a. De entstof moet worden gebruikt zoals zij door de inrichting
of de handelaar is afgeleverd.
b. De geneeskundige mag de entstof niet gebruiken na de op of bij
de verpakking van de desbetreffende entstof aangegeven vervaldatum.
c. De geneeskundige is gehouden de entstof vσσr het gebruik te
bewaren overeenkomstig de voorschriften, welke op of bij de
verpakking van de desbetreffende entstof zijn gevoegd.
d. De geneeskundige neemt bij de behandeling der entstof en bij
de inenting de nodige voorzorgen in acht. De entstof mag, voordat
deze op de huid wordt aangebracht, slechts in aanraking komen met
steriele voorwerpen.
e. Voor elke vaccinatie moet een steriel instrument worden
gebruikt.
f. De entstof moet in het epithelium van de huid worden
aangebracht.
g. als goed gevolg van een eerste inenting wordt beschouwd een
duidelijke ontwikkeling van ten minste ιιn pokpuist.
h. De geneeskundige, die een eerste inenting heeft verricht,
overtuigt zich in elk geval tussen de vijfde en zevende dag na die
der inenting van het vermoedelijke resultaat daarvan.
i. Bij noodzakelijk gebleken revaccinatie van reizigers,
afkomstig uit het buitenland, wordt het resultaat der inenting door
de geneeskundige, die de revaccinatie heeft verricht, of op verzoek
van hem door een andere geneeskundige, gecontroleerd