St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Handelsregisterwet 2007 (Hrw 2007)

 

FINANCIEEL  BESLUIT  HANDELSREGISTER

Tekst zoals deze geldt op 28 juli 2008

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
 

 

 
BESLUIT van 18 juni 2008, houdende de heffingen en retributies voor het handelsregister (Financieel besluit handelsregister)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 4 april 2008, nr. WJZ/8037138;
     Gelet op de artikelen 49, derde lid, en 50, eerste lid, van de Handelsregisterwet 2007;
     De Raad van State gehoord (advies van 25 april 2008, nr. W10.08.0124/III);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 13 juni 2008, nr. WJZ8066663;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

Voor de toepassing van artikel 49, eerste lid, wordt de onderlinge verhouding van ondernemingen bepaald aan de hand van de volgende indeling in categorieën met de daarbij vermelde gewichten:

ondernemingen toebehorende aan een natuurlijk persoon en Europese economische samenwerkingsverbanden

1

kerkgenootschappen

1

verenigingen en stichtingen

2

overige privaatrechtelijke rechtspersonen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007

2

verenigingen van eigenaars

2

vennootschappen onder firma en maatschappen

2

commanditaire vennootschappen

3

coöperaties, Europese coöperatieve vennootschappen en onderlinge waarborgmaatschappijen met een aantal werkzame personen tot 50

3

naamloze vennootschappen, Europese naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid met een aantal werkzame personen tot 50

3

vennootschappen en rechtspersonen opgericht naar het recht van een ander land dan Nederland met een aantal werkzame personen tot 50

3

coöperaties, Europese coöperatieve vennootschappen en onderlinge waarborgmaatschappijen met een aantal werkzame personen van 50 tot 250

8

naamloze vennootschappen, Europese naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid met een aantal werkzame personen van 50 tot 250

8

vennootschappen en rechtspersonen opgericht naar het recht van een ander land dan Nederland met een aantal werkzame personen van 50 tot 250

8

publiekrechtelijke rechtspersonen met 1 tot en met 20 vestigingen

10

publiekrechtelijke rechtspersonen met 21 tot en met 40 vestigingen

20

coöperaties, Europese coöperatieve vennootschappen en onderlinge waarborgmaatschappijen met een aantal werkzame personen van 250 of meer

20

naamloze vennootschappen, Europese naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid met een aantal werkzame personen van 250 of meer

20

vennootschappen en rechtspersonen opgericht naar het recht van een ander land dan Nederland met een aantal werkzame personen van 250 of meer

20

publiekrechtelijke rechtspersonen met 41 tot en met 60 vestigingen

40

publiekrechtelijke rechtspersonen met 61 of meer vestigingen

80


Artikel 2

De datum waarop het aantal werkzame personen of vestigingen wordt gemeten is 1 januari van elk jaar.

Artikel 3

Bij ministeriële regeling wordt het eenheidsbedrag vastgesteld dat vermenigvuldigd wordt met het gewicht opgenomen in artikel 1.

Artikel 4

1.

Bij ministeriële regeling worden de bedragen vastgesteld die verschuldigd zijn voor het inzien van gegevens uit het handelsregister. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar:

a.

het ten kantore inzien;

b.

het door middel van het internet inzien;

c.

het door middel van een online-verbinding inzien;

d.

het door middel van een speciaal afgeschermd kanaal inzien van gegevens;

e.

het telefonisch verstrekken van inlichtingen omtrent hetgeen in het handelsregister is opgenomen.

2.

Bij ministeriële regeling worden de bedragen vastgesteld die zijn verschuldigd voor het verstrekken van een afschrift of een uittreksel uit het handelsregister. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar:

a.

het maken van fotokopieën;

b.

het maken van afdrukken van een elektronisch bestand;

c.

het doen van een schriftelijke mededeling met betrekking tot hetgeen is het handelsregister is opgenomen;

d.

het verstrekken van een papieren uittreksel;

e.

het verstrekken van een elektronisch gewaarmerkt uittreksel.

3.

Bij ministeriële regeling worden de kosten vastgesteld die verschuldigd zijn voor overzichten van ondernemingen of rechtspersonen. De kosten worden vastgesteld onderscheiden naar het aantal en de soort gegevens.

Artikel 5

[Wijzigt dit besluit]

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Financieel besluit handelsregister.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2008

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 18 juni 2008

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Economische Zaken,
F.
Heemskerk

 

Uitgegeven de zevenentwintigste juni 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H.
Hirsch Ballin

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Hrw 2007 | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x