| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Mededingingswet
BESLUIT
VRIJSTELLINGEN SAMENWERKINGSOVEREENKOMSTEN DETAILHANDEL
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 12 december 1997, houdende enige
vrijstellingen voor samenwerkingsovereenkomsten in de detailhandel van
het verbod van mededingingsafspraken (Besluit vrijstellingen
samenwerkingsovereenkomsten detailhandel)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 18 juli 1997, nr.
97044393 WJA/W;
Gelet op artikel 15, eerste en tweede lid, van
de Mededingingswet;
De Raad van State gehoord (advies van 20
oktober 1997, nr. W10.97.0488);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Economische Zaken van 8 december 1997, nr. 97076950 WJA/W;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. detailhandelsonderneming: een onderneming die rechtstreeks
roerende zaken aan eindgebruikers pleegt te leveren;
b. samenwerkingsovereenkomst: een overeenkomst tussen een
detailhandelsonderneming en een andere onderneming of een
ondernemersvereniging, waarin ten minste verplichtingen zijn
opgenomen inzake
1°. het overdragen van technische, commerciële en
praktische kennis en het verlenen van bijstand, met betrekking
tot de levering van bepaalde categorieën van roerende zaken,
aan de detailhandelsonderneming door de andere onderneming of de
ondernemersvereniging,
2°. het gebruik door de detailhandelsonderneming in haar
presentatie naar eindgebruikers van een door de andere
onderneming of de ondernemersvereniging voorgeschreven huisstijl
en embleem, merk of naam, en
3°. het inrichten van de vestiging of vestigingen van de
detailhandelsonderneming op een door de andere onderneming of de
ondernemersvereniging voorgeschreven wijze;
c. samenwerkingsverband: een geheel van
detailhandelsondernemingen en een andere onderneming of van
detailhandelsondernemingen en een ondernemersvereniging, die partij
zijn bij twee of meer inhoudelijk gelijke of nagenoeg gelijke
samenwerkingsovereenkomsten waarin telkens dezelfde onderneming of
ondernemersvereniging de in onderdeel b, onder 1°, bedoelde
verplichtingen op zich heeft genomen;
d. wet: Mededingingswet.
Artikel 2
Artikel 6, eerste lid, van de wet geldt niet voor overeenkomsten
waarin partijen bij een samenwerkingsovereenkomst overeenkomen dat de
betrokken detailhandelsonderneming gedurende een reclame-actie geen
hogere dan in de desbetreffende overeenkomsten aangegeven prijzen aan
eindgebruikers berekent voor de in die reclame-actie aan te bieden
roerende zaken, mits de reclame-actie
a. wordt gehouden in het kader van een samenwerkingsverband,
b. niet langer duurt dan acht weken en
c. betrekking heeft op niet meer dan vijf procent van het
assortiment van roerende zaken dat de onderneming of de
ondernemersvereniging die de in artikel 1, onderdeel b, onder 1°,
bedoelde verplichtingen op zich heeft genomen, aanbiedt aan de
detailhandelsonderneming.
Artikel 3
Artikel 6, eerste lid, van de wet geldt niet voor overeenkomsten in
het kader van een samenwerkingsovereenkomst, waarin de
detailhandelsonderneming de verplichting op zich neemt roerende zaken af
te nemen bij de andere onderneming of de ondernemersvereniging, dan wel
bij een door de ondernemersvereniging aangewezen onderneming, mits die
overeenkomsten voldoen aan de volgende vereisten:
a. de verplichting geldt in verband met financiële
verplichtingen van de detailhandelsonderneming ter zake van de
exploitatie van de onderneming, jegens die andere onderneming of de
ondernemersvereniging, uit hoofde van een huur- of
kredietovereenkomst of een overeenkomst tot zekerheidstelling ten
behoeve van een derde,
b. de verplichting geldt voor ten hoogste tien jaar,
c. de verplichting heeft betrekking op ten hoogste zestig procent
van het assortiment van de roerende zaken die de
detailhandelsonderneming rechtstreeks aanbiedt aan eindgebruikers en
d. voor de verplicht af te nemen roerende zaken gelden geen
minder gunstige prijs of leveringsvoorwaarden dan die waarvoor de
andere onderneming, de ondernemersvereniging of de door de
ondernemersvereniging aangewezen onderneming, gelijke roerende zaken
levert aan detailhandelsondernemingen die jegens haar geen
afnameverplichting hebben.
Artikel 4
De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan verklaren dat
op een overeenkomst als bedoeld in artikel 3artikel 6, eerste lid, van
de wet van toepassing is, indien in het voorafgaande boekjaar meer dan
zestig procent van de totale omzet van die detailhandelsonderneming werd
behaald met roerende zaken die de detailhandelsonderneming op grond van
die overeenkomst verplicht is af te nemen.
Artikel 5 [Vervallen per 19-12-2008]
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vrijstellingen
samenwerkingsovereenkomsten detailhandel.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 12 december 1997
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
G.J. Wijers
Uitgegeven de drieëntwintigste december 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|
|