| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Remigratiewet (Rw)
REGELING
UITVOERING EN INFORMATIEVERSTREKKING SOCIALE
VERZEKERINGSBANK
Tekst zoals deze geldt op
28 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister voor
Grotesteden- en Integratiebeleid;
Gelet op de artikelen 8a, tweede lid, en
8h, tweede lid, van de Remigratiewet en artikel 5, eerste en
derde lid, van het Besluit begroting en verantwoording Remigratiewet;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. basisvoorzieningen: de basisvoorzieningen, bedoeld in artikel 3,
eerste en tweede lid, van de wet;
b. remigratievoorzieningen: de periodieke uitkering, bedoeld in
artikel 4, eerste lid, van de wet, en de voorziening, bedoeld in artikel
4, derde lid, van de wet;
c. remigratie-uitkeringen: de periodieke uitkering, bedoeld in
artikel 4, eerste lid, van de wet.
Artikel 2
1. De uitvoering door de SVB van de wet,
bedoeld in artikel 8a van de wet, omvat in elk geval:
a. het slaan van beschikkingen en het verrichten van overige
rechtshandelingen en feitelijke handelingen ter uitvoering van het
Besluit voorzieningen Remigratiewet en het Uitvoeringsbesluit
Remigratiewet en de daarop berustende bepalingen;
b. het Rijk behulpzaam zijn bij het innen van de vergoedingen die
het Algemeen Werkloosheidsfonds in geval van remigratie op grond van
artikel 102 van de Wet financiering sociale verzekeringen aan het Rijk
verschuldigd is. Het behulpzaam zijn omvat in elk geval het
verschaffen van de informatie die noodzakelijk is voor het opstellen
van de declaratie;
c. het uitbrengen van voorlichtingsmateriaal dat verband houdt met
het aanvragen van de basisvoorzieningen en de remigratievoorzieningen.
2. Over de inhoud en de uitgave van voorlichtingsmateriaal,
bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vindt periodiek overleg plaats
tussen de SVB, het Nederlands Migratie Instituut en het Ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel 3
1. De SVB biedt aan de Minister ter
kennisneming een plan aan, waarin wordt vastgelegd welke maatregelen
zullen worden genomen ter bevordering van een rechtmatige uitvoering van
de wet.
2. Indien de SVB het plan, bedoeld in het eerste lid, wijzigt,
wordt deze wijziging eveneens aan de Minister ter kennisneming
aangeboden.
3. De Minister kan over het plan, bedoeld in het eerste lid, en
over de wijziging van het plan, bedoeld in het tweede lid, opmerkingen
maken.
Artikel 4
Op verzoek van de Minister verstrekt de SVB overeenkomstig de daarbij
door de Minister gestelde eisen en binnen de door de Minister gestelde
termijn alle door de Minister gevraagde inlichtingen, gegevens en
bescheiden, die voor de uitoefening van zijn taak in verband met de wet
nodig zijn.
Artikel 5
De SVB verstrekt halfjaarlijks vóór 1 april over de periode juli
tot en met december daaraan voorafgaand en vóór 1 oktober over de
periode januari tot en met juni daaraan voorafgaand aan de Minister de
volgende inlichtingen, gegevens en bescheiden, voorzien van een
toelichting of analyse:
a. het aantal aanvragen;
b. het aantal feitelijk toekenningen van de basisvoorzieningen en
de daarmee verband houdende uitkeringsbedragen;
c. het aantal feitelijke toekenningen van de
remigratievoorzieningen en de daarmee verband houdende
uitkeringsbedragen;
d. het aantal afwijzingen.
Artikel 6
De SVB verstrekt halfjaarlijks vóór 1 april respectievelijk vóór
1 oktober aan de Minister de stand van zaken per 1 januari
respectievelijk per 1 juli daaraan voorafgaand van de volgende
inlichtingen, gegevens en bescheiden, voorzien van een toelichting of
analyse:
a. het aantal gerechtigden op remigratie-uitkeringen uitgesplitst
naar bestemmingsland en de daarmee verband houdende
uitkeringsbedragen;
b. de samenstelling en de leeftijdsopbouw van de populatie
remigranten;
c. het aantal remigratie-uitkeringen waarop een uitkering als
bedoeld in artikel 11 van het Besluit voorzieningen Remigratiewet in
mindering is gebracht, alsmede de som van de in mindering gebrachte
bedragen;
d. het aantal van en de uitgaven voor de voorzieningen, bedoeld
in artikel 4, tweede en derde lid, van de wet.
Artikel 7
De SVB verstrekt jaarlijks vóór 1 april over de periode januari tot
en met december daaraan voorafgaand aan de Minister de volgende
inlichtingen, gegevens en bescheiden, voorzien van een toelichting of
analyse:
a. het aantal sterftegevallen;
b. het aantal beschikkingen inzake remigratievoorzieningen dat is
ingetrokken naar aanleiding van het gebruik maken van de
terugkeerregeling;
c. het aantal remigratievoorzieningen waarvan de betaling is
geschorst;
d. het bedrag aan onverschuldigd betaalde remigratievoorzieningen
ten aanzien waarvan een terugvorderingsbeschikking is genomen;
e. de som van de aan de SVB terugbetaalde, alsmede de som van de
door de SVB oninbaar verklaarde onverschuldigd betaalde
uitkeringsbedragen;
f. het aantal malen dat tegen een beschikking van de SVB bezwaar
of beroep is aangetekend, het element van de beschikking waartegen
het bezwaar of beroep zich richt, en het dictum van de beschikking
op bezwaar of de uitspraak;
g. het aantal verklaringen, bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel b, van de wet, dat is afgelegd;
h. het aantal remigranten aan wie basis- of
remigratievoorzieningen zijn toegekend en die een verklaring hebben
afgelegd als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de
wet, en van wie de nationaliteit vijf jaar na vertrek niet is
gewijzigd.
Artikel 8
De SVB verstrekt jaarlijks vóór 1 april aan de Minister de stand
van zaken per 1 januari daaraan voorafgaand van de volgende
inlichtingen, gegevens en bescheiden, voorzien van een toelichting of
analyse:
a. het aantal wezenuitkeringen, bedoeld in artikel 5, derde lid,
van de wet, en de daarmee verband houdende uitkeringsbedragen;
b. het aantal remigratie-uitkeringen voor alleenstaanden naar
aanleiding van het verbreken van een relatie en de daarmee verband
houdende uitkeringsbedragen;
c. het aantal remigratie-uitkeringen voor alleenstaanden naar
aanleiding van sterftegevallen en de daarmee verband houdende
uitkeringsbedragen.
Artikel 9
1. De SVB biedt tenminste zes maal per
jaar een tussentijdse rapportage aan de Minister aan.
2. De SVB biedt in ieder geval een tussentijdse rapportage aan de
Minister aan:
a. vóór 1 januari over de periode juli tot en met september
daaraan voorafgaand;
b. vóór 1 februari over de periode januari tot en met december
van het daaraan voorafgaande jaar;
c. vóór 1 april over de periode oktober tot en met december
daaraan voorafgaand;
d. vóór 1 mei over de periode januari tot en met december van het
lopende jaar en januari tot en met december van het daarop volgende
jaar;
e. vóór 1 juli over de periode januari tot en met maart daaraan
voorafgaand;
f. vóór 1 oktober over de periode april tot en met juni daaraan
voorafgaand.
Artikel 10
1. De rapportages, bedoeld in artikel 9,
tweede lid, onderdeel a, c, e en f, geven inzicht in de definitieve
uitgaven en kosten, bedoeld in artikel 8b, eerste en tweede lid, van de
wet, ten opzichte van de hiervoor verstrekte voorschotten.
2. Bij de definitieve uitgaven en kosten, bedoeld in het eerste
lid, wordt tevens het gerealiseerde volume vermeld.
3. De rapportages, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel b
en d, geven inzicht in:
a. de voorlopige uitgaven en kosten, bedoeld in artikel 8b, eerste
en tweede lid, van de wet;
b. het voorlopige bedrag van de gemiddelde remigratie-uitkering per
uitkeringsgerechtigde;
c. het voorlopige aantal uitkeringsgerechtigden;
d. het voorlopige bestand uitkeringsgerechtigden inclusief en
exclusief de gevallen van samenloop van remigratie-uitkeringen met
andere uitkeringen.
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in
werking treedt.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering en
informatieverstrekking Sociale Verzekeringsbank.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid,
R.H.L.M. van Boxtel.
|
|
|