|
BESLUIT van 21 augustus 1991, houdende aanwijzing van
de autoriteiten, bedoeld in artikel 16 van de Prijzennoodwet
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 23 november 1990,
nr. 90110569 WJA/W;
Gelet op artikel 16 van de Prijzennoodwet (Stb.
1984, 575);
De Raad van State gehoord (advies van 6 maart
1990, nr. W10.90.0598);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Economische Zaken van 25 juli 1991, nr. 91054016 WJA/W;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Als de autoriteiten, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de
Prijzennoodwet worden, met de titel van economisch commissaris
aangewezen de directeuren van de kamers van koophandel en fabrieken,
ieder voor het gebied waarvoor de kamer van koophandel en fabrieken
waarvan hij directeur is op grond van artikel 2 van het Besluit
instelling, gebiedsindeling en bestuursgrootte kamers van koophandel en
fabrieken is ingesteld.
Artikel 2
Als de autoriteiten, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de
Prijzennoodwet, worden aangewezen voor Onze Minister van:
a. Buitenlandse Zaken: de commissarissen van de Koning, ieder
voor de provincie waarvoor hij is benoemd;
b. Justitie: de commissarissen van de Koning, ieder voor de
provincie waarvoor hij is benoemd;
c. Binnenlandse Zaken: de commissarissen van de Koning, ieder
voor de provincie waarvoor hij is benoemd;
d. Financiën: de voorzitters van de managementteams van de
Belastingdienst/Douane;
e. Defensie: de regionale militaire commandanten, ieder voor het
gezagsgebied waarvoor hij is aangesteld;
f. Verkeer en Waterstaat: de hoofdingenieur-directeuren van de
regionale diensten van het directoraat-generaal Rijkswaterstaat,
ingesteld krachtens artikel 8 van het Organiek Besluit
Rijkswaterstaat, ieder voor het gezagsgebied van de regionale dienst
waarvoor hij is aangesteld;
g. Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur: de regionale
geneeskundige inspecteurs van de volksgezondheid, ieder voor het
gebied dat ingevolge artikel 1 van het koninklijk besluit van 20
januari 1964 (Stb. 25) tot vaststelling van de ambtsgebieden
van de regionale inspecteurs van de volksgezondheid als zijn
ambtsgebied is vastgesteld.
Artikel 3
1. De in de artikelen 1 en 2 aangewezen autoriteiten oefenen de
krachtens artikel 16 van de Prijzennoodwet gemandateerde bevoegdheden
zoveel mogelijk uit na overleg met de voorzitters van de
veiligheidsregio’s die binnen het gezagsgebied van de betrokken
autoriteit zijn gelegen.
2. De commissaris van de Koning verricht zijn taak krachtens de
aanwijzing in artikel 2, onder b, zoveel mogelijk na overleg met het
College van procureurs-generaal.
Artikel 4
De in de artikelen 1 en 2 genoemde autoriteiten maken de regelingen
die zij hebben vastgesteld krachtens de Prijzennoodwet, de
Distributiewet 1939 (Stb. 633), de Hamsterwet (Stb. 1962,
542), de Vorderingswet 1962 (Stb. 587) en de artikelen 1:4,
eerste en tweede lid, en 3:1 van de Algemene douanewet zo mogelijk
bekend in een of meer in het betrokken gebied verschijnende dag- of
weekbladen. De regelingen treden niet in werking alvorens zij, op die
wijze, dan wel indien dit niet mogelijk is, op een andere door hen
bepaalde wijze, zijn bekendgemaakt.
Artikel 5 [Vervallen per 04-11-2010]
Artikel 6
Dit besluit kan worden aangehaald als: Aanwijzingsbesluit economische
noodwetgeving.
Lasten en
bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad en in de Staatscourant
zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden
aan de Raad van State.
's-Gravenhage, 21 augustus 1991
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
J.E.
Andriessen
Uitgegeven de twaalfde
september 1991
De Minister van Justitie,
E.M.H.
Hirsch Ballin
|