1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 71j, 71k, tweede en
derde lid, en 71l, eerste lid, worden in de programma’s van
commerciële omroepinstellingen geen namen, (beeld)merken, producten,
diensten of activiteiten van personen, bedrijven of instellingen vermeld
of getoond, indien de desbetreffende commerciële omroepinstelling, naar
redelijkerwijs kan worden aangenomen, daarmee beoogt of mede beoogt het
publiek te bewegen tot het kopen van een bepaald product of het gebruik
maken van een bepaalde dienstverlening, dan wel gunstig te stemmen ten
aanzien van een bepaald bedrijf, een bedrijfstak of een bepaalde
instelling teneinde de verkoop van producten of de afname van diensten
te bevorderen.
2. Het vermelden of tonen van een naam, (beeld)merk, product, dienst
of activiteit van een persoon, bedrijf of instelling in een programma
wordt geacht te geschieden met het oogmerk, bedoeld in het eerste lid,
indien zulks tegen betaling geschiedt.
3. Het Commissariaat voor de Media kan in bijzondere gevallen
ontheffing verlenen van het eerste lid.
4. Dit artikel is niet van toepassing op reclameboodschappen en
telewinkelboodschappen.
Artikel 71k van de Mediawet
1. De programmaonderdelen van een commerciële omroepinstelling
worden uitsluitend gesponsord, indien die instelling een
programmastatuut tot stand heeft gebracht waarin ten minste waarborgen
zijn opgenomen voor de redactionele onafhankelijkheid van haar
werknemers, belast met de samenstelling van de programma’s, ten
opzichte van de sponsors.
2. Aan het begin of aan het einde van een gesponsord
programmaonderdeel worden, ter informatie van het publiek, alle sponsors
vermeld. De vermelding gebeurt door middel van naam of (beeld)merk en is
zodanig vormgegeven dat zij niet voldoet aan de definitie van
reclameboodschap, bedoeld in artikel 1, onderdeel kk.
3. In een gesponsord programmaonderdeel mogen producten of diensten
van een sponsor worden vermeld of getoond, indien het publiek niet door
middel van specifieke aanprijzingen of anderszins wordt aangespoord tot
het kopen of huren van die producten of tot het afnemen van die
diensten.
4. Commerciële omroepinstellingen bedingen of aanvaarden geen
sponsorbijdragen van personen, bedrijven of instellingen:
a. die zich voornamelijk bezighouden met de productie of verkoop
van sigaretten of andere tabaksproducten, of
b. die gebruik maken van namen of (beeld)merken die tevens worden
gebruikt door personen, bedrijven of instellingen als bedoeld in
onderdeel a, of daarmee een zo sterke gelijkenis vertonen dat het
publiek redelijkerwijs de indruk krijgt dat het mede de naam of het
(beeld)merk van een persoon, bedrijf of instelling als bedoeld in
onderdeel a betreft.
5. Programmaonderdelen van commerciële omroepinstellingen die
toestemming hebben verkregen, bestaande uit nieuws, actualiteiten of
politieke informatie, worden niet gesponsord.
6. Indien een gesponsord programmaonderdeel uit het buitenland is
aangekocht en aldaar ten behoeve van het buitenlandse publiek reeds als
programma is uitgezonden, is dit artikel slechts van toepassing voor
zover de sponsorbijdragen worden verstrekt ten behoeve van de aankoop
van het programmaonderdeel door de commerciële omroepinstelling.
7. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een
programmaonderdeel waarvoor een overheidsinstelling of een andere
instelling dan bedoeld in artikel 1, onderdeel ll, een financiële of
andere bijdrage heeft verstrekt ten behoeve van de totstandkoming of
aankoop van dat programmaonderdeel, teneinde de uitzending daarvan als
programmaonderdeel te bevorderen of mogelijk te maken.
Artikel 7 van de BSCO
1. In de artikelen 71k, tweede lid, en 71l, eerste lid, van de wet
wordt onder «aan het begin of aan het einde» mede verstaan: aan het
begin en aan het einde.
2. Vermelding of vertoning van de sponsor als zodanig, op een andere
plaats dan aan het begin of het einde van een programmaonderdeel, of op
een andere plaats dan voorafgaand aan of aansluitend op een onderbreking
van een programmaonderdeel voor reclame- of telewinkelboodschappen,
wordt geacht te geschieden met het oogmerk om reclame te maken, bedoeld
in artikel 71m, eerste lid, van de wet.
3. Vermelding of vertoning van de evenementensponsor als zodanig, op
een andere plaats dan aan het begin of het einde van een
programmaonderdeel, wordt geacht te geschieden met het oogmerk om
reclame te maken, bedoeld in artikel 71m, eerste lid, van de wet.
In afwijking van de eerste volzin wordt het vermelden of tonen van
een naam of (beeld)merk van een evenementensponsor op een andere plaats
dan aan het begin of het einde van een televisieprogrammaonderdeel,
geacht niet te geschieden met het oogmerk om reclame te maken, bedoeld
in artikel 71m, eerste lid, van de wet, indien:
a. het programmaonderdeel bestaat uit het verslag of de weergave
van een sportwedstrijd als bedoeld in artikel 1, onderdeel qq van de
wet,
b. de sportwedstrijd niet voornamelijk bestemd is om als
programma te worden uitgezonden,
c. de sportwedstrijd niet is geproduceerd door of in opdracht van
de omroepinstelling,
d. de evenementensponsor niet aan het begin of aan het einde van
het programmaonderdeel is vermeld.
e. de vermelding of vertoning slechts gebeurt aan het begin of
aan het einde van het verslag of de weergave van de sportwedstrijd,
en,
f. de vermelding of vertoning zodanig is vormgegeven dat zij niet
voldoet aan de definitie van reclameboodschap, bedoeld in artikel 1,
onderdeel kk, van de wet.
4. Het vermelden of tonen van een naam of (beeld)merk van een sponsor
in de titel of leader van een (gedeelte van een) gesponsord
programmaonderdeel is geen sponsorvermelding als bedoeld in artikel 71k,
tweede lid, van de wet, en wordt geacht te geschieden met het oogmerk om
reclame te maken, bedoeld in artikel 71m, eerste lid, van de wet.
5. Het vermelden of tonen van een naam of (beeld)merk van een
evenementensponsor in de titel of leader van een programmaonderdeel,
bestaande uit het verslag of de weergave van een evenement, is geen
vermelding als bedoeld in artikel 71l, eerste lid, van de wet.
6. Het vermelden of tonen van een beeldmerk van een
evenementensponsor in de titel of leader van een programmaonderdeel,
bestaande uit het verslag of de weergave van een evenement, wordt geacht
te geschieden met het oogmerk om reclame te maken als, bedoeld in
artikel 71m, eerste lid, van de wet.
7. Het vermelden of tonen van een naam of merk van een
evenementensponsor in de titel of leader van een programmaonderdeel,
bestaande uit het verslag of de weergave van een evenement, wordt geacht
niet te geschieden met het oogmerk om reclame te maken, bedoeld in
artikel 71m, eerste lid, van de wet, voor zover deze vermeldingen en de
vermelding van de titel in het programmaonderdeel, niet overheersend
zijn in de zin van artikel 30a, eerste lid, van het besluit.