St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Politiewet 1993 (PolW)

 

BESLUIT  TAKEN  VRIJWILLIGE  AMBTENAREN  VAN  POLITIE

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2012

Vervallen m.i.v. 1 januari 2013

 

 

 

 
BESLUIT van 3 mei 1994, houdende de taken van vrijwillige ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, gedaan mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken, van 3 maart 1994, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 424464/94/6;
     Gelet op artikel 5, eerste lid, van de Politiewet 1993;
     De Raad van State gehoord (advies van 5 april 1994, nr. W03.94.0118);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie uitgebracht mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken, van 15 april 1994, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 433817/94/6, EA 94/U 1277;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

1. De vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, wordt belast met een of meer van de volgende werkzaamheden:

a. het surveilleren, het treffen van maatregelen ter handhaving van de openbare orde en het verlenen van hulp op openbare plaatsen,

b. het opsporen van overtredingen en misdrijven waarop als hoofdstraf maximaal een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een geldboete van de vierde categorie is gesteld,

c. het vaststellen van gedragingen als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften,

d. het houden van toezicht op en het verzorgen van ingeslotenen, en

e. het verrichten van werkzaamheden op de meldkamer en de receptie van het politiebureau en van administratieve werkzaamheden.

2. De vrijwillige ambtenaar kan tevens, met instemming van het bevoegd gezag, worden ingezet bij specialistische werkzaamheden die niet behoren tot de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, voor zover hij beschikt over de daarvoor vereiste opleiding en ervaring. Tot specialistische werkzaamheden wordt in ieder geval gerekend assistentie bij opsporingsonderzoeken naar andere misdrijven dan die bedoeld in het eerste lid, onder b.

3. Onder ingeslotene, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt verstaan degene die rechtens van zijn vrijheid is beroofd. Onder ingeslotene wordt mede verstaan degene die ten behoeve van hulpverlening aan hem op het politiebureau is ondergebracht.

Artikel 2

Onverminderd het bepaalde in artikel 1, kan de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, na instemming van de korpsbeheerder, zelfstandig dan wel in voorkomende gevallen onder begeleiding van een ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Politiewet 1993, met eenzelfde rang of een hogere rang, de werkzaamheden uitoefenen die verband houden met de volledige politietaak voor zover hij beschikt over de daarvoor vereiste opleiding en ervaring.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit taken vrijwillige ambtenaren van politie.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 3 mei 1994

 

BEATRIX

 

De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

De Minister van Binnenlandse Zaken,
E. van Thijn

 

Uitgegeven de negentiende mei 1994
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Politiewet 1993 | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x