| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Penitentiaire
beginselenwet (Pbw)
REGELING
TIJDELIJK VERLATEN VAN DE INRICHTING
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
REGELING van de Minister van Justitie houdende
vaststelling van de regels aangaande het tijdelijk verlaten van de
inrichting bij wijze van verlof of strafonderbreking
De Minister
van Justitie;
Gelet op artikel 26, derde lid, van de
Penitentiaire beginselenwet, en artikel 570b, tweede lid, van het
Wetboek van Strafvordering;
Gezien het advies van de Centrale Raad voor
Strafrechtstoepassing van 6 november 1998 (nr. 724485/98);
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Justitie;
b. wet: de Penitentiaire beginselenwet;
c. besluit: de Penitentiaire maatregel;
d. ouder: de ouder van de gedetineerde, alsmede de stiefouder,
pleegouder of grootouder, voor zover deze gedurende een langere tijd
de ouderrol heeft vervuld;
e. kind: het kind van de gedetineerde, alsmede het stiefkind,
pleegkind, kind van de levenspartner of kleinkind;
f. broer: de broer van de gedetineerde, alsmede de halfbroer of
pleegbroer;
g. zuster: de zuster van de gedetineerde, alsmede de halfzuster
of pleegzuster;
h. schoonouder: de schoonouder van de gedetineerde, alsmede de
ouder van de levenspartner;
i. levenspartner: de echtgenoot van de gedetineerde, alsmede de
persoon met wie een aantoonbaar duurzaam samenlevingsverband wordt
onderhouden daterende van voor de aanvang van de detentie;
j. poliklinisch bezoek: bezoek aan een polikliniek van een
algemeen ziekenhuis, specialist, fysiotherapeut of logopedist, dan
wel aan een tandarts voor bijzondere tandheelkundige verrichtingen;
k. ambulante psychiatrische of psychotherapeutische behandeling:
bezoek aan een psychiatrisch ziekenhuis, psychiatrische afdeling van
een algemeen ziekenhuis, psychotherapeutisch instituut, RIAGG of
praktijk van een vrij gevestigde en geregistreerde psychiater of
psycholoog in verband met ambulante psychotherapeutische of daarmee
gelijk te stellen behandeling;
l. intakegesprek: bezoek aan een psychiatrisch ziekenhuis,
psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis,
psychotherapeutisch instituut, behandelinrichting voor verslaafden,
hulpverleningsinstelling in verband met de toetsing van de
mogelijkheden van een opname tijdens of na de detentie, of
instelling of officiële verschaffer van woonruimte in verband met
de toetsing van de mogelijkheden van bijzondere woonvoorzieningen in
aansluiting op de detentie;
m. verlof: het, al dan niet onder begeleiding of bewaking,
tijdelijk verlaten van de inrichting voor één van de in deze
regeling genoemde doeleinden.
n. algemeen verlof: verlof als bedoeld in de artikelen 14 tot en
met 18 van deze regeling;
o. regimesgebonden verlof: verlof als bedoeld in de artikelen 19
en 20 van deze regeling;
p. incidenteel verlof: verlof als bedoeld in de artikelen 21 tot
en met 33 van deze regeling;
q. strafonderbreking: opschorting van de tenuitvoerlegging van de
vrijheidsstraf als bedoeld in de artikelen 34 tot en met 40 van deze
regeling;
r. vervolgverlof: een verlof dat volgt op een zonder incidenten
verlopen eerder algemeen verlof;
s. inrichtingsarts: de aan de inrichting verbonden arts of
tandarts;
t. verlofadres: het adres waar de gedetineerde tijdens zijn
verlof verblijft en bereikbaar is;
u. betrokkene: betrokkene als bedoeld in artikel 44b, onder c,
van het besluit.
Artikel 1a
Indien de veroordeling tot een vrijheidsstraf nog niet onherroepelijk
is, worden de strafduur en het strafrestant voor de toepassing van deze
regeling berekend op grond van de veroordeling waartegen het
rechtsmiddel is aangewend.
Artikel 2. Verzoek, ontvangst en beslissing
1.De directeur neemt het verzoek om verlof in ontvangst.
2.De minister beslist over verzoeken om verlof in de gevallen
bedoeld in de artikelen 17, eerste lid, 32 en 39. In de overige
gevallen beslist de directeur namens de minister.
Artikel 3. Inlichtingen en adviezen
1.Na ontvangst van het verzoek om verlof wint de directeur alle
benodigde inlichtingen en adviezen in.
2.Betreft het een verzoek om verlof van een gedetineerde in
voorlopige hechtenis, of een verzoek om verlof van een gedetineerde
ten aanzien van wie en voor zolang het openbaar ministerie een
executie-indicator zoals bedoeld in artikel 1 onder c van het besluit
heeft geplaatst, dan vraagt de directeur het openbaar ministerie om
advies.
3.De directeur kan zich tevens laten adviseren door de
reclassering, de politie of hulpverleners. Inlichtingen van niet aan
de inrichting verbonden artsen, psychiaters en psychologen kunnen
slechts worden ingewonnen met schriftelijke toestemming van de
betrokkene.
Artikel 4. Weigeringsgronden
Het verlof wordt geweigerd in geval van:
a. ernstig vermoeden dat de gedetineerde zal proberen zich aan de
detentie te onttrekken;
b. gevaar voor ernstige verstoring van de openbare orde of het
plegen van strafbare feiten;
c. ernstig vermoeden dat het verlof zal leiden tot
alcoholmisbruik, druggebruik of een poging tot invoer van
contrabande;
d. gebleken onbetrouwbaarheid met betrekking tot het nakomen van
afspraken;
e. risico voor een ongestoord verlof als gevolg van de gestoorde
of agressieve persoonlijkheid van de gedetineerde;
f. risico voor een ongestoord verlof als gevolg van ernstige
spanningen in de woon- of leefsfeer van de te bezoeken persoon;
g. risico van ongewenste confrontatie met slachtoffers van of
anderszins betrokkenen bij het door de gedetineerde gepleegde
misdrijf;
h. gevaar voor de gedetineerde;
i. risico van maatschappelijke onrust;
j. het ontbreken van een aanvaardbaar verlofadres;
k. een gedetineerde ten aanzien van wie vaststaat dat hij na de
detentie zal worden uitgeleverd of ten aanzien van wie een
uitleveringsprocedure loopt, tenzij hieraan schorsende werking is
verleend;
l. een gedetineerde die ongewenst is verklaard, ten aanzien van
wie een procedure tot ongewenstverklaring loopt, tenzij hieraan
schorsende werking is verleend, of van wie vaststaat dat hij na de
detentie zal worden uitgezet.
Artikel 5. Voorwaarden
1.Tenzij hij zijn verlofadres redelijkerwijs alleen over
buitenlands grondgebied kan bereiken, is het de gedetineerde niet
toegestaan tijdens het algemeen, regimesgebonden of incidenteel verlof
Nederland te verlaten. In bijzondere omstandigheden kan de minister
toestaan dat de gedetineerde aan wie strafonderbreking is verleend in
het buitenland verblijft.
2.Bij de verlening van het verlof kunnen bijzondere voorwaarden
worden gesteld, die het gedrag van de gedetineerde betreffen.
Artikel 6. Afhandeling door de directeur
1.Indien de directeur bevoegd is over het verlof te beslissen,
stelt hij de gedetineerde schriftelijk in kennis van zijn beslissing.
2.Bij afwijzing van het verzoek wordt de beslissing kort
gemotiveerd; zo nodig wordt zij mondeling toegelicht.
3.Alvorens advies aan de minister uit te brengen, hoort de
directeur de gedetineerde.
Artikel 7. Afhandeling door de minister
1.De beslissing van de minister wordt onverwijld schriftelijk en zo
nodig ook telefonisch meegedeeld aan de directeur van de inrichting
waar de betrokken gedetineerde verblijft.
2.Bij een positieve beslissing geeft de minister in de
schriftelijke mededeling aan de gedetineerde de aanvangsdatum van het
verlof en eventuele bijzondere voorwaarden aan. Een schriftelijke
mededeling houdende een afwijzende beslissing op een verlofaanvraag
houdt een korte motivering in.
Artikel 8. Tenuitvoerlegging straf tijdens verlof
Gedurende het algemeen verlof, het regimesgebonden verlof, het
incidenteel verlof en het verlof tijdens verblijf in een inrichting voor
stelselmatige daders loopt de tenuitvoerlegging van de straf ofwel de
maatregel door, gedurende de strafonderbreking wordt de
tenuitvoerlegging van de straf opgeschort. In het geval bedoeld in
artikel 10, tweede lid onder b, en in geval van ziekte wordt de
tenuitvoerlegging geschorst vanaf het moment dat de gedetineerde terug
had moeten keren.
Artikel 9. Overplaatsing
1.Wordt de gedetineerde tussen de verlening en het plaatsvinden van
het verlof overgeplaatst naar een andere inrichting, dan voert de
directeur van de laatstgenoemde inrichting de beslissing uit, tenzij
gewijzigde omstandigheden hem aanleiding tot heroverweging geven.
2.Wordt de gedetineerde na indiening van het verzoek om verlof maar
voordat daarop beslist is overgeplaatst naar een andere inrichting,
dan neemt de directeur van de laatstgenoemde inrichting de behandeling
van het verzoek over. De directeur van de inrichting van herkomst
verstrekt hem daartoe alle inlichtingen en informatie. Betreft het een
verzoek waarover de minister beslist, dan informeert de directeur van
de inrichting van herkomst ook de minister.
Artikel 10. Incidenten
1.Indien zich tijdens het verlof een incident voordoet, kan de
directeur, afhankelijk van de aard van het incident en het verlof, en
de bestemming van de inrichting:
a. het volgende verlof geheel of gedeeltelijk intrekken of niet
verlenen,
b. bij het volgende verlof bijzondere voorwaarden opleggen,
c. de gedetineerde intern overplaatsen, of
d. overplaatsing naar een andere afdeling of inrichting
adviseren.
2.Van een incident als bedoeld in het eerste lid is in elk geval
sprake wanneer de gedetineerde:
a. tijdens het verlof buiten de inrichting betrokken is bij een
verstoring van de openbare orde of een strafbaar feit;
b. verwijtbaar te laat of niet in de inrichting terugkeert;
c. onder invloed van alcohol of verdovende middelen in de
inrichting terugkeert;
d. bij terugkeer in de inrichting contrabande met zich
meevoert.
3.Onverminderd de verplichting om het incident elders te
signaleren, worden gegevens over incidenten tijdens verlof opgenomen
in het penitentiair dossier.
Artikel 11. Ziekte
1.Indien de gedetineerde wegens ziekte niet in staat is tijdig naar
de inrichting terug te keren, meldt hij dat onverwijld aan de
inrichting. De gedeti-
neerde dient aan te tonen dat hij om medische redenen niet in staat
is terug te keren.
2.De directeur neemt na overleg met de inrichtingsarts en, voor
zover mogelijk, gehoord de gedetineerde, maatregelen met het oog op
een zo spoedig mogelijke voortzetting van de detentie, eventueel in
het penitentiair of een algemeen ziekenhuis. Daartoe kan na
schriftelijke toestemming van de gedetineerde door de medische dienst
van de inrichting ook contact worden gezocht met de door de
gedetineerde geraadpleegde arts.
Artikel 12. Verlofpas
1.Aan een gedetineerde die zonder begeleiding met verlof gaat,
wordt door de inrichting een verlofpas van een door de minister
vastgesteld model verstrekt, waarop eventuele bijzondere voorwaarden
worden vermeld.
2.De gedetineerde draagt de verlofpas buiten de inrichting steeds
bij zich.
Artikel 13. Financiële kwesties
1.De directeur kan de gedetineerde een bijdrage in de reis- en
verblijfkosten verstrekken. De minister geeft nadere richtlijnen
omtrent het bedrag.
2.De gedetineerde is tijdens het verlof niet van rijkswege
verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid.
Hoofdstuk 2. Algemeen verlof
Artikel 14. Voorwaarden
1.Een gedetineerde komt eerst voor algemeen verlof in aanmerking
wanneer hij, al dan niet onherroepelijk, is veroordeeld tot een
vrijheidsstraf en:
a. ingeval de veroordeling onherroepelijk is, hij ten minste
een derde deel van de onvoorwaardelijk opgelegde straf heeft
ondergaan dan wel, ingeval de veroordeling nog niet onherroepelijk
is, de duur van de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd ten
minste gelijk is aan een derde deel van de onvoorwaardelijk
opgelegde straf; en
b. zijn strafrestant nog ten minste drie maanden en ten hoogste
een jaar bedraagt.
2.Bij het bepalen van het strafrestant wordt ook de vervangende
hechtenis op grond van de artikelen 24c en 24d van het Wetboek van
Strafrecht en de gijzeling op grond van artikel 28, eerste lid, Wet
administratieve handhaving verkeersvoorschriften meegeteld.
3.Algemeen verlof wordt niet verleend aan:
a. gedetineerden die verblijven in een inrichting waar het
verlof deel uitmaakt van het regime;
b. gedetineerden aan wie tevens de maatregel van
terbeschikkingstelling met dwangverpleging is opgelegd;
c. gedetineerden die geselecteerd zijn voor, dan wel geplaatst
zijn in, een extra beveiligde of uitgebreid beveiligde inrichting
of afdeling;
d. gedetineerden die geplaatst zijn in een Elektronisch
Detentiehuis als bedoeld in artikel 2a van de Regeling selectie,
plaatsing en overplaatsing gedetineerden.
Artikel 15. Duur
Het algemeen verlof wordt verleend voor een duur van maximaal 60 uur.
Artikel 16. Aantal
1.Het aantal algemene verloven waarom een gedetineerde mag
verzoeken bedraagt maximaal de helft van het aantal maanden
strafrestant, waarbij een maand wordt gesteld op 30 dagen met
afronding van halven en minder naar beneden. Om te bevorderen dat de
verloven zoveel mogelijk gelijkmatig over het strafrestant verspreid
worden, stelt de directeur een verlofschema op. De laatste vijf dagen
van de detentie vindt geen verlof plaats.
2.Wordt als gevolg van mutaties in de detentiegevens de
ontslagdatum van de gedetineerde gewijzigd, dan wordt een nieuw
verlofschema opgesteld.
Artikel 17. Beslissingsbevoegdheid
1.De minister beslist over een eerste verzoek om algemeen verlof
indien:
a. het een gedetineerde betreft die al dan niet onherroepelijk,
is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf langer dan
twee jaar of die veroordeeld is wegens een delict waarbij sprake
was van een grote maatschappelijke onrust; zijn evenwel zowel het
openbaar ministerie als de directeur van mening dat het verlof
niet moet worden verleend, dan doet de directeur de aanvraag af;
b. het openbaar ministerie, al dan niet verplicht geraadpleegd,
anders dan de directeur van mening is dat het verlof niet moet
worden verleend.
2.In alle overige gevallen wordt de beslissing omtrent het verlenen
van algemeen verlof door de directeur genomen.
3.De directeur beslist namens de minister over verzoeken om
vervolgverlof. De directeur neemt een verzoek om vervolgverlof in
behandeling nadat de gedetineerde een eerste algemeen verlof heeft
verkregen en dit verlof goed is verlopen. Incidenten bij of tijdens
het vorige algemeen verlof zijn voor de directeur aanleiding om het
daarop volgende verzoek voor verlof af te wijzen.
Artikel 18. Gewijzigde omstandigheden
In verband met gewijzigde omstandigheden kan de directeur een reeds
verleend algemeen verlof of het daarvan nog resterende gedeelte
intrekken, naar een ander tijdstip verplaatsen of er nadere voorwaarden
aan stellen. Indien de beslissing is genomen door de minister stelt de
directeur hem onverwijld van de gewijzigde omstandigheden in kennis.
Hoofdstuk 3. Regimesgebonden verlof
Artikel 19. Voorwaarden
1. De directeur kan aan gedetineerden die verblijven in een
inrichting waar vierwekelijks verlof deel uitmaakt van het regime,
eenmaal per vier weken regimesgebonden verlof verlenen.
2. Het verlof, bedoeld in het eerste lid, vindt volgens een door de
directeur, na overleg met de gedetineerde, opgesteld verlofschema
plaats in het weekend of gedurende een periode waartoe een algemeen
erkende feestdag behoort. De directeur kan in uitzonderlijke
omstandigheden anders bepalen.
3. Aan gedetineerden die verblijven in een inrichting waar
wekelijks verlof deel uitmaakt van het regime wordt ieder weekend
regimesgebonden verlof verleend.
4. De maximale duur van het verlof, bedoeld in het eerste lid, is
52 uur. Het mag tijdens het verblijf in de inrichting tweemaal tot 76
uur verlengd worden. Aan gedetineerden die zich door goed gedrag
onderscheiden, kan de directeur daarenboven een verlengd verlof
verlenen voor de weekends van Pasen en Pinksteren. Voorts kan hij erin
toestemmen dat het laatste verlof van een jaar en het eerste verlof
van het daaropvolgende jaar desgewenst kan worden verleend als een
verlof voor Kerst respectievelijk voor Nieuwjaar, waarbij een van
beide verloven verlengd mag worden.
5. De maximale duur van het verlof, bedoeld in het derde lid, is 52
uur. Daarenboven kan de directeur verlof verlenen voor de algemeen
erkende feestdagen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de
Algemene termijnenwet.
6. De directeur beslist over weigering of verplaatsing van
regimesgebonden verlof. Na overleg met de gedetineerde stelt de
directeur een verlofschema op.
7. In een beperkt beveiligde inrichting wordt in het laatste
weekend van de detentie geen regimesgebonden verlof verleend,
behoudens bijzondere gevallen.
8. Ten aanzien van het verlof, bedoeld in het eerste lid dan wel
het derde lid wordt advies door de reclassering uitgebracht.
Artikel 20. Uitgesloten van regimesgebonden verlof
1.Aan gedetineerden die nog geen vier werkweken verblijven in een
beperkt beveiligde inrichting wordt geen regimesgebonden verlof
verleend, tenzij het gaat om gedetineerden die in het kader van
detentiefasering in de inrichting worden geplaatst. In dat geval kan
een reeds verleend algemeen verlof dat nog niet heeft plaatsgevonden,
worden omgezet in een regimesgebonden verlof.
2.Aan gedetineerden die verblijven op een normaal beveiligde
afdeling van een beperkt beveiligde inrichting, wordt geen
regimesgebonden verlof verleend.
3.Aan gedetineerden die deelname weigeren, dan wel hun deelname
weigeren voort te zetten aan een traject in het kader van het
programma Terugdringen Recidive wordt geen regimesgebonden verlof
verleend.
Artikel 20a
Gedetineerden die verblijven in een zeer beperkt beveiligde
inrichting die tevens is aangewezen als Elektronisch Detentiehuis als
bedoeld in artikel 2a van de Regeling selectie, plaatsing en
overplaatsing van gedetineerden, komen niet voor regimesgebonden verlof
in aanmerking. Ingeval van overplaatsing van een gedetineerde naar een
Elektronisch Detentiehuis is artikel 9 niet van toepassing.
Hoofdstuk 3a. Verlof tijdens verblijf in een inrichting voor
stelselmatige daders
Artikel 20b
Artikel 4, onder j, is niet van toepassing op het verlenen van verlof
aan een betrokkene, voor zover het verlof zich niet uitstrekt over de
nacht.
Artikel 20c
1.De directeur kan aan een betrokkene ten aanzien van wie de
tenuitvoerlegging tenuitvoerlegging van de intramurale fase van de
maatregel plaatsvindt verlof toekennen. De directeur bepaalt de
frequentie en de duur van het verlof.
2.Het verlof wordt verleend voor ten minste 2 uur en ten hoogste 52
uur per week.
3.Bij de bepaling van de frequentie en het aantal uren verlof houdt
de directeur rekening met de mate waarin vertrouwen bestaat dat het
verlof zonder incidenten zal verlopen.
4.De directeur kan besluiten dat de betrokkene tijdens het verlof
wordt begeleid.
Hoofdstuk 4. Incidenteel verlof
Artikel 21. Voorwaarden
1.Incidenteel verlof kan worden verleend voor het bijwonen van
gebeurtenissen in de persoonlijke sfeer van de gedetineerde, waarbij
zijn aanwezigheid noodzakelijk is.
2.Incidenteel verlof kan indien nodig onder begeleiding of bewaking
plaatsvinden.
3.Incidenteel verlof wordt niet verleend indien de gedetineerde
binnen een maand na de beoogde verlofdatum in aanmerking komt voor
invrijheidstelling of regimesgebonden of algemeen verlof en het
beoogde bezoek in dat kader kan worden afgelegd.
4.Bij de bepaling van de duur van het incidenteel verlof wordt in
ieder geval rekening gehouden met de benodigde reistijd en
beveiliging. Het incidenteel verlof eindigt op de dag waarop het is
aangevangen. Indien de benodigde reistijd dat niet toelaat eindigt het
in ieder geval de daarop volgende dag.
Artikel 22. Bezoek
1.Voordat het incidenteel verlof wordt verleend voor een bezoek aan
een persoon, dient ten aanzien van de te bezoeken persoon vast te
staan dat:
a. de beweerde band bestaat,
b. de relatie hecht is, en
c. de te bezoeken persoon geen bezwaar tegen het bezoek heeft.
2.Incidenteel verlof kan slechts worden verleend in verband met
geboorte, ziekte, lichamelijke of geestelijke gesteldheid of
overlijden van een relatie indien de desbetreffende toestand of
gebeurtenis door een arts respectievelijk de burgerlijke stand is
bevestigd.
3.Uit veiligheidsoverwegingen kunnen aan de plaats van het bezoek
nadere eisen worden gesteld.
Artikel 23. Levensgevaar of ernstige psychische nood
Incidenteel verlof kan worden verleend voor een bezoek aan een in
levensgevaar of ernstige psychische nood verkerende levenspartner, kind,
ouder, broer, zuster, grootouder of schoonouder van de gedetineerde.
Artikel 24. Sterfgeval
1.Incidenteel verlof kan worden verleend voor een bezoek in verband
met het overlijden van de levenspartner, of een kind, ouder, broer,
zuster, grootouder of schoonouder van de gedetineerde.
2.Het bezoek kan bestaan in het bijwonen van de uitvaart, een
rouwbezoek dan wel een bezoek aan graf of columbarium.
3.Het bijwonen van de uitvaart is uitgesloten indien bewaking is
aangewezen.
4.Toestemming voor het bijwonen van de uitvaart of het brengen van
een rouwbezoek kan slechts worden verleend indien de nabestaanden van
de overledenen daartegen geen bezwaar hebben.
Artikel 25. Niet tot reizen in staat zijnde familieleden
1.Incidenteel verlof kan worden verleend voor een bezoek aan een
niet tot reizen in staat zijnde levenspartner, kind en ouder, indien
deze wegens medische of psychische belemmeringen niet in staat is de
inrichting te bezoeken en de gedetineerde gedurende drie maanden niet
heeft kunnen ontmoeten.
2.Incidenteel verlof voor een bezoek aan kind jonger dan 12 jaar
kan daarnaast worden verleend indien redenen van
sociaal-psychologische aard zich tegen een bezoek van het kind aan de
inrichting verzetten, en de gedetineerde het recht op omgang met het
kind niet is ontzegd.
Artikel 26. Kraambezoek
1.Incidenteel verlof kan worden verleend voor een kraambezoek aan
de levenspartner van de gedetineerde en het pasgeboren kind.
2.Behoudens medische complicaties vindt het kraambezoek binnen 14
dagen na de bevalling plaats.
Artikel 27. Onderling gedetineerdenbezoek
1.Incidenteel verlof voor een bezoek aan gedetineerde
levenspartner, kind, ouder, broer en zuster kan slechts worden
verleend indien de gedetineerden elkaar ten gevolge van de detentie
ten minste drie maanden niet hebben ontmoet.
2.Indien de gedetineerden niet in dezelfde inrichting verblijven,
dienen beide inrichtingen met het bezoek in te stemmen.
Artikel 28. Medische, therapeutische en tandheelkundige behandelingen
1.Incidenteel verlof voor medische, psychiatrische,
psychotherapeutische of tandheelkundige behandeling kan alleen worden
verleend na verwijzing door de inrichtingsarts of de
districtspsychiater.
2.Incidenteel verlof voor herhaalde psychotherapeutische
behandeling kan in beginsel slechts worden verleend aan gedetineerden
die zelfstandig kunnen reizen.
Artikel 29. Intakegesprekken
1.Incidenteel verlof voor een intakegesprek kan aan een voorlopig
gehechte gedetineerde worden verleend na bevel van een rechterlijke
autoriteit of het openbaar ministerie, dan wel na verwijzing door de
districtspsychiater of inrichtingsarts.
2.Incidenteel verlof voor een intakegesprek kan aan een
onherroepelijk veroordeelde gedetineerde worden verleend na verwijzing
door de districtspsychiater, de inrichtingsarts of een andere aan de
inrichting verbonden hulpverlener.
3.Incidenteel verlof voor een intakegesprek als bedoeld in het
tweede lid kan niet worden verleend aan gedetineerden die slechts
onder bewaking de inrichting mogen verlaten, tenzij een passend
beveiligingsniveau kan worden gewaarborgd.
Artikel 30. Studie, opleiding en examens
1.Incidenteel verlof in verband met studie of vakopleiding kan
slechts worden verleend indien de studie of vakopleiding voorafgaand
aan de detentie is aangevangen, uitzicht bestaat op een spoedige
afronding en de gedetineerde zelfstandig kan reizen.
2.Incidenteel verlof in verband met deelname aan examens kan
slechts worden verleend indien de gedetineerde zelfstandig kan reizen
of een passend beveiligingsniveau kan worden gewaarborgd.
Artikel 31. Voorbereiding op invrijheidstelling
1.Incidenteel verlof kan worden verleend om de gedetineerde in de
gelegenheid te stellen, praktische voorbereidingen op zijn
invrijheidstelling te treffen.
2.Incidenteel verlof als bedoeld in het vorige lid wordt slechts
verleend indien de invrijheidstelling binnen drie maanden te
verwachten valt en de voorbereidingen niet op een andere wijze kunnen
worden getroffen.
Artikel 32. Beslissingsbevoegdheid
1.De minister beslist indien het openbaar ministerie anders dan de
directeur adviseert tot afwijzing of het een verzoek betreft van een
gedetineerde die behoort tot een bijzondere categorie als bedoeld in
het tweede lid. In de overige gevallen beslist de directeur.
2.De bijzondere categorieën zijn:
a. onherroepelijk veroordeelden aan wie de maatregel van
terbeschikkingstelling met dwangverpleging is opgelegd;
b. personen ten aanzien van wie op grond van artikel 37 Wetboek
van Strafrecht een last tot plaatsing in een psychiatrisch
ziekenhuis is gegeven, en die als passant in een huis van bewaring
wachten op overbrenging naar een dergelijke inrichting;
c. gedetineerden verblijvend in een extra beveiligde
inrichting;
d. gedetineerden verblijvend in een uitgebreid beveiligde
inrichting;
e. gedetineerden verblijvend in een inrichting voor
gedetineerden die een extreem beheersrisico vormen;
f. gedetineerden op de wachtlijst voor opname in een inrichting
genoemd onder c, d en e;
g. gedetineerden die door de Afdeling Individuele Zaken van de
sector Gevangeniswezen van de Dienst Justitiële Inrichtingen
aangemerkt zijn als vlucht- of gemeengevaarlijk;
h. gedetineerden die op grond van artikel 24, eerste lid, van
de wet in afzondering zijn geplaatst;
i. personen die zijn gedetineerd wegens een delict waarbij
sprake was of is van een grote mate van maatschappelijke onrust;
j. gedetineerden die op grond van artikel 87 van de
Faillissementswet in verzekerde bewaring zijn gesteld;
k. gegijzelden en personen die in het kader van lijfsdwang
rechtens van hun vrijheid beroofd zijn;
l. gedetineerden die, al dan niet onherroepelijk, zijn
veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan
twee jaar;
m. gedetineerden die een verzoek voor incidenteel verlof
indienen voor één van de behandelingen genoemd in artikel 28
eerste lid, waarbij geen afdoende beveiliging kan worden
gerealiseerd en ook in overleg met het Penitentiair Ziekenhuis
geen oplossing kan worden bereikt.
Artikel 33. Gewijzigde omstandigheden
In verband met gewijzigde omstandigheden kan de directeur een reeds
verleend incidenteel verlof of het daarvan nog resterende gedeelte
intrekken, naar een ander tijdstip verplaatsen of er nadere voorwaarden
aan stellen. Indien de beslissing is genomen door de minister stelt de
directeur hem onverwijld van de gewijzigde omstandigheden in kennis.
Hoofdstuk 5. Strafonderbreking
Artikel 34. Voorwaarden
Strafonderbreking kan worden verleend wegens zodanig bijzondere
omstandigheden in de persoonlijke sfeer, dat niet kan worden volstaan
met een andere vorm van verlof.
Artikel 35. Duur
Bij het bepalen van de duur van de strafonderbreking wordt rekening
gehouden met de omstandigheden van het geval. De strafonderbreking duurt
minimaal twee etmalen en maximaal drie maanden.
Artikel 36. Bezoek
Strafonderbreking kan worden verleend voor verzorging van een ernstig
zieke levenspartner, kind of ouder, voor het bijwonen van de bevalling
van de levenspartner van de gedetineerde en voor de gevallen bedoeld in
de artikelen 23 en 24. Het bepaalde in artikel 22, eerste en tweede lid,
is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 37. Medische en therapeutische redenen
Strafonderbreking kan worden verleend wegens dringende redenen van
lichamelijke of psychische aard, gelegen in de persoon van de
gedetineerde, indien en voor zover de inrichtingsarts heeft bevestigd
dat deze redenen aan de voortzetting van detentie in de weg staan.
Artikel 38. Zakelijke omstandigheden
1.Strafonderbreking kan eenmalig worden verleend in verband met
dringende omstandigheden van zakelijke aard.
2.De gedetineerde dient aan te tonen dat zijn persoonlijke
aanwezigheid noodzakelijk is en dat de zakelijke belangen al voor
aanvang van de detentie bestonden.
Artikel 39. Beslissingsbevoegdheid
Strafonderbreking kan slechts worden verleend, gewijzigd en
ingetrokken door de minister.
Artikel 40. Gewijzigde omstandigheden
In verband met gewijzigde omstandigheden kan de minister een reeds
verleende strafonderbreking of het daarvan nog resterende gedeelte
intrekken, naar een ander tijdstip verplaatsen of er nadere voorwaarden
aan stellen. Daartoe stelt de directeur de minister onverwijld van de
gewijzigde omstandigheden in kennis.
Hoofdstuk 6. Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel
Artikel 41
Een verzoek om verlof dat ingediend is voor de inwerkingtreding van
deze regeling wordt afgedaan volgens de regels zoals die golden voor de
inwerkingtreding van deze regeling.
Verloven waarvoor voor de inwerkingtreding van deze regeling
toestemming is verleend worden beoordeeld volgens de regels zoals die
golden voor de inwerkingtreding van deze regeling.
Artikel 42. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1999.
Artikel 43. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijk verlaten van
de inrichting.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals.
|
|
|