|
De Minister van
Defensie;
Gelet op artikel 63, eerste lid, van de
Politiewet 1993;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. beheerder: de Minister van Defensie;
b. ambtenaar: militair van de Koninklijke Marechaussee dan wel
van enig ander onderdeel van de krijgsmacht;
c. klacht: een schriftelijke dan wel mondelinge uiting van
ongenoegen over een gedraging van een ambtenaar bij de uitvoering
van een in de Politiewet 1993 omschreven taak;
d. klager: de indiener van een klacht;
e. commissie: de commissie, bedoeld in artikel 3;
f. klachtcoördinator: de functionaris, bedoeld in
artikel 4.
Artikel 2. Verantwoordelijkheid beheerder
De beheerder is verantwoordelijk voor de behandeling, de registratie
en de publicatie van klachten over ambtenaren van de Koninklijke
Marechaussee dan wel van enige ander onderdeel van de krijgsmacht in de
uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 6, eerste lid,
artikel 59, eerste lid, of artikel 60, eerste lid, van de
Politiewet 1993.
Artikel 3. Klachtencommissie
1. Er is een ‘Klachtencommissie
politietaken Koninklijke Marechaussee/krijgsmacht’ die bestaat uit een
oneven aantal, doch ten minste uit drie, onafhankelijke leden.
2. De leden worden voor een periode van drie jaar door de
Minister van Defensie benoemd. De leden zijn eenmaal opnieuw te
benoemen.
3. De beheerder wijst een secretaris aan. De secretaris is geen
lid van de commissie.
4. De commissie is belast met de behandeling van en de advisering
aan de beheerder over klachten die niet door middel van overleg met de
klager of door middel van bemiddeling worden afgehandeld. De commissie
kan de beheerder gevraagd of ongevraagd advies geven over de behandeling
van andere klachten.
5. In het geval een advies strekt tot het niet in behandeling
nemen van een klacht in verband met het bepaalde in het eerste of het
tweede lid van artikel 9:8 van de Algemene wet bestuursrecht, kan
de commissie de advisering opdragen aan haar voorzitter.
6. De commissie stelt in een huishoudelijk reglement nadere
regels vast omtrent haar werkwijze.
Artikel 4. Klachtcoördinator
De beheerder wijst een ambtenaar aan die in de functie van
klachtcoördinator is belast met de coördinatie van de
klachtbehandeling en met de registratie van alle ontvangen klachten.
Artikel 5. Indiening klacht
Klachten die mondeling worden ingediend en niet terstond tot
tevredenheid van de klager kunnen worden afgedaan, worden door de
ambtenaar die de klager te woord staat op diens verzoek op schrift
gesteld en, na ondertekening door de klager, doorgeleid naar de
beheerder.
Artikel 6. Ontvangstbevestiging klaagschrift
1. De klachtcoördinator zorgt ervoor dat
de indiener van een klaagschrift dan wel degene wiens mondeling
ingediende klacht op schrift is gesteld, binnen een week na ontvangst
daarvan bij de beheerder een ontvangstbevestiging en informatie over de
procedure van klachtbehandeling wordt toegezonden. Indien een klacht om
advies aan de commissie wordt voorgelegd, deelt de beheerder dit zo
spoedig mogelijk mee aan de klager.
2. Indien een klaagschrift niet voldoet aan de eisen van
artikel 9:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht of
indien het klaagschrift met toepassing van artikel 9:4, derde lid,
van de Algemene wet bestuursrecht dient te worden vertaald, wordt de
klager in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na de
ontvangstbevestiging het verzuim te herstellen dan wel om voor een
vertaling te zorgen.
3. Indien de klager binnen genoemde termijn van twee weken niet
overgaat tot herstel van het verzuim of tot de indiening van een
vertaling, kan de beheerder besluiten de klacht buiten behandeling te
laten. De klager wordt daarover binnen twee weken na het verstrijken van
de hiervoor bedoelde termijn van twee weken geïnformeerd. Daarbij wordt
hij gewezen op de mogelijkheid om vervolgens een klacht in te dienen bij
de Nationale ombudsman.
Artikel 7. Mededeling inzake niet in
behandeling nemen klacht
Indien een klacht in verband met het bepaalde in het eerste of het
tweede lid van artikel 9:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet
voor behandeling in aanmerking komt, doet de beheerder de klager
daarover uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift
schriftelijk en gemotiveerd mededeling. De klager wordt daarbij gewezen
op de mogelijkheid om vervolgens een klacht in te dienen bij de
Nationale ombudsman.
Artikel 8. Advisering door burgemeester en
hoofdofficier van justitie
1. Indien van toepassing worden de
burgemeester, de hoofdofficier van justitie van de regio binnen welke de
gemeente is gelegen waar de gedraging waarover wordt geklaagd heeft
plaatsgevonden en de hoofdofficier van justitie te Arnhem in de
gelegenheid gesteld om over de klacht advies uit te brengen en ontvangen
zij van de klachtcoördinator desgewenst een kopie van de stukken die op
de klacht betrekking hebben.
2. De beheerder stelt de burgemeester en de hoofdofficier een
termijn waarbinnen zij over de klacht advies kunnen uitbrengen.
Artikel 9. Klachtbehandeling
1. Binnen twee weken na de ontvangst van
een klacht wordt overleg gevoerd met de klager. Dit overleg dient er
onder andere toe om vast te stellen of de klacht door middel van
bemiddeling kan worden afgehandeld, en om vast te stellen in hoeverre de
klacht voor verdere behandeling in aanmerking komt.
2. Van het voeren van overleg, als in het vorige lid, bedoeld,
kan worden afgezien indien de beheerder van oordeel is dat zulks in het
desbetreffende geval niet zinvol is.
3. Indien overleg of bemiddeling leidt tot een oplossing waarmee
de klager tevreden is, wordt de klacht niet verder behandeld. De klager
en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, worden
schriftelijk geïnformeerd over de beëindiging van de
klachtbehandeling.
4. In de gevallen waarin overleg met de klager of bemiddeling
niet leidt tot tevredenstelling van de klager, wordt de behandeling van
de klacht voortgezet met inachtneming van de bepalingen van de
afdelingen 9.2 en 9.3 van de Algemene wet bestuursrecht.
5. Bij de voortgezette behandeling van de klacht wordt recht
gedaan aan het beginsel van hoor en wederhoor; de klager en degene op
wiens gedraging de klacht betrekking heeft, worden geïnformeerd over
elkaars standpunt en krijgen de gelegenheid daar op te reageren.
Artikel 10. Verdaging
Indien de beheerder er niet in slaagt een klacht binnen tien weken
of, indien de klacht ter behandeling en advisering aan de commissie is
voorgelegd, binnen veertien weken na ontvangst van het klaagschrift, af
te doen, draagt hij er zorg voor dat de klager en degene op wiens
gedraging de klacht betrekking heeft vóór het verstrijken van de van
toepassing zijnde termijn een mededeling van verdaging wordt gezonden.
Artikel 11. Oordeel beheerder
1. De beheerder geeft in zijn
afdoeningsbrief een gemotiveerd oordeel over de gegrondheid van de
klacht. Hij zendt een kopie van zijn brief in ieder geval aan de klager,
aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, alsmede aan de
commissie, voor zover die de klacht heeft behandeld.
2. Indien de burgemeester en/of de hoofdofficier van justitie
gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid over de klacht advies uit te
brengen, zendt de beheerder ook aan hen een kopie van zijn
afdoeningsbrief.
3. Bij het toezenden van zijn afdoeningsbrief aan de klager,
wijst de beheerder deze op de mogelijkheid vervolgens een klacht in te
dienen bij de Nationale ombudsman.
Artikel 12. Registratie van.klachten
De klachtcoördinator zorgt er namens de beheerder voor dat iedere
klacht wordt geregistreerd. Bij de registratie worden gegevens opgenomen
over de aard van de gedraging waarover is geklaagd, over de wijze van
indiening en van behandeling van de klacht, over de doorlooptijd, en –
indien van toepassing – over het oordeel van de beheerder over
eventueel genomen maatregelen naar aanleiding van de klacht. Voor zover
de commissie over de klacht heeft geadviseerd, wordt ook dit advies in
de registratie opgenomen.
Artikel 13. Publicatie
De beheerder draagt er zorg voor dat de in het vorige artikel
bedoelde geregistreerde gegevens jaarlijks op overzichtelijke en
geanonimiseerde wijze worden gepubliceerd. Deze publicatie gaat
vergezeld van een toelichting, waarin wordt aangegeven in hoeverre
bepaalde klachten wijzen op structurele tekortkomingen in het
functioneren van de ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee of van
enig ander onderdeel van de krijgsmacht, en waarin wordt ingegaan op
eventuele maatregelen om gesignaleerde knelpunten op te lossen.
Artikel 14. Machtiging
1. Aan de bevelhebber van de Koninklijke
Marechaussee wordt machtiging verleend tot:
a. de afdoening van klachten als bedoeld in artikel 1,
onder c;
b. het aanwijzen van een klachtcoördinator als bedoeld in
artikel 1, onder f;
c. het doen van de publicatie, bedoeld in artikel 13.
2. De bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee maakt geen
gebruik van de machtiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a,
indien hij bij de gedraging waarop de klacht betrekking heeft
rechtstreeks is betrokken.
Artikel 15. Intrekking oude klachtenregeling
De regeling van de Minister van Defensie van 20 augustus 1997 (nr. C97/41197002059),
houdende een klachtenregeling politietaken Koninklijke
marechaussee/krijgsmacht (Stcrt. 1997, 162), wordt
ingetrokken.
Artikel 16. datum inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en
werkt terug tot en met 1 maart 2004.
Artikel 17. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Klachtenregeling politietaken
Koninklijke Marechaussee/krijgsmacht 2004.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 29 april 2004.
De Minister van Defensie,
H.G.J. Kamp.
|