BESLUIT van 5 augustus 1960, houdende regelen inzake
het opnieuw rangschikken en opnieuw vaststellen van de ouderdom in rang
van beroepsmilitairen beneden de rang van tweede-luitenant, die behoren
tot de Koninklijke Luchtmacht
WIJ JULIANA,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz., enz., enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Defensie van 28 juni 1960, Directie
Militair Personeel, nr. P. 118.307/B;
Gelet op artikel 12 van de Militaire
Ambtenarenwet 1931;
Gezien het verslag van de Commissie B voor
georganiseerd overleg in zaken van belang voor de rechtstoestand van
militairen;
De Raad van State gehoord (advies van 19 juli
1960, nr. 16);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Defensie van 3 augustus 1960, nr. P. 118.307/F;
Overwegende dat ter zake van het rangschikken
van de beroepsmilitairen beneden de rang van tweede-luitenant, die
behoren tot de Koninklijke Luchtmacht, welk rangschikken tot dusver niet
is kunnen geschieden op voor alle diensten gelijke wijze en naar gelijke
maatstaven, thans de gewenste eenheid kan worden bewerkstelligd;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. militair: de mannelijke militair beneden de rang van
tweede-luitenant, die behoort tot het beroepspersoneel van de
Koninklijke Luchtmacht, met uitzondering van degene die op de datum
van inwerkingtreding van dit besluit nog niet of nog deelneemt aan
een opleiding tot het volgen waarvan hij bij het aangaan van de
verbintenis als beroepsmilitair is bestemd;
b. rang: de effectieve rang die een militair definitief bekleedt;
c. diensttijd:
1°. de werkelijke militaire diensttijd welke op grond van de
Pensioenwet voor de landmacht 1922 bij toekenning van een
diensttijdpensioen in aanmerking kan worden gebracht om met
pensioen te worden vergolden,
2°. de werkelijke militaire diensttijd verkregen vσσr het
tijdstip waarop het achttiende levensjaar is volbracht.
Artikel 2
1. Het rangschikken ter voorbereiding van het vaststellen van
de volgorde waarin militairen bij geschiktheid kunnen worden
bevorderd, en het vaststellen van de ouderdom in rang die voor dit
rangschikken als uitgangspunt dient te worden genomen, geschieden
opnieuw en wel door Onze Minister van Defensie op de datum van
inwerkingtreding van dit besluit.
2. Het rangschikken bedoeld in het eerste lid geschiedt per rang.
Artikel 3
Het opnieuw vaststellen van de ouderdom in rang bedoeld in artikel 2,
geschiedt op voor alle diensten gelijke wijze en naar gelijke
maatstaven, waarbij de maatstaven die voor het niet-technisch personeel
zijn aangelegd als richtlijn zullen worden genomen.
Artikel 4
1. Bij het opnieuw rangschikken bedoeld in artikel 2 wordt het
hoogst geplaatst
a. hij die de hoogste ouderdom in rang heeft, of ingeval van twee
militairen de ouderdom in rang gelijk is:
b. hij die de meeste diensttijd heeft, of ingeval de diensttijd
gelijk is:
c. hij die in leeftijd de oudste is.
2. De hoogste ouderdom in rang heeft
a. hij die in de rang die wordt bekleed de hoogste ouderdom heeft,
of ingeval van twee militairen de ouderdom in die rang gelijk is:
b. hij die in de voorgaande rang de hoogste ouderdom heeft, of
ingeval de ouderdom in die rang gelijk is:
c. hij die in de voor voorgaande rang de hoogste ouderdom heeft,
enz.
Artikel 5
Het ingevolge het bepaalde in artikel 2 opnieuw vaststellen van de
ouderdom in een rang leidt tot het vaststellen van een datum die wordt
aangemerkt als de datum van ingang van de laatste benoeming als
beroepsmilitair in die rang.
Artikel 6
Aan dit besluit kan geen aanspraak worden ontleend op bevordering met
ingang van een datum liggende vσσr die van inwerkingtreding van dit
besluit.
Artikel 7
Dit besluit kan worden aangehaald als: Rangschikkingsbesluit.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 1960.
Onze Minister van Defensie is belast met de
uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden
geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State
en aan de Algemene Rekenkamer.
Soestdijk, 5 augustus 1960
JULIANA
De Staatssecretaris van Defensie,
Calmeyer
Uitgegeven de twaalfde augustus 1960
De Minister van Justitie a.i.,
E.H. Toxopeus