| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Oorlogswet voor
Nederland (OWN)
REGELING
AANWIJZING MILITAIRE GEZAGSDRAGERS
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
REGELING houdende aanwijzing militaire gezagsdragers
en vaststelling hiërarchische verhoudingen met betrekking tot de
uitoefening van buitengewone bevoegdheden
De Minister
van Defensie;
Gelet op artikel 4 van de Oorlogswet voor
Nederland;
Besluit:
Artikel 1
Als militaire gezagsdragers als bedoeld in artikel 4 van de
Oorlogswet voor Nederland worden aangewezen:
a. de Commandant der Strijdkrachten,
b. de Commandant Landstrijdkrachten en de regionale militaire
commandanten, en
c. de Commandant Zeestrijdkrachten,
ieder in het in deze regeling toegewezen gezagsgebied.
Artikel 2
Bij ontstentenis van een militaire gezagsdrager, genoemd in artikel
1, treedt voor de uitoefening van het militair gezag in de plaats degene
die de functie van die militaire gezagsdrager waarneemt.
Artikel 3
1. Wanneer voor de uitoefening van het
militair gezag tijdens de beperkte of de algemene noodtoestand meer dan
één militaire gezagsdrager is aangewezen, is elk van die gezagsdragers
gehouden bij de uitoefening van dat gezag de bevelen en aanwijzingen te
volgen van de in het betrokken gebied mede voor de uitoefening van het
militair gezag aangewezen gezagsdragers voor zover deze hiërarchisch
boven hem zijn gesteld.
2. Militaire gezagsdragers die bevoegd zijn tot uitoefening van
het militair gezag in een gedeelte van het grondgebied van Nederland,
zijn steeds gehouden de bevelen en aanwijzingen ter zake van de
uitoefening van het militair gezag te volgen van de hoogste militaire
gezagsdrager die in het gehele grondgebied bevoegd is.
Artikel 4
De gezagsgebieden, bedoeld in artikel 1, omvatten:
a. voor wat betreft de Commandant der Strijdkrachten en de
Commandant Landstrijdkrachten: Nederland;
b. voor wat betreft de regionaal militair commandant west: de
provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht;
c. voor wat betreft de regionaal militair commandant zuid: de
provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg;
d. voor wat betreft de regionaal militair commandant oost: de
provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland en
Flevoland;
e. voor wat betreft de Commandant Zeestrijdkrachten:
1°. de territoriale wateren, de zeegaten, het IJsselmeer, het
Markermeer en de Waddenzee;
2°. de haven en rede van Den Helder, alsmede de gemeenten Den
Helder, Texel, Eemsmond en Delfzijl;
3°. het Noordzeekanaal met de daaraan gelegen havens, alsmede
de gemeenten Amsterdam, Eemnes, Weesp, Zaanstad, Velsen en
Bloemendaal;
4°. de waterwegen van Dordrecht tot en met Hoek van Holland
met de daaraan gelegen havens, alsmede de gemeenten Dordrecht,
Rotterdam met inbegrip van Hoek van Holland, Schiedam, Vlaardingen,
Maassluis, Rozenburg, Hellevoetsluis, Goedereede, Wassenaar,
Katwijk, Noordwijk en Doorn;
5°. de haven en rede van Vlissingen, de gemeenten Vlissingen,
Borsele, Kapelle, Reimerswaal en Terneuzen, alsmede de plaatsen
Oostburg, Valkenisse, Westkapelle en Hontenisse.
Artikel 5
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en
werkt terug tot en met 1 mei 1997.
Artikel 6
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing militaire
gezagsdragers.
Deze regeling zal in de Staatscourant
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 20 augustus 1997.
De Minister van Defensie,
J.J.C. Voorhoeve.
|
|
|