| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Monumentenwet 1988 (MW)
BELEIDSREGELS
AANWIJZING BESCHERMDE MONUMENTEN OP VERZOEK
Tekst zoals deze geldt op
25 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De
Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet
bestuursrecht en artikel 3 van de Monumentenwet 1988;
De Raad voor cultuur gehoord;
Besluit:
Artikel 1
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a. MSP: het door de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur
vastgestelde Monumenten Selectie Project, bedoeld in de Nota inzake
selectie en registratie van jongere stedebouw en bouwkunst (brief d.d.
28-1-1992, kenmerk: RdMz/U-195.729);
b. MRP: de door de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur
vastgestelde Monumenten Registratie Procedure, bedoeld in de in
onderdeel a genoemde Nota inzake selectie en registratie van jongere
stedebouw en bouwkunst.
Artikel 2
1. Een verzoek tot aanwijzing als
beschermd monument van een monument dat is vervaardigd vóór 1850 wordt
afgewezen.
2. In afwijking van het eerste lid kan een verzoek tot aanwijzing
als beschermd monument worden toegewezen, indien het verzoek een
monument betreft dat:
a. niet eerder is beoordeeld,
b. eerder is beoordeeld en ten aanzien waarvan daarna nieuwe feiten
of veranderde omstandigheden zijn gebleken, of
c. een onderdeel vormt van een complex dat voor het overige of voor
een aantal onderdelen reeds is aangewezen als beschermd monument.
Artikel 3
1. Een verzoek tot aanwijzing als
beschermd monument van een monument dat is vervaardigd in de periode van
1850 tot 1940 en dat is gelegen in een gebied waar de MRP is afgerond,
wordt afgewezen.
2. Artikel 2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
1. Een verzoek tot aanwijzing als
beschermd monument van een monument dat is vervaardigd in de periode van
1850 tot 1940 en dat is gelegen in een gebied waar het MSP of de MRP nog
niet is afgerond, wordt afgewezen.
2. In afwijking van het eerste lid kan een verzoek tot aanwijzing
als beschermd monument worden toegewezen, indien het aannemelijk is dat
het monument met inachtneming van de richtlijnen, bedoeld in de
circulaire van 1 juli 1994, kenmerk DGCZ/DBC-U-943999, wordt aangewezen
als beschermd monument, en bovendien:
a. bij of krachtens de Woningwet een aanvraag is ingediend om het
monument te wijzigen of te slopen,
b. plannen in ontwikkeling zijn, die indien uitgevoerd het
voortbestaan van het monument in gevaar zouden brengen, of
c. door het niet terstond aanwijzen als beschermd monument een
concreet plan tot instandhouding van het monument niet of niet direct
zal worden uitgevoerd.
Artikel 5
1. Een verzoek tot aanwijzing als
beschermd monument van een monument dat is vervaardigd in de periode van
1940 tot 1965 wordt afgewezen.
2. In afwijking van het eerste lid kan een verzoek tot aanwijzing
als beschermd monument worden toegewezen, indien:
a. het desbetreffende monument vanuit een oogpunt van de
geschiedenis in de twintigste eeuw kan worden aangemerkt als een
nationaal of internationaal erkend kenmerkend monument van de
Nederlandse architectuur, stedenbouw, landinrichting of ruimtegebonden
kunst, en bovendien
b. zich een van de omstandigheden, bedoeld in artikel 4, tweede
lid, onder a, b of c voordoet.
Artikel 6
De circulaire Selectie en registratie van jongere stedebouw en
bouwkunst en de gevolgen voor het beschermingsbeleid (Stcrt. 1996, nr.
233) wordt ingetrokken.
Artikel 7
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.
Artikel 8
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels aanwijzing
beschermde monumenten op verzoek.
Deze beleidsregels zullen met de toelichting
in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
F. van der Ploeg.
|
|
|