|
BESLUIT van 9 januari 2008, houdende uitvoering van de
Ontgrondingenwet voor rijkswateren (Besluit ontgrondingen in
rijkswateren)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 19
oktober 2007, nr. HDJZ/I&O/2007-1188, Hoofddirectie Juridische
Zaken;
Gelet op de artikelen 5, eerste lid, 6, 7,
eerste en derde lid, en 10, vierde lid, van de Ontgrondingenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 7
december 2007, nr. W09.07.0386/IV);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 21 december 2007, nr.
HDJZ/I&O/2007-1709, Hoofddirectie Juridische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1.Het verbod van artikel 3, eerste lid, van de Ontgrondingenwet is
niet van toepassing op ontgrondingen in krachtens artikel 8, eerste
lid, van die wet aangewezen rijkswateren voor zover het betreft:
a. het aanleggen, onderhouden, wijzigen of opruimen van
watergangen en vaargeulen voor zover deze activiteiten door of
vanwege Onze Minister worden verricht;
b. het aanleggen, onderhouden, wijzigen of opruimen van
waterkeringen, bouwwerken, installaties en andere
rijkswaterstaatswerken dan watergangen en vaargeulen;
c. het doen van grondboringen en sonderingen;
d. het leggen, plaatsen, onderhouden, wijzigen of opruimen van
buizen, kabels, palen en dergelijke voorwerpen;
e. het graven van slikgruppen ter bevordering van aanwas.
2.Indien bij een ontgronding als bedoeld in het eerste lid een
monument of een vermoedelijk monument als bedoeld in de Monumentenwet
1988, wordt gevonden, stelt degene die is overgegaan tot de
ontgronding gegevens en bescheiden waarover hij de beschikking heeft
en die informatie kunnen verschaffen over de aanwezigheid of te
verwachten aanwezigheid van het monument, ter beschikking aan Onze
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De artikelen 53, 56,
58, eerste lid, en 59 van de Monumentenwet 1988 zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 2
1.Het verbod van artikel 3, eerste lid, van de Ontgrondingenwet is
niet van toepassing op ontgrondingen in verband met het testen van
materieel en onderzoek naar winbare hoeveelheden van andere vaste
stoffen dan schelpen, indien de ontgronding plaatsvindt in de Noordzee
zeewaarts van de doorgaande NAP-min 20 meterdieptelijn of in andere
krachtens artikel 8, eerste lid, van die wet aangewezen rijkswateren,
en:
a. plaatsvindt op een afstand van ten minste 500 meter van
militaire oefengebieden, buisleidingen, kabels, oevers, andere
vaste objecten of aanwezige of te verwachten monumenten, en
b. niet meer betreft dan een bij ministeriële regeling
aangewezen hoeveelheid vaste stoffen die in een daarbij te noemen
maximum aantal reizen wordt gewonnen en welke hoeveelheid per
daarbij aangewezen rijkswater kan verschillen.
2.Het eerste lid is niet van toepassing op ontgrondingen in een in
het Integraal Beheerplan Noordzee 2015 aangewezen gebied met
bijzondere ecologische waarden zolang dat gebied niet is aangewezen
krachtens artikel 10, eerste lid, of 10a, eerste lid, van de
Natuurbeschermingswet 1998.
Artikel 3
1.Degene die het voornemen heeft over te gaan tot een ontgronding
als bedoeld in artikel 2 meldt dit voornemen ten minste vier weken
voordat tot die ontgronding wordt overgegaan aan Onze Minister.
2.De melding bevat:
a. naam, adres en het beroep of bedrijf van de melder;
b. naam, type en registratiegegevens van de te gebruiken
schepen;
c. de locatie van de ontgronding, weer te geven door:
1°. in de Noordzee: coördinaten, met opgave van het
gebruikte coördinatenstelsel;
2°. in andere rijkswateren: een kaart met een schaal van
ten minste 1:5000 met daarop ingetekende locaties van
buisleidingen, kabels, oevers, andere vaste objecten of
aanwezige of te verwachten monumenten en de coördinaten, met
opgave van het gebruikte coördinatenstelsel;
d. een opgave van de oppervlakte, de wijze van uitvoering en de
maximale diepte van de ontgronding;
e. de periode waarin de ontgronding zal plaatsvinden, de
verwachte hoeveelheid en de aard van de vaste stoffen die met de
ontgronding gewonnen zal worden en de eventuele bestemming van
deze stoffen;
f. een opgave van de reden van de ontgronding.
3.Degene die is overgegaan tot een ontgronding als bedoeld in
artikel 2, doet uiterlijk vier weken na de uitvoering van die
ontgronding aan Onze Minister verslag van:
a. de datum waarop of periode waarin de ontgronding is
uitgevoerd;
b. de hoeveelheid vaste stoffen die is ontgrond en de
hoeveelheid vaste stoffen die is afgevoerd;
c. de aard van de vaste stoffen die zijn ontgrond en de aard
van de vaste stoffen die zijn afgevoerd, en
d. de exacte locatie van de ontgronding.
4.Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld
inzake de wijze van melding en de daarbij te verstrekken gegevens en
bescheiden.
5.Op een ontgronding als bedoeld in artikel 2, is artikel 1, tweede
lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
1.Een aanvraag tot verlening, wijziging of intrekking van een
vergunning voor ontgrondingen in krachtens artikel 8, eerste lid, van
de Ontgrondingenwet aangewezen rijkswateren wordt bij Onze Minister
ingediend.
2.Een aanvraag tot verlening van een vergunning vermeldt ten
minste:
a. het beroep of bedrijf van de aanvrager;
b. naam, type en registratiegegevens van het te gebruiken schip
of de te gebruiken schepen;
c. de locatie van de ontgronding, weer te geven door:
1°. in de Noordzee: coördinaten, met opgave van het
gebruikte coördinatenstelsel;
2°. in andere rijkswateren met een breedte van meer dan
500 meter: een kaart met een schaal van ten minste 1:50 000,
met opgave van het gebruikte coördinatenstelsel;
3°. in de overige rijkswateren, een tekening met
kadastrale aanduiding van ten minste 1:2500, waarop de te
ontgronden onroerende zaken of gedeelten van onroerende zaken
en aangrenzende percelen zijn weergegeven, alsmede een
uittreksel uit de basisregistratie kadaster van elk perceel,
waarop de aanvraag betrekking heeft;
d. een opgave van de oppervlakte, de wijze van uitvoering en de
diepte van de ontgronding;
e. de periode waarin de ontgronding zal plaatsvinden en de aard
en hoeveelheid van de vaste stoffen die met de ontgronding
gewonnen kan worden;
f. een opgave van de redenen van de ontgronding en van de aan
het afkomende bodemmateriaal te geven bestemming, de
aanlandingsplaats en de maximale vaarafstand daarheen;
g. een beschrijving van het water waarop de aanvraag betrekking
heeft, onder vermelding van het huidige gebruik daarvan en, voor
zover van toepassing, van de gemeente waarin het water is gelegen,
en
h. een beschrijving van de toestand waarin het terrein of de
bodem van het water na de ontgronding wordt gebracht, onder
vermelding van de daaraan te geven bestemming.
3.Op verzoek van Onze Minister verstrekt de aanvrager de resultaten
van voor de belangenafweging benodigde onderzoeken.
4.Het tweede en derde lid zijn van toepassing op een aanvraag tot
wijziging van een vergunning, voor zover de in die leden bedoelde
gegevens en bescheiden niet reeds bij de aanvraag tot verlening van de
vergunning zijn verstrekt en sindsdien niet zijn gewijzigd.
5.Op een ontgronding als bedoeld in het eerste lid, is artikel 1,
tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5
1. In afwijking van artikel 10, eerste lid, van de Ontgrondingenwet
zijn op de voorbereiding van een beschikking als bedoeld in artikel 8,
eerste lid, van die wet afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing voor
zover het betreft:
a. de verlenging van een bestaande vergunning, indien de
termijn van verlenging, tezamen met eventuele eerdere
verlengingstermijnen, niet meer bedraagt dan de helft van de
oorspronkelijke vergunningstermijn, of
b. een ontgronding op een afstand van tenminste 500 meter van
buisleidingen, kabels, oevers, andere vaste objecten of aanwezige
of te verwachten monumenten indien die ontgronding plaatsvindt:
1°. tot 2 meter diepte ten opzichte van de oorspronkelijke
zeebodem in delen van de Noordzee zeewaarts van de doorgaande
NAP-min 20 meterdieptelijn waar niet eerder tot die diepte is
ontgrond, of
2°. in vaargeulen in krachtens artikel 8, eerste lid, van
de Ontgrondingenwet aangewezen rijkswateren.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. activiteiten, genoemd in het Besluit milieueffectrapportage;
b. ontgrondingen in een gebied als bedoeld in artikel 2, tweede
lid.
Artikel 6
1.Ter zake van de behandeling van een aanvraag om een vergunning of
wijziging van een vergunning voor ontgrondingen in krachtens artikel
8, eerste lid, van de Ontgrondingenwet aangewezen rijkswateren wordt
een recht geheven.
2.Het recht bedraagt € 680,00, vermeerderd met een opslag
gerelateerd aan de hoeveelheid vaste stoffen waarvoor de vergunning
wordt aangevraagd en die wordt berekend overeenkomstig de bijlage bij
dit besluit.
3.Bij het niet behandelen van de aanvraag wordt het recht met 100%
verminderd.
4.In geval van volledige afwijzing van de aanvraag of bij
intrekking van de aanvraag na het in behandeling nemen van de
aanvraag, maar vóór de toezending van het ontwerp van het besluit
aan de aanvrager, wordt het recht met 50% van de opslag verminderd.
5.Bij intrekking van de aanvraag na de toezending van het ontwerp
van het besluit aan de aanvrager, maar vóór de toezending van het
besluit, wordt het recht met 10% van de opslag verminderd.
6.Indien de hoeveelheid vaste stoffen waarop de aanvraag betrekking
heeft meer bedraagt dan de hoeveelheid waarop de vergunning,
onderscheidenlijk het besluit tot wijziging van een vergunning
betrekking heeft, wordt het recht verminderd. Het bedrag waarmee het
recht wordt verminderd wordt bepaald door de opslag, berekend met
toepassing van de bijlage bij dit besluit voor de hoeveelheid waarop
de aanvraag betrekking heeft, te verminderen met de opslag berekend
met toepassing van de bijlage bij dit besluit voor de hoeveelheid
waarop de vergunning onderscheidenlijk de beschikking tot wijziging
van de vergunning betrekking heeft.
7.Indien ter zake van de behandeling van de aanvraag afdeling 3.4
van de Algemene wet bestuursrecht niet is toegepast en het recht meer
bedraagt dan € 2250,00 wordt het recht verminderd tot € 2250,00.
8.In afwijking van het eerste lid wordt ter zake van de behandeling
van een door of vanwege Onze Minister ingediende aanvraag om een
vergunning of wijziging van een vergunning geen recht geheven.
Artikel 7
1.Het recht, bedoeld in artikel 6, wordt binnen twee weken na de
dag van indiening van de aanvraag om een vergunning of wijziging van
een vergunning, betaald aan Onze Minister.
2.Indien artikel 6, derde, vierde, vijfde, zesde of zevende lid van
toepassing is, vindt terugbetaling plaats van het bedrag waarmee het
recht verminderd wordt.
Artikel 8
Het Rijksreglement ontgrondingen wordt ingetrokken.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ontgrondingen in
rijkswateren.
Lasten en
bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in
het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 9 januari 2008
BEATRIX
De Staatssecretaris van Verkeer en
Waterstaat,
J.C. Huizinga-Heringa
Uitgegeven de vierentwintigste
januari 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Bijlage bij artikel 6 van het Besluit
ontgrondingen in rijkswateren
De opslag, bedoeld in artikel 6 wordt
berekend aan de hand van onderstaande tabel. Daarbij wordt de
hoeveelheid vaste stoffen berekend in middelen van vervoer in het gebied
waarop de aanvraag betrekking heeft.
De volumetoename door uitlevering wordt
voor de berekening van de opslag vastgesteld op tien procent.
|
Bij een hoeveelheid
vaste stoffen van meer dan |
doch niet meer dan |
bedraagt de opslag
het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met de
vermenigvuldiging van het in kolom IV vermelde bedrag met het
verschil, uitgedrukt in hele duizendtallen m3 en naar boven
afgerond, tussen de totale hoeveelheid vaste stoffen waarover de
opslag wordt berekend en de in kolom I vermelde hoeveelheid. |
|
|
Kolom I |
Kolom II |
Kolom III |
Kolom IV |
|
0 m3 |
100 000 m3 |
€ 0,00 |
€ 30,00 |
|
100 000 m3 |
200 000 m3 |
€ 3 000,00 |
€ 20,00 |
|
200 000 m3 |
500 000 m3 |
€ 5 000,00 |
€ 10,00 |
|
500 000 m3 |
1 000 000 m3 |
€ 8 000,00 |
€ 5,00 |
|
1 000 000 m3 |
2 000 000 m3 |
€ 10 500,00 |
€ 2,50 |
|
2 000 000 m3 |
- |
€ 13 000,00 |
€ 0,00 |
|