Met een afwijkingsmarge van 10% heeft de verblijfsruimte minimaal een
vloeroppervlak van 10 vierkante meter, een breedte van 2 meter en een
vrije hoogte van 2,5 meter.
Artikel 4. Buitenwandopening
1. In een wand of het plafond van de verblijfsruimte bevindt
zich een beveiligd raam.
2. Het raam heeft een oppervlak van minstens 0,75 vierkante
meter, tenzij hieraan op grond van een wettelijke bepaling niet kan
worden voldaan.
Artikel 5. Binnenwandopening
1. In de binnenwand van de verblijfsruimte bevindt zich een
slechts van buitenaf afsluitbare deur.
2. In de deur is een observatieluikje aangebracht dat van
buitenaf wordt afgeschermd.
Artikel 6. Verwarming en ventilatie
1. In de verblijfsruimte is een voorziening voor centrale
verwarming aangebracht.
2. De verwarming heeft een zodanige capaciteit dat in de
verblijfsruimte een temperatuur van minimaal 20 graden C kan worden
bereikt.
3. De verblijfsruimte is voorzien van een ventilatiemogelijkheid
waardoor op natuurlijke dan wel mechanische wijze de lucht voor de
individuele gedetineerde voldoende kan worden ververst.
Artikel 7. Communicatie
De verblijfsruimte is voorzien van:
a. een intercom of bel waarmee vanuit de cel te allen tijde een
ambtenaar of medewerker van de inrichting kan worden opgeroepen, en
b. een radio- en TV-aansluitpunt.
Artikel 8. Verlichting
De verblijfsruimte is voorzien van een van binnenuit en al dan niet
van buitenaf bedienbare verlichting met voldoende lichtsterkte, al dan
niet gecombineerd met een van buitenaf bedienbare nachtverlichting.
Artikel 9. Sanitair
1. De verblijfsruimte is voorzien van een toilet en een
wasgelegenheid, die zodanig kunnen worden afgeschermd dat de privacy
van de gedetineerde voldoende is gewaarborgd.
2. Bij het toilet bevindt zich een ventilatierooster.
Artikel 10. Inrichting
1. De verblijfsruimte is ingericht met tenminste:
a. een spiegel;
b. een open hang-legkast;
c. een schrijf-werktafel;
d. een stoel;
e. een aan de wand bevestigd prikbord;
f. een bed;
g. twee wandcontactdozen.
2. De verblijfsruimte waarin twee gedetineerden worden
ondergebracht is, in afwijking van de in het eerste lid genoemde
onderdelen d en f, ingericht met ten minste twee stoelen respectievelijk
een persoonlijke slaapgelegenheid voor de individuele gedetineerde.
Daarnaast is deze verblijfsruimte ingericht met ten minste een af te
sluiten opbergruimte voor de individuele gedetineerde.
Artikel 10a
1. Een verblijfsruimte kan zijn uitgerust met een
observatiecamera.
2.
De camera is zodanig aangebracht dat observatie van de gehele
verblijfsruimte mogelijk is.
Artikel 10b
1.
De directeur kan bepalen dat de gedetineerde, die in een individueel
regime is geplaatst als bedoeld in artikel 22 van de wet of die in een
extra beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder
e, van de wet is geplaatst, dag en nacht door middel van een camera
wordt geobserveerd:
a. indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van
de orde of de veiligheid in de inrichting,
b. indien dit noodzakelijk is voor een ongestoorde
tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming,
c. indien dit noodzakelijk is in verband met de geestelijke of
lichamelijke toestand van de gedetineerde,
d. indien bij ontvluchting of schade aan de gezondheid van de
gedetineerde grote maatschappelijke onrust zou ontstaan of wanneer
dit ernstige schade zou kunnen toebrengen aan de betrekkingen van
Nederland met andere staten of met internationale organisaties.
2. Indien cameraobservatie wordt toegepast op de grond van het
eerste lid, onder c, wordt, alvorens de beslissing daartoe wordt
genomen advies ten dien aanzien uitgebracht door een gedragsdeskundige
onderscheidenlijk de inrichtingsarts, tenzij dit advies niet kan
worden afgewacht. In dat geval wint de directeur het advies zo spoedig
mogelijk na zijn beslissing in.
3. De cameraobservatie, bedoeld in het eerste lid, duurt ten
hoogste twee weken. De directeur kan de cameraobservatie telkens voor
ten hoogste twee weken verlengen, indien hij tot het oordeel is
gekomen dat de noodzaak daartoe nog bestaat.
4. De artikelen 57 en 58 van de wet zijn van overeenkomstige
toepassing. Van de beslissing tot cameraobservatie hetzij de
verlenging daarvan, worden de aan de inrichting verbonden commissie
van toezicht en de inrichtingsarts terstond in kennis gesteld.
Artikel 10c
Ten minste eenmaal per week stelt de inrichtingsarts of een aan de
inrichting verbonden gedragsdeskundige zich op de hoogte van de toestand
van de gedetineerde die door middel van een camera dag en nacht wordt
geobserveerd.
Op verblijfsruimten in beperkt
beveiligde en zeer beperkt beveiligde inrichtingen is het bepaalde in de
artikelen 3 en 4, tweede lid, niet van toepassing, terwijl op
verblijfsruimten in beperkt beveiligde inrichtingen ook het bepaalde in
artikel 9 en op verblijfsruimten in zeer beperkt beveiligde inrichtingen
ook het bepaalde in de artikelen 5 en 7 niet van toepassing is.
2. Op verblijfsruimten in beperkt beveiligde en zeer beperkt
beveiligde inrichtingen, bestemd voor de onderbrenging van meer dan
één gedetineerde, is het bepaalde in de artikelen 3 en 4, tweede lid,
niet van toepassing, terwijl op dergelijke verblijfsruimten in zeer
beperkt beveiligde inrichtingen ook het bepaalde in de artikelen 5, 7 en
9 niet van toepassing is.
3. De in het eerste en tweede lid genoemde verblijfsruimten zijn
zodanig uitgevoerd en ingericht dat zij de individuele gedetineerde
voldoende ruimte, daglicht, verwarming en ventilatie bieden.
4. Is de verblijfsruimte zelf niet voorzien van sanitair, dan is
dat elders in het pand in voldoende mate beschikbaar.
Artikel 12a. Verblijfsruimten in andere dan beperkt beveiligde en
zeer beperkt beveiligde inrichtingen bestemd voor meer dan twee
gedetineerden
1. De verblijfsruimten in normaal beveiligde inrichtingen
bestemd voor de onderbrenging van meer dan twee gedetineerden, zijn
zodanig uitgevoerd en ingericht dat zij de individuele gedetineerde
voldoende ruimte en daglicht bieden.
2. In de binnenwand van de verblijfsruimte bevindt zich slechts
een buitenaf afsluitbare deur. In de deur is een observatieluikje
aangebracht dat van buitenaf wordt afgeschermd.
3. In de verblijfsruimte is een voorziening voor centrale
verwarming aangebracht. De verwarming heeft een zodanige capaciteit dat
in de verblijfsruimte een temperatuur van minimaal 20 graden C kan
worden bereikt. De verblijfsruimte is voorzien van een
ventilatiemogelijkheid waardoor op natuurlijke dan wel mechanische wijze
de lucht voor de individuele gedetineerde voldoende kan worden ververst.
4. De verblijfsruimte is voorzien van:
a. een intercom of bel waarmee vanuit de verblijfsruimte te allen
tijde een ambtenaar of medewerker van de inrichting kan worden
opgeroepen, en
b. een radio- en TV-aansluitpunt.
5. De verblijfsruimte is voorzien van een van binnenuit en al dan
niet van buitenaf bedienbare verlichting met voldoende lichtsterkte, al
dan niet gecombineerd met een slechts van buitenaf bedienbare
nachtverlichting.
6. Indien de verblijfsruimte is voorzien van een toilet en een
wasgelegenheid, dienen die zodanig afgeschermd te kunnen worden dat de
privacy van de gedetineerde voldoende is gewaarborgd. Bij het toilet
bevindt zich een ventilatierooster. Is de verblijfsruimte zelf niet
voorzien van sanitair, dan is dat elders in het pand in voldoende mate
beschikbaar.
7. De verblijfsruimte is ingericht met ten minste:
a. een spiegel;
b. een af te sluiten opbergruimte voor de individuele gedetineerde;
c. een schrijf–werktafel;
d. voldoende zitgelegenheid;
e. een aan de wand bevestigd prikbord;
f. een persoonlijke slaapgelegenheid voor de individuele
gedetineerde;
g. voldoende wandcontactdozen.
Verblijfsruimten bestemd voor één of twee gedetineerden, genoemd in
paragraaf 2, in inrichtingen waarvan de bouw is aangevangen voor 1996,
moeten in elk geval voldoen aan de eisen gesteld in de artikelen 2, 4,
5, 6, 7, 8 en 10, en moeten in elk geval voor 1 januari 2006 voldoen aan
de eisen vermeld in artikel 9.