1. De programma's van instellingen die zendtijd hebben verkregen
bevatten geen reclameboodschappen en telewinkelboodschappen tenzij zulks
bij deze wet uitdrukkelijk wordt toegestaan.
2. De programma's als bedoeld in het eerste lid bevatten voorts geen
andere reclame-uitingen tenzij dit niet vermijdbaar is. Bij algemene
maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen een
reclame-uiting in een programma niet vermijdbaar kan worden geacht,
alsmede wanneer het is toegestaan dat programma's reclame-uitingen
bevatten.
3. Onze Minister kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van
het bepaalde in de eerste volzin van het tweede lid. Hij kan deze
bevoegdheid delegeren aan het Commissariaat voor de Media.
4. Behoudens toestemming van het Commissariaat bevatten programma's
van instellingen die zendtijd hebben verkregen geen oproepen in het
kader van ledenwerving, verenigingsactiviteiten of nevenactiviteiten.
Artikel 52a van de Mediawet
1. Programma-onderdelen van instellingen die zendtijd hebben
verkregen worden niet gesponsord.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. programma-onderdelen van culturele aard;
b. programma-onderdelen, bestaande uit het verslag of de weergave
van een of meer sportevenementen of sportwedstrijden;
c. programma-onderdelen bestaande uit het verslag of de weergave
van evenementen ten behoeve van ideële doeleinden.
3. Programma-onderdelen als bedoeld in het tweede lid worden niet
gesponsord indien:
a. deze geheel of gedeeltelijk bestaan uit nieuws, actualiteiten
of politieke informatie; of
b. in het bijzonder zijn bestemd voor minderjarigen beneden de
leeftijd van twaalf jaar.
Artikel 52b van de Mediawet
1. In afwijking van de eerste volzin van artikel 52, tweede lid,
worden aan het begin of aan het einde van een gesponsord
programma-onderdeel van een instelling die zendtijd heeft verkregen, ter
informatie van het publiek alle sponsors vermeld.
2. Met betrekking tot een gesponsord programma-onderdeel voor
televisie duurt de vermelding van de sponsors in totaal ten hoogste vijf
seconden. De vermelding gebeurt door middel van naam of (beeld)merk.
Voor zover de vermelding niet plaatsvindt op de aan- of aftitelrol,
bestaat zij uitsluitend uit stilstaande beelden. De vermelding is niet
beeldvullend en is voorts zodanig vormgegeven dat zij niet voldoet aan
de definitie van reclameboodschap, bedoeld in artikel 1, onderdeel kk.
3. In een gesponsord programma-onderdeel worden geen produkten of
diensten van een sponsor getoond of vermeld, indien deze een
sponsorbijdrage in geld heeft verstrekt.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige
toepassing op een programma-onderdeel waarvoor een overheidsinstelling
of een andere instelling dan bedoeld in artikel 1, onderdeel ll, een
financiële of andere bijdrage heeft verstrekt ten behoeve van de
totstandkoming of aankoop van dat programma-onderdeel, teneinde de
uitzending daarvan als programma-onderdeel te bevorderen of mogelijk te
maken.
Artikel 8 van de BSPO
1. In artikel 52b, eerste lid, van de wet, en artikel 31, eerste lid,
van het besluit, wordt onder ‘aan het begin of aan het einde’
mede verstaan: aan het begin en aan het einde.
2. Vermelding of vertoning van de sponsor of evenementensponsor als
zodanig, op een andere plaats dan aan het begin of het einde van een
programmaonderdeel, is een niet-toegestane vermijdbare reclame-uiting
als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet, tenzij hiervoor
ontheffing is verleend op grond van artikel 52, derde lid, van de wet.
3. Het vermelden of tonen van een naam of (beeld)merk van een sponsor
in de titel of leader van een (gedeelte van een) gesponsord
programmaonderdeel, is geen sponsorvermelding als bedoeld in artikel
52b, eerste lid, van de wet, en is een niet-toegestane vermijdbare
reclame-uiting als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet.
4. Het vermelden of tonen van een naam of (beeld)merk van een
evenementensponsor in de titel of leader van een programmaonderdeel,
bestaande uit het verslag of de weergave van een evenement, is geen
vermelding als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van het besluit.
5. Het vermelden of tonen van een beeldmerk van een
evenementensponsor in de titel of leader van een programmaonderdeel,
bestaande uit het verslag of de weergave van een evenement, is een
niet-toegestane vermijdbare reclame-uiting als bedoeld in artikel 52,
tweede lid, van de wet.
6. Het vermelden of tonen van een naam of merk van een
evenementensponsor in de titel of leader van een programmaonderdeel,
bestaande uit het verslag of de weergave van een evenement, is een
toegestane vermijdbare reclame-uiting als bedoeld in artikel 52, tweede
lid, van de wet, voor zover deze vermeldingen en de vermelding van de
titel in het programmaonderdeel, niet overheersend zijn in de zin van
artikel 30a, eerste lid, van het besluit.