St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Noodwet rechtspleging

 

UITVOERINGSBESLUIT  ARTIKEL  18  NOODWET  RECHTSPLEGING

Tekst zoals deze geldt op 27 januari 2012

 

  
 

 

 
BESLUIT van 23 februari 1965, houdende uitvoering van artikel 18 van de Noodwet rechtspleging

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 14 januari 1965, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 12/665;
     Gelet op artikel 18 van de Noodwet rechtspleging;
     De Raad van State gehoord (advies van 3 februari 1965, nr. 43);
     Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 16 februari 1965, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 69/665;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

De bevoegdheden, welke de Noodwet rechtspleging aan Onze Minister van Justitie toekent, worden voor zolang de verbinding tussen een gebied en Onze Minister is verbroken, uitgeoefend door Onze Commissaris in de provincie, waarin dat gebied is gelegen. Bij de vervulling van deze taak pleegt Onze Commissaris, zo mogelijk, overleg met het College van procureurs-generaal.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.

 

 

     Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad en de Nederlandse Staatscourant zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

 

Soestdijk, 23 februari 1965

 

JULIANA

 

De Minister van Justitie,
Y. Scholten

 

Uitgegeven de negende maart 1965
De Minister van Justitie,
Y. Scholten

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x