| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Registratiewet 1970
UITVOERINGSBESCHIKKING
REGISTRATIEWET 1970
Tekst zoals deze geldt op
29 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
De
Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op de artikelen 1, 8 en 13 van de
Registratiewet 1970 (Stb. 1970, 610) en artikel 6, tweede lid,
van de Wet op het centraal testamentenregister (Stb. 1977, 25);
Besluit:
Artikel 1
Deze beschikking verstaat onder:
a. wet: Registratiewet 1970
b. inspecteur: de directeur van een van de in artikel 3, eerste
lid, onderdeel a2, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003
genoemde organisatieonderdelen van de Belastingdienst;
c. inspectie: een van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a2,
van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 genoemde
organisatieonderdelen van de Belastingdienst.
Artikel 2
De in artikel 1 van de wet bedoelde registers worden gehouden door de
inspecteur.
Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 4
De aanbieding ter registratie geschiedt:
a. van de in de artikelen 3 en 4, eerste lid, van de wet bedoelde
akten bij de inspecteur onder wie de standplaats van de notaris
ressorteert;
b. van de onderhandse akten welke zijn opgemaakt op de voet van
artikel II van de wet van 28 juni 1956 (Stb. 376), bij de inspecteur
onder wie de vaste plaats ressorteert waarop de persoon die de akte
heeft opgesteld, zijn beroep uitoefent;
c. van andere akten bij een inspecteur ter keuze van de
aanbieder, met inachtneming van de daartoe opengestelde kantoren
door de Belastingdienst.
Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2008]
Artikel 6
Ten aanzien van de in de wet genoemde verplichtingen van notarissen
is iedere inspecteur bevoegd.
Artikel 7
De in artikel 4 bedoelde inspecties zijn voor het aanbieden van de
akten ter registratie dagelijks van 9.00 uur tot 17.00 uur geopend, met
uitzondering van de zaterdag, de zondag, algemeen erkende feestdagen in
de zin van de Algemene termijnenwet en de bij of krachtens artikel 3 van
die wet daarmee gelijkgestelde dagen.
Artikel 8
1.De registratie geschiedt in een van de registers Registratie nrs.
3, 4 of 5, bevattende 100 bladen, welke in overeenstemming zijn met de
in de bijlagen A, B en C opgenomen modellen. De bladen kunnen tevens
andere kolommen of gegevens inhouden dan uit die modellen voortvloeit.
2.In het register Registratie nr. 3 worden geregistreerd de door
een notaris opgemaakte akten, alsmede daaraan gehechte of daarin
vermelde akten welke tegelijk met de notariële akte ter registratie
worden aangeboden.
3.In het register Registratie nr. 5 worden geregistreerd de akten
van verhuring en verpachting welke niet vallen onder het tweede lid,
tenzij de inspecteur om bijzondere redenen registratie in het register
Registratie nr. 4 gewenst acht.
4.In het register Registratie nr. 4 worden geregistreerd de akten
welke niet vallen onder het tweede of het derde lid.
Artikel 9
Van de registers van Registratie kan aan de inspectie meer dan één
deel tegelijk worden aangehouden. De delen worden per register
doorlopend genummerd.
Artikel 10
In de registers Registratie nrs. 3 en 4 wordt boven de eerste
registratie betreffende de op eenzelfde dag aan de inspecteur aangeboden
akten de datum van aanbieding vermeld en wel – met uitzondering van
het jaartal – in letters.
Artikel 11
1.De registratie in het register Registratie nr. 3 omvat voor elke
akte ten minste:
a. een per deel doorlopend volgnummer;
b. het volgnummer waaronder de akte in het repertorium is
ingeschreven;
c. de naam en de standplaats van de notaris;
d. de aard van de akte;
e. de naam, voorletters en woonplaats van ten minste één van
de bij de akte optredende partijen;
f. de dagtekening van de akte;
g. het aantal exemplaren van de akte dat tegelijk ter
registratie is aangeboden, indien dat aantal meer dan een
bedraagt;
h. het aantal bladen van de akte;
i. het aantal in de akte aangebrachte renvooien;
j. het aantal door middel van het ambtszegel van de notaris
aangehechte akten (annexen), indien deze er zijn.
2.De akten welke zijn gehecht aan of vermeld in een door een
notaris opgemaakte akte en tegelijk met die akte ter registratie
worden aangeboden, worden geregistreerd onder hetzelfde volgnummer als
de notariële akte onder toevoeging van de letter a, b en zo
vervolgens.
Artikel 12
De registratie in het register Registratie nr. 4 omvat voor elke akte
ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdelen a,
d, e, g, h, en i.
Artikel 13
De registratie in het register Registratie nr. 5 omvat voor elke
akte, behalve de gegevens, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdelen
a, g, h en i, ten minste:
a. de datum van aanbieding ter registratie en wel – met
uitzondering van het jaartal – in letters;
b. de naam, voorletters en adres van de verhuurder en huurder dan
wel verpachter en pachter;
c. een omschrijving van het verhuurde of verpachte;
d. het tijdvak van de verhuring of verpachting en de datum van
ingang;
e. de bedongen huur- of pachtprijs.
Artikel 14
Ingeval de akte niet of niet door alle daarin als ondertekenaren
aangeduide personen is ondertekend, wordt dit bij de registratie
vermeld.
Artikel 15
1.Tegelijk ter registratie aangeboden gelijksoortige akten welke
door dezelfde persoon zijn aangeboden of door dezelfde notaris zijn
opgemaakt, kunnen te zamen worden geregistreerd onder een aantal
volgnummers dat overeenkomt met het aantal akten. In dat geval worden
de in de artikelen 11, 12 en 13 bedoelde gegevens slechts eenmaal
vermeld, voor zover deze voor de verschillende akten gelijk zijn.
2.Het eerste lid blijft buiten toepassing ten aanzien van door een
notaris opgemaakte akten, indien ter gelegenheid van de aanbieding ter
registratie overdrachtsbelasting moet worden voldaan.
Artikel 16
De registratie van een in de Friese of in een vreemde taal opgemaakte
akte geschiedt in de Nederlandse taal.
Artikel 17
Bij de registratie worden door de inspecteur:
a. de in de akte aangebrachte renvooien gewaarmerkt;
b. genummerd en gewaarmerkt:
1º. de bladen ° van uit meer dan één blad bestaande
akten;
2º. de annexen.
Artikel 18
1.De inspecteur stelt ten blijke van de registratie op de akte of,
indien meer dan één exemplaar van de akte tegelijk ter registratie
is aangeboden, op alle exemplaren een door hem ondertekende verklaring
van registratie.
2.In de verklaring worden vermeld:
a. de plaats en dagtekening van de registratie;
b. het nummer en deel van het register waarin, alsmede het
volgnummer waaronder de registratie heeft plaatsgehad;
c. het aantal exemplaren van de akte dat tegelijk ter
registratie is aangeboden, indien dat aantal meer dan een
bedraagt;
d. het aantal renvooien en annexen;
e. de omstandigheid, bedoeld in artikel 14.
3.Bij authentieke akten en annexen wordt de dagtekening van de
registratie – met uitzondering van de maand – in cijfers vermeld;
bij andere akten wordt die dagtekening – met uitzondering van de
eeuw – in letters gesteld.
4.Voor zover voor het stellen van de verklaring op de akte geen
voldoende open ruimte is, wordt zij gesteld op een aan de akte te
hechten vel papier.
5.Ter zake van de voldoening van de kosten van registratie of van
overdrachtsbelasting, indien deze ter gelegenheid van de aanbieding
van de akte ter registratie moet worden voldaan, stelt de ontvanger
een aantekening onder de verklaring van registratie.
Artikel 19
Onder renvooien worden verstaan:
a. bij een door een notaris opgemaakte akte de bijvoegingen,
veranderingen en doorhalingen, welke met inachtneming van de
wettelijke bepalingen zijn ondertekend of gewaarmerkt;
b. bij een andere akte de bijvoegingen, veranderingen en
doorhalingen, welke op de kant of aan de voet van de akte zijn
vermeld, mits daarbij de plaats in de akte is aangegeven waarop zij
betrekking hebben.
Artikel 20
1.De bladen van het repertorium van de notaris moeten door de
inspecteur zijn genummerd en gewaarmerkt en hiervan moet door hem aan
het hoofd van het repertorium een gedagtekende en ondertekende
verklaring zijn gesteld.
2.De inschrijvingen vermelden kolomsgewijs voor elke akte:
a. een per jaar doorlopend volgnummer;
b. de dagtekening,
c. de aard van de akte;
d. de naam, voornamen en woonplaats van ten minste één van de
bij de akte opgetreden partijen;
e. of het een in minuut dan wel een in originali verleden akte
betreft;
f. de dagtekening van de registratie, wanneer deze heeft
plaatsgehad.
3.De inschrijvingen moeten duidelijk en zonder het openlaten van
tussenruimten geschieden. Er mogen geen letters of cijfers uit worden
weggeschrapt of op andere wijze uit worden verwijderd, geen
overschrijvingen in geschieden en geen doorhalingen in worden
aangebracht zonder dat het doorgehaalde behoorlijk leesbaar blijft.
4.Aan het begin van ieder jaar wordt een nieuw repertorium
aangelegd.
5.Een opvolger van de notaris legt een nieuw repertorium aan; een
plaatsvervanger zet het repertorium voor het lopende jaar voort.
6.De inspecteur stelt van de naziening, bedoeld in artikel 7,
tweede lid, van de wet, een verklaring in het repertorium.
Artikel 21
Als inspecteurs van de rijksbelastingen, bedoeld in artikel 6, tweede
lid, van de Wet op het centraal testamentenregister, worden aangewezen
de directeuren van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a2, van de
Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 genoemde organisatieonderdelen
van de Belastingdienst.
Artikel 22
1. Deze beschikking treedt in werking met
ingang van 1 januari 1972.
2. Deze beschikking kan worden aangehaald als:
Uitvoeringsbeschikking Registratiewet 1970.
's-Gravenhage, 24 juni 1971.
De Staatssecretaris van Financiën,
voor deze,
de directeur-generaal voor fiscale zaken in algemene dienst,
C.P. Tuk.
Bijlage A
[Illustratie verwijderd]
Bijlage B
[Illustratie verwijderd]
Bijlage C
[Illustratie verwijderd]
|
|
|