen herhaald als op het recept is
aangegeven.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op bij ministeriële
regeling aangewezen geneesmiddelen, tenzij op het recept is vermeld dat
slechts eenmaal ter hand mag worden gesteld.
3. Bij een herhaalde terhandstelling op recept wordt van de
herhaling op het recept of op een aan het recept vastgehecht afschrift
aantekening gemaakt, onder vermelding van de datum van de herhaling.
Artikel 7
1. De apotheekhoudende draagt ervoor zorg dat op de verpakking
waarin een door een fabrikant bereid geneesmiddel op grond van een
recept ter hand wordt gesteld, een etiket is aangebracht waarop zijn
naam, de naam van de patiënt voor wie het geneesmiddel is bestemd,
dan wel het cijfer of de letter waarmee de patiënt op het recept is
aangeduid, alsmede de werkzame stof van het geneesmiddel, de wijze van
gebruik en de datum van de terhandstelling staan vermeld.
2. Op de verpakking waarin een in de apotheek bereid
geneesmiddel, niet zijnde een geneesmiddel voor onderzoek, ter hand
wordt gesteld, is een etiket is aangebracht waarop de naam van de
betrokken apotheekhoudende, de naam van de patiënt voor wie het
geneesmiddel is bestemd, de werkzame stof van het geneesmiddel en de
datum van terhandstelling staan vermeld. Op de verpakking zijn voorts
ten minste de volgende gegevens vermeld:
a. de wijze van gebruik;
b. de woorden «niet om in te nemen» of woorden van gelijke
strekking in geval van een andere toedieningsweg dan de orale
toedieningsweg;
c. de dosering;
d. de toedieningsfrequentie;
e. een vermelding dat voor het gebruik de bijsluiter moet worden
geraadpleegd, indien de verpakking een bijsluiter bevat;
f. een aanduiding van de uiterste gebruiksdatum met de vermelding
van maand en jaartal;
g. de hoeveelheid van een werkzaam bestanddeel, berekend als de
chemisch zuivere substantie;
h. de te nemen maatregelen in geval van overdosering of ingeval een
of meer doses niet zijn gebruikt;
i. de farmaceutische vorm en de inhoud, uitgedrukt in gewicht,
volume of doseringseenheden;
j. de in het geneesmiddel aanwezige hulpstoffen met een bekende
werking of een bekend effect, met dien verstande dat, indien er sprake
is van een injecteerbaar geneesmiddel of een geneesmiddel dat is
bestemd voor lokaal of oogheelkundig gebruik, alle hulpstoffen worden
vermeld;
k. de wijze van gebruik en de toedieningsweg;
l. een waarschuwing dat het geneesmiddel buiten het bereik en uit
het zicht van kinderen dient te worden gehouden;
m. de wijze waarop het geneesmiddel dient te worden bewaard.
3. Indien de verpakking van een geneesmiddel als bedoeld in het
tweede lid een bijsluiter bevat, kan wat betreft de gegevens, bedoeld in
het tweede lid onder f tot en met m, worden volstaan met het vermelden
daarvan in de bijsluiter.
4. Indien een in een apotheek bereid geneesmiddel is bestemd voor
terhandstelling aan een beroepsbeoefenaar als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onder ll, van de wet, kan op de verpakking worden volstaan
met de naam of de samenstelling van het geneesmiddel, de datum en het
jaar van de terhandstelling en de naam van de betrokken
apotheekhoudende. Hetzelfde geldt voor de verpakking van een in een
apotheek van een zorginstelling in de zin van de Wet toelating
zorginstellingen bereid geneesmiddel dat is bestemd voor gebruik in de
instelling.
Artikel 8
De etikettering van geneesmiddelen voor onderzoek geschiedt zodanig
dat de proefpersoon wordt beschermd, de identificatie en de
traceerbaarheid van het geneesmiddel voor onderzoek worden gewaarborgd,
de identificatie van het wetenschappelijke onderzoek wordt gewaarborgd
en een juist gebruik van het geneesmiddel voor onderzoek door de
proefpersoon wordt vergemakkelijkt.
Artikel 9
1. De gevestigde apotheker draagt ervoor zorg dat zijn naam en
hoedanigheid duidelijk leesbaar staan vermeld boven of terzijde van
elke buitendeur van de apotheek die toegang geeft aan het publiek. De
gevestigde apotheker draagt er voorts voor zorg dat deze vermelding
wordt verwijderd zodra hij niet meer staat ingeschreven in het
register.
2. Het is anderen dan de apotheekhoudende verboden een ruimte,
lokaal of bedrijf op zodanige wijze aan derden kenbaar te maken dat
daardoor de indruk wordt gewekt of kan worden gewekt dat het om een
apotheek gaat.
Artikel 10
De apotheekhoudende draagt ervoor zorg dat de onder zijn toezicht in
zijn apotheek werkende personen die betrokken zijn bij de bereiding of
terhandstelling van geneesmiddelen dan wel bij de administratie ter
zake, de bij en krachtens de wet vastgestelde voorschriften met
betrekking tot zodanige werkzaamheden naleven.
Artikel 11
Het is voorschrijvers en apotheekhoudenden verboden met elkaar
rechtstreeks of indirect een overeenkomst of een andere vorm van
samenwerking aan te gaan die tot gevolg heeft of kan hebben dat het ter
hand stellen van UR-geneesmiddelen aan patiënten door andere
overwegingen dan die van een goede geneesmiddelenvoorziening wordt
beïnvloed. Voorts is het voorschrijvers verboden onderling een
overeenkomst of een andere vorm van samenwerking als bedoeld in de
eerste volzin, aan te gaan
Artikel 12
1. De geneesmiddelen die zich in een apotheek bevinden op het
tijdstip waarop de apotheek wordt opgeheven, worden door de betrokken
apotheekhoudende overgedragen aan andere apotheekhoudenden dan wel,
naar gelang de aard van de stoffen die in de geneesmiddelen zijn
vervat, verwijderd overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 10 van
de Wet Milieubeheer inzake bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke
afvalstoffen.
2. Indien een apotheek wordt opgeheven in verband met het
overlijden van de betrokken apotheekhoudende, dragen diens erfgenamen
zorg voor de overdracht van de in de apotheek aanwezige geneesmiddelen
aan andere apotheekhoudenden dan wel voor de verwijdering, bedoeld in
het eerste lid.
Paragraaf 3. Geneesmiddelenvoorziening binnen de krijgsmacht
Artikel 13
Ten aanzien van de geneesmiddelenvoorziening binnen de krijgsmacht:
a. zijn de artikelen 18, eerste lid, en 40, tweede lid, van de
Geneesmiddelenwet niet van toepassing indien:
1°. het geneesmiddel noodzakelijk is voor operationele inzet
van de krijgsmacht, en
2°. over het gebruik van het geneesmiddel overeenstemming
bestaat met het Staatstoezicht op de volksgezondheid;
b. zijn de artikelen 61 en 62 van de Geneesmiddelenwet niet van
toepassing in gevallen waarin het ter hand stellen van het
geneesmiddel geschiedt tijdens operationele inzet van de krijgsmacht
dan wel tijdens de voorbereiding daarop, door een daartoe opgeleide
militair.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 14
Indien het bij koninklijke boodschap van 8 december 2003 ingediende
voorstel van Wet, houdende vaststelling van een nieuwe Geneesmiddelenwet
(Kamerstukken II, 2003/2004, 29 359), nadat het tot wet is verheven, in
werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.
Artikel 15
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Geneesmiddelenwet.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 19 maart 2007
BEATRIX
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink
Uitgegeven de twaalfde april 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin