Brievenbussen bestemd voor de
aflevering van postzendingen behoren te zijn aangebracht zo dicht
mogelijk bij de rijbaan van een voor motorrijtuigen op meer dan twee
wielen berijdbare openbare weg. Ze dienen van de weg af zonder
belemmering bereikbaar te zijn.
2. Met een openbare weg als bedoeld in het vorige lid wordt
gelijkgesteld een weg die:
a. gedurende het gehele jaar onbelemmerd kan worden bereden door
een motorvoertuig op meer dan twee wielen met een snelheid van ten
minste 40 kilometer per uur
b. geen doodlopende weg is en
c. de gelegenheid biedt de bestelroute zonder omwegen te vervolgen
3. Aan of nabij de brievenbussen behoort door een nummer op
duidelijke wijze te zijn aangegeven, bij welke woning, gebouw of
gedeelte daarvan zij behoren
4. Brievenbussen in of aan gebouwen of woningen voldoen aan de in
het eerste lid gestelde voorwaarde, indien zij zich niet meer dan tien
meter gaans bevinden van de grens van een daar omschreven weg, waaronder
mede worden verstaan de daartoe behorende trottoirs, paden, bermen en
taluds.
5. De in het eerste lid gestelde voorwaarde is niet van
toepassing op groepsgewijs geplaatste brievenbussen, die:
a. ten dienste van galerijflats zijn geplaatst op rechtstreeks met
een lift bereikbare niveaus van die flats, mits de bussen ten dienste
van alle op één niveau aanwezige en vanuit één en dezelfde lift
bereikbare woningen zich in de onmiddellijke nabijheid van de lift
bevinden, dan wel
b. ten dienste van alle overige collectieve gebouwen zo dicht
mogelijk bij de ingang van dat gebouw zijn aangebracht
6. Brievenbussen ten dienste van geadresseerden die op
recreatieterreinen verblijven, dienen groepsgewijs bij de ingang van een
zodanig terrein te worden geplaatst. Bij gebreke hiervan kunnen
postzendingen door of namens de terreinbeheerder in ontvangst worden
genomen of door de geadresseerden op een daartoe door de houder van de
concessie aan te wijzen postinrichting worden afgehaald.
7. Behoudens in gevallen bedoeld in het vijfde lid onder a dient
het niveau waarop de brievenbussen worden bediend te zijn gelegen op
niet meer dan 2,5 meter boven of beneden het wegdek.
De vorm en de kleur van de
brievenbussen moeten zodanig zijn, dat verwarring met voor het publiek
bestaande brievenbussen van de houder van de concessie niet mogelijk is.
2. De brievengleuf dient horizontaal in de vertikaal vlak of in
het bovenvlak van de brievenbus te zijn aangebracht en dient zich bij
voorkeur te bevinden 1,1 meter boven het niveau, waarop de brievenbus
wordt bediend, maar in geen geval lager dan 0,6 meter dan wel hoger dan
1,8 meter.
3. De afmetingen van de vrije inwerpopening dienen in de lengte
ten minste 265 mm te bedragen en in de breedte 32 mm.
4. De inwerpopening dient zo te zijn uitgevoerd, dat het bedienen
van de brievenbus zonder gevaar voor verwondingen kan geschieden
5. Indien zich achter de inwerpgleuf een ruimte bevindt, bestemd
voor de bewaring van postzendingen, dan dient de inwendig bruikbare
breedte ten minste 270 mm te bedragen en de twee andere inwendige
bruikbare afmetingen ten minste 150 en 380 mm.