| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Mediawet
BESLUIT
OVERDRACHT BEVOEGDHEID TOT ONTHEFFING
VERBOD RECLAME-UITINGEN BINNENLANDSE OMROEP
AAN COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA
Tekst zoals deze geldt op
13 april 2008
Vervallen
m.i.v. 1 januari 2009
(Zie Mediawet
2008)
|
|
|
De Minister van
Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
Overwegende dat het Commissariaat voor de Media
onder meer belast is met het toezicht op de naleving van het bepaalde
bij of krachtens artikel 52 van de Mediawet (Stb. 1987, 249);
Overwegende dat het gelet op deze
toezichthoudende taak gewenst is, dat de bevoegdheid tot het verlenen
van ontheffing van het verbod van reclame-uitingen in programma's van
instellingen die zendtijd hebben verkregen voor binnenlandse omroep als
bedoeld in artikel 52, derde lid, van de Mediawet overgedragen wordt aan
het Commissariaat voor de Media;
Gelet op artikel 52, derde lid, Mediawet;
Besluit:
Artikel 1
De bevoegdheid in bijzondere gevallen ontheffing te verlenen van het
bepaalde in artikel 52, tweede lid, eerste volzin van de Mediawet wordt
overgedragen aan het Commissariaat voor de Media.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na de publikatie in de
Nederlandse Staatscourant.
Rijswijk, 17 februari 1988.
De Minister voornoemd,
namens de Minister,
de secretaris-generaal,
H.A. de Boer.
|
|
|