|
De Minister van
Justitie;
Gelet op artikel 24, zevende lid, en artikel
55, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet;
Gezien het advies van de Centrale Raad voor
Strafrechtstoepassing van 12 oktober 1998, nr. 715330/98;
Besluit:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: de Penitentiaire beginselenwet;
b. raam: een voorziening waardoor de cyclus van dag en nacht kan
worden waargenomen.
Paragraaf 2. Voorwaarden
Artikel 2
Bij de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf in een strafcel
of de tenuitvoerlegging van afzondering in een afzonderingscel geldt het
bepaalde in de huisregels van de inrichting waar de straf
respectievelijk de afzondering ten uitvoer wordt gelegd, voorzover in
deze regeling niet anders is bepaald.
Artikel 3
Indien de afzondering, bedoeld in artikel 24 van de wet,
a. in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid
in de inrichting dan wel een ongestoorde tenuitvoerlegging van de
vrijheidsbeneming,
b. in verband met de ernst van de gedragingen van de
gedetineerde, of
c. in verband met de lichamelijke- of geestelijke toestand van de
gedetineerde, niet ten uitvoer kan worden gelegd in de
verblijfsruimte, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet,
vindt deze plaats in een afzonderingscel.
Artikel 4
De directeur geeft van een plaatsing in een straf- of afzonderingscel
onverwijld kennis aan de arts die aan de inrichting is verbonden. De
arts of diens vervanger, dan wel in diens opdracht de verpleegkundige,
bezoekt de gedetineerde zo spoedig mogelijk in de straf- of
afzonderingscel en na de melding, bedoeld in artikel 24, zesde lid, van
de wet, regelmatig.
Artikel 5
De directeur draagt zorg dat hij ten minste dagelijks op de hoogte
wordt gesteld van de toestand van de in de straf- of afzonderingscel
geplaatste gedetineerde.
Artikel 6
Indien de gedetineerde herhaaldelijk zonder noodzaak gebruik maakt
van in de straf- of afzonderingscel aanwezige communicatiemiddelen kan
de directeur beslissen dat deze buiten werking worden gesteld. In dat
geval treft hij de maatregelen die noodzakelijk zijn voor voldoende
communicatie van de gedetineerde met ambtenaren of medewerkers.
Artikel 7
1. De deur van een strafcel en de deur van een afzonderingscel,
bij plaatsing in afzondering op de grond van artikel 23, onder a of b,
van de wet, wordt slechts geopend indien ten minste twee ambtenaren of
medewerkers daarbij aanwezig zijn.
2. In de dienstinstructies worden regels gesteld over het openen
van de deur van een straf- of afzonderingscel tijdens de nachtdienst.
Artikel 8
De directeur draagt zorg dat gedurende de tenuitvoerlegging van een
disciplinaire straf in een strafcel of de tenuitvoerlegging van
afzondering in een afzonderingscel het nodige contact tussen ambtenaren
en medewerkers van de inrichting en de gedetineerde wordt gewaarborgd en
naar aard en frequentie op de situatie van de gedetineerde wordt
afgestemd.
Artikel 9
Indien de gedetineerde zelfdestructief gedrag vertoont dan wel indien
het vermoeden hiervan bestaat, stelt de met het toezicht belaste
functionaris zich ten minste eenmaal per uur op de hoogte van de
toestand van de gedetineerde.
Artikel 10
De directeur draagt zorg dat de wijze van verslaglegging over het
verblijf van een gedetineerde in een straf- of afzonderingscel naar aard
en frequentie op de situatie van de gedetineerde wordt afgestemd.
Paragraaf 3. De inrichting van de straf- of
afzonderingscel
Artikel 11
De artikelen 2, 3, 5, 6, tweede lid, artikel 7 onder a, en 13 van de
Regeling eisen verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen zijn van
overeenkomstige toepassing ten aanzien van een straf- of
afzonderingscel.
Artikel 12
1. In een wand of het plafond van de straf- of afzonderingscel
bevindt zich een beveiligd raam.
2. Het raam heeft een oppervlak van ten minste 0,7 vierkante
meter.
Artikel 13
De straf- of afzonderingscel is voorzien van een
ventilatiemogelijkheid waardoor op natuurlijke dan wel mechanische wijze
voldoende verse lucht wordt aangevoerd.
Artikel 14
De afgesloten straf- of afzonderingscel is vanaf de gangzijde in zijn
geheel te overzien. De inwendige celhoeken zijn zodanig afgeschuind dat
de gedetineerde zich niet aan het zicht kan onttrekken.
Artikel 15
In de straf- of afzonderingscel is een verwarming aangebracht die
alleen van buiten die cel kan worden bediend.
Artikel 16
1. De straf- of afzonderingscel is voorzien van een toilet.
2. De gedetineerde kan het toilet zelfstandig dan wel op verzoek
onverwijld laten doorspoelen.
Artikel 17
1. De directeur draagt zorg dat de straf- of afzonderingscel
voldoende is verlicht. De cel is daartoe voorzien van een van buiten
die cel bedienbare dag- en nachtverlichting met voldoende
lichtsterkte.
2. De directeur kan bepalen dat `s nachts de nachtverlichting
blijft branden.
Artikel 18
1. In een strafcel bevinden zich gedurende de dag zitelementen
en gedurende de nacht een matras, een kussen en voldoende dekens.
2. In bijzondere gevallen kan de directeur bepalen dat de
gedetineerde gedurende de dag de beschikking krijgt over een matras, een
kussen en een of meer dekens.
Artikel 19
In een afzonderingscel bevinden zich zitelementen of bevindt zich een
matras met voldoende dekens.
Artikel 20
1. Een straf- of afzonderingscel kan zijn uitgerust met een
observatie-camera.
2. De camera is zodanig aangebracht dat observatie van de gehele
cel mogelijk is.
Paragraaf 4. Het verblijf in de straf- of
afzonderingscel
Artikel 21
1. De directeur draagt zorg dat de
gedetineerde in staat wordt gesteld contact met de buitenwereld te
onderhouden, volgens het daarover bepaalde in de huisregels.
2. De directeur kan het recht van de gedetineerde om te
telefoneren met of het ontvangen van bezoek van persoonlijke relaties
slechts beperken of uitsluiten indien het belang van de handhaving van
de orde of de veiligheid in de inrichting, dan wel de gedragingen,
lichamelijke of gemoedstoestand van de gedetineerde zulks noodzakelijk
maken.
3. Het bezoek vindt gescheiden van de overige gedetineerden en
onder toezicht plaats.
4. Het is de in artikel 37 van de wet genoemde personen en
instanties toegestaan vrijelijk contact te onderhouden met de
gedetineerden.
Artikel 22
De directeur kan de gedetineerde toestaan deel te nemen aan
activiteiten.
Artikel 23
Het is de gedetineerde niet toegestaan voorwerpen onder zijn
berusting te houden, tenzij de directeur anders bepaalt.
Artikel 24
De gedetineerde die verblijft in een straf- of afzonderingscel heeft
het recht lectuur te ontvangen overeenkomstig de huisregels van de
inrichting.
Artikel 25
De gedetineerde wordt, gedurende zijn verblijf in de straf- of
afzonderingscel, in staat gesteld goederen te kopen. Aangekochte
goederen worden in de verblijfsruimte, bedoeld in artikel 16, tweede
lid, van de wet opgeslagen, tenzij de directeur bepaalt dat tegen
uitreiking van bepaalde goederen in de straf- of afzonderingscel geen
bezwaar bestaat.
Artikel 26
1. De gedetineerde is verplicht de straf- of afzonderingscel
met de zich daarin bevindende voorwerpen schoon en ongeschonden te
houden.
2. De gedetineerde is verplicht dagelijks onder toezicht de
straf- of afzonderingscel waarin hij verblijft te reinigen, tenzij hij
daar op grond van zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet toe in
staat is.
Artikel 27
In de straf- of afzonderingscel mag niet gerookt worden. Het is de
gedetineerde toegestaan te roken tijdens het dagelijks verblijf in de
buitenlucht.
Paragraaf 5. Verzorging
Artikel 28
Bij plaatsing in straf- of afzonderingscel wordt de gedetineerde van
rijkswege voorzien van kleding. In bijzondere omstandigheden kan de
directeur anders bepalen.
Artikel 29
De gedetineerde wordt s ochtends en s avonds in de gelegenheid
gesteld zijn uiterlijk en lichamelijke hygiλne te verzorgen.
Artikel 30
Het voor gebruik in de straf- en afzonderingscel bestemde eetgerei
wordt tegelijkertijd met de maaltijd aan de gedetineerde verstrekt en
direct na de maaltijd weer ingenomen.
Paragraaf 6. Controle en geweldgebruik
Artikel 31
De gedetineerde wordt voor de plaatsing in een straf- of
afzonderingscel aan zijn kleding en lichaam onderzocht.
Artikel 32
1. De directeur draagt zorg dat ingenomen kleding en andere
bezittingen van de gedetineerde door twee ambtenaren of medewerkers
worden ingenomen, geregistreerd en opgeborgen.
2. Aan de gedetineerde wordt zo spoedig mogelijk een
ontvangstbevestiging uitgereikt.
Artikel 33
1. De directeur kan, indien de lichamelijke of geestelijke
toestand van de gedetineerde dit noodzakelijk maakt, bepalen dat de
gedetineerde dag en nacht door middel van een camera wordt
geobserveerd.
2. Alvorens hij hiertoe beslist, wint hij het advies van de
inrichtingsarts in, tenzij dit advies niet kan worden afgewacht. In dat
geval wint de directeur het advies zo spoedig mogelijk na zijn
beslissing in.
3. De directeur geeft de gedetineerde onverwijld schriftelijk, en
zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen
omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling van zijn beslissing om
tot camera-observatie over te gaan.
Artikel 34
De directeur is op grond van de Geweldsinstructie penitentiaire
inrichtingen bevoegd jegens een gedetineerde geweld te gebruiken dan wel
vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden, voor zover dit noodzakelijk
is met het oog op de plaatsing in de straf- of afzonderingscel of de
handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.
Paragraaf 7. Bijzondere bepalingen voor
gedetineerden in een extra beveiligde inrichting
Artikel 35
In afwijking van artikel 2 geldt voor gedetineerden die in een straf-
of afzonderingscel verblijven in afwachting van plaatsing in een extra
beveiligde inrichting, het daarover bepaalde in de huisregels van de
extra beveiligde inrichting.
Paragraaf 8. Slotbepalingen
Artikel 36
De volgende regelingen worden ingetrokken:
Reglement voor afzondering in een cel niet zijnde een strafcel (18
mei 1978, nr. 369/378);
Reglement voor opsluiting in een strafcel (18 mei 1978, nr. 370/378);
Uitvoeringsregeling van art. 105 Gevangenismaatregel (29 januari
1979, nr. 1426/378);
Reglement plaatsing in de isoleercel en plaatsing op het
veiligheidsbed (19 februari 1981, nr. 927/380);
Uitvoeringsregeling van art. 105 Gevangenismaatregel (21 september
1981, nr. 969/381);
Toezending brochure over de plaatsing in afzondering (9 januari 1984,
nr. 1390/383);
Aanvulling van art. 13, eerste lid, reglement strafcel (13 oktober
1992, nr. 256564/92)
Regiem t.a.v. gedetineerden in landelijke afzonderingsafdelingen en
Penitentiair Ziekenhuis in afwachting van plaatsing in ebi (11 oktober
1994, nr. 456588/94/DJ).
Artikel 37
Deze regeling treedt in werking op 15 juli 1999.
Artikel 38
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling straf- en
afzonderingscel penitentiaire inrichtingen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 15 juni 1999.
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals.
|