| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Politiewet 1993 (PolW)
KLEDINGREGELING
VOOR DE POLITIE
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
REGELING van de Minister van Binnenlandse Zaken, nr.
EA94/U907, houdende regels voor de kleding van de politie
De Minister
van Binnenlandse Zaken;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Justitie;
Gelet op artikel artikel 49, tweede lid, van de
Politiewet 1993 en artikel 56, eerste lid, van het Besluit algemene
rechtspositie politie;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. uniform: het samenstel van de in bijlage 1 genoemde
kledingstukken en de in bijlage 2 genoemde uitmonstering;
b. dienstkleding: de door de beheerder aan de ambtenaar
verstrekte kleding, niet zijnde het uniform.
c. beheerder:
1Ί. voor de regionale politiekorpsen de
burgemeester, bedoeld in artikel 23 van de Politiewet 1993;
2Ί. voor het Korps landelijke
politiediensten de Minister van Veiligheid en Justitie;
d. ambtenaar: de ambtenaren, genoemd in artikel 56, eerste
lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie en de vrijwillige
ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 15 van het Besluit
rechtspositie vrijwillige politie.
Artikel 2
1. De beheerder draagt er zorg voor dat het uniform en de
dienstkleding bestaan uit de in bijlage 1 genoemde kledingstukken voor
de basistaken en de door de beheerder toegewezen bijzondere taken.
2. De ambtenaar is verantwoordelijk voor de reiniging van
overhemden/blouses, poloshirts, sokken en onderkleding. De aan de
reiniging verbonden kosten zijn voor rekening van de ambtenaar.
3. De beheerder draagt er zorg voor dat onder de omstandigheden
waarin het nodig is dat de aanwezigheid van de ambtenaar zichtbaar is,
deze ambtenaar een zichtbaarheidsvest, blouson, parka, regenkleding of
regencape als bedoeld in bijlage 1 draagt.
Artikel 3
De beheerder geeft in een reglement aan:
a. welke in bijlage 1 genoemde kledingstukken en in bijlage 2
genoemde uitmonstering verstrekt worden;
b. de wijze van verstrekking van het uniform;
c. op welke wijze het uniform wordt gedragen met dien verstande
dat het witte overhemd in combinatie met de tuniek wordt gedragen en
het blauwe overhemd in combinatie met de blouson wordt gedragen;
d. op welke wijze het uniform wordt onderhouden.
Artikel 4
1. Het uniform is eigendom van de regio waar de ambtenaar in
dienst is, dan wel van de Staat indien de ambtenaar werkzaam is bij
het Korps landelijke politiediensten.
2. De ambtenaar is verantwoordelijk voor het hem verstrekte
uniform.
Artikel 5
Het uniform dat aan de ambtenaar is verstrekt, wordt door de
beheerder ingenomen bij:
a. de vervanging van het uniform,
b. het overlijden van de ambtenaar, of
c. het ontslag van de ambtenaar uit de politiedienst.
Artikel 6
De beheerder draagt er zorg voor dat het uniform niet in handen van
onbevoegden terecht komt.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 1994.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Kledingregeling voor de politie.
Deze regeling zal in de Staatscourant
en het Algemeen Politieblad worden geplaatst, met uitzondering van de
bijlage 3, die op het ministerie van Binnenlandse Zaken ter inzage wordt
gelegd.
's-Gravenhage, 25 maart 1994.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
E. van Thijn.
Bijlage 1, behorende bij artikel 1,
onderdeel a, van de Kledingregeling voor de politie
Kledingstukken
Basisuniformpakket (heren/dames)
Het pakket bestaat uit:
blouson
bontmuts
col
colbert
dienstonderscheidingstekens
halsdoek
handschoenen
koppel
lijfriem
naamplaatje
overhemd/blouse
overjas
pantalon/ rok
parka
pet /hoed
politiebrevet
rangonderscheidingstekens
regenbroek
schoenen
slip-over
sokken
stropdas/lavalliθre
trui
vangsnoer/armkoord
witte handschoenen
zichtbaarheidvest
Bijzondere pakketten
a. Uniform motorrijders (heren/dames)
col
halsdoek
helm
motorhandschoenen
motorlaarzen
motorpak, zomer- en winter uitvoering
onderkleding
poloshirt korte mouw
poloshirt lange mouw
regenkleding
tochtkraag
windstopper
zonnebril
b. Uniform beredenen (heren/dames)
blouson
col
handschoenen
helm
onderkleding
parka
poloshirt korte mouw
poloshirt lange mouw
regenbroek
regencape
rijbroek
rijlaarzen
Voor oefenwerkzaamheden;
helm
poloshirt korte mouw
poloshirt lange mouw
c. Uniform hondengeleiders (heren/dames)
cap
poloshirt korte mouw
poloshirt lange mouw
schoenen
werkbroek
Voor oefenwerkzaamheden;
werkpak
d. Uniform bikers (heren/dames)
blouson
handschoenen
helm
helmmuts
korte broek
lange broek
onderkleding
onderjack/windstopper
poloshirt
poloshirt
schoenen
sokken
zonnebril
e. uniform waterpolitie/uniform strand- en recreatiepolitie
(heren/dames)
waterpolitie
blouson
col
parka
veiligheidsschoenen
voor strand- en recreatiepolitie
korte broek
poloshirt
schoenen
sokken
f. uniform Mobiele Eenheden (heren/dames)
cap
helm
ME-bovenkleding
ME-handschoenen
ME-onderkleding
ME-schoenen
poloshirt korte mouw
poloshirt lange mouw
protectiemiddelen
sokken
g. uniform Verkeerspolitie (heren/dames)
blouson
overbroek
parka
h. Uniform t.b.v. operationeel ondersteunende medewerkers met
publiekscontacten (heren/dames)
blouson
col
colbert
handschoenen
koppel/riem
overhemd/blouse
onderkleding
pantalon
parka
poloshirt korte mouw
poloshirt lange mouw
regenkleding
schoenen
slip-over
sokken
sportkleding
sportschoenen
stropdas
trui
veiligheidsschoenen
werkbroek
werkhandschoenen
werkjas
Bijlage 2, behorende bij artikel 1, onderdeel a, van de
Kledingregeling voor de politie
Uitmonstering
Het Politiebrevet
1. Het politiebrevet bestaat uit de afbeelding, zoals deze is
opgenomen in hoofdstuk 7 van het handboek politielogo en huisstijl,
dat ter inzage ligt bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
2. Het politiebrevet wordt gedragen door de uniformdragende
ambtenaar, zijnde een ambtenaar als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
of artikel 2a, tweede lid, van het Besluit rangen politie, en beλdigd
als bedoeld in artikel 9 van het Besluit algemene Rechtspositie
Politie, alsmede door de uniformdragende ambtenaar, belast met
operationele taken met publiekscontacten, niet zijnde een ambtenaar
als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of artikel 2a, tweede lid, van
het Besluit rangen politie, maar wel beλdigd als bedoeld in artikel 9
van het Besluit algemene Rechtspositie Politie, op het colbert, de
parka en de blouson en wel op de rechterborst, in de daarvoor in het
betreffende kledingstuk aangebrachte bevestigingsopeningen. Op overige
kledingstukken wordt geen politiebrevet gedragen.
Het politie-logo en het politie-beeldmerk
1. Het politie-logo bestaat uit de afbeelding, zoals opgenomen in
hoofdstuk 7 van het handboek politielogo en huisstijl.
2. Het politie-beeldmerk uit het politielogo bestaat uit de
afbeelding, zoals opgenomen in hoofdstuk 7 van het handboek
politielogo en huisstijl.
3. Het politie-logo en het -beeldmerk worden op de uniformkleding
gedragen overeenkomstig de in hoofdstuk 7 van het handboek politielogo
en huisstijl neergelegde aanwijzingen.
De onderscheidingstekens
1.
a. hoofdcommissaris en hoofdcommissaris titulair
Op de schouderbedekkingen:
Een horizontale lauwertak, twee gekruiste zwaarden en een
rijkskroon, in goud uitgevoerd.
Op de petklep:
Een gouden borduursel van eikebladeren, breed 13 mm, bezet met
6 eikels, aangebracht op een afstand van 5 mm van het omboordsel.
Dit borduursel is eveneens aangebracht langs de bovenrand, waar de
klep aan de opstaande rand van de pet is bevestigd.
b. commissaris:
Op de schouderbedekkingen:
Een horizontale lauwertak met rijkskroon, in goud uitgevoerd.
Op de petklep:
Een gouden borduursel van eikebladeren, breed 13 mm, bezet met
6 eikels, aangebracht op een afstand van 5 mm van het omboordsel.
c. hoofdinspecteur:
Op de schouderbedekkingen:
Een galon met rijkskroon, in goud uitgevoerd.
Op de petklep:
Een gouden borduursel van eikebladeren, aangebracht op een
afstand van 5 mm van het omboordsel.
d. inspecteur:
Op de schouderbedekkingen:
Een rijkskroon, in goud uitgevoerd.
Op de petklep:
Een gouden galon, breed 10 mm, aangebracht op een afstand van 5
mm van het omboordsel.
e. brigadier:
Op de schouderbedekkingen:
Twee gebogen lauwertakken, waarin een kleine rijkskroon met
zwaard is geplaatst, in goud uitgevoerd.
f. hoofdagent:
Op de schouderbedekkingen:
Vier goudkleurige galons.
g. agent:
Op de schouderbedekkingen:
Drie goudkleurige galons.
h. surveillant van politie:
Op de schouderbedekkingen:
Twee goudkleurige galons.
i. adspirant:
Op de schouderbedekkingen:
Eιn goudkleurige galon.
2. De onderscheidingstekens voldoen aan de modellen en technische
voorschriften, zoals opgenomen in hoofdstuk 7 van het handboek
politielogo en huisstijl.
3. De schouderbedekkingen voor de uniformdragende ambtenaar, belast
met operationele taken met publiekscontacten, niet zijnde een
ambtenaar als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of artikel 2a, tweede
lid, van het Besluit rangen politie, maar wel beλdigd als bedoeld in
artikel 9 van het Besluit algemene Rechtspositie Politie, bestaan uit:
op het overhemd een epaulet, nassaublauw, voorzien van een
geborduurd, goudkleurig logo:
op het colbert een metalen goudkleurig logo (formaat
kraag-logo overjas);
op de parka/blouson een blauwzwarte schuifpassant voorzien
van een geborduurd, goudkleurig logo.
Het vangsnoer
Het vangsnoer (voor de heren) en het armsnoer (voor de dames), zoals
afgebeeld in hoofdstuk 7 van het handboek politielogo en huisstijl,
wordt op aanwijzing van de korpsbeheerder op het colbert gedragen aan de
linker schouder, c.q. de linker arm bij officiλle of feestelijke
gelegenheden.
Dienstonderscheidingstekens
1. Varend politiepersoneel
De uitmonstering van varend personeel is gelijk aan de onder A tot
en met D beschreven uitmonstering.
Door degenen die deel uitmaken van een onderdeel dat meer specifiek
is belast met de uitoefening van de politietaak te water en die hebben
voldaan aan de hiertoe door hun Dienst- of Unithoofd vastgestelde
opleidingseisen, wordt daarnaast het volgende
dienstonderscheidingsteken gedragen: een goudkleurig onklaar anker,
zoals afgebeeld in hoofdstuk 7 van het handboek politielogo en
huisstijl.
2. Vliegend politiepersoneel
De uitmonstering van het vliegend personeel is gelijk aan de onder
A tot en met D beschreven uitmonstering.
Door degenen die deel uitmaken van een onderdeel dat meer specifiek
is belast met de uitoefening van de politietaak door middel van de
luchtvaart en die bevoegd zijn tot het besturen van
politie-luchtvaartuigen wordt daarnaast het volgende
dienstonderscheidingsteken gedragen: een goudkleurige metalen wing met
in het midden het beeldmerk uit het politielogo, zoals afgebeeld in
hoofdstuk 7 van het handboek politielogo en huisstijl.
3. De dienstonderscheidingstekens worden gedragen op het colbert,
de parka en de blouson, en wel op de linkerborst ter hoogte van de
oksel.
4. De dienstonderscheidingstekens voldoen aan de modellen en
technische voorschriften, zoals opgenomen in hoofdstuk 7 van het
handboek politielogo en huisstijl.
Bijlage 3 [Vervallen per 08-12-2010]
|
|
|