| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Politiewet 1993 (PolW)
REGELING
CRIMINELE INLICHTINGEN EENHEDEN
Tekst zoals deze geldt op
25 januari 2012
|
|
|
De Ministers van
Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie;
Gezien het advies van de Registratiekamer;
Gelet op de artikelen 38b, 46 en 48 van
de Politiewet 1993 en de artikelen 2, 4, 5, 5a en 5b van
het Besluit beheer regionale politiekorpsen;
Besluiten:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. criminele inlichtingeneenheid:
de eenheid bij de regionale politiekorpsen, bedoeld in artikel 5,
eerste lid, van het Besluit beheer regionale politiekorpsen alsmede de
eenheid bij het Korps landelijke politiediensten, bij de bijzondere
ambtenaren van politie (rijksrecherche) en bij de Koninklijke
marechaussee, belast met de taak, bedoeld in artikel 2;
b. nationale criminele inlichtingen eenheid:
de eenheid bij de divisie Centrale Recherche Informatie van het
Korps landelijke diensten als bedoeld in artikel 8;
c. Ministers:
de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties gezamenlijk;
d. informantgegevens:
gegevens omtrent een persoon, bedoeld in artikel 12, zevende lid,
van de Wet politiegegevens;
e. criminele inlichtingen:
gegevens, die in aanmerking komen voor verwerking op grond van
artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens;
f. verantwoordelijke:
de verantwoordelijke, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wet
politiegegevens;
g. CIE-officier van justitie:
de als zodanig aangewezen officier van justitie, verantwoordelijk
voor de taakuitoefening van de CIE.
Artikel 2
Criminele inlichtingen eenheden zijn belast met de
informatievoorziening in het kader van de uitvoering van de politietaak,
voorzover het betreft misdrijven artikel 10, eerste lid, onderdeel a,
van de Wet politiegegevens.
Artikel 3
1. Criminele inlichtingen eenheden werken overeenkomstig deze
regeling met elkaar samen.
2. De samenwerking tussen de criminele inlichtingen eenheden strekt
tot een zo doelmatig en doeltreffend mogelijke taakvervulling en
bestaat in ieder geval uit:
a. een uniforme gegevensverwerking als bedoeld in de artikelen
4 en 5;
b. onderlinge gegevensuitwisseling als bedoeld in artikel 6;
c. structurele gegevensverstrekking aan de nationale criminele
inlichtingen eenheid als bedoeld in artikel 7.
Artikel 4
1. Criminele inlichtingen eenheden verrichten in ieder geval de
volgende werkzaamheden:
a. het verzamelen en verifiëren van criminele inlichtingen;
b. Het verwerken van criminele inlichtingen in een bestand, als
bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet politiegegevens;
c. het bevorderen van het gericht inwinnen en aanvullen van
criminele inlichtingen en andere gegevens die in het kader van de
strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde in aanmerking komen
voor verwerking op grond van de Wet politiegegevens;
d. het analyseren van criminele inlichtingen en het aan de hand
daarvan:
1°. signaleren van criminaliteitsontwikkelingen, voorzover
het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 10, eerste lid,
onderdeel a, van de Wet politiegegevens;
2° periodiek verslag doen ten behoeve van
criminaliteitsbeelden;
e. het ter beschikking stellen van criminele inlichtingen
overeenkomstig artikel 10, vijfde lid, van de Wet politiegegevens.
2. Ten behoeve van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid,
maken criminele inlichtingen eenheden gebruik van de door de Ministers
aangewezen geautomatiseerde verwijzingsindex.
3. De uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid,
onder c, met medewerking van personen als omschreven in artikel 1,
onder d, wordt uitsluitend verricht door de criminele inlichtingen
eenheid.
Artikel 5
Criminele inlichtingen eenheden verwerken informantgegevens
overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet politiegegevens,
onder gelijktijdige codetoekenning. Informantgegevens kunnen slechts
worden verwerkt met het oog op de doeleinden, bedoeld in artikel 12,
eerste lid, van de Wet politiegegevens.
Artikel 6
1. Criminele inlichtingen eenheden wisselen onderling, gevraagd en
ongevraagd, criminele inlichtingen uit indien dit van belang kan zijn
voor de uitvoering van de politietaak. Daartoe wordt gebruikgemaakt
van het modelformulier dat is opgenomen in bijlage I bij deze
regeling.
2. Twee ambtenaren van de criminele inlichtingen eenheid worden
aangewezen met het oog op de autorisatie als bedoeld in artikel 2:5,
eerste lid, van het Besluit politiegegevens ten aanzien van het
bestand met criminele inlichtingen bij de overige criminele
inlichtingen eenheden.
3. de verantwoordelijke draagt ervoor zorg voor dat aan de
ingevolge het tweede lid aangewezen en hem bekendgemaakte ambtenaren
van andere criminele inlichtingen eenheden autorisatie wordt verleend.
Artikel 7
1. Criminele inlichtingen eenheden stellen de nationale criminele
inlichtingen eenheid in kennis van:
a. criminele inlichtingen die van nationale of internationale
betekenis zijn;
b. personalia of bedrijfsgegevens van overeenkomstig artikel
10, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet politiegegevens
geregistreerde personen in de door de Ministers aangewezen
geautomatiseerde verwijzingsindex;
c. codes als bedoeld in artikel 5;
d. overige informatie die van belang kan zijn voor de
landelijke en internationale coördinatie en ondersteuning door de
nationale criminele inlichtingen eenheid.
2. Ter uitvoering van het eerste lid, onder b, en met het oog op de
verstrekking van de gegevens als opgenomen in bijlage II van deze
regeling maken de criminele inlichtingen eenheden gebruik van de door
de Ministers aangewezen geautomatiseerde verwijzingsindex.
Artikel 8
1. De nationale criminele inlichtingen eenheid registreert:
a. criminele inlichtingen, voorzover deze gegevens van
nationale of internationale betekenis zijn;
b. personalia of bedrijfsgegevens van overeenkomstig artikel
10, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet politiegegevens
geregistreerde personen in de door de Ministers aangewezen
geautomatiseerde verwijzingsindex;
c. codes die zijn toegewezen in het kader van de registratie
als bedoeld in artikel 5.
2. De nationale criminele inlichtingen eenheid analyseert de
gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a, en verstrekt mede aan de
hand daarvan de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, aan
hen die daarop bij of krachtens de Wet politiegegevens aanspraak
kunnen maken.
Artikel 9
1. De ambtenaar die deel uit maakt van een criminele inlichtingen
eenheid voldoet aan de eindtermen van de door de Ministers aan te
wijzen vervolgopleiding.
2. de verantwoordelijke draagt ervoor zorg dat de kennis en
vaardigheden van de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, worden
onderhouden op minimaal het niveau van de aan de in het eerste lid
bedoelde eindtermen.
artikel 10
1. de verantwoordelijke bepaalt de termijn gedurende welke de
ambtenaar die belast is met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4,
eerste lid, onder c, ononderbroken deel uitmaakt van een criminele
inlichtingen eenheid.
2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, is ten hoogste vier jaar
en kan tweemaal met twee jaar worden verlengd.
3. Voor de ambtenaar die voor de inwerkingtreding van deze regeling
is aangesteld, gaat de termijn, bedoeld in het eerste lid, in op het
tijdstip, bedoeld in het artikel 13, eerste lid.
Artikel 11
1. De bij de criminele inlichtingen eenheid in gebruik zijnde
vertrekken zijn afsluitbaar en beveiligd. Tot deze vertrekken hebben
slechts toegang ambtenaren die deel uitmaken van de criminele
inlichtingen eenheid, personen die door deze ambtenaren worden
begeleid en de CIE-officier van justitie.
2. In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, kan de
korpsbeheerder aan anderen toegang zonder begeleiding toestaan, indien
het betreden van de vertrekken alleen kan plaatsvinden nadat
identiteitsgegevens elektronisch zijn vastgelegd en de toegang
noodzakelijk is vanuit de verantwoordelijkheid voor de ambtenaren van
de criminele inlichtingen eenheid.
3. Bij afwezigheid van ambtenaren van de criminele inlichtingen
eenheid zijn de vertrekken deugdelijk afgesloten.
Artikel 12
de verantwoordelijke draagt ervoor zorg dat onbevoegde kennisneming
van criminele inlichtingen en informantgegevens niet kan plaatsvinden.
In dat kader ziet de verantwoordelijke erop toe dat:
a. deze informatie niet door onbevoegden waarneembaar is;
b. deze informatie niet zonder toestemming wordt vermenigvuldigd
of vernietigd dan wel uit de vertrekken, bedoeld in artikel 11,
wordt meegenomen;
c. informatiedragers op afdoende wijze vernietigd kunnen worden;
d. toegang tot geautomatiseerde registers wordt beveiligd met een
gebruikersnaam en periodiek wisselende wachtwoorden;
e. bij geautomatiseerd transport van criminele inlichtingen
voldoende beveiligingsmaatregelen worden getroffen;
f. bij gebruik van een netwerksysteem voldoende
beveiligingsmaatregelen zijn getroffen tegen het verloren gaan van
de informatie en ter voorkoming van onbevoegde bevraging.
Artikel 13
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2000.
2. Op het tijdstip, genoemd in het eerste lid, wordt de
CID-regeling 1995 ingetrokken.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling criminele inlichtingen
eenheden.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries.
De Minister van Defensie,
F.H.G. de Grave.
Bijlage 1 bij de Regeling criminele
inlichtingen eenheden
[Illustraties verwijderd]
Bijlage 2 van de CIE-regeling 2000
[Illustratie verwijderd]
|
|
|