BESLUIT van 4 juli 1980 tot invoering van de
mogelijkheid voor de Commissarissen des Konings om vervroegd uit te
treden
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 29 april 1980,
nr. BK80/U348, Directoraat-Generaal Binnenlands Bestuur, Afdeling
Kabinetszaken;
De Raad van State gehoord (advies van 3 juni
1980, nr. 800528/9);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Binnenlandse Zaken van 2 juli 1980, nr. BK80/947, Directoraat-Generaal
Binnenlands Bestuur, Afdeling Kabinetszaken;
Gelet op artikel 52 van de Provinciewet;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Enig artikel
1. Aan Onze Commissaris in de provincie, die 61 jaar of ouder
is, wordt op zijn verzoek ontslag verleend met recht op een uitkering
overeenkomstig hetgeen ter zake voor het burgerlijk rijkspersoneel is
bepaald in het Besluit vervroegd uittreden burgerlijk rijkspersoneel (Stb.
1979, nr. 752) met dien verstande dat voor de berekening van
diensttijd mede in aanmerking komt diensttijd in de zin van de
Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.
2. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd de in het
eerste lid vermelde leeftijd aan te passen aan algemene wijzigingen
welke, voor wat die leeftijd betreft, tot stand zullen komen in het
Besluit vervroegd uittreden burgerlijk rijkspersoneel (Stb. 1979,
nr. 752).
Lasten en bevelen, dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
Lage Vuursche, 4 juli 1980
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
H. Wiegel
Uitgegeven de eenendertigste juli 1980
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter