a. personen met de Griekse, de Italiaanse, de ex-Joegoslavische,
de Kaapverdische, de Marokkaanse, de Portugese, de Spaanse, de
Tunesische en de Turkse nationaliteit en personen die in het bezit
zijn geweest van genoemde nationaliteiten;
b. personen met de Surinaamse nationaliteit, personen die in het
bezit zijn geweest van genoemde nationaliteit en personen met de
Nederlandse nationaliteit die in Suriname zijn geboren;
c. personen die voorkomen of voorkwamen in het register, bedoeld
in artikel 1, onder b, van de Wet Rietkerk-uitkering;
d. vreemdelingen die in Nederland rechtmatig verblijf hebben of
hebben gehad op grond van artikel 8, onder c en d, van de
Vreemdelingenwet 2000 en personen die in het kader van
gezinshereniging met een vreemdeling die in Nederland rechtmatig
verblijf heeft op grond van artikel 8, onder c en d, van de
Vreemdelingenwet 2000 naar Nederland zijn gekomen.