| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Provinciewet (PW)
RECHTSPOSITIEBESLUIT
COMMISSARISSEN VAN DE KONING
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 14 juni 1994, houdende regels inzake de
rechtspositie van de commissarissen van de Koning
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 19 oktober 1993,
directoraat-generaal Openbaar Bestuur, afdeling Kabinetszaken, nr.
BK93/U1799;
Gelet op de artikelen 65, 72 en 77 van de
Provinciewet;
De Raad van State gehoord (advies van 8
februari 1994, nr. W04.93 0714);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Binnenlandse Zaken van 1 juni 1994, nr. BK94/409;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties;
b. bezoldiging: het bedrag per maand waarop een commissaris op
grond van artikel 3 van dit besluit aanspraak kan maken;
c. commissaris: commissaris van de Koning;
d. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van
de desbetreffende provincie.
Geneeskundige keuring
Artikel 2 [Vervallen per 06-09-1996]
Bezoldiging en vergoeding voor ambtskosten
Artikel 3
1. De bezoldiging van de commissaris bedraagt € 10 325,86.
2. De commissaris ontvangt een vergoeding voor aan de uitoefening
van het ambt verbonden kosten. Deze vergoeding voor ambtskosten
bestaat uit:
a. een ambtstoelage van € 635,29 en
b. een vergoeding van overige ambtskosten van € 485,73.
3. De aanspraak op de bezoldiging en op de vergoeding voor
ambtskosten, bedoeld in het tweede lid, begint met ingang van de dag
waarop de benoeming ingaat en eindigt met ingang van de dag waarop het
ontslag ingaat of de dag, volgende op die van het overlijden.
4. Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt bij ministeriële
regeling gewijzigd overeenkomstig de wijzigingen die de bezoldiging
van het personeel in de sector Rijk ondergaat.
5. Indien aan het personeel in de sector Rijk een eenmalige
uitkering wordt toegekend, ontvangt de commissaris een uitkering op
dezelfde voet.
6. Wanneer Onze Minister de commissaris toestemming verleent langer
dan zes weken buiten de provincie te verblijven, kan hij daarbij
bepalen, dat gedurende die langere periode de bezoldiging en de
vergoeding voor ambtskosten geheel of gedeeltelijk worden ingehouden.
Artikel 3a
1. Voor 1 april van elk jaar of binnen twee maanden na zijn
beëdiging verstrekt de commissaris aan Onze Minister, dan wel een
door hem aangewezen instantie, een opgave van de neveninkomsten welke
hij verwacht over het desbetreffende kalenderjaar of gedeelte daarvan
te zullen genieten, dan wel een verklaring, dat hij verwacht niet meer
dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten over dat
jaar of een evenredig deel daarvan over het desbetreffende gedeelte
van dat jaar te zullen genieten.
2. Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, deelt
aan gedeputeerde staten het bedrag van de voorlopige aftrek op de
bezoldiging mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de
commissaris.
3. De commissaris kan een verklaring inzenden dat een opgave van
neveninkomsten achterwege zal blijven. In dit geval, alsmede indien
binnen de in het eerste lid bedoelde termijn geen opgave of verklaring
is ingezonden, bedraagt de bezoldiging over dat kalenderjaar 65% van
de bezoldiging op jaarbasis.
4. Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar zendt de
commissaris of zenden zijn nabestaanden aan Onze Minister, dan wel de
door hem aangewezen instantie, een opgave van de neveninkomsten welke
over dat kalenderjaar zijn genoten, dan wel een verklaring dat over
dat jaar niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis of, indien
de commissaris een gedeelte van het kalenderjaar lid van gedeputeerde
staten is geweest, een evenredig deel van dit bedrag, is genoten.
5. Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, deelt
gedeputeerde staten zo spoedig mogelijk na ontvangst van de in het
vierde lid bedoelde opgave of verklaring het bedrag van de definitieve
aftrek op de bezoldiging mede en verstrekt een afschrift daarvan aan
de commissaris.
6. Indien een opgave of verklaring als in het vierde lid bedoeld,
niet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar is ontvangen,
bedraagt de bezoldiging 65% over dat kalenderjaar van de bezoldiging
op jaarbasis.
7. De commissaris zendt aan Onze Minister, dan wel de door hem
aangewezen instantie, zo spoedig mogelijk na afloop van het
kalenderjaar een afschrift van de aanslag voor de inkomstenbelasting
over het betreffende kalenderjaar. Het bedrag van de uitbetaalde
bezoldiging kan, al dan niet op verzoek van de commissaris, worden
herzien, indien op grond van de onherroepelijk geworden aanslag in de
inkomstenbelasting daartoe aanleiding blijkt te bestaan.
8. Bij de toepassing van het vijfde, zesde en zevende lid vindt zo
nodig terugbetaling of verrekening plaats.
9. Dit artikel is niet van toepassing op de commissaris op wie
artikel 282 van de Provinciewet van toepassing is.
Vakantie-uitkering
Artikel 4
De commissaris heeft aanspraak op een vakantie-uitkering
overeenkomstig de regels, die te dien aanzien voor het personeel in de
sector Rijk zijn vastgesteld.
Artikel 4a
De commissaris heeft recht op een eindejaarsuitkering overeenkomstig
de regels, die te dien aanzien voor het personeel in de sector Rijk zijn
vastgesteld.
Vergoeding bij waarneming
Artikel 5
1.Degene die gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de
waarneming van het ambt van commissaris is belast, geniet voor die
tijd, ten laste van de provincie, een vergoeding ten bedrage van de
voor het ambt vastgestelde bezoldiging. Artikel 4, artikel 7 en
artikel 8, derde, vierde en vijfde lid, zijn van overeenkomstige
toepassing. Indien de waarneming geschiedt door een lid van
gedeputeerde staten wordt de vergoeding verminderd met hetgeen als
zodanig wegens bezoldiging, vakantie-uitkering en
telefoonkostenvergoeding wordt ontvangen.
2.Onze Minister kan in bijzondere gevallen de vergoeding, bedoeld
in het eerste lid, vermeerderen met:
a. de vergoeding voor ambtskosten, bedoeld in artikel 3, tweede
lid, in voorkomende gevallen verminderd met hetgeen als lid van
gedeputeerde staten wegens vaste onkostenvergoeding wordt
ontvangen.
b. een tegemoetkoming in de verhuiskosten als bedoeld in
artikel 8, eerste lid.
Gratificatie bij dienstjubileum
Artikel 6
1.Bij het volbrengen van een diensttijd als bedoeld in een
vut-overeenkomst als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet
kaderregeling vut overheidspersoneel, van 12,5, 25, 40 of 50 jaren in
overheidsdienst, ontvangt de commissaris een gratificatie of
desgewenst een geschenk, dan wel een combinatie van beide, één en
ander met dien verstande dat de daaraan verbonden uitgaven bedragen:
bij een 12,5 jarig dienstjubileum een kwart, 25-jarig dienstjubileum
de helft, en bij een 40- en 50-jarig dienstjubileum eenmaal het bedrag
van de bezoldiging, vermeerderd met een evenredig gedeelte van de
vakantie-uitkering per maand, berekend naar de datum van het
dienstjubileum. Dit bedrag wordt zonodig op een veelvoud van vijf euro
naar boven afgerond.
2.Aan de commissaris die op grond van een vut-overeenkomst als
bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet kaderregeling vut
overheidspersoneel eervol ontslag is of zal worden verleend en binnen
een termijn van vijf jaren na de datum van ingang van ontslag, doch
voor het 70e levensjaar recht zou hebben op een gratificatie, bedoeld
in het eerste lid, kan een dienstjubileumgratificatie worden toegekend
ter grootte van een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd
evenredig gedeelte van de gratificatie, bedoeld in het eerste lid.
Computer- en communicatieapparatuur
Artikel 7
1. Op aanvraag wordt ten laste van de provincie aan de commissaris
voor de uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende apparatuur
en software in bruikleen ter beschikking gesteld.
2. Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter
beschikking is gesteld, wordt door gedeputeerde staten aan de
commissaris op aanvraag, voor de uitoefening van het ambt, een
tegemoetkoming verleend voor:
a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en
software, of,
b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en
software.
3. Op aanvraag wordt ten laste van de provincie aan de commissaris
voor de uitoefening van het ambt communicatieapparatuur in bruikleen
ter beschikking gesteld.
4. Voorzover de commissaris voor de uitoefening van het ambt
gebruik maakt van de privé-telefoon, wordt ten laste van de provincie
op aanvraag een tegemoetkoming in de kosten verleend.
5. Op aanvraag wordt door gedeputeerde staten een vergoeding aan de
commissaris verleend voor de aanleg- en de abonnementskosten voor de
internetverbinding voor de in het eerste of het tweede lid genoemde
computerapparatuur.
6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld
over het ter beschikking stellen van computer- en
communicatieapparatuur, de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste,
derde en vierde lid en de vergoeding, bedoeld in het vijfde lid.
Verhuis- en pensionkosten
Artikel 8
1.De commissaris heeft ten laste van de provincie aanspraak op een
vergoeding van verhuiskosten bij verhuizing in verband met de
benoeming.
2.Indien de commissaris na benoeming nog niet over woonruimte in de
provincie beschikt, heeft hij ten laste van de provincie aanspraak op
een vergoeding van reis- en pensionkosten.
3.De commissaris heeft tevens aanspraak op een vergoeding voor
verhuiskosten ten laste van de provincie ingeval van het na benoeming
betrekken van tijdelijke huisvesting.
4.De provincie kan een vergoeding toekennen voor verhuiskosten in
verband met ontslag of niet-herbenoeming.
5.Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over
hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraak.
Artikel 8a. Reis- en verblijfkosten
1.De commissaris heeft ten laste van de provincie aanspraak op een
vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de
uitoefening van het ambt.
2.Aan een kandidaat voor het ambt van commissaris worden reiskosten
vergoed die zijn gemaakt in verband met een bezoek aan Onze Minister
of aan de vertrouwenscommissie.
3.Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over
hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraak.
Artikel 8b
Indien aan de commissaris van de Koning een dienstauto ter
beschikking is gesteld en hij voor het gebruik van deze dienstauto loon-
en inkomstenbelasting is verschuldigd, kunnen gedeputeerde staten
bepalen dat deze belastingheffing door de provincie aan de commissaris
van de Koning wordt vergoed. De vergoeding betreft ten hoogste de
verschuldigde loon- en inkomstenbelasting voor het gebruik van de
dienstauto.
Ambtswoning
Artikel 9
1.Voor het bewonen van een ambtswoning wordt op de bezoldiging een
korting toegepast van 12%.
2.In afwijking van het eerste lid, kan Onze Minister in zeer
bijzondere gevallen de korting vaststellen op een lager percentage dan
wel op een bepaald bedrag, mits dit eveneens minder beloopt dan 12%
van de bezoldiging.
3.Indien de commissaris een ambtswoning bewoont, draagt hij de
onderhoudskosten welke volgens de wet en het plaatselijk gebruik voor
rekening van de huurder zijn.
Artikel 9a
Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen:
a. de vergoeding voor overige ambtskosten, bedoeld in artikel 3,
tweede lid, onderdeel b;
b. de verstrekkingen, bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid;
c. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 7, vierde lid;
d. de vergoeding, bedoeld in artikel 7, vijfde lid;
e. de vergoeding, bedoeld in artikel 8a, voor zover deze niet
wordt gerekend tot een vergoeding als bedoeld in artikel 31a, tweede
lid, onderdelen a en b, van de Wet op de loonbelasting 1964;
f. de vergoeding, bedoeld in artikel 8b.
Kennisgeving bij afwezigheid
Artikel 10
Indien een commissaris langer dan acht dagen wegens ziekte of om
andere redenen zijn ambt niet kan vervullen, geeft hij daarvan kennis
aan Onze Minister.
Artikel 10a [Vervallen per 12-01-2011]
Artikel 10b [Vervallen per 12-01-2011]
Artikel 10c [Vervallen per 12-01-2011]
Bedrijfsgeneeskundige begeleiding
Artikel 11
De commissaris geniet bedrijfsgeneeskundige begeleiding
overeenkomstig hoofdstuk VI, paragraaf 2, van het Algemeen
Rijksambtenarenreglement.
Voorzieningen in verband met ziekte
Artikel 12
1. In geval van ziekte welke in overwegende mate haar oorzaak
vindt:
a. in de aard van de aan de functie van commissaris verbonden
werkzaamheden, of
b. in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten
worden verricht, en
c. niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid is te wijten,
kunnen de naar het oordeel van het college van gedeputeerde staten
noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of
verzorging, voor zover deze kosten ten laste van de commissaris
blijven, aan de commissaris voor rekening van de provincie worden
vergoed.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen
commissaris.
Artikel 13 [Vervallen per 12-01-2011]
Artikel 13a [Vervallen per 12-01-2011]
Buitengewoon verlof
Artikel 14
1. De vrouwelijke commissaris heeft in verband met haar bevalling
aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof.
2. De commissaris die na 31 december 1988 als ouder in een
familierechtelijke betrekking is komen te staan tot een kind, heeft
aanspraak op ouderschapsverlof. Artikel 33g van het Algemeen
Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing.
Gedrag
Artikel 15
De commissaris onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening
of het aanzien van het ambt schaden of kunnen schaden.
Terugroepen bij afwezigheid
Artikel 16
1.Een commissaris die buiten zijn provincie verblijft kan door Onze
Minister wegens dringende redenen van dienstbelang worden
teruggeroepen.
2.Onze Minister kan bepalen dat aan een commissaris die een
verblijf buiten zijn provincie wegens dringende redenen van
dienstbelang voortijdig heeft beëindigd, ten laste van de provincie
een schadeloosstelling wordt toegekend.
Schorsing
Artikel 17
De commissaris kan in het belang van een goede uitoefening van het
ambt worden geschorst.
Artikel 18
1.Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval een aanduiding van het
tijdstip waarop de schorsing ingaat en een zo nauwkeurig mogelijke
aanduiding van de duur van de schorsing.
2.Gedurende een schorsing is het de commissaris als zodanig niet
toegestaan de provinciale dienstgebouwen te betreden.
Ontslag
Artikel 19
1.De commissaris wordt op zijn aanvraag ontslag verleend of wordt
op zijn verzoek na afloop van de benoemingstermijn niet herbenoemd.
2.Aan de commissaris die ontslag vraagt met het oog op een
uitkering op grond van een vut-overeenkomst als bedoeld in artikel 1,
onderdeel e, van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel wordt
ontslag verleend, indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig
vervroegd uittreden overheidspersoneel op grond van een desbetreffende
schriftelijke aanvraag heeft vastgesteld dat na dat te verlenen
ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van die overeenkomst.
Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop
het recht op evengenoemde uitkering ontstaat. Met een aanvraag tot
ontslag wordt gelijkgesteld een verzoek om niet te worden herbenoemd.
3.Het ontslag op grond van het eerste en tweede lid van dit artikel
wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister
zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
4.Aan de commissaris wordt met ingang van de eerste dag van de
maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt,
eervol ontslag verleend.
Artikel 20
1. Anders dan op eigen aanvraag kan aan de commissaris ontslag
worden verleend op grond van:
a. ongeschiktheid wegens ziekte voor het vervullen van zijn
ambt;
b. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede
ambt, anders dan uit hoofde van ziekten of gebreken;
c. andere gronden.
2. Het ontslag op grond van het eerste lid, onder a en b, van dit
artikel wordt eervol verleend. Het ontslag op grond van het eerste
lid, onder c, wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze
Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
3. Een ontslag als bedoeld in onderdeel a van het eerste lid, kan
slechts plaatsvinden indien:
a. er sprake is van ongeschiktheid tot het vervullen van zijn
ambt wegens ziekte gedurende een ononderbroken periode van zes
maanden,
b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes
maanden na de in onderdeel a genoemde termijn van zes maanden te
verwachten is.
4. Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie, als bedoeld
in het derde lid, onderdeel b, wordt een medisch onderzoek ingesteld
door een of meer door Onze Minister aangewezen geneeskundigen, en,
indien de commissaris dit wenst, een door de commissaris aangewezen
geneeskundige. De commissaris is verplicht medewerking te verlenen aan
het onderzoek en wordt schriftelijk in kennis gesteld van het starten
van het onderzoek en de in de vorige zin bedoelde mogelijkheid. Indien
de commissaris geen medewerking verleent, is de in het derde lid,
onder b, genoemde voorwaarde niet van toepassing.
5. Voordat Onze Minister het ontslag op grond van het eerste lid,
onderdeel a, verleent, onderzoekt hij of het mogelijk is de
commissaris na zijn ontslag binnen zijn gezagsbereik andere arbeid aan
te bieden.
6. Niet-herbenoeming vindt, behoudens in bijzondere omstandigheden,
niet plaats dan nadat de commissaris in de gelegenheid is gesteld door
Onze Minister te worden gehoord.
Artikel 21 [Vervallen per 12-01-2011]
Uitkering bij overlijden
Artikel 22
1. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de commissaris wordt
aan de weduwe of weduwnaar van wie de commissaris niet duurzaam
gescheiden leefde, ten laste van de provincie een bedrag uitgekeerd
gelijk aan de bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering, over
drie maanden, berekend naar het tijdstip van overlijden. Indien de
overledene geen weduwe of weduwnaar van wie de commissaris niet
duurzaam gescheiden leefde nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve
van de minderjarige kinderen tot wie de overledene in
familierechtelijke betrekking stond, of minderjarige kinderen waarover
de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke
zorg wordt verstaan: de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van
het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige
verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor.
Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen
die geheel of gedeeltelijk afhankelijk waren van de bezoldiging van de
commissaris.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of
weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner
alsmede degene met wie de overleden commissaris ongehuwd samenleefde
en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in artikel
3, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet.
Overleg
Artikel 23
Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van
de commissarissen wordt niet beslist dan nadat daarover overleg is
gepleegd met de commissarissen.
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 24
Bij toepassing van artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964:
a. wordt op aanvraag door gedeputeerde staten een vergoeding
verstrekt voor de belastingheffing als gevolg van de verstrekkingen,
bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid;
b. wordt het bedrag, genoemd in artikel 3, tweede lid, onderdeel
b, vermenigvuldigd met 100/P, waarbij P wordt berekend door het
getal 100 te verminderen met het getal van het hoogste tarief,
bedoeld in kolom IV van artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting
2001;
c. bedraagt de vergoeding, bedoeld in artikel 8b, ten hoogste de
gebruteerde verschuldigde loon- en inkomstenbelasting voor het
gebruik van de dienstauto; en
d. blijft artikel 9a buiten toepassing.
Artikel 25
1. De artikelen 10a, 10b, 10c, en 20, zoals deze luidden op de dag
voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen G en M,
van het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale
politieke ambtsdragers 2010 blijven van toepassing op de commissaris
die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingevolge
artikel 10 kennis heeft gegeven aan Onze Minister dat hij wegens
ziekte zijn ambt niet kan vervullen.
2. Artikel 21, zoals dat luidde op de dag voor de datum van
inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N, van het Besluit wijziging
van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010,
blijft van toepassing op de voormalig commissaris van wie het ontslag
is ingegaan voor 27 februari 2010.
Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2004]
Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2004]
Artikel 28
Dit besluit treedt in werking op 15 augustus 1994 en werkt terug tot
1 januari 1994.
Artikel 29
Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit commissarissen
van de Koning.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 14 juni 1994
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
D.IJ.W. de Graaff-Nauta
Uitgegeven de drieëntwintigste juni 1994
De Minister van Justitie,
A. Kosto
|
|
|