| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Remigratiewet (Rw)
CONTROLEVOORSCHRIFTEN
REMIGRATIEWET
Tekst zoals deze geldt op
28 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
Beslui van de Sociale Verzekeringsbank van 28 april
2000 houdende controlevoorschriften als bedoeld in artikel 8g van de
Remigratiewet (Controlevoorschriften Remigratiewet)
Het bestuur
van de Sociale Verzekeringsbank;
Gelet op artikel 8g, eerste lid, van de
Remigratiewet;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Remigratiewet;
b. de Bank: de Sociale Verzekeringsbank, bedoeld in
artikel 1, onderdeel c, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997;
c. basisvoorziening: een of meer van de voorzieningen,
bedoeld in artikel 3 van de wet;
d. remigratie-uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel
4, eerste lid, van de wet;
e. tegemoetkoming: de tegemoetkoming, bedoeld in artikel
4, derde lid van de wet;
f. wezenuitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5,
derde lid, van de wet;
g. remigrant: de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onder f, van de wet, die aanspraak heeft op een
basisvoorziening, een remigratie-uitkering of een tegemoetkoming;
h. partner: de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onder g, dan wel artikel 1, tweede lid, van de wet;
i. gewezen partner: degene die aanspraak heeft op een
uitkering als bedoeld in artikel 5, eerste of tweede lid, van de
wet;
j. kind: het kind, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
h, dan wel artikel 1, derde lid, van de wet;
k. wees: een kind dat aanspraak heeft op een uitkering als
bedoeld in artikel 5, derde lid, van de wet.
Artikel 2
1. Dit besluit is van toepassing op:
a. de remigrant;
b. de gewezen partner van de remigrant;
c. de wees dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger.
2. De Bank past de artikelen 4, 5, 6 en 7 uitsluitend toe voorzover
dit noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van de wet en de hierop
berustende bepalingen.
Hoofdstuk 2. Verplichtingen
Artikel 3
De in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon stelt de Bank binnen
vier weken in kennis van een wijziging in het adres of het
sociaal-fiscaal nummer van zichzelf dan wel zijn partner.
Artikel 4
1. Op verzoek van de Bank legt de remigrant binnen de door de Bank
gestelde termijn:
a. een door een bevoegde autoriteit gewaarmerkte verklaring
inzake het in leven zijn, de burgerlijke staat en de feitelijke
gezinssituatie van de remigrant en zijn eventuele partner of
kinderen;
b. bewijsstukken met betrekking tot het al dan niet voeren van
een gezamenlijke huishouding met een partner;
c. bewijsstukken met betrekking tot door de remigrant of zijn
partner ontvangen uitkeringen welke op de remigratie-uitkering in
mindering worden gebracht;
d. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang
zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de
uitbetaling van de basisvoorziening, de remigratie-uitkering dan wel
de tegemoetkoming, en waarover de remigrant redelijkerwijs de
beschikking kan krijgen.
2. Op verzoek van de Bank legt de gewezen partner van de remigrant
binnen de door de Bank gestelde termijn over:
a. een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkte verklaring
inzake het in leven zijn;
b. bewijsstukken met betrekking tot door de gewezen partner
ontvangen uitkeringen welke op de remigratie-uitkering in mindering
worden gebracht;
c. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang
zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de
uitbetaling van de remigratie-uitkering dan wel de tegemoetkoming,
en waarover de gewezen partner redelijkerwijs de beschikking kan
krijgen.
3. Op verzoek van de Bank legt de wees, dan wel zijn wettelijke
vertegenwoordiger, binnen de door de Bank gestelde termijn over:
a. een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkte verklaring
inzake het in leven zijn;
b. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang
zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de
uitbetaling van de remigratie-uitkering dan wel de tegemoetkoming,
en waarover de wees, dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger,
redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
4. Indien de Bank verzoekt om overlegging van een origineel
document, stelt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon dit
tevens voor het maken van een kopie ter beschikking.
Artikel 5
De in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon beantwoordt vragen van
de Bank binnen een door de Bank gestelde termijn.
Artikel 6
De in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon verschijnt na een
oproep van de Bank op een door de Bank te bepalen kantoor en verstrekt
de gevraagde gegevens.
Artikel 7
De in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon maakt controle mogelijk
door personen die daarmee door de Bank zijn belast.
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 8
Deze voorschriften treden in werking twee dagen na plaatsing in de Staatscourant,
doch niet eerder dan op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Controlevoorschriften
Remigratiewet.
Deze regeling wordt in de Staatscourant
geplaatst.
Aldus vastgesteld door het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank
op 28 april 2000.
G.H. Terpstra,
voorzitter,
P.A. Schaafsma,
president-directeur.
|
|
|