| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Politiewet 1993 (PolW)
BESLUIT
RANGEN POLITIE
Tekst zoals deze geldt op
22 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 25 oktober 1994, houdende vaststelling van
regels ten aanzien van de rangen van de politie
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 1 juni 1994,
directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie,
hoofdafdeling Personeel, Onderwijs en Informatievoorziening, afdeling
Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. EA94/U1612, gedaan in overeenstemming met
Onze Minister van Justitie, nr. 439825/594/GBJ;
Gelet op artikel 51 van de Politiewet 1993;
De Raad van State gehoord (advies van 27 juni
1994, nr. W04.94.0339);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Binnenlandse Zaken van 10 oktober 1994, directoraat-generaal voor
Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel,
Onderwijs en Informatievoorziening, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr.
EA94/2256;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1. Voor de ambtenaren, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef
en onder a, en onder b indien zij zijn belast met de
opsporing van alle strafbare feiten, en tweede lid van de Politiewet
1993, gelden de volgende rangen:
a. hoofdcommissaris;
b. commissaris;
c. hoofdinspecteur;
d. inspecteur;
e. brigadier;
f. hoofdagent;
g. agent;
h. surveillant van politie;
i. aspirant.
2. Een in het eerste lid eerdergenoemde rang is hoger dan een
later genoemde rang.
Artikel 2
1. De volgende rangen zijn verbonden aan de volgende functies:
a. aspirant voor degene die op grond van artikel 3, eerste, tweede
of derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie is
aangesteld als aspirant;;
b. surveillant van politie voor functies die zijn gewaardeerd op
schaal 4 en 5;
c. agent voor functies die zijn gewaardeerd op schaal 6;
d. hoofdagent voor functies die zijn gewaardeerd op schaal 7;
e. brigadier voor functies die zijn gewaardeerd op schaal 8;
f. inspecteur voor functies die zijn gewaardeerd op schaal 9 en 10;
g. hoofdinspecteur voor functies die zijn gewaardeerd op schaal 11
en 12;
h. commissaris voor functies die zijn gewaardeerd op schaal 13 en
hoger;
i. hoofdcommissaris voor de functie van korpschef van een regionaal
politiekorps en voor de functie van korpschef van het Korps landelijke
politiediensten.
2. De functies, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en
met i, zijn de functies die zijn beschreven en gewaardeerd op
grond van de regeling, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het Besluit
bezoldiging politie.
Artikel 2a
Onverminderd het bepaalde in artikel 45 van het Besluit rechtspositie
vrijwillige politie, gelden voor de ambtenaren van politie aangesteld
voor de uitvoering van de politietaak, bedoeld in artikel 3, eerste lid,
onderdeel c, van de Politiewet 1993, de volgende rangen:
a. aspirant voor degene die is aangesteld als vrijwillige
ambtenaar in opleiding, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel
b, van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;
b. surveillant van politie voor de vrijwillige ambtenaar van
politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die is
belast met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede
lid, van het Besluit taken vrijwillige ambtenaren van politie, en
c. de rangen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b tot
en met g, voor de vrijwillige ambtenaar van politie, aangesteld voor
de uitvoering van de politietaak, die is belast met de
werkzaamheden, bedoeld in artikel 2 van het Besluit taken
vrijwillige ambtenaren van politie.
Artikel 2b
Aan de voorzitter van het college van bestuur van het Landelijk
selectie- en opleidingsinstituut politie, Politie onderwijs- en
kenniscentrum, die is aangesteld als ambtenaar als bedoeld in artikel 3,
eerste lid, onderdeel a, van de Politiewet 1993 kan voor de duur van
zijn voorzitterschap op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties bij koninklijk besluit de rang van
hoofdcommissaris worden toegekend.
Artikel 2c
Aan de ambtenaar die is aangesteld als ambtenaar als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Politiewet 1993 voor wie de
rang van hoofdcommissaris heeft gegolden, kan voor de resterende duur
van deze aanstelling op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties bij koninklijk besluit de titulaire rang
van hoofdcommissaris worden toegekend.
Artikel 2d
Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van
de Politiewet 1993, die is aangesteld in een functie waaraan de rang van
commissaris is verbonden en die op uitzonderlijke wijze heeft
bijgedragen tot de behartiging van de belangen van de Nederlandse
politie, kan voor de resterende duur van deze aanstelling op voordracht
van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij
koninklijk besluit de titulaire rang van hoofdcommissaris worden
toegekend.
Artikel 3
1. De ambtenaar die in een reorganisatie als bedoeld in artikel
55i Besluit algemene rechtspositie politie, negatief verticaal
geplaatst is, behoudt, indien hij daartoe een aanvraag heeft gedaan,
de rang die is verbonden aan de functie waaraan dezelfde salarisschaal
is verbonden als de salarisschaal die is opgenomen in bijlage I van
het Besluit bezoldiging politie en die voor hem gold voor het tijdstip
waarop de negatieve verticale plaatsing plaatsvond.
2. Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, na de termijn
van vijf jaren niet in een functie is geplaatst waaraan dezelfde
salarisschaal is verbonden als de salarisschaal die is opgenomen in
bijlage I van het Bezoldigingsreglement politie 1958 en die voor hem
gold voor het tijdstip waarop de negatieve verticale plaatsing
plaatsvond, wordt, indien de ambtenaar daartoe de aanvraag heeft gedaan,
de termijn van vijf jaren verlengd.
Artikel 4
De ambtenaar, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Politiewet
1993, die tot en met 31 maart 1994 de rang bekleedde van commissaris van
rijkspolitie en die een functie bekleedt die is gewaardeerd op schaal 12
heeft de rang van commissaris.
Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2002]
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt
terug tot en met 1 april 1994.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rangen politie.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 25 oktober 1994
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
H.F. Dijkstal
Uitgegeven de tweeëntwintigste november 1994
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|
|