| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Politiewet 1993 (PolW)
REGELING
INFILTRATIETEAMS
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
De Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie;
Gelet op artikel 48, eerste lid, van de
Politiewet 1993 en artikel 5, vijfde lid, en artikel 12 van het Besluit
beheer regionale politiekorpsen;
Besluiten:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. infiltratieteam:
een eenheid als bedoeld in artikel 5 van het Besluit beheer
regionale politiekorpsen dan wel het landelijk infiltratieteam,
bedoeld in artikel 2, tweede lid;
b. bevel tot infiltratie:
een bevel als bedoeld in artikel 126h, eerste lid, of artikel 126p,
eerste lid, Wetboek van Strafvordering;
c. bevel tot pseudo-koop of -dienstverlening:
een bevel als bedoeld in artikel 126i, eerste lid, of artikel 126q,
eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
d. bevel tot stelselmatige inwinning van informatie:
een bevel als bedoeld in artikel 126j, eerste lid, of artikel
126qa, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
e. burgerinfiltrant:
een persoon als bedoeld in artikel 126w, eerste lid, of artikel
126x, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
f. burgerpseudo-koper of -dienstverlener:
een persoon als bedoeld in artikel 126ij, eerste lid, of artikel
126z, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
g. infiltrant:
een ambtenaar van politie, belast met de uitvoering van een bevel
tot infiltratie, die lid is van een infiltratieteam;
h. begeleider:
een ambtenaar van politie, belast met de begeleiding van een
infiltrant, dan wel de begeleiding van een burgerinfiltrant, die lid
van een infiltratieteam;
i. leider van het infiltratieteam
de opsporingsambtenaar, belast met het geven van leiding aan de
infiltranten en de begeleiders van een infiltratieteam;
j. beheerskorp
het regionale politiekorps respectievelijk het Korps landelijke
politiediensten waarbij het personeel, het materieel en de middelen
van het infiltratieteam zijn ondergebracht.
Artikel 2
1. Er zijn ten minste vijf regionale
infiltratieteams als bedoeld in artikel 5 van het Besluit beheer
regionale politiekorpsen.
2. Er is een landelijk infiltratieteam, ondergebracht bij het
Korps landelijke politiediensten.
Artikel 3
1. Onverminderd de taakuitvoering van de
regionale infiltratieteams, zijn de leden van het landelijk
infiltratieteam, bedoeld in artikel 2, tweede lid, belast met de
uitvoering van een bevel tot infiltratie of de begeleiding van een
burgerinfiltrant, voorzover:
a. deze werkzaamheden worden verricht ter uitvoering van een
internationaal rechtshulpverzoek;
b. deze werkzaamheden worden verricht in het kader van een
opsporingsonderzoek dat wordt uitgevoerd door een rechercheonderdeel
van het Korps landelijke politiediensten;
c. de inzet van het landelijk infiltratieteam, gezien de
taakuitvoering van de regionale infiltratieteams, gewenst is.
2. De leden van het landelijk infiltratieteam kunnen worden
belast met de uitvoering van een bevel tot pseudo-koop of
-dienstverlening of stelselmatige inwinning van informatie of met de
begeleiding van een burgerpseudo-koper of -dienstverlener.
Artikel 4
1. Er is een eenheid bij het Korps
landelijke politiediensten die, mede ten behoeve van de regionale
politiekorpsen, is belast met:
a. de selectie en opleiding van kandidaat-leden van een
infiltratieteam;
b. algemene en bijzondere ondersteuning in het kader van de
taakuitvoering van infiltratieteams, waaronder het verzorgen van
tijdelijke identiteiten en fictieve rechtspersonen;
c. de coördinatie van internationale rechtshulpverzoeken tot
infiltratie, pseudo-koop of -dienstverlening of stelselmatige
inwinning van informatie;
d. de registratie van leden van een infiltratieteam alsmede de
registratie van bevelen tot infiltratie.
2. Ten behoeve van de taakuitvoering van de eenheid, bedoeld in
het eerste lid, kunnen ambtenaren van politie werkzaam bij de regionale
politiekorpsen voor bepaalde tijd worden geplaatst bij deze eenheid.
Artikel 5
1. Een infiltratieteam is samengesteld
uit:
a. een leider van het infiltratieteam;
b. ten minste vier infiltranten;
c. ten minste vier begeleiders.
2. De werving van kandidaat-leden van een infiltratieteam
geschiedt onder verantwoordelijkheid van de korpsbeheerder van het
beheerskorps.
3. De selectie van de kandidaat-leden van een infiltratieteam
voor de in artikel 7 bedoelde vervolgopleidingen, geschiedt door de
eenheid, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
4. De opleiding van de kandidaat-leden van een infiltratieteam
geschiedt door het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie,
bedoeld in artikel 2, van de LSOP-wet, in samenwerking met de eenheid,
bedoeld in artikel 4, eerste lid.
5. De aanstelling van de leden van een infiltratieteam geschiedt
door de korpsbeheerder van het beheerskorps.
Artikel 6
1. De leider van het infiltratieteam
draagt zorg voor het doen uitvoeren van de bevelen en geeft daartoe de
nodige aanwijzingen aan de overige leden van het infiltratieteam. Hij
neemt daarbij het bevel en de door de officier van justitie bepaalde
kaders in acht.
2. De begeleider geeft de infiltrant, met inachtneming van het
bevel en de door de officier van justitie bepaalde kaders, aanwijzingen
omtrent de werkzaamheden en de wijze waarop deze worden uitgevoerd. De
infiltrant volgt de aanwijzingen van de begeleider op.
3. De begeleider informeert de leider van het infiltratieteam
omtrent de werkzaamheden van de infiltranten en de wijze waarop deze
worden uitgevoerd.
Artikel 7
1. De leden van het infiltratieteam
hebben voldaan aan de eindtermen van de in de bijlage bij deze regeling
aangewezen vervolgopleidingen.
2. De korpsbeheerder van het beheerskorps draagt er zorg voor dat
de kennis en vaardigheden van leden van een infiltratieteam worden
onderhouden op het niveau dat ten minste voldoet aan de eindtermen,
bedoeld in het eerste lid.
Artikel 8
1. De ambtenaar die in vaste dienst bij
een regionaal politiekorps is aangesteld, kan ten behoeve van een
infiltratieteam in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd worden
aangesteld bij het beheerskorps, onder de voorwaarde dat na afloop van
de aanstelling in tijdelijke dienst de ambtenaar hernieuwd wordt
aangesteld in vaste dienst bij het regionale politiekorps waar hij was
aangesteld direct voorafgaand aan de aanstelling in tijdelijke dienst.
De artikelen 7, 8 en 8a, tweede lid, van het Besluit algemene
rechtspositie politie zijn niet van toepassing op de in de eerste volzin
genoemde hernieuwde aanstelling in vaste dienst.
2. De duur van de aanstelling in tijdelijke dienst bedraagt:
a. ten minste vier jaar en ten hoogste zes jaar voor een
aanstelling in de functie van infiltrant,
b. ten minste vier jaar en ten hoogste acht jaar voor een
aanstelling in de functie van begeleider, of
c. ten minste vier jaar en ten hoogste tien jaar voor een
aanstelling in de functie van leider van het infiltratieteam.
3. Het bevoegd gezag bij wie de ambtenaar in vaste dienst is
aangesteld, het bevoegd gezag van het infiltratieteam bij wie de
ambtenaar in tijdelijke dienst wordt aangesteld, en de ambtenaar maken,
voorafgaand aan de in het eerste lid bedoelde aanstelling in tijdelijke
dienst, schriftelijke afspraken over de aanstelling in tijdelijke dienst
en de terugkeer in vaste dienst.
4. De in het derde lid bedoelde afspraken omvatten in ieder geval
de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst van de desbetreffende
ambtenaar, de voorwaarden waaronder de duur van de aanstelling in
tijdelijke dienst kan worden verkort, en de voorwaarden waaronder de in
het eerste lid bedoelde hernieuwde aanstelling in vaste dienst
plaatsvindt.
5. Bij een hernieuwde aanstelling in vaste dienst, bedoeld in het
eerste lid, wordt er van uitgegaan dat het dienstverband niet
onderbroken is geweest.
6. Alleen indien de ambtenaar gedurende de aanstelling in
tijdelijke dienst wordt ontslagen op grond van artikel 77, eerste lid,
onderdeel j, van het Besluit algemene rechtspositie politie, kan de
hernieuwde aanstelling in vaste dienst, bedoeld in het eerste lid, komen
te vervallen.
Artikel 9
1. Indien geen van de infiltranten
beschikt over de voor de uitvoering van het bevel tot infiltratie
vereiste kennis en vaardigheden, kan op advies van de eenheid, bedoeld
in artikel 4, eerste lid, een ambtenaar van politie die in de functie
van infiltrant lid is geweest van een infiltratieteam en wel beschikt
over de voor de uitvoering van het bevel vereiste kennis en
vaardigheden, worden belast met de uitvoering van dat bevel.
2. Indien geen van de infiltranten of ambtenaren van politie als
bedoeld in het eerste lid, beschikt over de voor de uitvoering van het
bevel vereiste kennis en vaardigheden, kan op advies van de eenheid,
bedoeld in artikel 4, een andere ambtenaar van politie worden belast met
de uitvoering van het bevel, indien deze ambtenaar van politie beschikt
over de voor de uitvoering van het bevel vereiste kennis en
vaardigheden.
3. Bij toepassing van het eerste of het tweede lid wordt de
ambtenaar van politie, belast met de uitvoering van een bevel, gedurende
de periode die nodig is voor de uitvoering van het bevel, begeleid door
een begeleider.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2000.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling infiltratieteams.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Peper.
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals.
Vervolgopleidingen, bedoeld in artikel 7,
eerste lid, van de Regeling infiltratieteams
1. Opleiding voor infiltrant:
– Basiscursus politiële infiltratie
– Verdiepingsmodules Leergang politiële infiltratie
2. Opleiding voor begeleider:
– Basiscursus politiële infiltratie
– Verdiepingsmodules Leergang politiële infiltratie
– Begeleiderstraining
3. Opleiding voor leider infiltratieteam:
– Basiscursus politiële infiltratie
– Verdiepingsmodules Leergang politiële infiltratie
– Begeleiderstraining
– Managementmodule politiële infiltratie
|
|
|