| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Militaire
Ambtenarenwet 1931 (MAW)
MILITAIR
KEURINGSREGLEMENT (MKR)
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 16 augustus 1960, houdende vaststelling
van een nieuw reglement op het geneeskundige onderzoek omtrent de
geschiktheid voor de militaire dienst
WIJ JULIANA,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz., enz., enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Defensie van 4 juni 1960, no.
659797/657959;
Overwegende:
- dat het - onder meer in verband met de omstandigheid dat de
Koninklijke Luchtmacht een afzonderlijk deel van de krijgsmacht is
geworden - noodzakelijk is enige wijzigingen aan te brengen in het
Militair keuringsreglement (Koninklijk besluit van 24 augustus 1949, Stb.
J 404), terwijl ook de lijst welke bij dat reglement behoort herziening
behoeft;
- dat het wenselijk is het gehele reglement opnieuw vast te stellen;
Gelet op:
- de Dienstplichtwet (Stb. 1922, 43);
- de Militaire Ambtenarenwet 1931 (Stb. 1931, 519);
- de Wet bevordering en ontslag beroepsofficieren (Stb. 1954,
575);
- de Wet voor het reserve-personeel der krijgsmacht (Stb. 1954,
576);
- de Pensioenwet voor de zeemacht 1922 (Stb. 1922, 65);
- de Pensioenwet voor de landmacht 1922 (Stb. 1922, 66);
- de Pensioenwet voor het personeel der Koninklijke marinereserve 1923 (Stb.
1923, 355);
- de Pensioenwet voor het reserve-personeel der landmacht 1923 (Stb.
1923, 356);
- de Pensioenwet voor de vrijwilligers bij de landstorm (Stb.
1925, 278);
De Raad van State gehoord (advies van 5 juli
1960, nr. 42);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister
van Defensie van 10 augustus 1960, nr. 750710/657959;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1
1. De geschiktheid of ongeschiktheid voor de militaire dienst
in verband met ziekten of gebreken wordt onderzocht en beoordeeld naar
de bepalingen van dit besluit.
2. Zij, die bij het geneeskundige onderzoek niet ongeschikt
worden bevonden, worden geacht geschikt te zijn.
3. Zij, die de vereiste geschiktheid missen, doch te wier aanzien
een heelkundige kunstbewerking uitzicht zou geven op het verkrijgen of
herkrijgen van de geschiktheid, worden ongeschikt geacht, indien zij er
niet in toestemmen die kunstbewerking te ondergaan.
Artikel 2
Dit besluit verstaat onder:
a. Onze minister: Onze minister van defensie;
b. afwijking: een der ziekten of gebreken, vermeld in de bijlage
van dit besluit.
Artikel 3
1. Voor de toepassing van dit besluit worden de te onderzoeken
personen onderscheiden in twee groepen, te weten:
groep A: ingeschrevenen voor de dienstplicht en dienstplichtigen;
groep B: zij, die krachtens een vrijwillige verbintenis of een
benoeming bij de krijgsmacht dienen of wensen te dienen, daaronder
begrepen zij, die een verbintenis hebben aangegaan als bedoeld in
artikel 3, vierde lid, van de Dienstplichtwet, en zij, die een zodanige
verbintenis wensen aan te gaan.
2. Zij, die zowel tot groep A als tot groep B behoren, worden
gerangschikt:
onder groep A: indien het gaat om de geschiktheid voor de
dienstplicht;
onder groep B: indien het gaat om de geschiktheid als vrijwilliger.
Hoofdstuk 2. Keuring van groep A (dienstplichtigen enz.)
Artikel 4
1. Personen van groep A worden ongeschikt geacht, indien zij:
a. een afwijking hebben, waarvan herstel binnen korte tijd niet
mogelijk moet worden geacht; of
b. geen afwijking hebben, doch hun lichamelijke of geestelijke
gesteldheid niettemin doet verwachten, dat zij niet zullen voldoen aan
de eisen van de dienst of niet bestand zullen zijn tegen de
vermoeienissen, verbonden aan de dienst.
2. Zijn zij in werkelijke dienst of in werkelijke dienst geweest,
dan worden zij, ondanks de aanwezigheid van een afwijking als bedoeld in
het eerste lid onder a, niet ongeschikt geacht, indien moet
worden verwacht, dat de afwijking hen niet zal verhinderen de dienst
naar behoren te verrichten zonder hun gezondheid of die van anderen te
schaden.
3. In het geval, bedoeld in het tweede lid, berust de beslissing
bij de hoogste geneeskundige autoriteit voor de zee-, de land- of de
luchtmacht.
Hoofdstuk 3. Keuring van groep B (vrijwilligers enz.) vóór het
aangaan van de verbintenis of vóór de benoeming
A. Algemeen
Artikel 5
1. Personen van groep B worden ongeschikt geacht voor de dienst
bij het korps, het wapen, de dienstgroep, het dienstvak - of onderdeel
daarvan - of dergelijke, waarvoor zij in aanmerking wensen te komen,
indien zij:
a. een afwijking hebben of verkeren in een toestand, die een
afwijking doet vermoeden; of
b. geen afwijking hebben, doch hun lichamelijke of geestelijke
gesteldheid niettemin doet verwachten, dat zij niet zullen voldoen aan
de eisen van de dienst of niet bestand zullen zijn tegen de
vermoeienissen, verbonden aan de dienst; of
c. niet voldoen aan de bijzondere eisen, welke door of vanwege Onze
minister voor de dienst, bedoeld in de aanhef van dit artikel, mochten
zijn gesteld.
2. Zijn zij in werkelijke dienst of in werkelijke dienst geweest,
dan kunnen zij, ondanks de aanwezigheid van een afwijking,
onderscheidenlijk ondanks het feit, dat zij niet voldoen aan de
bijzondere eisen, bedoeld in het eerste lid, onder c, geschikt
worden geacht voor de dienst bij het korps, het wapen, de dienstgroep,
het dienstvak - of onderdeel daarvan - of dergelijke, waarvoor zij in
aanmerking wensen te komen, indien moet worden verwacht, dat die
afwijking, onderscheidenlijk het niet voldoen aan die eisen, hen niet
zal verhinderen die dienst naar behoren te verrichten zonder hun
gezondheid of die van anderen te schaden.
3. In het geval, bedoeld in het tweede lid, berust de beslissing
bij de hoogste geneeskundige autoriteit voor de zee-, de land- of de
luchtmacht.
B. Gegadigden van groep B (vrijwilligers enz.) met beperkte
geschiktheid
Artikel 6
1. Onze minister kan bepalen, dat een gegadigde kan volstaan
met een door Onze minister aan te geven lagere graad van geschiktheid
dan zou worden geëist volgens artikel 5, eerste lid, mits moet worden
verwacht, dat de beperkte geschiktheid de gegadigde niet zal
verhinderen de aldaar bedoelde dienst naar behoren te verrichten
zonder zijn gezondheid of die van anderen te schaden.
2. De beslissing omtrent de geschiktheid of ongeschiktheid van de
gegadigde berust bij de hoogste geneeskundige autoriteit voor de zee-,
de land- of de luchtmacht.
Hoofdstuk 4. Keuring van groep B (vrijwilligers enz.) na het aangaan
van de verbintenis of na de benoeming
A. Personen van groep B (vrijwilligers enz.) niet verplicht tot
doorlopende werkelijke dienst
Artikel 7
1. Personen van groep B, wier dienstverband niet tot
doorlopende werkelijke dienst verplicht, worden ongeschikt geacht voor
de dienst bij het korps, het wapen, de dienstgroep, het dienstvak - of
onderdeel daarvan - of dergelijke, waarvoor zij zich hebben verbonden
of waarbij zij zijn benoemd, indien zij zijn komen te verkeren in een
der gevallen, bedoeld in het eerste lid van artikel 5, tenzij herstel
van de tekortkoming, welke die ongeschiktheid zou veroorzaken, binnen
korte tijd mogelijk moet worden geacht.
2. Zijn zij in werkelijke dienst of in werkelijke dienst geweest,
dan worden zij ondanks de aanwezigheid van een afwijking,
onderscheidenlijk ondanks het feit, dat zij niet voldoen aan de
bijzondere eisen, bedoeld in artikel 5, eerste lid onder c , niet
ongeschikt geacht, indien moet worden verwacht, dat die afwijking,
onderscheidenlijk het niet voldoen aan die eisen, hen niet zal
verhinderen de dienst bij het korps, het wapen, de dienstgroep, het
dienstvak - of onderdeel daarvan - of dergelijke, waarvoor zij zich
hebben verbonden of waarbij zij zijn benoemd, naar behoren te verrichten
zonder hun gezondheid of die van anderen te schaden.
3. In het geval, bedoeld in het tweede lid, berust de beslissing
bij de hoogste geneeskundige autoriteit voor de zee-, de land- of de
luchtmacht.
B. Personen van groep B (vrijwilligers enz.), verplicht tot
doorlopende werkelijke dienst
Artikel 8
1. Personen van groep B, wier dienstverband tot doorlopende
werkelijke dienst verplicht, worden, ongeacht of zij al of niet reeds
in werkelijke dienst zijn of zijn geweest, ongeschikt geacht voor de
dienst bij het korps, het wapen, de dienstgroep, het dienstvak - of
onderdeel daarvan - of dergelijke, waarvoor zij zich hebben verbonden
of waarbij zij zijn benoemd, indien zij een afwijking hebben, welke
moet worden geoordeeld ongeneeslijk te zijn of waarvan de genezing
vruchteloos is beproefd, onderscheidenlijk indien zij, ook na
geneeskundige behandeling, niet meer voldoen aan de bijzondere eisen,
bedoeld in artikel 5, eerste lid onder c , tenzij moet worden
verwacht, dat die afwijking, onderscheidenlijk het niet voldoen aan
die eisen, hen niet zal verhinderen die dienst naar behoren te
verrichten zonder hun gezondheid of die van anderen te schaden.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, berust de beslissing
bij de hoogste geneeskundige autoriteit voor de zee-, de land- of de
luchtmacht.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 9
Regelen ter uitvoering van dit besluit worden gegeven door of vanwege
Onze minister.
Artikel 10
1. Dit besluit kan worden aangehaald onder de titel van
"Militair keuringsreglement" of onder de verkorte titel
"MKR".
2. De bijlage van dit besluit kan worden aangehaald onder de
titel van "Lijst MKR".
Artikel 11
Ons besluit van 24 augustus 1949 (Stb. J 404) wordt
ingetrokken.
Onze minister van defensie is belast met de
uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende bijlage in het Staatsblad
zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
Taormina, 16 augustus 1960
JULIANA
De Minister van Defensie,
S.H. Visser
Uitgegeven de twintigste september 1960
De Minister van Justitie,
A.C.W. Beerman
Bijlage van het Militair
keuringsreglement
(Lijst MKR) Lijst van aandoeningen en
gebreken, leidend tot ongeschiktheid
|
1.0. |
Algemene lichaamsgesteldheid |
|
1.1. |
Chromosomale afwijkingen; |
|
1.2. |
Ernstige aangeboren afwijkingen; |
|
1.3. |
Afwijkingen van de algemene
lichaamsontwikkeling; |
|
1.4. |
In het oog lopende mismaaktheid; |
|
1.5. |
Blijvende, ernstige
voedingsstoornissen; |
|
1.6. |
Verwondingen, waarvan ernstige
blijvende stoornissen te verwachten zijn; |
|
1.7. |
Vervroegd optredende ernstige
ouderdomsverschijnselen. |
|
2.0. |
Algemene ziekten |
|
2.1. |
Ernstige, acute of chronische
afwijkingen c.q. aandoeningen van het bloed en/of de
bloedbereidende organen; |
|
2.2. |
Ernstige stoornissen van de
bloeddrukregulatie zonder aanwijsbare oorzaak; |
|
2.3. |
Ernstige endocriene stoornissen; |
|
2.4. |
Chronische stoornissen, ten gevolge
van een gebrek aan vitaminen en/of spore-elementen; |
|
2.5. |
Jicht; |
|
2.6. |
Chronisch rheuma; |
|
2.7. |
Intoxicaties met ernstige
restverschijnselen; |
|
2.8. |
Chronische en/of recidiverende
aandoeningen, veroorzaakt door parasieten, bacteriën, virussen of
schimmels; |
|
2.9. |
Ernstige aandoeningen van
allergische aard; |
|
2.10. |
Immuniteitsstoornissen; |
|
2.11. |
Auto-immuun en overige
systeemaandoeningen; |
|
2.12. |
Ernstige stofwisselingsstoornissen. |
|
3.0. |
Nieuwvormingen van en vreemde
voorwerpen in het lichaam: |
|
3.1. |
Kwaadaardige nieuwvormingen; |
|
3.2. |
Goedaardige nieuwvormingen van
blijvende aard, die qua lokalisatie leiden tot ernstige
stoornissen; |
|
3.3. |
Vreemde voorwerpen of concrementen,
die leiden tot ernstige (functie)stoornissen. |
|
4.0. |
Ziekten van huid en
bewegingsapparaat: |
|
4.1. |
Chronische aandoeningen van de
huid, al dan niet van infectieuze aard; |
|
4.2. |
Insufficiënte littekens; |
|
4.3. |
Chronische spieraandoeningen, die
leiden tot ernstige functiebeperkingen; |
|
4.4. |
Ernstige chronische aandoeningen
van pezen, peesscheden, peesvliezen, peesbladen of banden; |
|
4.5. |
Chronische aandoeningen van één
of meer slijmbeurzen; |
|
4.6. |
Scheuring, verslapping,
verplaatsing of aangeboren geheel of gedeeltelijk gemis van
spieren, pezen of banden met ernstige functiebeperkingen; |
|
4.7. |
Slecht genezen botbreuken, die
(kunnen) leiden tot ernstige functiebeperkingen; |
|
4.8. |
Ernstige, chronische aandoeningen
van beenvlies, bot, beenmerg of kraakbeen; |
|
4.9. |
Ernstige, recidiverende
ontwrichtingen; |
|
4.10. |
Ernstige functiestoornis van één
of meer gewrichten. |
|
5.0. |
Bloed- of lymphevatstelsel: |
|
5.1. |
Ernstige aandoeningen van de
bloedvaten, die leiden tot verwijding, vernauwing of verstopping; |
|
5.2. |
Ernstige chronische aandoeningen
van de lymphevaten en/of klieren. |
|
6.0. |
Zenuwstelsel: |
|
6.1. |
Chronische verworven aandoeningen
van het centraal zenuwstelsel; |
|
6.2. |
Chronische en/of recidiverende
aandoeningen van het perifere zenuwstelsel; |
|
6.3. |
Chronische aandoeningen van het
autonome zenuwstelsel; |
|
6.4. |
Na ziekte of letsel van het
zenuwstelsel overgebleven of te verwachten restverschijnselen; |
|
6.5. |
Epilepsie; |
|
6.6. |
Ernstige vormen van migraine; |
|
6.7. |
Onwillekeurige bewegingen; |
|
6.8. |
Psychosen; |
|
6.9. |
Neurotische stoornissen,
persoonlijkheidsstoornissen, gedragsstoornissen; |
|
6.10. |
Verslaving aan psychotrope stoffen; |
|
6.11. |
Zwakzinnigheid. |
|
7.0. |
Hoofd: |
|
7.1. |
Gemis van beenweefsel van de
hersenschedel; |
|
7.2. |
Inwendige misvorming van de neus,
waardoor de neusademhaling ernstig bemoeilijkt wordt; |
|
7.3. |
Ernstige, chronische aandoeningen
van de neusbijholten; |
|
7.4. |
Weefselgemis van lip, gehemelte
en/of bovenkaak met slik- of spraakstoornissen; |
|
7.5. |
Ernstige misvorming van de onder-
en/of bovenkaak; |
|
7.6. |
Chronische aandoeningen van de
mondslijmvliezen; |
|
7.7. |
Ernstige cariës van het gebit; |
|
7.8. |
Chronische aandoeningen van een
speekselklier of haar afvoergang; |
|
7.9. |
Gemis van een belangrijk deel van
de tong; |
|
7.10. |
Ernstige, chronische aandoeningen
van de tong; |
|
7.11. |
Littekenvorming of vergroeiing in
de mondholte met functiebeperkingen; |
|
7.12. |
Ernstige spraakstoornissen; |
|
7.13. |
Gemis of ernstige misvorming van
een oorschelp, al dan niet gepaard gaande met belemmeringen in het
functioneren; |
|
7.14. |
Chronische aandoeningen van de
uitwendige gehoorgang(en); |
|
7.15. |
Chronische aandoeningen van
trommelvlies, middenoor en/of binnenoor; |
|
7.16. |
Chronische aandoeningen van de
buizen van Eustachius; |
|
7.17. |
Iedere gehoorvermindering van meer
dan 15 dB op enige frequentie tot 3000 Hz en/of van meer dan 30 dB
op enige frequentie tot 8000Hz.; |
|
7.18. |
Chronische stoornissen van het
evenwichtsorgaan; |
|
7.19. |
Ernstige, chronische lucht-,
ruimte-, wagen- of zeeziekte; |
|
7.20. |
Chronische aandoeningen van het
traanapparaat; |
|
7.21. |
Chronische aandoeningen van de
oogleden; |
|
7.22. |
Chronische aandoeningen van de
oogbol; |
|
7.23. |
Ernstige beperking van het
gezichtsveld; |
|
7.24. |
Chronische aandoeningen van de
gezichtszenuw; |
|
7.25. |
Gemis van een oogbol; |
|
7.26. |
Glaucoom; |
|
7.27. |
Chronische accommodatiestoornis van
één oog; |
|
7.28. |
Verminderde gezichtsscherpte: |
|
|
a. myopie: bij ten hoogste 6
dioptrieën een gezichtsvermogen van minder dan 0,5 op één of beide
ogen; |
|
|
b. hypermetropie: een correctie van
meer dan 3 dioptrieën; |
|
|
c. astigmatisme: een correctie van meer
dan 4 dioptrieën; |
|
|
d. anisometropie: meer dan 4
dioptrieën verschil in correctie tussen beide ogen; |
|
7.29. |
Ernstige nystagmus; |
|
7.30. |
Ernstige ex- of enophtalmus; |
|
7.31. |
Bewegingsstoornissen van één of
meer oogbolspieren, gepaard gaande met diplopie; |
|
7.32. |
Asthenopie. |
|
8.0. |
Hals: |
|
8.1. |
Abnormale stand van het hoofd ten
opzichte van de romp; |
|
8.2. |
Ernstige struma; |
|
8.3. |
Fistelvorming van de slokdarm,
luchtpijp en/of strottehoofd; |
|
8.4. |
Ernstige, chronische aandoeningen
van de mond/keelholte, het strottehoofd en/of luchtpijp; |
|
8.5. |
Ernstige, chronische heesheid of
stemzwakte; |
|
8.6. |
Gemis of verlamming van een
stemband; |
|
8.7. |
Chronische aandoeningen en/of
vernauwing van de luchtpijp; |
|
8.8. |
Chronische aandoeningen,
vernauwing, verwijding of uitstulping van de slokdarm; |
|
8.9. |
Halsrib, gepaard gaande met
belemmeringen in het functioneren. |
|
9.0. |
Borst: |
|
9.1. |
Misvorming of chronische
aandoeningen van een borstklier; |
|
9.2. |
Ernstige misvorming van de
borstkas; |
|
9.3. |
Chronische bronchitis (CARA); |
|
9.4. |
Chronische vernauwing of verwijding
van één of meer bronchiën; |
|
9.5. |
Chronische aandoeningen van de
longen; |
|
9.6. |
Longemphyseem; |
|
9.7. |
Asthma bronchiale; |
|
9.8. |
Gemis van longweefsel in
belangrijke mate; |
|
9.9. |
(Spontane) pneumothorax; |
|
9.10. |
Chronische pleuritis die leidt tot
functiebeperkende pleura-adhaesies; |
|
9.11. |
Chronische aandoeningen van
mediastinum of middenrif; |
|
9.12. |
Aandoeningen van het hart en/of de
hartvliezen; |
|
9.13. |
Verwijding, degeneratie of
belangrijke vergroting van het hart; |
|
9.14. |
Klepgebreken van het hart en/of van
de grote vaten; |
|
9.15. |
Vernauwing en/of verstopping van de
kransslagaderen; |
|
9.16. |
Ernstige ritmestoornissen van het
hart. |
|
10.0. |
Buik: |
|
10.1. |
Chronische stoornissen van de
spijsvertering; |
|
10.2. |
Chronische aandoeningen van het
slijmvlies van het maag-darmkanaal; |
|
10.3. |
Zweer van maag of darm; |
|
10.4. |
Ernstige stoornis van de
peristaltiek van het maag-darmkanaal; |
|
10.5. |
Ernstige lokale vernauwing,
verwijding of uitstulping van het maag-darmkanaal; |
|
10.6. |
Fistel van één der
spijsverteringsorganen; |
|
10.7. |
Chronische of recidiverende
uitzakking van de endeldarm; |
|
10.8. |
Ernstige, chronische anaalfissuren; |
|
10.9. |
Anaalfistel; |
|
10.10. |
Chronische en/of recidiverende
aambeien; |
|
10.11. |
Chronische buikvliesontsteking; |
|
10.12. |
Verkleving van buikingewanden,
gepaard gaande met ernstige klachten; |
|
10.13. |
Ernstige aandoeningen van de lever; |
|
10.14. |
Chronische aandoeningen van de
galblaas of galwegen, dan wel het gemis van de galblaas; |
|
10.15. |
Recidiverende galsteenvorming; |
|
10.16. |
Chronische aandoeningen van de milt
of het gemis van de milt; |
|
10.17. |
Chronische aandoeningen van de
alvleesklier; |
|
10.18. |
Ernstige ingewandsbreuk; |
|
10.19. |
Gemis, ernstige misvorming of
chronische aandoeningen van één (de) nier(en) en/of
urine-afvoerwegen; |
|
10.20. |
Recidiverende niersteenvorming; |
|
10.21. |
Ernstige, chronische aandoeningen
van de prostaat; |
|
10.22. |
Gemis, misvorming en/of chronische
aandoeningen van de uitwendige geslachtsorganen; |
|
10.23. |
Chronische aandoeningen van een
(de) teelbal(len); |
|
10.24. |
Het niet of niet geheel ingedaald
zijn van één of beide teelballen, indien dit gepaard gaat met
ernstige belemmeringen van het functioneren in dienst; |
|
10.25. |
Hydro- of varicocèle, gepaard
gaande met belemmeringen van het functioneren in dienst; |
|
10.26. |
Chronische aandoeningen van de
inwendige geslachtsorganen. |
|
11.0. |
Wervelkolom en ledematen: |
|
11.1. |
Chronische ontstekingen,
vergroeiingen, verplaatsingen of degeneratieve aandoeningen van
hals-, borst-, en/of lendewervels, hun tussenwervelschijven of hun
gewrichten; |
|
11.2. |
Ernstige standafwijkingen van de
wervelkolom; |
|
11.3. |
Abnormale stand van het
schoudergewricht en/of het schouderblad, al dan niet gepaard
gaande met functiebeperkingen; |
|
11.4. |
Abnormale stand en/of misvorming
van het heupgewricht, al dan niet gepaard gaande met
functiebeperkingen; |
|
11.5. |
Gemis van een arm, hand, been of
voet; |
|
11.6. |
Ernstige verkorting, verkromming of
misvorming van één of beide armen of benen; |
|
11.7. |
Abnormale stand of misvorming van
een hand, gepaard gaande met functiebeperkingen; |
|
11.8. |
Gemis, abnormale stand of
verstijving van één of meer vingers of delen daarvan, gepaard
gaande met ernstige functiebeperkingen; |
|
11.9. |
Ernstige abnormale stand van één
of beide knieën; |
|
11.10. |
Gemis, verplaatsing en/of abnormale
beweeglijkheid van een knieschijf, gepaard gaande met
functiebeperkingen; |
|
11.11. |
Abnormale stand of misvorming van
een voet, gepaard gaande met functiebeperkingen; |
|
11.12. |
Geheel of gedeeltelijk gemis,
verstijving of abnormale stand van één of meer tenen, gepaard
gaande met functiebeperkingen; |
|
11.13. |
Hardnekkige eeltvorming, gepaard
gaande met ernstige functiebeperkingen; |
|
11.14. |
Ernstig voetzweten; |
|
11.15. |
Ernstige misvorming en/of
chronische aandoeningen van één of meer nagels, gepaard gaande
met belemmeringen in het functioneren. |
|
|
|