|
Besluit van het
Commissariaat voor de Media van 8 mei 2007, houdende beleidsregels
omtrent de verlening van ontheffingen commerciële omroep van het
bepaalde in het eerste lid van artikel 71m van de Mediawet in verband
met de vermeldingen en vertoningen van de handelsnaam of een uitgave van
een mediabedrijf in een programmanaam (Beleidsregels ontheffing
zendernaam commerciële omroep 2007)
Het
Commissariaat voor de Media;
Gelet op de artikelen 134 en 135 van de
Mediawet;
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet
bestuursrecht;
Gelet op artikel 71m, derde lid, van de
Mediawet;
Besluit:
Strekking
van de regeling
Artikel 1
De beleidsregels vastgesteld in deze regeling hebben betrekking op de
wettelijke voorschriften die zijn opgenomen in de bijlage bij deze
regeling.
Definities
Artikel 2
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Mediawet;
b. het besluit: het Mediabesluit;
c. Commissariaat: het Commissariaat voor de Media;
d. ontheffing: ontheffing op grond van artikel 71m, derde lid,
van de Mediawet van het bepaalde in het eerste lid van artikel 71m
van de Mediawet;
e. mediabedrijf: een onderneming die zich in hoofdzaak bezighoudt
met de productie of verpakking van media-inhoud, en het verspreiden
dan wel doen verspreiden van die media-inhoud aan het algemene
publiek of delen daarvan;
f. omroepinstelling: een mediabedrijf dat een toestemming als
bedoeld in artikel 71a van de Mediawet heeft verkregen;
g. zendernaam: de naam van een programma waarvoor toestemming
zoals bedoeld in artikel 71a, eerste lid, van de Mediawet is of
wordt verkregen.
Ontheffingsverzoek
Artikel 3
1. Een omroepinstelling kan een verzoek
tot ontheffing van artikel 71m, eerste lid, van de Mediawet indienen met
betrekking tot de vermelding of vertoning van de eigen handelsnaam of
een eigen uitgave in de zendernaam.
2. De omroepinstelling stelt het Commissariaat bij de indiening
van het verzoek tot ontheffing alle relevante bescheiden, waaronder het
redactie- of programmastatuut, ter beschikking.
3. De omroepinstelling geeft in haar ontheffingsverzoek inzicht
in de wijze waarop de omroepinstelling haar (eind)verantwoordelijkheid
voor vorm en inhoud van het programma neemt.
4. De omroepinstelling dient het verzoek tot ontheffing, zoals
bedoeld in artikel 4, in uiterlijk een maand voor de uitzending van het
programma waar de ontheffing betrekking op heeft.
Ontheffing programmanaam
Artikel 4
1. Van een bijzonder geval in de zin van
artikel 71m, derde lid, van de wet in de zin van dit artikellid is
sprake indien de handelsnaam of een naam of (beeld)merk van een eigen
uitgave van de omroepinstelling, in de zendernaam wordt vermeld of
getoond.
2. Van een bijzonder geval in de zin van artikel 71m, derde lid,
van de wet in de zin van dit artikellid is geen sprake indien een naam
of (beeld)merk van een sponsored magazine van de omroepinstelling in de
zendernaam wordt vermeld of getoond.
3. In de te verlenen ontheffing worden in ieder geval de volgende
voorwaarden gesteld:
a. het mediabedrijf opereert op basis van een redactie- of
programmastatuut,
b. de zendernaam wordt neutraal in het programma getoond of
vermeld, en,
c. met uitzondering van de reclamezendtijd wordt in het programma
direct noch indirect naar de uitgave verwezen.
Slotbepaling
Artikel 5
1. Deze regeling treedt in werking met
ingang van 1 juni 2007.
2. Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels ontheffing
zendernaam commerciële omroep 2007.
3. Deze regeling wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in
de Staatscourant en op de internetsite van het Commissariaat voor
de Media (www.cvdm.nl).
Commissariaat voor de Media,
de voorzitter,
Inge Brakman,
de commissaris,
J. van Cuilenburg.
Bijlage
Artikel 71a van de Mediawet
1. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet,
is het een commerciële omroepinstelling slechts toegestaan een door
haar verzorgd programma uit te zenden of te doen uitzenden, indien zij
daarvoor toestemming van het Commissariaat voor de Media heeft
verkregen. De toestemming is voor ieder programma afzonderlijk vereist.
In de toestemming wordt aangegeven of zij betrekking heeft op een
programma voor algemene omroep dan wel op een programma voor bijzondere
omroep.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
omtrent de wijze waarop aanvragen tot het verlenen van toestemming
worden ingediend en de termijn waarbinnen beslissingen daarop worden
genomen.
3. Indien toestemming is verleend voor het uitzenden of doen
uitzenden van een televisieprogramma, is het de commerciële
omroepinstelling tevens toegestaan:
a. een toetsbeeld uit te zenden of te doen uitzenden;
b. een teletekstprogramma uit te zenden of te doen uitzenden,
indien dat op dezelfde frequentieruimte of hetzelfde kanaal
tegelijkertijd met het in de aanhef bedoelde televisieprogramma of
met het toetsbeeld wordt uitgezonden.
4. De toestemming wordt verleend voor de duur van vijf jaren.
5. De toestemming is niet overdraagbaar.
Artikel 71m van de Mediawet
1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 71j, 71k, tweede en
derde lid, en 71l, eerste lid, worden in de programma’s van
commerciële omroepinstellingen geen namen, (beeld)merken, producten,
diensten of activiteiten van personen, bedrijven of instellingen vermeld
of getoond, indien de desbetreffende commerciële omroepinstelling, naar
redelijkerwijs kan worden aangenomen, daarmee beoogt of mede beoogt het
publiek te bewegen tot het kopen van een bepaald product of het gebruik
maken van een bepaalde dienstverlening, dan wel gunstig te stemmen ten
aanzien van een bepaald bedrijf, een bedrijfstak of een bepaalde
instelling teneinde de verkoop van producten of de afname van diensten
te bevorderen.
2. Het vermelden of tonen van een naam, (beeld)merk, product, dienst
of activiteit van een persoon, bedrijf of instelling in een programma
wordt geacht te geschieden met het oogmerk, bedoeld in het eerste lid,
indien zulks tegen betaling geschiedt.
3. Het Commissariaat voor de Media kan in bijzondere gevallen
ontheffing verlenen van het eerste lid.
4. Dit artikel is niet van toepassing op reclameboodschappen en
telewinkelboodschappen.
|